Bewustzijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bewustzijn wordt omschreven als subjectieve reflectie op indrukken uit de buitenwereld (weten van wat je ziet, hoort of voelt en daarover kunnen vertellen) of op eigen psychische processen (weten van wat er in je omgaat en daarover kunnen vertellen). Anders gezegd: bewustzijn is een toestand van de geest die gekenmerkt is door een besef van het eigen ik en de omgeving.[1] Het is een onderwerp van studie in de moderne filosofie, psychologie en cognitieve neurowetenschap.

De term "bewustzijn" is afgeleid van het Duitse Bewusstsein, geïntroduceerd door de filosoof Christian Wolff (1679-1754). Verwante begrippen zijn: besef, notie, zich realiseren, weet hebben, doordrongen zijn (van), in de gaten hebben en in zekere mate ook bezinning en geweten.

Over het bewustzijn bestaan vele verschillende visies. Bij sommige visies staan vooral de wijsgerige en theoretische implicaties centraal (zie Bewustzijnstheorieën). In dit artikel wordt een meer algemeen overzicht gegeven van de belangrijkste benaderingen, of invalshoeken, in het onderzoek naar en denken over het bewustzijn, waarbij vooral het lichaam-geestprobleem (mind-body) centraal staat.

Filosofische aspecten[bewerken]

Het bewustzijn is ook onderwerp van de filosofie, in het bijzonder van een richting aangeduid als filosofie van de geest. De eerste bewustzijnstheorieën die niet vanuit een religieuze visie werden geformuleerd stammen uit de Griekse Oudheid, zo'n 2500 jaar geleden. De bekendste vertegenwoordigers zijn Plato en Aristoteles. Veel van onze huidige denkbeelden en controverses over de lichaam-geestwisselwerking en bewustzijn zijn door deze twee grote denkers voor het eerst onder woorden gebracht.

Dualisme versus materialisme[bewerken]

In de Westerse filosofie maakt het onderwerp bewustzijn deel uit van het lichaam-geestprobleem. Er staan hier globaal twee visies tegenover elkaar, namelijk dualisme en materialisme. Dualisme stelt dat lichaam en geest (inclusief bewustzijn) twee aparte fenomenen zijn, terwijl materialisme er van uit gaat dat geest en lichaam beide fysische substanties zijn. De beroemde Franse wiskundige en filosoof Descartes heeft al in de 17e eeuw de grondslag gelegd voor het dualisme. Volgens Descartes vond samenwerking tussen lichaam en geest plaats in de pijnappelklier (of epifyse) in de hersenen. In de pijnappelklier werden indrukken uit de buitenwereld geïntegreerd tot bewuste belevingen. De filosoof Daniel Dennett noemde dit het Cartesiaans theater. Hoe lichaam (inclusief hersenen) en geest (inclusief bewustzijn) met elkaar interageren, is echter ook nu nog steeds een onderwerp van levendige filosofische debatten. Wat betreft het bewustzijn maakte David Chalmers een onderscheid tussen twee deelvormen. Hij noemde deze het P-bewustzijn (phenomenal consciousness) en A-bewustzijn (access consciousness). De eerste vorm van bewustzijn heeft te maken met onze subjectieve ruwe indrukken, gevoelens en belevingen, de tweede vorm met het vermogen van mensen om over de inhoud van hun waarnemingen, gedachten, herinneringen e.d. te kunnen vertellen. Ook de beleving van het eigen ik, of zelfkennis, valt hieronder. P-bewustzijn wordt door Steven Pinker ook wel sentience genoemd. Het omvat de zogeheten qualia of subjectieve ervaringen (zie verder). Begrijpen hoe subjectieve indrukken uit onze hersenen voortkomen, is lastiger voor het P-bewustzijn, maar eenvoudiger voor het A-bewustzijn. In het eerste geval spreken filosofen daarom ook wel van het lastige probleem (hard problem) en in het tweede geval van het makkelijke probleem (easy problem). Daniel Dennett ontkent echter dat er een apart lastig probleem bestaat.

Voorstelling van het bewustzijn in de 17e eeuw

Subjectiviteit en qualia[bewerken]

Onze subjectieve ervaringen, zoals het waarnemen van de kleur rood, hebben een eigen specifieke kwaliteit, ook wel eens quale, meervoud qualia, genoemd. De vraag die hierbij kan worden gesteld is of deze qualia iets anders of meer voorstellen dan de mentale of cognitieve processen die het product van de hersenen zijn. Volgens Descartes was het bewustzijn (geest) niet tot lichaamsfuncties (materie) te herleiden, hoewel er wel een wisselwerking plaatsvond tussen lichaam en geest in de pijnappelklier. Ook in onze tijd zijn sommige denkers van mening dat de menselijke geest niet volledig tot hersenfuncties valt te herleiden. Een voorbeeld hiervan is Thomas Nagel, die stelt dat reductie van het mentale niet mogelijk is omdat men nooit de ervaring "wat het is een mens te zijn" in de fysische beschrijving van een mens kan vatten.[2] Wetenschappers als Steven Pinker en filosofen als Daniel Dennett en Patricia Churchland menen daarentegen dat, alhoewel er niet een een-op-eenrelatie bestaat tussen de inhoud van het bewustzijn en hersenfuncties, de activiteit van de hersenen wel een noodzakelijke voorwaarde is voor dergelijke processen. Subjectieve belevingen inclusief qualia zijn inderdaad (nog) moeilijk tot specifieke functies of locaties in de hersenen te herleiden. Uit een functionele hersenscan is bijvoorbeeld wél af te leiden of iemand nadenkt, maar niet waarover hij nadenkt. Dit kan liggen aan de complexiteit van deze fenomenen zelf, maar hoeft niet te betekenen dat zij zich per definitie aan wetenschappelijk kennis of analyse onttrekken. Qualia kunnen tenslotte ook, zoals Dennett suggereert, berusten op een cognitieve vergissing of ‘truc’ van onze hersenen.

Vormen van bewustzijn (psychologie)[bewerken]

Bewustzijn wordt in de psychologie globaal op twee manieren gedefinieerd, namelijk als een bewustzijnstoestand, of als een beleving van de omgeving en het eigen ik. Onze bewustzijnstoestand kan fluctueren tussen waken en slaap. De tweede vorm van bewustzijn heeft te maken met onze subjectieve of expliciete beleving van gebeurtenissen in de omgeving. Onze gedachten, gevoelens, herinneringen, ervaringen, en het eigen gedrag; dus wat de filosofen het A-bewustzijn noemen.

Bewustzijnstoestanden[bewerken]

Waken[bewerken]

Bewustzijn als waaktoestand komt zowel bij mensen als andere diersoorten voor. Dit is geen uniforme toestand, maar kent verschillende gradaties, zoals helder bewustzijn (alertheid), ontspannenheid, slaperigheid e.d. Sommige mensen zijn zeer alert aan het begin van de dag ('ochtendmensen') anderen juist weer in de avond ('avondmensen'). Gebruik van bepaalde stoffen zoals cafeïne kan een slaperig iemand weer tijdelijk helder maken.

Slapen en dromen[bewerken]

Gedurende de slaap is er nog een onderscheid mogelijk tussen droomslaap (of remslaap) en diepe slaap. Deze verschillende toestanden zijn ook herkenbaar in het EEG. Als iemand niet reageert op prikkels, en deze in het geheel niet schijnt op te merken, wordt gezegd dat deze persoon buiten bewustzijn ofwel bewusteloos is. Bij het verlenen van eerste hulp bij ongelukken is het belangrijk om direct vast te stellen of iemand bij bewustzijn is, en de behandeling daarop af te stemmen. Het bewustzijn van een patiënt kan ook opzettelijk beperkt worden, door de patiënt onder narcose te brengen (sedatie), teneinde een operatie mogelijk te maken. Patiënten die zich in een coma bevinden, herinneren zich meestal niets van de periode dat ze in coma lagen en hebben na hun ontwaken meestal zelfs tijd nodig om zich te heroriënteren. Er zijn evenwel ook getuigenissen van mensen die tijdens hun coma geheel bewust bleven en intussen de controle over hun lichaam geheel misten. Hetzelfde geldt voor 'bijna-doodervaringen'.

Extase, roes en depersonalisatie[bewerken]

Onder invloed van bepaalde psychofarmaca, en naar men beweert ook door bepaalde geestelijke oefeningen zoals meditatie (zie hierna), kan het bewustzijn een andere kwaliteit krijgen. Dit betekent niet noodzakelijk depersonalisatie. De toestand van depersonalisatie wil zeggen dat men zichzelf als vreemd ervaart. Depersonalisatie kan voorkomen als onderdeel van de ziekte schizofrenie. Vaak treden hierbij ook hallucinaties en wanen op. Stoffen die ook bij personen zonder schizofrenie of een andere psychotische stoornis depersonalisatie kunnen opwekken, zijn LSD, fencyclidine (PCP) en het roesmiddel ketamine.

Bewustzijn als persoonlijke beleving[bewerken]

Bewustzijn als persoonlijke beleving heeft te maken met het vermogen tot zelfreflectie, het besef van een 'eigen ik', en 'weten' dat men iets heeft waargenomen of beleefd. Hoewel in de psychologie de tweede vorm van bewustzijn vaak wordt behandeld als een zelfstandige psychische functie, kan men het ook zien als een nevenaspect van functies als cognitie en emotie, dat wil zeggen als de expliciete (voor het bewustzijn toegankelijke of onbewust beleefde) vorm van waarneming, kennis, geheugen of emoties. Dit in tegenstelling tot de impliciete (niet voor het bewustzijn toegankelijke of onbewust beleefde) vorm. Zo vindt veel gedrag van mensen impliciet plaats, dat wil zeggen zonder dat zij daarbij na hoeven te denken. De expliciete vorm van bewustzijn heeft veel gemeen met functies als het declaratieve geheugen en de gerichte aandacht. Objecten waarop de aandacht is gericht, worden meestal ook bewust beleefd, in tegenstelling tot objecten waarop de aandacht niet is gericht.

Automatisch en gecontroleerd gedrag[bewerken]

Veel menselijk gedrag, met name aangeleerde vaardigheden, gebeurt automatisch. Wij hoeven er niet bij na te denken. Denk aan autorijden, eten, musiceren, spreken e.d. De gedragspatronen liggen als het ware al verankerd in het associatieve langetermijngeheugen. Ook al denken wij altijd heer en meester te zijn van onze handelingen, worden veel van die handelingen al door het brein geïnitieerd op een moment dat wij daar nog geen weet van hebben. Onze ingebouwde 'automatische piloot' beschermt ons dan als het ware tegen informationele overbelasting. Andere vormen van gedrag lijken daarentegen wél afhankelijk van bewuste controle. Men kan daarbij denken aan het exploreren van nieuwe situaties, het aanleren van nieuwe vaardigheden, zelfreflectie, het maken van morele keuzes, het onderdrukken van ongewenst of overhaast gedrag, en het nemen van moeilijke beslissingen [3][4][5] Het dagellijks leven bestaat eigenlijk uit een 'mix' van automatisch en gecontroleerd gedrag.

Bewustzijn en hersenen[bewerken]

De twee vormen van bewustzijn die in de psychologie worden onderscheiden, nemen ook in het onderzoek naar hersenfuncties een centrale plaats in (zie ook de paragraaf evolutie verderop).

Bewustzijn als waaktoestand[bewerken]

Bewustzijn opgevat als waaktoestand is afhankelijk van structuren en netwerken in de hersenstam zoals de formatio reticularis, die de activatietoestand van de cortex reguleren. De waaktoestand overdag is niet uniform, maar fluctueert tussen een helder bewustzijn, ontspannen waakzaamheid en slaperigheid. Deze toestanden zijn ook in het EEG te herkennen (zie arousal). Tijdens de slaap is er een ander patroon in het EEG zichtbaar. Variaties in de slaaptoestand blijken door andere mechanismen in de hersenen te worden gereguleerd dan variaties in de waaktoestand. Tijdens het dromen zijn bijvoorbeeld vooral gebieden in de hersenstam die de oogbewegingen aansturen actief.

Bewustzijn als persoonlijke beleving[bewerken]

Bewustzijn is een belangrijk aspect van humane functies als waarneming, aandacht, geheugen, taal en emoties. In het algemeen wordt aangenomen dat bewustzijn in de zin van een persoonlijke beleving van prikkels uit de omgeving, gedachten e.d. alleen kan plaatsvinden wanneer prikkels door de cortex (met name de neocortex) waargenomen, verwerkt en opgeslagen worden. Er bestaan echter ook voorbeelden van impliciete (niet-bewuste) verwerking van informatie in de cortex. Expliciete (bewuste) en impliciete (onbewuste) vormen van kennis corresponderen in de hersenen met verschillende gebieden en neurale circuits. Zo blijkt bijvoorbeeld het expliciete of declaratieve geheugen vooral samen te hangen met gebieden in de mediale temporale gebieden van de hersenen. Impliciete of onbewuste vormen van het geheugen corresponderen weer met andere circuits. Er is veel nagedacht en gespeculeerd over de wijze waarop in de hersenen bewustzijn ontstaat. Dit wordt ook wel eens het bindingsprobleem genoemd: hoe wordt in de hersenen de activiteit van afzonderlijke zenuwcellen en gebiedjes met elkaar verbonden tot een enkele voorstelling in het bewustzijn. Enkele bekende opvattingen worden hieronder besproken.

  • Synchronisatie (Engel en Singer)

Francis Crick en Christof Koch suggereerden dat het bewustzijn ontstaat door een bepaalde vorm van samenwerking of coalitie tussen zenuwcellen in de hersenen. Volgens Andreas K. Engel en Wolf Singer zou dit tot uiting komen in een synchronisatie van elektrische activiteit in netwerken van de hersenen, waarbinnen prikkels worden verwerkt. Dit wil zeggen dat neuronen die met hetzelfde object zoals een bewegende rode bal zijn verbonden, tegelijk gaan vuren. De functie hiervan is dat allerlei deelaspecten van de bewegende bal, zoals zijn kleur, vorm en beweging met elkaar worden ‘gebonden’. Deze synchronisatie zou zich met name voordoen in de gammaband (ongeveer 40 Hz) van het EEG. Bij het bekijken van zogeheten Mooney faces (zwart-wit voorstellingen van gezichten waarbij allerlei overbodige details zijn weggelaten, en het brein als het ware de ontbrekende delen aanvult) treedt deze synchrone activiteit niet op als de gezichten in omgekeerde positie worden getoond. De toestand van synchronisatie houdt volgens Thompson niet alleen in dat sensorische kenmerken, maar ook andere dimensies zoals het geheugen, de emotionele beleving en de motorische activiteit met elkaar worden gebonden tot een geheel. Vooral de cortex praefrontalis en daaraan gerelateerde executieve functies) blijken hierbij een rol te spelen, met name als het gaat om taken of situaties die een beroep doen op functies als concentratie, aandacht of werkgeheugen.

  • Herintredende circuits (Edelman)

Een tweede theorie over het bewustzijn is afkomstig van Gerald Edelman. Volgens Edelman worden bewuste belevingen veroorzaakt de re-entrant pathways (herintredende of terugwaarts projecterende circuits) in de hersenen. Dit houdt in dat een bepaald gebied zoals de primaire visuele schors] (waar de visuele prikkels worden verwerkt) niet alleen informatie ontvangt uit de buitenwereld maar ook vanuit hogere gebieden in de hersenen. Zie ook [6] Bij het laatste zijn vooral terugwaarts projecterende neuronen betrokken. Deze theorie sluit aan bij het idee dat waarnemen gepaard gaat met categorisatie of toekenning van betekenis. Onze waarneming van een gezicht bestaat bijvoorbeeld niet uit een verzameling van afzonderlijke kenmerken (lip, mond, ogen e.d.), maar uit een blij of droevig, bekend of onbekend gezicht. Vooral terugwaartse projecties vanuit de hogere gebieden in de hersenen dragen volgens Edelman bij tot integratie van, en/of het toekennen van betekenis of gevoelskleur aan de afzonderlijke kenmerken. Ook in het neuraal netwerk onderzoek spelen terugwaartse projecties, met name bij simulaties van functies als waarneming, geheugen en bewustzijn, een belangrijke rol. Ander theorieën stellen echter weer dat bewustzijn niet een gevolg is van terugkoppeling van hogere gebieden naar sensorische gebieden, maar tussen hogere gebieden onderling[7]

  • Twee vormen van neuraal bewustzijn: 'phenomenal' en 'access'-bewustzijn.

Binnen de neurowetenschappen worden soms twee vormen van neuraal bewustzijn onderscheiden die met verschillende circuits in de hersenen zouden corresponderen [8] Phenomenal Neural Consciousness (NCC) slaat op de directe beleving van bijvoorbeeld een kleur groen of rood of zien van lichtflitsen bij TMS. Het is sterk bepaald door de inhoud van een perceptuele beleving. Het kan worden opgeroepen door bijvoorbeeld delen van de sensorische cortex in de hersenen te stimuleren, of het kan worden verstoord bij beschadiging van dezelfde gebieden. Access NCC heeft is verbonden met systemen in de hersenen die een rol spelen bij werkgeheugen, beslissen, nadenken, plannen etc. Neurale basis hiervan zijn gebieden als de cortex parietalis posterior en dorsolaterale prefrontale cortex. De termen primair bewustzijn en secundair bewustzijn die door Edelman zijn bedacht[9] zijn verwant aan het onderscheid tussen deze twee vormen van bewustzijn..

  • Gazzaniga

Volgens de Amerikaanse hersenonderzoekers Michael Gazzaniga is het bewustzijn vooral geassocieerd met de linkerhersenhelft. Deze fungeert volgens hem als een soort hersenvertaler of brain interpreter. De brain interpreter probeert voortdurend de buitenwereld te begrijpen, en ons gedrag samen te vatten en te interpreteren. Soms worden daarbij ook fouten gemaakt zoals bij het proces van geheugenvervalsing; herinneringen aan gebeurtenissen uit het verleden die nooit echt hebben plaatsgevonden worden dan onterecht gevormd, en worden vergeten détails van ons geheugen eventueel aangevuld[10].

  • Penrose

Een andere (niet-neurale) benadering van het bewustzijn vinden we in de denkbeelden van Roger Penrose, een wiskundige uit Cambridge . Volgens Penrose valt het bewustzijn niet te verklaren uit eigenschappen van neuronen of netwerken van neuronen. Hij meent dat de kern van het fenomeen bewustzijn ligt in de kwantummechanica. Deze gaat uit van microscopisch kleine deeltjes, de zogeheten microtubuli, die zich in elke cel van ons lichaam bevinden. Voor de juistheid van deze theorie is echter tot nu toe weinig objectief bewijs gevonden.

Alternatieve stromingen: transcendent of 'zuiver' bewustzijn[bewerken]

Door de eeuwen heen zijn theorieën of visies ontwikkeld waarin gepoogd wordt een verklaring te vinden voor wat bewustzijn is. Vaak waren dit visies met een religieuze lading, waarbij bewustzijn op een lijn werd gesteld met geest of ziel. Een voorbeeld van een moderne stroming die door een dergelijke visie is beïnvloed, is het spiritualisme. De eerst bekende religieus filosofische denkbeelden over het bewustzijn dateren uit het hindoeïsme, duizenden jaren voor het begin van de jaartelling. Deze Oosterse denkbeelden worden tegenwoordig nog steeds onderwezen onder andere in de raja yoga. Ook stromingen als meditatie en transcendente meditatie die in het Westen een zekere populariteit genieten, hebben hierin hun wortels. De Oosterse denkbeelden worden vooral door aanhangers van de filosofische denkbeelden en empirische wetenschapstraditie van de Westerse beschaving vaak als 'alternatief' gezien. Bijvoorbeeld omdat de kern van het menselijk bewustzijn volgens deze stromingen niet te doorgronden valt met louter wetenschappelijk onderzoek naar cognitieve of hersenfuncties. Dit standpunt wordt ook door sommige Westerse filosofen verdedigd. Zo onderscheiden aanhangers van alternatieve (= spiritualistisch georiënteerde) stromingen, buiten de in de psychologie beschreven bewustzijnstoestanden, ook een transcendent bewustzijn. Deze toestand zou vooral bij meditatie-oefeningen zoals transcendente meditatie worden opgeroepen. Hierbij zou de proefpersoon geen enkele ervaring in het bijzonder beleven, maar toch helder bewust zijn, terwijl er fysiologisch een diepere rusttoestand wordt vastgesteld dan tijdens de diepste slaap. Hartritme en ademhaling zijn laag en vallen eventueel tijdelijk weg. Ook zouden in het elektroencephalogram (EEG) voor de transcendente toestand specifieke kenmerken optreden. Het is echter de vraag of de fysiologische verschijnselen die optreden tijdens de bewustzijnstoestand die door de proefpersonen worden gerapporteerd, wel zo wezenlijk verschillen van de toestand van rust en ontspanning die kenmerkend zijn voor een gemiddelde of lage arousal van hersenen en lichaam.

Evolutie[bewerken]

Het is moeilijk te achterhalen wanneer bewustzijn precies in de loop van de evolutie is ontstaan. We weten niet of dieren ook bewustzijn hebben, omdat we niet weten wat er in hun omgaat; ze kunnen immers niet met ons praten. Wél zijn hogere zoogdieren als mensapen en dolfijnen in staat gebleken kenmerken van eigen gedrag in zogeheten spiegeltests te herkennen. De vraag is echter of dit gedrag duidt op 'zelfbewustzijn' zoals het bij mensen voorkomt. Ook eksters blijken namelijk de proef te doorstaan. In dit verband maakte Oakley onderscheid tussen begrippen als simple awareness, consciousness en self-awareness. Hieronder verstaat hij drie niveaus van bewustzijn die gepaard gaan met geleidelijk sterker ontwikkelde representatiesystemen in de hersenen van dieren en mensen. Algemeen wordt aangenomen dat het bewustzijn zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld uit meer elementaire vormen van gedrag, omdat het de overlevingskansen vergrootte. Het bewustzijn stelde onze voorouders namelijk in staat vooruit te denken, hun gedrag te plannen of verschillende gedragsstrategieën te overwegen. Het heeft kort gezegd een adaptief voordeel. Descartes beweerde dat alleen mensen bewustzijn hebben en de andere dieren niet. Die beschouwde hij als redeloze machines. Volgens Crick en Koch is het zo dat bij de (lagere) diersoorten gedrag voornamelijk bepaald wordt door reflexsystemen. Een kikker reageert bijvoorbeeld altijd met een hapreactie op kleine bewegende voorwerpen. Dit soort gedrag is nuttig omdat het een automatische selectie van gedrag inhoudt in een complexe wereld. Omdat bij deze diersoorten het aantal reflexsystemen beperkt is, zullen zij ook niet snel met elkaar in conflict komen. Als echter de reflex- of actiesystemen in aantal toenemen, zullen ook de representaties daarvan in de hersenen in aantal toenemen. Een groter brein (het product van de evolutie) stelt de mens in staat uit deze representaties een keuze te maken. Een groter brein betekent ook een grotere capaciteit om informatie te verwerken en de gedachten te richten op andere (interne) zaken dan alleen maar op informatie uit de buitenwereld. Zo hebben volgens Antonio Damasio onder druk van de evolutie zich in het brein van de mens metarepresentaties gevormd: circuits in de hersenen die in staat zijn condities van het innerlijk leven zelf ('ik denk', 'ik ben verdrietig') op te slaan. Damasio is van mening dat in de hersenen vooral de gyrus cinguli en structuren in de hersenstam hierbij een rol zouden kunnen spelen. Mogelijk vormt ook de prefrontale cortex de basis van dit type bewustzijn. Dit gebied is bij de mens relatief sterk ontwikkeld en zou daarom de aanwezigheid van zelf-representaties bij de mens kunnen verklaren.

Kunstmatig bewustzijn[bewerken]

Het staat ter discussie of het mogelijk is om computers (ooit) van bewustzijn te voorzien door middel van kunstmatige intelligentie. Wanneer het louter een kwestie van de complexiteit van 'de hersenen' is, dan kunnen computers ooit de complexiteit van de menselijke hersens inhalen. De natuurwetenschap beschouwt de hersenen als een orgaan dat op puur materialistische wijze functioneert. Er is dan ook geen reden denkbaar waarom dezelfde processen die de (menselijke) hersenen (zelf)bewustzijn laten ervaren niet op dezelfde wijze een kunstmatig substraat als computerhardware met een geschikt programma eveneens zelfbewustzijn kan laten ervaren. In principe zou er geen bovengrens zijn aan zo'n 'kunstmatig' bewustzijn. Toch wordt meer en meer getwijfeld of kunstmatige intelligentie wel het niveau van de logica en ingeprogrameerde bewerkingen zal kunnen overstijgen om van een of andere vorm van bewustzijn te spreken. Als dat zo is, dan moet dit toestel ook over zichzelf kunnen nadenken zoals een mens dat kan. De toepassing van de Onvolledigheidsstellingen van Gödel zou er dan toe leiden dat deze machine ofwel niet meer consistent is (bv. valse waarheden produceert, wat voor een machine betekent dat we zijn bruikbaarheid moeten betwijfelen) ofwel niet meer volledig is, dus niet over alles een uitspraak kan doen, waar de mens dit wel kan. Van een mens neemt men aan dat zijn redenering niet noodzakelijk consistent hoeft te zijn omdat hij of zij ook fouten kan maken.

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal psychologie
Portal.svg Portaal filosofie
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Bewustzijn.
Bronnen, noten en/of referenties
  • Chalmers, D. (1996). The Conscious Mind: In Search of a Fundamental Theory. New York: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-511789-9
  • Churchland, P. Smith (2002) Brain-Wise. Studies in Neurophilosophy. Cambridge, MIT Press.
  • Crick, F. & Koch, C. (1992). The problem of consciousness. Scientific American 267, 152-159.
  • Crick F. & Koch, C. (1998). Consciousness and neuroscience. Cerebral Cortex, 8, 97-107.
  • Damasio, A.R. (1999). The feeling of what happens. New York: Harcourt Brace.
  • Dennett, D.C. (1991). Consciousness explained. Little, Brown and Compamy. Boston.
  • Edelman,G.M. & Tononi, G. (2000). Reentry and the dynamic core: neural correlates of conscious experience. In: T. Metzinger, ed. Neural Correlates of Consciousness, pp. 139-151, Cambridge: MIT Press.
  • Oakley, D.A. (1985). Brain and Mind. London: Methuen.
  • Penrose, R. (1994). Shadows of the mind. Oxford: Oxford University Press.
  • Pinker, S. (1997). This is how the mind works. W.W. Norton & Company. New York.
  • Engel, A.K & Singer, W. (2001). Temporal binding and the neural correlates of sensory awareness. Trends in Cognitive Sciences, 5, 16-25.
  • Thomson, E. & Varelle, F.J. (2001). Radical embodiment: neural dynamics and consciousness. Trends in Cognitieve Science, 5, 418-425.
  1. A. Damasio (2010). Self Comes to Mind, Constructing the Conscious Brain. Pantheon Books, New York.
  2. "What is it like to be a bat?" in Nagel, T. (1979). Mortal Questions, Cambridge: Cambrdige University Press,.
  3. C. Suhler & P. Churchland (2009). Control: Conscious and Otherwise. Trends in Cognitive Sciences 13 (341-347)
  4. R.F. Baumeister et al. (2007) Self-regulation and the Executive Functions: the Self as Controlling agent In: Social Psychology, the Handbook of Basic Pinciples. NY, Guilford Press
  5. A. Damasio (2010). Self comes to Mind.Pantheon Books. New York
  6. V. A. Lamme, Trends Cogn. Sci. 10, 494 (2006).
  7. S. Dehaene, J. P. Changeux, L. Naccache, J. Sackur, C. Sergent, Trends Cogn. Sci. 10, 204 (2006).
  8. Ned Block. Trends in Cognitive Neuroscience. Vol, 9, nr 2 Feb 2005
  9. Edelman, G. (2004). Wider than the sky: The phenomenal gift of consciousness: Yale Univ Pr.
  10. Gazzaniga, M.S., Ivry, R., & Mangun, G.R. Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind. W.W. Norton, 2002. 2nd Edition
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek