Elektro-encefalografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een eeg

Elektro-encefalografie is een methode om elektrische potentiaalverschillen die in de hersenen zijn ontstaan, via de hoofdhuid te registreren. Het elektro-encefalogram (eeg) kan bij ziekteprocessen inlichtingen geven over zowel de aard als de plaats van de afwijking.

Bij het maken van een eeg wordt een aantal elektroden op het hoofd geplaatst. Meestal zijn dit er ongeveer 20 en zijn ze bevestigd in een soort muts. Een standaardsysteem om deze elektroden op de scalp te bevestigen is het zogeheten 10-20-systeem. Om goed contact te kunnen maken met de hoofdhuid wordt tussen de elektroden en de huid een geleidende contactvloeistof aangebracht. De gemeten spanning is bijzonder klein (ca. 100 µV) ten opzichte van de eveneens aanwezige stoorvelden van het lichtnet (1-10 V), het elektrocardiogram (ca. 1 mV) en elektromyogrammen van spiercontracties elders in het lichaam. Een nieuwe ontwikkeling is het oor-eeg, waarbij de elektrische signalen van de hersenen niet via de schedel maar een plug in het oor worden gemeten. Deze toepassing lijkt vooral geschikt voor ambulante meting van stoornissen in hersenactiviteit zoals bij epilepsie of ernstige vermoeidheid (microslaap) kunnen optreden.[1][2]

Een eeg-signaal wordt weergegeven als een aantal grafieken, waarin de gemeten spanning op de verticale as staat en de tijd op de horizontale as. Het uiterlijk van deze grafiek kan informatie geven over de staat waarin de hersenen zich bevinden, bijvoorbeeld of men slaapt, opgewonden of juist ontspannen is.

Elektro-encefalografie wordt ook veel gebruikt als onderzoeksmethode binnen de cognitieve neurowetenschappen. Er wordt dan vaak gebruikgemaakt van zogenaamde Event-related potentials (ERP's). Hierbij wordt een proefpersoon herhaaldelijk blootgesteld aan een bepaald type stimulus (bijvoorbeeld een toon), terwijl er een eeg wordt gemaakt. Van de eeg-signalen wordt dan het gemiddelde berekend, zodat een weergave van alleen de hersenenactiviteit naar aanleiding van de stimulus overblijft. Men kan zo de reactie van het brein op verschillende typen stimuli met elkaar vergelijken.

De apparaten waarmee eeg's gemaakt worden, vallen onder de medische hulpmiddelen.

Typen hersengolven[bewerken]

Type Frequentie Beschrijving Afbeelding
Eeg 0-80 Hz Oorspronkelijk onderscheidde men vier typen hersengolven (alfa, bèta, delta en thèta). Er is geen algemene overeenstemming over het precieze frequentiebereik van deze golven. Een seconde van het eeg-signaal
Delta 0-4 Hz Deltagolven hebben een frequentiebereik van 0 tot 4 Hz en komen vaak voor bij baby's, bij bepaalde vormen van encefalopathie en tijdens de diepe slaap. Deltagolven
Thèta 4-8 Hz Thètagolven hebben een frequentiebereik van 4 tot 8 Hz en komen vaak voor bij kinderen, tijdens het doezelen, (dag)dromen en lichte slaap, vlak voor het wakker worden of in slaap vallen, en soms bij hyperventilatie. Verder kan het opgewekt worden door trance of hypnose. Thètagolven
Alfa 8-12 Hz Alfagolven hebben een frequentiebereik van 8 tot 12 Hz. Deze golven komen voor bij mensen vanaf het tweede jaar en geven aan dat iemand op een ontspannen wijze alert is. Alfagolven nemen af bij slaperigheid en wanneer de ogen open zijn. De golven komen veel voor in de occipitale (visuele) cortex. Alfagolven
SMR 12-16 Hz SMR-golven hebben een frequentiebereik van 12 tot 16 Hz en hebben te maken met fysieke rust en sensomotorisch bewustzijn. SMR-golven
Bèta 16-30 Hz Bètagolven hebben een frequentiebereik van 16 tot 30 Hz. Bètagolven met een lage amplitude en met meerdere verschillende frequenties wordt vaak in verband gebracht met intense actieve gedachten en concentratie. Ritmische bètagolven met veel duidelijke frequenties hebben te maken met diverse pathologische of drug-gerelateerde oorzaken. Bètagolven
Gamma 30-80 Hz Gammagolven hebben een frequentiebereik van 30 tot 80 Hz. Gammagolven hebben te maken met een sterke mentale activiteit zoals waarneming, oplossen van problemen, angst en bewustzijn. Gammagolven