Leren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Leren is het verwerven van nieuwe of het aanpassen van bestaande kennis, gedrag, vaardigheden of waarden en kan synthetiseren van verschillende soorten informatie inhouden. De mogelijkheid om te leren bezitten zowel mensen, dieren als sommige machines.

Er is een onderscheid tussen incidenteel en intentioneel (schools) leren. Incidenteel leren kan ontstaan tijdens het voorlezen of tv kijken. Intentioneel leren is gericht op het in een bepaalde tijd bereiken van een omgeschreven kennis- en vaardigheidsniveau. Het Nederlands heeft maar één werkwoord voor de twee betekenissen, waar bijvoorbeeld het Engels wel twee afzonderlijke woorden heeft: learning en teaching. De rest van deze tekst richt zich op de eerste betekenis. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende definities van leren die gelden binnen de psychologie en biologie, en op het terrein van kennismanagement.

Psychologie en biologie[bewerken]

In de psychologie[1] (zie ook leerpsychologie) en biologie[2] wordt veel aandacht besteed aan het onderwerp leren. Leren wordt daarbij gedefinieerd als het verwerven (=opslaan in de hersenen) van nieuwe kennis. Het verwerven van nieuwe kennis wordt ook wel aangeduid als geheugen. Leerprocessen hebben grote invloed op de manier waarop mensen denken, voelen, waarnemen en zich gedragen. Zij zijn gebaseerd op fysieke veranderingen in de eigenschap van de hersenen, en de circuits in de hersenen die gebruikt worden bij het waarnemen, bewegen, denken en plannen van ons gedrag. Hiervoor wordt ook wel de term plasticiteit gebruikt. Dit slaat op veranderingen van structuren en netwerken binnen het centrale zenuwstelsel. Leerprocessen van de mens zijn deels gebaseerd op elementaire vormen van leren die ook bij lagere diersoorten voorkomen, en deels op vormen van leren die uniek zijn voor de mens. We kunnen globaal de volgende vier vormen van leren onderscheiden: perceptueel leren, motorisch leren, associatief leren en het leren van begrijpen van relaties of samenhang.

  • Perceptueel leren heeft te maken met het herkennen en categoriseren van objecten in de omgeving (denk bijvoorbeeld aan tafels, dieren, planten, gebouwen, gezichten).
  • Motorisch leren (soms ook genoemd: perceptueel-motorisch leren) slaat op het aanleren van vaardigheden zoals fietsen, tennissen, eten met vork en mes, autorijden e.d.
  • Associatief leren heeft te maken met het leren van associaties tussen gedrag en bepaalde prikkels in de omgeving. Het wordt ook wel aangeduid als stimulus-respons leren of conditionering. Veel aangeleerde vormen van affectief gedrag en daarbij optredende emoties (bijvoorbeeld: vrees, agressie of een prettig gevoel) zijn gebaseerd op deze elementaire vorm van leren.
  • Relationeel leren, de meest complexe vorm van leren wil zeggen: het leren begrijpen van de relaties tussen indrukken of prikkels in onze omgeving, zoals de voorwerpen binnen een kamer en hun ruimtelijke relaties. Het heeft ook betrekking op de relatie tussen episodes, dat wil zeggen gebeurtenissen die in de tijd plaatsvinden, of de relatie tussen prikkels die afkomstig zijn van verschillende zintuigen (geluid, visuele waarneming, tast).

Leerprocessen verlopen deels bewust en deel onbewust. De eerste vorm wordt ook wel elaboratieleren genoemd, de tweede vorm activatieleren.[3] Deze termen sluiten aan bij het onderscheid tussen twee soorten geheugensystemen, namelijk een expliciet geheugen en een impliciet geheugen. Elaboratieleren gaat gepaard met vorming van nieuwe verbindingen in de hersenen, terwijl activatieleren het versterken van bestaande verbindingen in de hersenen inhoudt. Het oefenen (herhaald uitvoeren) van bepaalde cognitieve taken zoals rekenen, taal, geheugentaken en motorische taken gaat gepaard met een snellere en meer efficiënte uitvoering van die taken, waarbij zij meer automatisch, dus met minder mentale inspanning verlopen. Een hoofdstuk apart in de leerpsychologie is het taalleren, of juister de taalverwerving. Het leren van taal, zoals de moedertaal of een vreemde taal verloopt vooral in de kinderjaren schijnbaar moeiteloos en snel. Dit lijkt paradoxaal, omdat juist in deze periode de vorming van connecties in de hersenen nog in volle gang is, en nog lang niet voltooid. Daarom hebben sommige onderzoekers gesuggereerd dat taalleren berust op een aangeboren mechanisme, kritieke periode, of een soort taalinstinct.[4] Leerprocessen blijken tenslotte op hogere leeftijd minder snel en efficiënt te verlopen dan op jongere leeftijd (zie ook cognitieve veroudering).

  • Onbewust leren, de meest elementaire vorm van leren, maar we kunnen het leerproces niet of nauwelijks onder woorden brengen. Leren door te doen, noemen we dat. Het gebeurt gaandeweg door imitatie van anderen.
  • Bewust leren, bewust op een rijtje krijgen om welke feitenkennis het gaat, welke regels daarbij komen, hoe men deze interpreteert en welke aanpassingen in het gedrag daarbij nodig zijn. Bij bewust leren wordt een situatie gecreëerd waarbij het leren zelf de centrale activiteit is. Door bewust hiermee om te gaan worden de diverse opties zichtbaar. De situatie wordt transparant en biedt daarom mogelijkheden om te leren.

Kennismanagement[bewerken]

De kennismanagementliteratuur onderscheidt drie niveaus waarop geleerd kan worden: als individu, als groep/organisatie en als maatschappij/wetenschap.

Individueel[bewerken]

Er zijn drie manieren waarop individueel geleerd kan worden:

  1. Single loop (enkele lus): het oplossen van bekende problemen.
  2. Double loop (dubbele lus): het vernieuwen van een aangetroffen situatie, oftewel het oplossen van tot dan toe onbekende problemen. In tegenstelling tot single loop learning trekt men aannames in twijfel en vergelijkt men theorieën om met een nieuwe theorie te komen.
  3. Deutero: beter (effectiever en efficiënter) leren via single en double loop te leren. Oftewel, het leerproces leren verbeteren: het beter herkennen en corrigeren van fouten (single loop) en een betere reflectie van theorieën (double loop).

Hoewel de termen single en double loop veel gebruikt worden, zijn er ook auteurs geweest die, met toevoeging van enkele nuanceverschillen, andere termen hanteerden, bijvoorbeeld learning I en learning II (Gregory Bateson[5]), higher en lower level learning (Marlene Fiol en Marjorie Lyles[6]), generatief en adaptief leren (Peter Senge[7]) en tactisch en strategisch leren (Mark Dodgson[8]). Globaal gezien slaan al deze termen op het concept van single en double loop learning.

Als groep of organisatie[bewerken]

Nonaka en Tackeuchi[9] gaven vier leerprocessen waarbij kennis wordt overgedragen en vergaard.

  1. Externaliseren, van impliciete kennis naar expliciete kennis.
  2. Combineren, van expliciete kennis naar expliciete kennis.
  3. Internaliseren, van expliciete kennis naar impliciete kennis.
  4. Socialiseren, van impliciete kennis naar impliciete kennis.

De achterliggende gedachte van Nonaka en Takeuchi is dat Westerse managers zich meer zouden moeten openstellen voor beelden, metaforen, subjectieve inzichten, ervaringen en intuïties in het leerproces van haar werknemers. Ze zouden af moeten van het idee dat leren slechts bestaat uit onderwijs en training.

De lerende organisatie is een voorbeeld van een groep waarin kennis goed overgedragen en vergaard wordt. Dit vereist kennisbeleid en een kennisinfrastructuur.

Als maatschappij[bewerken]

De Westerse wetenschap leert volgens twee principes:

  1. Deductie (rationalisme); en
  2. Inductie (empirisme).

Zie ook: Wetenschapsfilosofie.

Onderwijs[bewerken]

In het onderwijs komt leren voor op alle niveaus, van kleuteronderwijs tot universiteit.

Het nieuwe leren is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen zelf verantwoordelijk leren, onder andere ingevoerd in de Tweede Fase, en vooral bedoeld om de aansluiting tussen voortgezet onderwijs Hoger onderwijs (universiteit) en het onderwijs en de maatschappij te vergroten. De nadruk ligt minder op kennis, maar meer op zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Carlson, N.R. (2001) Foundations of Physiological Psychology, fifth edition. Allyn and Bacon, Boston, USA.
  2. Markovitsch, H.J. (2000) Neuroanatomy of Memory In: E. Tulving & F.I.M. Craik (Eds). The Oxford Handbook of Memory (p. 465-484). New York.
  3. Graf, P. & Mandler, G. (1984). Activation makes words more accessible, but not necessarily more retrievable. Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior, 23, 553-568.
  4. Deacon, T.W. (1997). The Symbolic Species. W.W. Norton & Company. Ne York.
  5. Bateson (1973) Steps to an Ecology of Mind
  6. Fiol en Lyles (1985) Organizational learning
  7. Senge (1990) The Fifth Discipline
  8. Dodgeson (1991) Technological learning, technology strategy and competitive pressures, British Journal of Management
  9. Nonaka en Takeuchi (1995) The Knowledge-Creating Company