Steven Pinker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Steven Pinker
Steven Pinker in 2011
Steven Pinker in 2011
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Steven Arthur Pinker
Geboortedatum 18 september 1954
Geboorteplaats Montreal
Vlag van Canada Canada
Wetenschappelijk werk
Vakgebied experimentele psychologie
Onderzoek cognitiewetenschap, cognitieve neurowetenschap
Overig onderzoek evolutionaire psychologie
Publicaties The Language Instinct (1994), How the Mind Works (1997), Words and Rules (2000), The Blank Slate (2002) en The Stuff of Thought (2007)
Bekend van evolutionair psychologische theorieën over taal en cognitie
Overig
Religie atheïsme
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Psychologie

Steven Arthur Pinker (Montreal, 18 september 1954) is een Canadees-Amerikaanse taalkundige, experimenteel psycholoog en schrijver van wetenschappelijke boeken voor een breed publiek. Hij is bekend om zijn ideeën op het gebied van de cognitiewetenschap. De basis van zijn werk is de evolutionaire psychologie en de overtuiging dat het brein in zijn werking vergelijkbaar is met de computer (de computationele theorie van de geest). Pinker begon in 2003 met lesgeven aan de Harvard University in de Verenigde Staten. Hij was van 1989 tot en met 2003 al hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology. Pinker houdt van het debat en schrijft voor diverse media. Hij is dan ook een wereldwijd veelgevraagd spreker en staat in de top-10 van de meeste invloedrijke psychologen van deze tijd.[1]

Taalontwikkeling[bewerken]

Pinker is vooral bekend vanwege zijn theorie dat taal een instinct is, een biologische adaptatie gevormd door natuurlijke selectie, en geen bijproduct van de menselijke intelligentie.

Als experimenteel psycholoog houdt hij zich bezig met de wisselwerking tussen de hersenen en de taalontwikkeling, zoals het vermogen om beelden te scheppen en deze later te herkennen. Pinker gelooft dat het fenomeen taal vooral ontstaan als gevolg van de menselijke evolutie. En de evolutie is nog steeds gaande. Naast de ontwikkeling van het taalgeheugen, zoekt het kind naar de onderlinge samenhang van de woorden. Zo wordt, volgens Pinker, bijna bij iedere nieuwe generatie een nieuwe taal geboren, op grond van de data die de peuter binnenkrijgt.[2]

Hiermee staat hij tegenover Noam Chomsky en anderen die het menselijke taalinstinct wel zien als een nevenproduct van andere adaptaties. Volgens Chomsky heeft iedereen bij de geboorte het vermogen tot spreken en schrijven dankzij ons toegenomen hersenvolume, waarmee we patronen kunnen herkennen en redeneren. Hij noemt het een soort van universele grammatica.[3]

Pinker bracht een golf van kritiek teweeg door te beweren dat muziek slechts een evolutionair nutteloos bijverschijnsel van het menselijke taalvermogen is. Vooral in musicologische kringen wordt deze uitspraak betwist.[4]

Pleidooi voor de Verlichting[bewerken]

In zijn laatste boek, Enlightenment Now (Pleidooi voor de Verlichting) (2018) pleit Pinker voor een herwaardering van het tijdperk van de Verlichting: wetenschappelijk verkregen kennis zou het uitgangspunt van het denken moeten zijn in plaats van het geloof, de traditie of een ideologie. De ratio dient, volgens hem, leidend te zijn om de staat van de mensheid en de vooruitgang in het juiste perspectief te plaatsen.[5]

De beweging voorwaarts die de wereld de afgelopen eeuwen heeft gemaakt is zo normaal geworden dat het establishment onze verworvenheden niet meer verdedigt. In dit vacuum springen extremistische krachten van links en rechts. Pinker wijst op het populisme en het religieuze fundamentalisme.[6]

Aan de hand van harde cijfers en statistieken toont Pinker aan dat de meeste doemdenkers en onheilsprofeten ten onrechte het einde der tijden aankondigen. Hij wijst erop dat de kindersterfte wereldwijd daalt, de armoede minder mensen treft, de criminaliteit afneemt, en daardoor ook het aantal slachtoffers van geweld. Na 1990 is er een duidelijke afname van het aantal burgeroorlogen en vallen er minder doden door oorlogsgeweld. De welvaart, zo bewijzen de cijfers die Pinker toont, groeit. Niet alleen in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Azië en Afrika.

Maar er is een discrepantie tussen de harde feiten, zoals aangedragen door Steven Pinker, en het algemeen volksgevoel, waarbij de beeldvorming die door de massamedia gecreëerd word een belangrijke rol speelt. Het nieuws behandelt, bij voorkeur, niet de zaken die positief verlopen of waar het leven zijn normale gang gaat. Incidenten en calamiteiten voeden het openbare debat en dit leidt, betoogt Pinker, tot een scheef beeld van de werkelijkheid en de notie, dat de wereld vol is van risico’s en bedreigingen. Hij verdenkt de makers van het nieuws en politici van populistische partijen ervan dat zij hier garen bij spinnen. Hij bepleit, aan de hand van de Verlichting tot het speuren naar oplossingen voor reëel bestaande problemen. In oktober 2018 komt de Nederlandse vertaling van het boek uit,[7] onder de titel Verlichting Nu, een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang.

Een hekel aan vooruitgang (progressophobia)[bewerken]

Pinker besteedt in zijn boek Enlightenment Now een speciaal hoofdstuk aan veiligheid, met veel aandacht aan verkeersveiligheid en andere kansen op een sterfgeval anders dan door ouderdom. Hij toont met cijfers aan dat daarin veel ten goede is veranderd in de afgelopen 50 tot 100 jaar. Daarentegen durven veel mensen de huidige maatschappij niet direct veilig en vreedzaam te noemen. De angst voor terroristische aanslagen en de gevaren van migratie vinden meer weerklank dan de tijden van vrede en vooruitgang, waarin wij leven.[8]

De psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky noemen het de beschikbaarheidsheuristiek. De reden voor een algemeen gevoel van onbehagen en de angst dat de wereld ten onder gaat is te verklaren uit de werking van het brein. Wanneer we een bepaald onderwerp, methode of beslissing nader overwegen, doemen meteen zaken op die nog vers in het geheugen liggen. Men is geneigd daar meer waarde aan te hechten dan aan alternatieven die, bij langer nadenken, ook mogelijk zijn. De meest recente informatie ("het laatste nieuws") is bepalend voor onze oordeelsvorming.[9] Negatief nieuws nestelt zich makkelijker in het geheugen dan positief nieuws. Journalisten denken dat ze door het negatieve te benoemen hun plicht doen, schrijft hij. Pinker pleit voor een andere interpretatie van de echte feiten over veiligheid en vooruitgang. Verder merkt hij op dat deze hekel aan vooruitgang vaak wordt aangetroffen bij mensen die zich progressief noemen. Scepsis over vooruitgang was zeldzaam onder intellectuelen in de 19de eeuw, terwijl dit in het laatste kwart van de 20ste eeuw een veel voorkomend gedachtegoed is bij hoog opgeleide mensen in het de westerse wereld, zo merkt Pinker op. Hij gebruikt hiervoor de uitdrukking progressophobia.

Bibliografie[bewerken]

  • The Language Instinct (1994) (Ned. vert. Peter Diderich 2014, Het taalinstinct. Uitgeverij Olympus. ISBN 9789046704592), zijn standaardwerk boek, waaruit hedendaagse linguïsten nog veel informatie putten.
  • How the Mind Works (1997) (Ned. vert. Han Visserman & Henri da Silva, 2003. Hoe de menselijke geest werkt. ISBN 9025415539 ) In dit boek worden veel cognitieve processen in een evolutionair adaptief kader geplaatst.
  • Words and Rules (1999)
  • The Blank Slate (2002) , over linguistiek en psychologie. Menselijk gedrag heeft zich niet zozeer ontwikkeld door invloeden van de omgeving, maar vooral door evolutionaire aanpassingen
  • The Best American Science and Nature Writing (als editor, 2004)
  • Hotheads (an extract from How the Mind Works, 2005)
  • The Stuff of Thought: Language as a Window into Human Nature (2007) (Ned. vert. Judith Dijs, 2009. De stof van het denken. Uitgeverij Olympus. ISBN 9789025431785)
  • The better Angels of our Nature: Why Violence Has Declined (2011)(Ons betere ik, waarom de mens steeds minder geweld gebruikt).
  • Enlightenment Now (2018)

Externe link[bewerken]

Biografie