Jezuïeten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sociëteit van Jezus
Societas Jesu
het IHS-monogram wordt veel door de jezuïeten gebruikt
het IHS-monogram wordt veel door de jezuïeten gebruikt
Basisgegevens
Generaal-overste Arturo Sosa
Motto Latijn Ad majorem Dei gloriam
Motto Nederlands tot meerdere eer van God
Gesticht 27 september 1540 te Parijs
Stichter Ignatius van Loyola
Website [1]
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Sociëteit van Jezus, bekend als de jezuïeten, is een katholieke religieuze orde die in 1534 in Parijs werd opgericht door een groep studievrienden rond Iñigo Lopez de Loyola, beter bekend als Ignatius van Loyola met verlatiniseerde voornaam. Het doel van de jezuïeten was en is hulp aan de naaste ("het helpen van de zielen").

De sociëteit werd in 1540 goedgekeurd door paus Paulus III in de bul Regimini militantis Ecclesiae. Van de mannelijke katholieke orden is het de grootste, met ongeveer 17.000 leden. Het grootste deel van de leden is priester. Sommige jezuïeten zijn echter broeder.[1]

Jezuïeten vormen een religieuze orde. Zij leven doorgaans niet in kloosters, wel in gewone huizen, jezuïetenhuizen genaamd. Zij hebben geen eigen ordekleed. Net als veel andere orden leggen zij geloften af van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid. Zij onderscheiden zich van andere orden vooral door een bijzondere gelofte van gehoorzaamheid aan de paus voor de zending, en vallen niet onder het gezag van een bisschop. Een pater jezuïet zet veelal achter zijn naam de afkorting sj of S.J. van Societatis Jesu (vroeger ook S.I. van Societatis Iesu, aangezien het Latijn (oorspronkelijk) geen letter 'j' kent). De jezuïetenorde wordt geleid door de generaal-overste (praepositus generalis) van de orde. Sinds 14 oktober 2016 is dit de Venezolaan Arturo Sosa.

Geschiedenis[bewerken]

Il Gesù, moederkerk van de Societas Jesu in Rome

De sociëteit werd opgericht ten tijde van de contrareformatie, de beweging die de reformatie moest tegengaan en een nieuwe dynamiek tot stand brengen binnen de katholieke kerk. De leden hielden zich bezig met prediking, missioneringswerk en onderwijs. Omdat de kwaliteit van het onderwijs hoog was voor die tijd kregen met name mensen uit de bovenlaag van de maatschappij les van de Jezuïeten. Zij waren hierdoor bepalend voor de ontwikkeling van de bestuurlijke klasse[2].

  • 1491 – Iñigo wordt geboren in een slot in Spaans Baskenland in het adellijke milieu van Loyola. Tot zijn zevende wordt hij opgevoed door het gezin van María de Garín, de vrouw van de plaatselijke smid. Vervolgens voedt zijn zus hem verder op.
  • 1534 Iñigo gaat studeren in Parijs. Hij en zijn vrienden stichten een nieuwe religieuze orde genaamd jezuïeten. Iñigo noemt zichzelf nu Ignatius.
  • 27 september 1540 – De nieuwe gemeenschap onder de naam 'Sociëteit van Jezus' wordt goedgekeurd door paus Paulus III.
  • 1548 - Eerste editie Exercitia Spiritualia. De Exercitia had grote invloed op katholieke intellectuelen en de beeldende kunst[2][n 1].
  • 31 juli 1556 – Ignatius sterft. De Algemene Congregatie, na de paus het hoogste gezag in de orde, wijst in 1558 Diego Laynez aan als zijn opvolger. Bij de dood van Ignatius heeft de orde al meer dan 1000 leden. Vervolgens wordt het ledenaantal vijftien maal zo groot. De hele wereld is voor deze eerste generaties jezuïeten missiegebied. Bezigheden van de jezuïeten zijn onder andere het begeleiden van "geestelijke oefeningen", catechese, het geven van onderwijs, geestelijke begeleiding, werken op het raakvlak van geloof, cultuur, wetenschap en gerechtigheid.
  • 1609 - Oprichting Broederschap van gehuwde mannen door de Jezuïeten[2].
  • 1761 - Proces van Vader Lavallette in Frankrijk, waarbij voor het eerst de Constituten (wetten) van de orde openbaar worden gemaakt, wat leidt tot haar verbanning.
  • 1762 - De orde moet verdwijnen uit Frankrijk, wat in 1764 wordt bekrachtigd. Drie jaar later wordt ze uit alle Spaanse gebieden verdreven.
  • 1773 – Paus Clemens XIV heft via de bul of breve Dominus ac Redemptor de orde voorgoed op onder druk van de koningen van Frankrijk, Spanje en Portugal. De vorsten Frederik II van Pruisen en Catharina II van Rusland negeerden deze opheffing echter. In enkele landen in het Verre Oosten, China en India komt de opdracht zelfs nooit aan. Hierdoor kon de sociëteit blijven bestaan in deze landen.
  • 1814 – Na de Franse Revolutie wordt de jezuïetenorde door paus Pius VII met de bul Sollicitudo omnium ecclesiarum weer hersteld. De Amsterdammer Jan Roothaan zorgt voor een sterke impuls van deze orde die toen nog maar uit 600 personen bestond.
  • Na het Tweede Vaticaans Concilie kent de jezuïetenorde een diepe crisis: tussen 1965 en 1974 verlaten 6602 jezuïeten de orde (een zesde van het toenmalige totale aantal ordeleden). De bekendste Nederlandse uittreder is Huub Oosterhuis; deze werd overigens als eerste sinds 1906 (George Tyrell) gedwongen door de generaal van de jezuïeten de orde uitgezet.
  • 1974-1975 – Algemene Congregatie – Gerechtigheid wordt de nieuwe grondoriëntatie voor het werk van de jezuïeten. Van nu af aan gaat de aandacht naar de armen en uitgestotenen.
  • 1995 – 34e Algemene Congregatie – Actualiseren van enkele stichtingsteksten van de Sociëteit. Ook moest het orderecht aangepast worden aan het algemeen kerkelijk recht.
  • 2013 – Met paus Franciscus krijgt de Katholieke Kerk voor het eerst in haar geschiedenis een jezuïet als paus.

Oprichting[bewerken]

Ignatius van Loyola op een kazuifel uit de Jezuïetenkerk te Rotterdam, gemaakt door Louis Grossé uit Brugge.

De oprichting van de orde der jezuïeten is niet zonder slag of stoot verlopen. Nadat Ignatius van Loyola in zijn dertigste levensjaar, als aanvoerder van de troepen van de Spaanse koning tegen de Fransen in de veldslag van Pamplona, gewond was geraakt aan zijn been, inspireerde vrome lectuur hem een eigen orde te stichten.

Toen Ignatius met zijn groep gelijkgestemden in 1537 op weg was naar Rome kreeg hij bij het plaatsje La Storta een visioen, waarin Christus met het kruis tot hem zei: "Ego vobis Romae propitius ero" (Ik zal jullie in Rome welgezind zijn) alsook "Ik wil dat u ons dient". Dit visioen was voor Ignatius en zijn volgelingen aanleiding in Rome de Societas Jesu te vestigen.

De acceptatie van de orde verliep moeizaam. Ignatius werd meermaals in hechtenis genomen en verhoord door de Inquisitie. Hij kreeg ook spreekverboden en werd gesommeerd te verhuizen. In 1540 gaf Paulus III eindelijk zijn fiat.

Opdracht[bewerken]

Het ideaal van Ignatius is een grote beschikbaarheid voor de noden van Kerk en wereld. In het bijzonder een verlangen om daarheen te gaan waar de paus jezuïeten verlangt te zenden. Tot op vandaag geven de pausen specifieke opdrachten aan de Sociëteit van Jezus.

Ignatius en zijn vrienden wilden zich aanvankelijk louter toeleggen op de ziekenzorg van Christenen in Jeruzalem. Als dat onmogelijk zou blijken, zouden ze zich aanbieden aan de paus, wat in 1539 gebeurde.

Het motto van de sociëteit is Ad majorem Dei gloriam ('Tot meerdere eer van God'), dikwijls afgekort tot 'AMDG'. Het gezegde bedoelt het idee uit te drukken, dat elk werk dat niet intrinsiek slecht is, voor de hemel verdienstelijk kan zijn, als het met die bedoeling wordt gedaan. Zelfs handelingen die normaal alledaags worden geacht, zoals het vullen van de benzinetank of het doen van het huishouden. Een ander motto dat deze idee uitdrukt is "God vinden in alle dingen", vaak gebruikt als samenvatting van de ignatiaanse spiritualiteit. Concreet betekent dit dat jezuïeten in de meest uiteenlopende functies werkzaam kunnen zijn: als gevangenisaalmoezenier, theoloog, leerkracht, geneesheer, parochiepriester, geestelijk begeleider, sociaal werker, wetenschapper, internetpastor, kunstenaar, schrijver ...

De jezuïeten willen werken aan hun eigen zielenheil en dat van de naaste. De middelen van de eigen voortgang zijn: dagelijkse meditatie[3], het dubbele gewetensonderzoek of levensgebed[4] en tweemaal in het leven de volledige geestelijke oefeningen[5] (30 dagen lang) en jaarlijks de verkorte vorm van retraite (8 tot 10 dagen).

De jezuïeten leggen een vierde gelofte af van gehoorzaamheid aan de paus voor de zending[6]: zonder tegenspraak of reisgeld een missie of zending naar gelovigen en ongelovigen te doen als de paus dit beveelt, als keurkorps van de paus. De jezuïeten hechten bijzonder belang aan de gelofte van gehoorzaamheid[7]. De generale overste (hoogste leider) heeft onbeperkte administratieve en uitvoerende macht. Hij is gebonden door de decreten van de Algemene Congregaties van de Sociëteit van Jezus die hij dient uit te voeren.

Kritische intellectuelen[bewerken]

Jezuïeten zijn vrijwel zonder uitzondering kritische intellectuelen, die als individu geen blad voor de mond nemen en ook hun leerlingen opvoeden tot kritische individuen. De vaak maatschappelijk toonaangevende ordeleden waren in veel landen, zeker die met totalitaire regimes, ongeliefd. Zelfs werden de jezuïeten, onder wie Pierre Teilhard de Chardin, in 1904 uit het toch liberale Frankrijk verbannen, omdat zij naar de smaak van de antiklerikale regering van die dagen te veel invloed wilden uitoefenen.

Tegelijk hebben de jezuïeten paradoxaal genoeg van oudsher de reputatie gehoorzaamheid te praktiseren. Hun bijzondere band met de paus (sommige jezuïeten leggen een vierde gelofte af van gehoorzaamheid aan de paus voor de zending[6]) heeft ze in bepaalde perioden in conflict gebracht met andere stromingen binnen de Kerk. Zo heeft een hoogoplopend conflict met apostolisch vicaris Codde van Utrecht in de 17e eeuw geresulteerd in het Schisma van Utrecht en het ontstaan van de Oudkatholieke Kerk.

Verbanningen[bewerken]

  • Uit de Lage Landen werden de jezuïeten in 1578 verbannen.
  • Toen koning Hendrik IV de moordaanslag op hem gepleegd door Jean Châstel (27 december 1594) had overleefd, werd de orde van de jezuïeten op 29 december uit Frankrijk verbannen. De negentienjarige Châstel was student filosofie aan het Jezuïeten College onder Vader Gueret, waar hij gehoord had dat de koning mocht worden gedood, omdat hij buiten de Kerk stond. Hendrik IV stond de orde in 1603 desalniettemin toe naar Frankrijk terug te keren.[8] In 1764 werd de orde in Frankrijk afgeschaft. In 1880 werden de jezuïeten in Frankrijk uit hun zevenendertig huizen en over de grens gezet en in 1905 was het jezuïetenonderwijs uit Frankrijk verdwenen.[9]
  • Uit Venetië was de orde verbannen tussen 1606 en 1656.
  • Uit het koninkrijk Napels in 1622 en 1767.
  • Uit het hertogdom Parma in 1768.
  • Uit de pauselijke staten in 1773 (door Clemens XIV).
  • Uit Polen in 1773.
  • In 1847 werden alle jezuïeten uit Zwitserland verbannen. In 1973 mochten zij officieel terugkeren.
  • Uit Spanje werden de jezuïeten in 1767 verbannen (door Karel III) en in 1820 vervolgd. In 1823 waren ze weer terug, maar in 1835 werden ze opnieuw verbannen. Een groot aantal verhuisde naar Argentinië. In 1851 waren ze weer welkom, maar in 1868 weer verbannen. In 1875 kwamen ze terug en in 1932 werden ze weer verbannen.
  • Uit Portugal werden de jezuïeten in 1578, 1759 en 1834 verbannen en in 1858 weer officieel toegelaten. In 1910 konden ze weer vertrekken.
  • Uit België werden ze in 1816 verbannen zoals in de rest van Nederland. Na 1830 mochten ze in België terugkeren.
  • Uit Sint Petersburg in 1816 en uit Rusland in 1820 (door Alexander I).
  • Uit Oostenrijk-Hongarije in 1782 (door Jozef II).
  • Uit Galicië in 1848.
  • Uit Mexico in 1767 en 1821.
  • Uit Guatemala in 1872.
  • Uit Nicaragua in 1881.
  • Uit Argentinië in 1842. De jezuïeten reisden toen verder naar Paraguay en Uruguay.

Bekende jezuïeten[bewerken]

Bekende jezuïeten op de Nederlandse Wikipedia[bewerken]

Op 5 november gedenken de jezuïeten al hun heilige medebroeders. Een van de voornaamste jezuïeten was de H. Franciscus Xaverius (1506-1552), Spaans missionaris in Azië, van wie gezegd wordt dat hij meer mensen heeft bekeerd dan Paulus.

Andere bekende jezuïeten zijn (chronologisch gerangschikt):

1rightarrow blue.svg Zie ook: Lijst van heilige en zalige jezuïeten

Bekende jezuïeten zonder Nederlandstalig Wikipedia-artikel[bewerken]

Bekende ex-jezuïeten met een voltooide opleiding, zonder Nederlandstalig wikipedia-artikel[bewerken]

  • Marie-Alphonse Ratisbonne (1814-1884), Franse Jood, jezuïet, trok naar Palestina om Joden te bekeren; verliet de orde
  • George Tyrell (1861-1909), Engels theoloog en modernist, uit de orde gezet
  • Henri Bremont (1865-1933), Frans filosoof, lid Académie Française, verliet de orde
  • Anton Reichling (1898-1986), Nederlands hoogleraar taalkunde (UvA); verliet de orde
  • Henk van Luijk (1929-2010), Nederlands filosoof, hoogleraar bedrijfsethiek (Nijenrode); verliet de orde
  • Henk Hillenaar (1935-), Nederlands hoogleraar Frans (Groningen); verliet de orde

Generaal-oversten van de Societas Jesu (met vermelding van ambtsduur)[bewerken]

Opleiding[bewerken]

Plaatsen waar Nederlandse jezuïeten priesterstudenten opleidden waren: Mariëndaal (noviciaat) in Velp, het Berchmanianum (filosofie) in Nijmegen, thans in gebruik als verpleeghuis voor religieuzen, en het Canisianum (theologie) in Maastricht, thans in gebruik bij de Universiteit Maastricht.

Het noviciaat voor NSJ'ers van de West-Europese 'assistancy' wordt nu gemeenschappelijk gevolgd in de Engelse stad Birmingham. Het vervolg van de lange opleiding kan plaats vinden in de hele wereld. De laatste jaren studeerden jonge jezuïeten uit de Lage Landen in Australië, België, Chili, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Engeland, Ierland, Italië, Libanon, Spanje en de Verenigde Staten.

Onderwijs[bewerken]

In totaal zijn er iets minder dan 4000 scholen voor lager en middelbaar onderwijs, verbonden met de jezuïeten. Een kleine 500 zijn klassieke "colleges". Een 3000 richt zich expliciet tot minderbedeelde kinderen. De Sociëteit van Jezus heeft ook 220 instellingen voor hoger onderwijs. In Rome staat het Pauselijk Bijbelinstituut, een instelling van de Heilige Stoel, onder auspiciën van de jezuïeten.

In België[bewerken]

Vlaanderen telt zeven jezuïetencolleges:[10]

Jezuïetencollege in Shkodër

De zeven Vlaamse jezuïetencolleges worden in naam van de provinciaal-overste van de jezuïeten begeleid door de Cebeco (Centraal Beleid van de Colleges) die het Ignatiaanse opvoedingsproject in deze colleges bevordert. Cebeco organiseert daarvoor vorming voor personeelsleden en beheerders, een pedagogische begeleidingsdienst, uitwisselingen tussen de colleges en netwerkvorming. Het vertegenwoordigt de jezuïetencolleges in het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de bisdommen.

Door de jezuïeten gestichte Franstalige colleges in België:

Door de jezuïeten gestichte universiteiten en instellingen van hoger onderwijs in België:

In Nederland[bewerken]

Door de jezuïeten gestichte colleges in Nederland, ook bekend onder het acroniem WIMACS:

In de jaren 1980 en 1990 is het bestuur van alle zes voormalige Nederlandse jezuïetencolleges overgedragen aan lokale besturen. In de daarop volgende jaren zijn deze colleges door fusies met andere scholen van hun Ignatiaanse wortels losgeraakt, met uitzondering van het Stanislascollege te Delft, dat verbonden blijft met het netwerk van jezuïetenscholen in Europa dat werkt met de Ignatiaanse pedagogiek. In 2009 heeft de laatste jezuïet afscheid genomen van het Stanislascollege. Wel wordt het zogenaamde Patershuis op het schoolterrein nog door jezuïeten bewoond.

Van 1853 tot 1967 was in Maastricht de theologische faculteit van de Nederlandse provincie gevestigd, een zogenaamd collegium maximum met promotierecht. Het gebouw aan de Tongersestraat, het Canisianum, huisvest thans de faculteit Economie van de Universiteit Maastricht, die tevens de uit ruim 200.000 banden bestaande boekencollectie van de jezuïeten heeft overgenomen. Een ander instituut voor hoger onderwijs was het Berchmanianum in Nijmegen, thans één van de bestuurszetels van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Literatuur[bewerken]

  • M. DIERCKX, sj, De Jezuïeten. Wat zij zijn en hoe zij werken, Brugge, Desclée de Brouwer, 1964.
  • James BRODRICK, sj, The Progress of the Jesuits, 1556-79, Loyola Press, 1986 ISBN 0-8294-0523-2.
  • William BANGERT, A History of the Society of Jesus, Institute of Jesuit Sources, 1986 ISBN 0-912422-74-2.
  • Malachi MARTIN, The Jesuits, New York, Simon & Schuster, 1987, ISBN 0-671-54505-1.
  • Jean LACOUTURE, Les Jésuites, 2 Vol., 1990-1991.
  • A. GUILLERMOU, Les Jésuites, Que sais-je ?, Parijs, 1961 (1e editie), 1992 (5e editie).
  • James BRODRICK sj, The Origin of the Jesuits, Loyola Press, rééd. 1997 ISBN 0-8294-0930-0.
  • Leo KENIS, The Maurits Sabbe Library and Its Collection of Jesuit Books, Leuven, z.d. [2010].
  • Nikolaas SINTOBIN, Jezuïeten grappen. Humor en spiritualiteit. Met cartoons van Joris Snaet, Averbode, 2013, ISBN 9789031737536 (derde druk).
  • Kristien SUENENS, Opheffing, diaspora, herstel. De jezuïetenorde 1773-1850, in: KADOC Nieuwsbrief, Leuven, 2014/6.
  • John W. O'MALLEY, De Jezuïeten. Hun geschiedenis van Ignatius tot heden, Averbode, 2015. ISBN 978-90-317-4090-1.
  • Nikolaas SINTOBIN, Leven met Ignatius. Op het kompas van de vreugde, Meinema, Averbode, 2016, ISBN 9789021143811 (tweede druk).

Zie ook[bewerken]

  • IHS; een monogram dat onder andere gebruikt wordt als logo van de jezuïeten.
  • Servi Jesu et Mariae, een religieuze congregatie met onder meer ignatiaanse spiritualiteit, gesticht door een gewezen jezuïet.
  • Gemeenschap voor christelijk leven (GCL), een lekengemeenschap gesticht ten tijde van Ignatius, tot op vandaag actief in Nederland en Vlaanderen

Externe links[bewerken]