Plosief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een plosief of occlusief, ook wel plofklank genoemd, is een medeklinker die gekenmerkt wordt door een belangrijke graad van obstructie. De plosieven behoren tot de ruimere klankencategorie van de obstruenten en stopklanken.

Vorming: eerste twee stadia[bewerken]

Spraakklanken worden gevormd doordat lucht via mond- of neusholte het lichaam verlaat. De vorm van die holten bepaalt de trilling van de uitgestoten lucht, en daarmee de kwaliteit van de spraakklank.

Bij de uitspraak van een plosief wordt in de spraakorganen eerst een volledige obstructie gevormd. Tegen deze hindernis, die een afsluiting van de keel- of mondholte vormt, wordt vervolgens lucht samengeperst. De luchtstroom vanuit de longen wordt dus geheel of gedeeltelijk tegengehouden. Deze occlusie ofwel obstructie is het wezenlijke kenmerk dat de articulatie van klinkers van die van medeklinkers onderscheidt.

Bij de articulatie van plosieven is sprake van volledige occlusie. Bij de articulatie van andere obstruenten zoals fricatieven is slechts sprake van gedeeltelijke occlusie, ofwel een vernauwing van het spraakkanaal waar nog enige lucht langs stroomt. Bij de articulatie van klinkers is er helemaal geen occlusie en is het spraakkanaal volledig geopend, waardoor alle lucht vanuit de longen naar buiten stroomt.

Derde stadium: explosie of implosie[bewerken]

In vele talen wordt de onder druk gezette lucht vervolgens plotseling "losgelaten". Dit resulteert in een "explosie" van naar buiten gestuwde lucht. Er zijn echter ook talen, zoals het Indonesisch, waarin deze ontploffing niet plaatsvindt: de afsluiting blijft gehandhaafd, en de druk verdwijnt naar binnen in het lichaam. Dit gaat niet met grote kracht gepaard, maar wordt desondanks soms "implosie" genoemd. Samengevat bestaat de vorming van een plosief dus uit drie fasen:

  1. aanmaken van obstructie, ergens in het spraakkanaal (approach stage);
  2. samenpersen van lucht tegen deze obstructie (compression/hold stage);
  3. hetzij abrupt loslaten van de obstructie (release stage), hetzij handhaven van de obstructie met navenant drukverlies (implosie).

Aspiratie[bewerken]

In veel talen, bijvoorbeeld in het Engels en het Duits, is er overigens na de stemloze plosieven /p/, /t/, /k/ in sommige gevallen aspiratie (aanblazing) mogelijk: een zwak /h/-geluid volgt dan de plosief als die de eerste spraakklank van de (beklemtoonde) lettergreep vormt. In de Nederlandse standaarduitspraak kennen we geen aspiratie.

Affricaten[bewerken]

Bij plosieven, zoals de Engelse en Nederlandse, waarbij explosie optreedt, moet het loslaten van de lucht noodzakelijkerwijze abrupt gebeuren. Zou dit geleidelijk geschieden, dan wordt namelijk geen plosief uitgesproken, maar een affricaat. Affricaten komen in het Nederlands nauwelijks voor; men komt ze hooguit tegen in tussenwerpsels zoals "Tssjjjj!" In het Engels treft men ze juist veelvuldig aan.

De eerste twee stadia van een affricaat zijn precies gelijk aan die van een plosief; het derde stadium verschilt dus: bij een plosief abrupte explosie, bij een affricaat geleidelijke loslating. Aldus komen in het Engels de verschillen tot stand tussen top en chop: de /t/ is een plosief, de /tsj/ (geschreven als "ch") een affricaat. Evenzo worden de verschillen gearticuleerd tussen de Engelse woorden dam en jam: de /d/ is een plosief, de /dzj/ (geschreven als "j") een affricaat.

Plosieven in het Nederlands[bewerken]

In het Nederlands komen de volgende plosieven voor:

  • de bilabialen /p/ en /b/ (pak, bak);
  • de alveolairen /t/ en /d/ (tak, dak);
  • de velaren /k/ en /g/ (kat; de /g/ komt slechts in leenwoorden voor: De Gaulle, guerrilla, nasi goreng, en wordt vaak vernederlandst tot een fricatief — een wrijfklank).

Daarnaast bestaat nog de glottisslag, die ter hoogte van de stemspleet (glottis) wordt gevormd. Deze stopklank komt in het ABN uitsluitend voor in constructies als 'beademen'. De dialecten van de regio's Groningen, Drenthe, Twente en de Achterhoek, onderscheiden zich door de glottisslag toe te passen bij het vervoegen van werkwoorden. Ook in Engelse dialecten wordt deze klank aangetroffen. Zo kennen we in het West-Vlaams een glottisslag in ba'n ("bakken"), en het Engelse Cockney heeft bo'l ("bottle"). Vele niet-westerse talen kennen ook de glottisslag, die in een groot aantal Afrikaanse talen voorkomt, maar ook in talen van Indonesië.