Netvlies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Netvlies
Retina
Synoniemen
Latijn Tunica retina[1]
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Doorsnede van een oog
netvlies (retina), regenboogvlies (iris), hoornvlies (cornea), gele vlek (macula lutea), oogzenuw, lens, pupil

Het netvlies[2] of de retina[3] is het sterk doorbloede lichtgevoelige 'scherm' achter in het oog.

Het netvlies ligt binnen en achter in het oog en bestaat uit circa 126 miljoen zintuigcellen. Deze cellen vangen het licht dat in het oog binnenkomt op. Ze zijn onder te verdelen in kegeltjes en staafjes. De kegeltjes zijn bezet met pigmentmoleculen en dienen om kleurverschillen waar te nemen, de staafjes dienen om het verschil tussen licht en donker te kunnen maken. Bij voldoende licht kijken we met het centrale punt op ons netvlies, de macula lutea of gele vlek, waar de meeste kegeltjes zitten. In omstandigheden met onvoldoende licht kijken we iets naast dit centrale punt, waar zich meer staafjes en minder kegeltjes bevinden. Sommige diersoorten hebben een reflecterende laag (tapetum lucidum) vlak achter of soms zelfs nog in het netvlies zodat licht dat al door het lichtgevoelige deel van het netvlies is gevallen wordt teruggekaatst. Op deze manier verbetert het zicht in schemerige omstandigheden.

Wanneer de vergelijking met fotografie getrokken wordt, is het netvlies het scherm waartegen de beelden worden geprojecteerd.

In een recent Amerikaans onderzoek werd een vergelijking met digitale signalen gemaakt. De bandbreedte van het menselijk netvlies bleek 8,75 megabit per seconde te bedragen en dat van een cavia (een nachtdier) 875 kilobit per seconde.[4]

Anatomie van het netvlies[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste structuren die te zien zijn op het netvlies zijn de:

  • Macula lutea (gele vlek), een gebied van circa 5,5 mm in het centrale deel van het netvlies. Het centrale deel van de macula vertoont een soort afvlakking met een diameter van 1,5 mm, wat de fovea wordt genoemd (fovea centralis) [5].
  • De kop van de oogzenuw (papil) en de daaruit komende bloed vaten.
  • De netvliesaders en -slagaders die via het vaatvlies het netvlies van voeding en afvoer van afvalstoffen voorzien. Er zijn vier aanvoerende slagaders en vier afvoerende venen. De hoofdslagader waar de vier slagaders in samenkomen heet de arteria centralis retinae, de hoofdader waar de vier aders samenkomen heet de vena centralis retinae [5].
De lagen van het netvlies

Het netvlies bestaat uit een aantal verschillende lagen, van binnen (glasvochtzijde) naar buiten (vaatvlieszijde) gezien zijn dit [6]:

  1. Het stratum limitans internum. Het is de grens tussen het netvlies en het glasvocht en de basale membraan van de Müllerse cellen, bestaande uit collageenvezels, glycosaminoglycanen, lamatine en fibronectine). Deze laag wordt vaak operatief verwijderd, bijvoorbeeld bij een epiretinale membraan of een maculagat.
  2. De zenuwvezellaag (stratum neurofibrarum): Dit zijn de axonen van de ganglioncellen.
  3. De laag met ganglioncellen (stratum ganglionicum).
  4. De binnenste plexiforme laag (stratum plexiforme internum) met dendritische uitlopers van de ganglioncellen.
  5. De binnenste nucleaire laag (stratum nucleare internum).
  6. De buitenste plexiforme laag (stratum plexiforme externum).
  7. De buitenste nucleaire laag (stratum nucleare externum) of laag van Henle.
  8. Het stratum limitans externum: de overgang van de binnenste segmenten met de cellen van Muller.
  9. De laag met fotoreceptoren bestaande uit kegeltjes en staafjes, ook wel de neurosensorische retina genaamd.
  10. Het retinaal pigmentepitheel, de gepigmenteerde laag cellen die het netvlies van voedingsstoffen voorziet en licht absorbeert. De RPE-cellen bestaan uit melanosomen, die bestaan uit melanine, wat het blauwe licht meer absorbeert dan het rode licht.
  11. De membraan van Bruch, wat functioneert als een transportroute voor metabolisme.

Achter het netvlies ligt het vaatvlies (choroidea) en de sclera.

Oogspiegel[bewerken | brontekst bewerken]

Het optische systeem van het oog werkt als een retroreflector, dat wil zeggen dat het invallende licht in dezelfde richting wordt teruggekaatst. Normaliter is het teruggekaatste licht dan ook niet zichtbaar. Om het netvlies te inspecteren gebruikt de arts een oogspiegel of oftalmoscoop. Daardoor kijkt hij door of vlak langs een lichtbron. Om beter te kunnen zien druppelt de arts atropine in het oog waardoor de iris tijdelijk verlamd wordt en de pupil wijd open staat. Hij ziet nu het netvlies rood oplichten, doordat het sterk doorbloede vaatvlies (chorioides) door het netvlies heenschijnt. Het netvlies is de enige plek in het lichaam waar bloedvaten onbelemmerd zichtbaar zijn.

Om het netvlies nauwkeuriger te onderzoeken wordt een externe lens op de oogbol gezet. De patiënt krijgt enkele minuten vooraf oogdruppels die het oog verdoven (unicaïne) en die de pupil verwijden door de musculus sphincter pupillae te verlammen en de musculus dilatator pupillae te stimuleren.

Rode ogen[bewerken | brontekst bewerken]

Fotografeert men een persoon of zoogdier met behulp van een flitser, dan ontstaan er vaak rode ogen: het rode-ogeneffect. Het fototoestel ziet het netvlies van het oog als ware het een oogspiegel voor flitslicht. De pupil staat namelijk bij gedempt licht wijd open en kan zich niet zo snel aan het felle flitslicht aanpassen. Het probleem is op een aantal manieren te voorkomen: door een paar keer vooraf te flitsen (waardoor de pupillen zich enigermate sluiten), door de flitser niet vlak bij de camera te plaatsen of door indirect te flitsen (bijvoorbeeld via een lichtgekleurd plafond).

Pathologie van het netvlies[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan verschillende soorten oogziekten die invloed hebben op de gezondheid van het netvlies:

Netvliesscheur[bewerken | brontekst bewerken]

Bij bijziende mensen is de oogbol langwerpig uitgetrokken. De bijziendheid is een gevolg van die vervorming: het beeld wordt vóór het netvlies gevormd. Bij zulke mensen moet de gel van het glasachtig lichaam dat de oogbol vult, meerekken. Bovendien krimpen de eiwitten hierin na verloop van tijd, waardoor ze soms als wazige vlokjes (zwarte vlekjes, vliegjes) kunnen waargenomen worden door de patiënt. Het glasachtig lichaam zit vooral perifeer en centraal aan het netvlies vast, zodat vooral hier scheurtjes kunnen ontstaan. Het is altijd verstandig om een oogarts te consulteren bij acuut ontstaan van zwarte vlekjes (of een in het centrum) of lichtflitsen in het oog. De ernst van de situatie en de toestand van het oog (netvlies en glasvocht) bepalen of laseren gewenst is. Bij deze ingreep kan met behulp van een medische laser het volledig loskomen van het netvlies voorkomen worden door het bijna pijnloos aanbrengen van brandpunten op het netvlies, dat vervolgens door littekenvorming wordt vastgezet (cicatrisatie). Wordt dit niet op tijd gedaan, of wordt er onvoldoende littekenweefsel gevormd, dan kan het netvlies loslaten (ablatio retinae), met onmiddellijke blindheid als gevolg. Een spoedoperatie is dan nodig, maar het is onvermijdelijk dat het netvlies blijvende schade heeft opgelopen.

Ontwikkelingsgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het netvlies ontwikkelt zich uit de hersenen en bevat zenuwcellen. Anders gezegd, het netvlies is een deel van de hersenen. Dat betekent, aangezien zenuwcellen vrijwel niet regenereren, dat schade aan het netvlies onherstelbaar is. Een transplantatie van het netvlies - laat staan van hele ogen, wat in het verleden wel geprobeerd werd - leidt dan ook niet tot bruikbare resultaten.

Literatuurverwijzingen[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  2. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  3. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  4. Calculating the speed of sight - Life - 28 July 2006 - New Scientist
  5. a b Bouw / anatomie, functie netvlies (retina), glasvocht oogvocht, vaatvlies, oogwit, harde oogrok. www.oogartsen.nl. Geraadpleegd op 14 april 2020.
  6. Bouw / anatomie, functie netvlies (retina), glasvocht oogvocht, vaatvlies, oogwit, harde oogrok. www.oogartsen.nl. Geraadpleegd op 13 april 2020.