Indo-Europese talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

██ Grieks

██ Indo-Iraanse talen

██ Romaanse talen

██ Keltische talen

██ Germaanse talen

██ Armeens

██ Baltische talen

██ Slavische talen

██ Albanees

██ Niet-Indo-Europese talen

Classificatieschema van de huidige en (bekende) uitgestorven Indo-Europese talen e.d.

De Indo-Europese talen, soms ook wel Indo-Germaanse talen genoemd, vormen een taalfamilie van meer dan 400 verwante talen.[1] Indo-Europese talen worden over vrijwel de hele wereld gesproken, maar vinden veelal hun oorsprong in Europa en Zuidelijk Azië. Op grond van de overeenkomsten tussen deze talen is een hypothetische vooroudertaal (proto-taal) geconstrueerd, het Proto-Indo-Europees, vaak afgekort tot PIE. Indo-Europese talen dienen te worden onderscheiden van Europese talen. De grootste subgroepen binnen de Indo-Europese taalfamilie op basis van het aantal moedertaalsprekers zijn:

Ook Grieks, Albanees, Armeens, Litouws, Lets, Latijn en Keltisch zijn Indo-Europese talen.

Sprekers[bewerken]

Aan het begin van de 21e eeuw hebben ongeveer 3 miljard mensen (bijna de helft van de wereldbevolking) een Indo-Europese taal als moedertaal. De meeste moedertaal-sprekers zijn etnisch gezien Indo-Europeanen maar dat hoeft niet altijd zo te zijn: veel mensen spreken een Indo-Europese taal als tweede taal. Vaak is dit het Engels, de belangrijkste taal in de wetenschap, internationale handel en politiek en veruit de meest gebruikte lingua franca.

Eerste studies[bewerken]

In 1583 viel het de jezuïet Thomas Stephens op dat bepaalde talen die in India werden gesproken (met name het Konkani) veel overeenkomst vertoonden met het Latijn en Oudgrieks. Hij schreef hierover in een brief aan zijn broer, die pas eeuwen later is gepubliceerd. De eerste die het Sanskriet aan een studie onderwierp was de Italiaan Filippo Sassetti, die het in India opviel dat veel Sanskrietwoorden overeenkomsten vertoonden met het Italiaans (bijvoorbeeld devaḥ/dio "god", sarpaḥ/serpe, "slang", sapta/sette, "zeven", aṣṭa/otto "acht", nava/nove "negen"). Vooralsnog leidde geen van beide ontdekkingen tot nader vergelijkend onderzoek.[2]

De volgende taalkundige die de overeenkomsten tussen de Indo-Europese talen opmerkte was de Nederlander Marcus Zuerius Boxhorn. Hij construeerde echter zijn eigen proto-taal, die hij het Scythisch noemde. Boxhorn plaatste onder meer het Nederlands, Duits, Grieks, Latijn, Farsi (Parsi) en later ook de Keltische, Slavische en Baltische talen in dezelfde taalgroep. In de jaren '60 van de 18e eeuw deed Gaston Cœurdoux een uitgebreid onderzoek naar de overeenkomsten in de vervoeging van werkwoorden tussen het Sanskriet, Latijn en Grieks. Twintig jaar later vergeleek William Jones de vier oudste talen die in die tijd bekend waren (Latijn, Grieks, Farsi en Sanskriet) opnieuw, waarna Thomas Young in 1813 voor het eerst de term "Indo-Europees" gebruikte.[3] Deze term is sindsdien de standaardbenaming geworden. Alleen in Duitsland wordt iets vaker de term "Indo-Germaans" gebruikt.[4]

Oorsprong en geschiedenis[bewerken]

Verspreiding van het PIE in het midden van het 3e millennium v.Chr.
Verspreiding van het PIE in het midden van het 2e millennium v.Chr.
Verspreiding in ongeveer 500 v.Chr.
Verspreiding na het Romeinse Rijk en de Grote Volksverhuizing
Oranje: landen met een meerderheid van sprekers van IE talen. Geel: landen waar een IE taal officiële status heeft.

Het is niet bekend waar het Proto-Indo-Europees ooit werd gesproken of waar het zelf eerder vandaan kwam. De meeste theorieën daarover situeren de habitat van de sprekers van het Proto-Indo-Europees zo'n 6000 jaar geleden ergens ten noorden van de Zwarte Zee. Men spreekt in dat verband wel van de Koergan-expansie.[5] De geografische spreiding viel vermoedelijk samen met die van het paard.[6] In India, West-Europa of Anatolië (een gebied met veel bos en bergen) waren 7000 jaar geleden niet veel paarden. Deze leefden voornamelijk als groot wild in grote kuddes op de uitgestrekte grasgebieden tussen Polen en Mongolië wat een ideale ecologische habitat voor deze dieren is. Het temmen en houden van paarden was net in zwang geraakt in Zuid-Rusland, dat een voornamelijk door zwervende nomaden dun bevolkt gebied met wat landbouw langs de rivieren was. Het gebruik van het paard maakte een betere communicatie, handel en snellere verspreiding mogelijk van gebruiken en gewoonten. Rond 6500 jaar geleden verscheen een uniforme nomadische cultuur van West-Siberië tot Oost-Oekraïne, met wapens en een dondergod (zie ook mythologie). Tegelijkertijd was er in het gebied dat nu Bulgarije is al duizenden jaren landbouw en een relatief welvarende grote bevolking. Hier was sprake van handel en scheepvaart en men bezat goud, zilver, koper, aardewerk, schrift-achtige symbolen, grote huizen in grote dorpen maar op slecht verdedigbare plekken, een aantrekkelijk gebied voor eventuele plunderaars. Het gebruik van paarden in Zuid-Rusland gaf de bewoners een strategisch voordeel op hun rijkere buren in Bulgarije. En ca. 6300 jaar geleden vond er een inval in Bulgarije plaats, waarbij van de inheemse cultuur praktisch niets overbleef en er heuvelforten verschenen. Het gaat pas 800 jaar later verder als een volgende golf over de eerste heen komt, en over West-Oekraïne, en richting Perzië. (Gimbutas, Mallory).

Een alternatieve verklaring is dat de verspreiding van de Indo-Europese talen te danken is aan de ontdekking van de landbouw in Anatolië,[7] deze negeert echter geheel het paard en de invasie uit Zuid-Rusland in Bulgarije.

Reconstructie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Taalreconstructie en Stamboommodel voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Een glottochronologisch onderzoek van 2003 van Russel D. Gray en Quentin D. Atkinson heeft een stamboom van de taalfamilie opgeleverd met schattingen voor de verschillende aftakkingen van de boom. De schattingen voor de oudste aftakking, die naar de Anatolische groep, ondersteunen duidelijk de Anatolische hypothese. Er is echter een aantal aftakkingen rond 7000-6000 jaar geleden. Het is daarom goed mogelijk dat de familie eerst in Anatolië ontstaan is, maar dat een groep die het gebied later verlaten heeft verantwoordelijk was voor een Koergan-expansie.

Het artikel van Gray en Atkinson is echter zeer omstreden onder specialisten op het gebied van Indo-Europese talen en het Proto-Indo-Europees. De methode die ze gebruiken is zeer onnauwkeurig. Zolang er geen veel nauwkeuriger analyse van de Anatolische theorie is, lijkt de Koerganhypothese waarschijnlijker. Volgens eveneens omstreden theorieën is het Proto-Indo-Europees ontstaan als tak van een nog oudere en grotere proto-taal, het Nostratisch, of het zou deel uitmaken van de door Joseph Greenberg voorgestelde Euraziatische superfamilie.

Classificatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook klankwet

Uit het Proto-Indo-Europees, de gereconstrueerde voorouder van de Indo-Europese talen, zijn deze taalfamilies ontstaan (in chronologische volgorde) (K toont centumtalen, S satemtalen, is uitgestorven):


Een aantal Indo-Europese talen dat in de Oudheid werd gesproken is onvoldoende bekend om het goed in dit schema te passen. Dit geldt met name voor:


Voornaamste kenmerken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Klankwet, Indo-Europese klankwetten, Kentum- en satemtalen en Palatalisatie voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Vroeger was de meest elementaire tweedeling van de Indo-Europese talen die in centum- en satemtalen. Deze indeling is gebaseerd op het feit dat de woorden voor 100 in het Latijn, centum, (oorspronkelijke uitspraak kentum) en het equivalent hiervan in het Avestisch (een Iraanse taal): satəm. Deze palatalisatie van velaren plosieven is een van de meest typerende verschillen tussen de beide Indo-Europese subgroepen. Dit k/s-onderscheid werd aanvankelijk vooral gezien als geografisch gebonden, omdat de centumtalen uitsluitend in het westen leken te worden gesproken en de satemtalen uitsluitend in het oosten. Dit idee kwam echter op losse schroeven te staan toen men in het begin van de 20e eeuw het Tochaars ontdekte. Dit is een van de meest oostelijk gesproken Indo-Europese talen, maar ook een centumtaal.

De Germaanse talen, waar onder andere het Nederlands bij hoort, behoren tot de centumtalen, hoewel dat niet direct is te zien. De 'k' heeft zich in het Germaans namelijk via lenitie verder ontwikkeld tot een 'ch' of 'h'-klank. Het Nederlandse woord honderd is dan ook etymologisch verwant met het Latijnse centum (uitspraak 'kentum'), zoals ook hond en hoofd en hebben verwant zijn aan respectievelijk canis, caput en capere

Enkele andere belangrijke klankwetten zijn: de Eerste Germaanse klankverschuiving in het Proto-Germaans, het wegvallen van een p voor klinkers in het Proto-Keltisch, het wegvallen van -s- in intervocale positie in het Proto-Grieks, de wet van Brugmann in het Proto-Indo-Iraans, de wet van Grassmann en de wet van Bartholomae. Van de laatste twee klankwetten is niet bekend of ze ook in het Proto-Indo-Europees al een rol speelden.

Vervoeging[bewerken]

De volgende tabel bevat de gereconstrueerde vervoeging in de onvoltooid tegenwoordige tijd van het Proto-Indo-Europese werkwoord bʰer-, "dragen", samen met de equivalente proto-vormen in de verschillende Indo-Europese taalgroepen:

Proto-Indo-Europees
(*bʰer- ("dragen")
Ik *bʰéroh₂
Jij/Je *bʰéresi
Hij/Zij/Het *bʰéreti
Wij/We (dualis) *bʰérowos
Jullie (dualis) *bʰéreth₁es
Zij/Ze (3e pers. meerv., dualis) *bʰéretes
Wij/We (meerv.) *bʰéromos
Jullie (meerv.) *bʰérete
Zij/Ze (meerv.) *bʰéronti
Taalfamilie Indo-Arische talen Grieks Italische talen Germaanse talen Keltische talen Slavische talen Armeens
Vedisch Sanskriet Oudgrieks Latijn Gotisch Oudiers Oudkerkslavisch Klassiek Armeens
Ik bhárāmi phérō (φερω) ferō baíra /bɛra/ biru berǫ berem
Jij/Je bhárasi phéreis (φερεις) fers baíris biri bereši beres
Hij/Zij/Het bhárati phérei (φερει) fert baíriþ berid beretъ berē
Wij/We (dualis) bhárāvas --- --- baíros --- berevě ---
Jullie (dualis) bhárathas phéreton (φερετον) --- baírats --- bereta ---
Zij/Ze (dualis) bháratas phéreton (φερετον) --- --- --- berete ---
Wij/We (meerv.) bhárāmas phéromen (φερομεν) ferimus baíram bermai beremъ berenk`
Jullie (meerv.) bháratha phérete (φερετε) fertis baíriþ beirthe berete berēk`
Zij/Ze (meerv.) bháranti phérousi(n) (φερουσι(ν)) ferunt baírand berait berǫtъ beren
Taalfamilie Hindi Nieuwgrieks Frans Duits Iers Tsjechisch Farsi
Ik (maiṃ) bharūṃ férno (je) {con}fère (ich) {ge}bäre beirim beru mi-boram
Jij/Je (tū) bhare férnis (tu) {con}fères (du) {ge}bärst beireann (tú) bereš mi-bori
Hij/Zij/Het (vah) bhare férni (il) {con}fère (er) {ge}bärt beireann (sé/sí) bere mi-borad
Wij (ham) bhareṃ férnoume (nous) {con}ferons (wir) {ge}bären beirimid berem(e) mi-borim
Jullie (tum) bharo férnete (vous) {con}ferez (ihr) {ge}bärt beireann (sibh) berete mi-borid
Zij/Ze (3e pers. meerv.) (ve) bhareṃ férnoun (ils) {con}fèrent (sie) {ge}bären beireann (siad) berou mi-borand

Wat opvalt is dat de vervoeging in veel Indo-Europese subgroepen is verschoven van een synthetische naar een perifrastische omschrijving, en dat het onderwerp geregeld wordt weggelaten (zie ook analytische taal en pro-drop taal). In veel talen (maar niet in het Engelse to bear) is ook de oorspronkelijke betekenis "dragen" veranderd.

Functies als lingua franca[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lingua franca en Geschiedenis van Europa voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In de loop van de Europese geschiedenis hebben een aantal Indo-Europese talen een tijdlang als lingua franca binnen Europa en daarbuiten dienst gedaan. Deze lingua franca was in het algemeen ook de meest dominante taal in het betreffende taalgebied. Hoewel de meest dominante taal lange tijd het Latijn was, was er nooit echt een taal die alle andere talen compleet overheerste. Belangrijke Indo-Europese lingua franca's waren of zijn:

Literatuur[bewerken]

  • Beekes, R.S.P. Comparative Indo-European Linguistics: an Introduction, John Benjamins Publishing, 1995.
  • Gimbutas, Marija Civilisation of the Goddess, 1991.
  • Mallory, J.P. In Search of the Indo-Europeans
  • Meier-Brügger, Michael Indo-European Linguistics. With contributions by Matthias Fritz and Manfred Mayrhofer. Berlin/New York: de Gruyter, 2003. 386 pages. ISBN 3-11-017433-2.
  • Language-tree divergence times support the Anatolian theory of Indo-European origin, Russel D. Gray & Quesntin D. Atkinson, Nature 426, 435-439
  • Stevenson, V., Atlas van de Europese talen, Het Spectrum 1989.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Indo-Europese taalfamilie volgens Ethnologue
  2. Auroux, Sylvain (2000). History of the Language Sciences. Berlin, New York: Walter de Gruyter. pp. p.1156. ISBN 3-11-016735-2. http://books.google.com/books?id=yasNy365EywC&pg=PA1156&vq=stephens+sassetti&dq=3110167352&as_brr=3&sig=nOsHuf3fqPmzmjmGYk1UnvSiFAs.
  3. Szemerényi, Oswald; David Jones, Irene Jones (1999). Introduction to Indo-European Linguistics. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-823870-6
  4. In German it is indogermanisch 'Indo-Germanic' which indicates the east-west extension. That term was first recorded in use in French original as indo-germanique, in 1810 by Conrad
  5. http://web.archive.org/web/20041012155858/http://www.lrz-muenchen.de/~wolfgang_schindler/skripte/Sprachgeschichte1.pdf
  6. http://books.google.be/books?id=rOG5VcYxhiEC&dq=&redir_esc=y
  7. http://www.hjholm.de/