Kleur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Kleur (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Kleur.
Kleurencirkel
Dit artikel is een deel van de serie over:
Kleur
Algemeen:
Kleurruimte
Licht
Verzadiging
Intensiteit
Luminantie
Aandoeningen:
Synesthesie
Kleurenblindheid
Wetenschap:
Kleurconstantie
Subtractieve kleurmenging
Additieve kleurmenging
Kleurenspectrum

Kleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door de verschillende golflengtes waaruit dat licht is samengesteld. Mensen nemen licht waar wanneer elektromagnetische straling met een golflengte tussen 750 en 400 nanometer het oog bereikt. De samenstelling van golflengtes wordt het spectrum genoemd.

Hier moet wel worden opgemerkt dat er geen voor de hand liggende relatie is tussen bovengenoemde natuurkundige definitie van kleur en de actuele kleurervaring, zoals deze zich aan een mens voordoet.

De kleur van een oppervlak wordt bepaald door het deel van het licht dat door dat oppervlak wordt weerkaatst.

Natuurkunde[bewerken]

Elektromagnetische straling kan verschillen in golflengte en intensiteit. Het daglicht bestaat uit een mengsel van straling van verschillende golflengtes.

Wanneer deze straling een golflengte binnen de voor mensen waarneembare grens heeft (ongeveer van 380 tot 740 nm) wordt deze straling licht genoemd. Het spectrum van het licht wordt bepaald door de intensiteit van de verschillende golflengten. Het volledige spectrum van het binnenkomende licht bij een voorwerp bepaalt het visuele voorkomen van het voorwerp, inclusief de kleurwaarneming.

Een oppervlak dat alle golflengten volledig absorbeert, wordt zwart genoemd, een voorwerp dat alle golflengten volledig weerkaatst, wordt wit genoemd.

De bekende regenboog toont een spectrum -- zo door Isaac Newton in 1666 genoemd naar het Latijnse woord voor beeld -- en bevat alle kleuren die uit een enkele golflengte van zichtbaar licht bestaan, het pure spectrum of de monochromatische kleuren:

Kleur: Rood Oranje Geel Groen Blauw Indigo Violet
R O G G B I V
Golflengte (nm): 690 610 580 530 470 430 400

De hierboven weergegeven tabel moet niet als uitputtend worden beschouwd, het spectrum van kleuren is continu. In hoeveel kleuren het wordt opgedeeld is afhankelijk van een combinatie van biopsychologische en culturele factoren. Alle talen die überhaupt kleurnamen hebben (sommige culturen benoemen kleuren niet), duiden daar in ieder geval sommige van de objectieve primaire kleuren of secundaire kleuren mee aan. De genoemde zeven traditionele kleuren kunnen in het Nederlands gemakkelijk worden onthouden via het volgende ezelsbruggetje: het letterwoord ROGGBIV staat voor in volgorde: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. De volgende zin wordt gebruikt om deze volgorde te onthouden: ''Roggebrood is vies.''

Naast de bovengenoemde spectrale kleuren is er een extraspectrale primaire kleur: magenta, de extraspectrale sector van de kleurencirkel omvat de roze en paarse tinten.

Er zijn zeer veel kleuren die een eigen naam gekregen hebben. Zie hiervoor de lijst van kleuren.

Ook zal de intensiteit van een kleur van invloed zijn op de waarneming, bijvoorbeeld, een lage intensiteit oranje zal als bruin worden ervaren.

Fysiologie[bewerken]

Het onderscheiden van kleuren wordt mogelijk gemaakt door drie verschillende typen lichtgevoelige cellen in het netvlies, kegeltjes genoemd. Deze kegeltjes zijn vooral goed vertegenwoordigd in de gele vlek, een gebied diametraal tegenover het midden van de lens van het oog. Daar is onze gezichtsscherpte dan ook het grootst ('oplossend vermogen': 1 boogminuut).

Spectrale Gevoeligheid van kegeltjes

Elk type kegeltje bevat een ander kleurpigment en heeft daardoor een eigen gevoeligheidsmaximum. De krommen die de gevoeligheid van de kegeltjes over het spectrum beschrijven, overlappen elkaar wel grotendeels, zie nevenstaande figuur.

In de buurt van de toppen van de gevoeligheidskrommen kunnen mensen kleuren van elkaar onderscheiden die slechts 1 nm in golflengte van elkaar verschillen. In totaal kunnen we tussen de 120 en 160 zuivere kleuren van elkaar onderscheiden, mits we ze naast elkaar kunnen zien. Zonder vergelijkingsmateriaal kunnen we slechts 10 tot 14 kleuren herkennen (uit de literatuur is niet duidelijk of grijsachtige en 'donkere' kleuren daar bij inbegrepen zijn).

Naast de tint, een eendimensionale grootheid die we de 'kleuren van de regenboog' noemen, kunnen we nog andere grootheden onderscheiden, namelijk de verzadiging (het tegendeel van grijsheid) en de intensiteit (lichtheid).

grootheid voorbeeld-gradiënt bereik
tint Gradient h.jpg van blauw-violet naar groen
verzadiging Gradient s.jpg van 0 naar 75% verzadiging
intensiteit Gradient v.jpg van 0 naar 60% intensiteit

De tint wordt bepaald door overheersing van de indruk van een of twee van de drie soorten kegeltjes. Als de indrukken gelijk zijn, nemen we wit of grijs waar, al naargelang de intensiteit. Bij overheersing van 'L' ervaren we rood; als 'L en 'M' even sterk zijn geel; bij overheersing van 'M' groen; als 'M' en 'S' even sterk zijn cyaan; bij overheersing van 'S' blauw. Daarmee hebben we de spectrale kleuren, alle kleuren van de regenboog, gehad. We kunnen hieraan het geval toevoegen dat 'S' en 'L' even sterk zijn, waarmee we de kleurencirkel rond hebben gemaakt met de extraspectrale kleur magenta die nuances van roze en paars omvat.

Hoezeer 'kleur' subjectief van karakter is, blijkt wel uit het verschijnsel kleurenblindheid, het niet goed of geheel niet functioneren van één of meer typen kegeltjes.

De meest voorkomende vorm van kleurenblindheid is het niet werken van de 'L'-kegeltjes. Mensen die dit hebben zien twee basistinten met verschillende intensiteit en verzadiging: rood is dan een donkere kleur en blauwgroen is grijs.

Ergonomie[bewerken]

Ondanks de hoge beeldscherpte binnen de gele vlek, 1 boogminuut, hebben we aanzienlijk meer beeldpunten nodig om de kleur te herkennen. Het oplossend vermogen voor het waarnemen van kleur komt daarmee op maar liefst 25 boogminuten. Binnen de gele vlek wordt bij de beeldverwerking voorrang gegeven aan beeldscherpte boven het onderscheiden van kleuren. Als veel stippen met verschillende kleur dicht genoeg naast elkaar gezet worden, nemen we een enkele 'gemiddelde' kleur waar. Dit effect wordt gebruikt in de schilderkunst (zie Pointillisme) en in druktechnieken (zie rasteren) van kleurenfoto's e.d.

Psychologie[bewerken]

Vermelden dat kleuren ook psychologische aspecten hebben, is het intrappen van een open deur.[bron?] De psychologische betekenis van kleuren is voor een deel zelfs universeel: rood wordt overal geassocieerd met gevaar, liefde en oorlog (verbanden daartussen te zoeken, lijkt een hachelijke onderneming). Hoewel vergelijkend psychologisch onderzoek[bron?] de universaliteit van dit soort oordelen heeft aangetoond, is het nog onduidelijk hoe dit geïnterpreteerd moet worden. Binnen de filosofie strijdt men erover of er sprake is van willekeurige contingente associaties of een noodzakelijk synthetisch verband.[bron?]

Kleur Enkele hedendaagse associaties[bron?] Associaties volgens Leonardo da Vinci
Blauw
 
Waarheid, helderheid, waardigheid, status en macht Oneindigheid, de hemel, ruimte, reizen, geestelijke liefde, meditatie en eeuwigheid
Bruin
 
Mannelijkheid, stabiliteit en gewichtigheid Soliditeit, materie, geborgenheid, ondergang, naderend einde en herfst
Geel
 
Energie, vreugde, geestkracht, luchtigheid en lichtheid van het bestaan Tijd, zon, maan en sterren, zomer, rijpe oogst, goud, gewin en verstand
Geelgroen
 
Nieuw leven, voorjaar en groeikracht Verdorvenheid, verloren zuiverheid, valsheid, haat, afgunst, ziekte, afzondering en verraad
Grijs
 
Saai, vervelendheid, grauwheid en massa Armoede, ontmoediging, ouderdom en theorie
Groen
 
Vruchtbaarheid, vrede en natuur Kracht van ontkiemend zaad, lente, jeugdigheid, onervarenheid, macht, vrede, welvaart, hoop, vredige rust en autonomie
Oranje
 
Feest en overvloed Gezelligheid, gretigheid, weelde en feest
Paars
 
Leden van het koninklijk huis, rijkdom en verfijning; rouw, ingehouden emotie  
Rood
 
Liefde, passie, warmte en vlammen Onrust, oorlog, revolutie, twist, ruzie, bloed, hartstocht, offer, ego, energie en beweging
Violet
 
Helderziendheid, wijsheid, spiritualiteit, succes, spirituele groei, kracht, genezing, onafhankelijkheid en bescherming Waaierigheid, gezag, rouw, tweeslachtigheid, geheim, conflict en labiliteit
Roze
 
Liefde, humor, vriendschap en trouw Vrouwelijkheid, schoonheid en vrede
Wit
 
Licht, zuiverheid, netheid en leegte Ongereptheid, volmaaktheid, (goddelijke) reinheid, onschuld, licht van geest, vrede en leegte
Zwart
 
Dood, rebellie, duisternis, ellende, einde, elegantie, mysterie, wraak en ondergang Macht van duisternis, dood, rouw, verderf en vernietiging, oorlog

Een ander (perceptie) psychologisch[bron?] aspect is het nabeeld dat ontstaat, wanneer men (intensief) naar een kleur kijkt of heeft gekeken. Het nabeeld vertoont de complementaire kleur: rood-cyaan, geel-blauw etc. en omgekeerd. Het nabeeld is het duidelijkst te zien wanneer men de ogen sluit, of wanneer men naar een wit vlak kijkt.

Er zijn wetenschappers, die ervan uitgaan dat op zeer jonge kinderen het (innerlijke) nabeeld meer indruk maakt dan de (uiterlijke) kleurervaring.[bron?] Zij beweren dat zeer jonge kinderen juist van rood rustig worden, omdat het complementaire groen door hen sterker wordt waargenomen.

Perceptie van kleuren[bewerken]

Een kleur is een mengsel van golflengten in verschillende sterkten. Dat geldt voor geluid ook - men zegt zelfs dat een muziekinstrument een bepaalde 'klankkleur' heeft. Het menselijk oog kan de verschillende golflengten echter maar gebrekkig detecteren, maar het oor neemt ze zeer precies waar doordat in het slakkenhuis opnemers zitten voor zeer veel verschillende frequenties.

Het oog bevat kegeltjes die gevoelig zijn voor drie verschillende frequentiegebieden: rood, groen en blauw. De kegeltjes zijn zelf niet in staat een kleur waar te nemen. De blauwe kegeltjes (juister: de blauwgevoelige kegeltjes) reageren op blauw, maar ook, in mindere mate, op groen licht. Met de blauwe kegeltjes alleen ziet men geen verschil tussen zwak blauw of krachtig groen licht. Er zijn echter nog meer kegeltjes. De groene kegeltjes maken geen onderscheid tussen zwak groen en krachtig blauw licht. Als nu de groene kegeltjes krachtig reageren en de blauwe vrijwel niet, dan ziet men dus een kleur die dichter bij groen dan bij blauw is.

Stel dat men een monochrome kleur - een enkele golflengte - op het oog richt. Neem bijvoorbeeld een golflengte van 480 nm, die zich tussen de gevoeligheden van de groene en blauwe kegeltjes in bevindt. Dan zullen de groene en de blauwe kegeltjes van het oog even sterk reageren. (De rode kegeltjes laten we even buiten beschouwing.) Het oog zal daaruit concluderen dat de kleur ergens halverwege tussen groen en blauw zit. Maar als we een mengsel van 440 nm en 540 nm op het oog richten, dan ziet het oog ongeveer hetzelfde: de blauwe kegeltjes reageren op 440 nm en de groene op 540 nm. Er is geen verschil in tint zichtbaar. Alleen prikkelt het licht met de golflengte van 540 nm de 'rode' kegeltjes meer dan het licht van 480 nm, zodat het totaal als een fletsere kleur wordt ervaren dan het monochromatische licht met de golflengte van 480 nm.

Het oog is, kortom, niet goed in staat onderscheid te maken tussen min of meer zuivere kleuren en een zorgvuldig samengesteld mengsel van kleuren. Het is daardoor vrij gemakkelijk een kleur na te bootsen.

Kleuren nabootsen[bewerken]

Subtractief mengen (CMY). Dit ziet men als men drie gekleurde glaasjes over elkaar legt, of als men met verf mengt op wit papier.
Additief mengen (RGB). Dit ziet men als men in het donker drie gekleurde lichtstralen over elkaar op een scherm richt.
Combinaties van R, G en B

Bij schilderijen, kleurenfoto's en kleurentelevisie streeft men ernaar de kleuren zo goed mogelijk na te bootsen. Dat betekent dat men een bepaalde kleur ziet die niet te onderscheiden is van de kleur van een voorwerp dat men in de hand heeft. De samenstelling van golflengten hoeft echter niet precies dezelfde te zijn: men profiteert bij het mengen van kleuren van het feit dat de perceptie door het menselijke oog gebrekkig is. Een televisiescherm, foto of schilderij is in staat drie kleuren weer te geven. Nu kan men de drie kleuren zo doseren dat de drie soorten kegeltjes in het netvlies precies in de gewenste verhouding reageren. Hierbij rekent men erop dat de gevoeligheidscurven van de kegeltjes bij iedereen gelijk is. Is dat niet zo, dan zal de ene persoon een nagebootste kleur goed vinden, terwijl de ander vindt dat het een slechte nabootsing is.

Op een computer- of televisiescherm wordt gewerkt met de drie kleuren rood, groen en blauw. De menging is additief. Bij een gedrukte afbeelding zijn de basiskleuren cyaan, magenta en geel. Dit is subtractieve menging.

Om een kleur weer te geven zijn dus drie parameters nodig. Voor additieve menging RGB, voor subtractieve menging CMY (Y van yellow). Op een computerscherm kan elke parameter een waarde aannemen van 0 t/m 255, wat leidt tot 2563 = 16 777 216 verschillende kleuren.

R=Rood     C=Cyaan  
G=Groen   M=Magenta  
B=Blauw   Y=Geel  
K=Zwart  

De conversie van RGB naar CMY is in principe vrij simpel, want R+C=256, G+M=256 en B+Y=256. Evenwel, de meeste printers gebruiken nog inkt in een vierde kleur, zwart (afgekort met een K). Hiervoor zijn twee redenen: het mengsel van cyaan, magenta en geel levert met de bestaande inktsoorten geen fraaie kleur zwart, en zwart is erg vaak nodig. Daarbij zou het onvoordelig zijn deze kleur steeds door menging samen te stellen.

Een andere wijze van parametrisering is met tint, helderheid en verzadiging. De Engelse afkorting is HLS van hue, lightness en saturation. De helderheid is een gewogen som van rood, groen en blauw: L=0,30*R + 0,59*G + 0,11*B. Deze weging houdt verband met de gevoeligheid van het oog. De tint en de verzadiging worden bepaald met de sinusfunctie (L-B)*sin t + (L-G)*cos t. De tint is de fase van deze functie. Deze is 0o voor zuiver rood, 120o voor zuiver groen en 240o voor zuiver blauw. De verzadiging is de amplitude van de sinusfunctie.

Kleur en taal[bewerken]

De manier waarop men kleuren definieert is niet objectief doch afhankelijk van de taal. In verschillende talen worden de kleuren namelijk anders benoemd. Europeanen kunnen het raar vinden dat in China en Japan[bron?] geen onderscheid gemaakt wordt tussen groen en blauw. Dat komt doordat hun talen daar geen verschillende woorden voor hebben. Voor Russen is het raar dat in West-Europa lichtblauw (hemelkleur) en donkerblauw (blauwe strepen op een politieauto) als eenzelfde kleur worden gezien, want in het Russisch zijn daar verschillende namen voor. Andere voorbeelden zijn het woord 'rose' (dat uit het Frans is overgenomen omdat het in het Nederlands niet bekend was) en het Engelse 'buff' (waarvoor een Nederlander alleen 'geelbruin' kan zeggen).[1]

Berlin en Kay
Zwart, wit
Rood
Geel of groen
Geel en groen
Blauw
Bruin
Roze, oranje, grijs, purper

Berlin en Kay ontdekten dat er in talen een verband bestaat tussen het aantal kleuren en die welke benoemd worden. Zo benoemt elke taal eerst het onderscheid tussen zwart en wit, of donker en licht. Als er een derde kleur benoemd wordt, dan is dat rood, terwijl de vierde kleur geel of groen is. Als er vijf kleuren benoemd worden, dan maken zowel geel als groen hier deel van uit. Als er een zesde kleur is, dan is dit blauw, terwijl een eventuele zevende kleur bruin is. Vervolgens komen er roze, oranje, grijs en purper bij. In het benoemen van kleuren zit dus een bepaald patroon dat op voorhand voorspeld kan worden. Dit kan verklaard worden door de werking van het menselijk oog dat sommige kleuren makkelijker waarneemt dan andere. De makkelijkst zichtbare kleuren krijgen het eerst een naam. Waarom een kleur in de ene taal wel en in de andere taal niet een naam heeft, zou te maken hebben met de 'rijkdom' aan woorden in een taal. Hoe verder een taal evolueert, hoe meer kleuren er benoemd worden.[1]

Spreekwoorden en zegswijzen met kleuren[bewerken]

kleur[bewerken]

  • Kleur bekennen: voor je mening uitkomen
  • De toekomst ziet er (niet) rooskleurig uit: de toekomst ziet er (niet) goed uit
  • Zeven kleuren stront schijten (Bargoens): doodsbang zijn

blauw[bewerken]

  • Een blauwtje lopen: een date die niet komt opdagen
  • Een blauwe maandag: ooit eens een keer
  • Van de blauwe knoop zijn: nooit alcoholische dranken drinken
  • Zich blauw betalen: erg veel geld betalen
  • Iemand op zijn blauwe ogen geloven: ervan uitgaan dat iemand de waarheid spreekt
  • Blauw bloed hebben: van adel zijn

bruin[bewerken]

  • Een bruine arm halen: met vleierij in de gunst komen
  • Een bruin leven hebben: een goed leven hebben
  • Iets bruin bakken: overdrijven, over de schreef gaan
  • Bruin zien: van een vrolijke kant bekijken
  • De koffie is bruin: de koffie staat gereed (een uitnodiging om een kopje te drinken)
  • Het ziet er bruin uit: het is zorgwekkend

geel[bewerken]

  • Geel van nijd zien: er zeer kwaad uitzien

grijs[bewerken]

  • Een grijze muur zien: alles van een slechte kant zien

groen[bewerken]

  • Zich groen en geel ergeren: erg geïrriteerd zijn
  • Het wordt me groen of geel voor de ogen: ik word er duizelig van
  • Nog groen achter de oren zijn: nog erg jong en onervaren zijn
  • Groen zien: jaloers zijn
  • Het gras aan de overkant is altijd groener: bij een ander ziet het er altijd beter uit
  • Groene vingers hebben: goed planten kunnen verzorgen
  • Zijn koren groen eten: geld uitgeven voor je het verdiend hebt
  • Iemand groen op het lijf vallen: met iemand ruzie zoeken
  • Het groene licht geven: toestemming geven

paars[bewerken]

  • Paars van het latje halen: er alles aan doen

rood[bewerken]

  • Rood met groen is boerenfatsoen: slechte smaak op gebied van kledij
  • Als een rode kat zijn: alles willen
  • In de rode cijfers staan / Rood staan: een negatief saldo hebben
  • Geen rode duit / cent hebben: zeer arm zijn
  • Over de rooie gaan: buiten zinnen zijn (doorgaans van woede)

roze[bewerken]

  • Alles door een roze bril zien: alles heel optimistisch bekijken
  • Op een roze wolk zitten: heel erg verliefd zijn

wit[bewerken]

  • Witte rook zien: de uitspraak is bekend
  • De prins op het witte paard: de man van je dromen
  • Een wit voetje halen: in de gunst proberen te komen
  • Een witte raaf: iets erg zeldzaams

zwart[bewerken]

  • Zwart werken: werken zonder belastingen te betalen
  • Een zwartkijker: een pessimist of iemand die een televisie heeft zonder omroepbijdrage te betalen
  • Zwartrijden: rijden met de bus, trein of tram zonder te betalen
  • De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet: iemand beschuldigen van iets dat men zelf ook doet
  • Liegen dat je zwart ziet: een grote leugenaar zijn
  • Iets zwart op wit hebben: een schriftelijk bewijs van iets hebben
  • Op zwart zaad zitten: geldgebrek hebben
  • Iemand de zwarte piet toespelen: iemand tot de kwade Pier maken
  • Het zwarte schaap zijn: degene zijn die van alles de schuld krijgt
  • Het wordt hem zwart voor de ogen: hij ziet niet meer wat hij doet (bij opkomende onmacht)
  • Iemand zwart maken: kwaad van iemand vertellen
  • Het ziet zwart van de mensen: het zijn zo veel mensen dat ze een zwarte massa vormen
  • Op de zwarte lijst staan: niet meer vertrouwd worden, men wil je niet meer zien

Enkele kleuren[bewerken]

Verder[bewerken]

Voorjaar, Ferdynand Ruszczyc (1897)

Het effect van de gezamenlijke kleuren in een kunstwerk wordt coloriet genoemd.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (nl) Na wit en zwart komt altijd rood. De Standaard (17 april 2012) Geraadpleegd op 11 februari 2013