Gian Lorenzo Bernini

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret
Detail van de Vierstromenfontein
Graf van Bernini in de Santa Maria Maggiore

Gian Lorenzo Bernini (Napels, 7 december 1598 - Rome, 28 november 1680) was een Italiaanse architect en beeldhouwer uit de Barokperiode. Zijn vader, Pietro Bernini, was ook een beeldhouwer. Vrij vaak wordt zijn voornaam ook aan elkaar geschreven als Gianlorenzo, of als "Giovanni Lorenzo".

Wat de uitzonderlijke talenten van Donatello voor de beeldhouwkunst van het Quattrocento en dat van Michelangelo voor de kunst van de 16e eeuw waren, betekende Bernini voor de Romeinse Barok. Bernini, die net als deze twee voorgangers een uitgesproken kunstenaarspersoonlijkheid had, drukte zijn stempel op de kunst van Rome in de 17e eeuw. Sterker dan enig kunstenaar voor hem had gekund, hield hij de kunst van zijn tijd in zijn greep. Bernini had het vermogen om architectuur en beeldhouwkunst op een expressieve manier met elkaar te verenigen.

Het oeuvre van Bernini is onlosmakelijk verbonden met het pauselijk hof. Hij schiep spectaculaire meesterwerken voor vier pausen, Urbanus VIII, Innocentius X, Alexander VII en Clemens IX. Bernini’s carrière als bouwmeester begon met het pontificaat van Urbanus VIII, die de verbouwing van de Santa Bibiana toevertrouwde aan deze kunstenaar, die toen nog geen ervaring als architect had.

Biografie[bewerken]

Bernini werd geboren in Napels op 7 december 1598. In 1605 verhuisde hij naar Rome, waar hij zijn hele leven zou blijven, met uitzondering van de periode die hij doorbracht aan het hof van koning Lodewijk XIV in Frankrijk, in 1665. Op jonge leeftijd is Bernini al actief als beeldhouwer, en al gauw wordt zijn talent opgemerkt door kardinaal Scipione Borghese, bij wie hij tot 1624 in dienst bleef. Voor de kardinaal maakte hij een aantal standbeelden die te zien zijn in de Villa Borghese te Rome. Bernini verwierf al snel een vooraanstaande positie in Rome en als de architect Carlo Maderno in 1629 overlijdt wordt hij benoemd tot de nieuwe architect van de Sint Pieter. In de Sint-Pieter liet Bernini zijn grootste werken na. Bernini bleef zijn hele leven actief als kunstenaar. Hij overleed op 28 november 1680 in Rome en werd begraven in de Basiliek van Santa Maria Maggiore.

Bernini als architect[bewerken]

De eerste jaren dat Bernini bekendheid kreeg werkte hij voornamelijk als beeldhouwer aan de beelden voor Scipione Borghese. Zijn eerste echte architecturale opdracht kreeg hij in 1624. Hij moest toen een nieuwe gevel ontwerpen voor de kerk Santa Bibiana te Rome. In datzelfde jaar vraagt paus Urbanus VIII hem om een baldakijn te ontwerpen boven het graf van Petrus in de Sint-Pieter. Bernini werkte hieraan van 1624 tot 1634. Gedurende deze periode overlijdt Carlo Maderno, die op dat moment de verantwoordelijk architect is voor alle projecten die plaatsvinden in de Sint-Pieter, en de paus stelt Bernini aan als zijn opvolger.

Van 1628 tot 1647 werkte hij aan een grafmonument voor paus Urbanus VIII. Het resultaat is een theatraal geheel waarin de paus wordt omringd door personificaties van de liefde en rechtvaardigheid en dergelijke.

Een van Bernini's bekendste monumenten is zijn Cornarokapel in de Santa Maria della Vittoria in Rome, met daarin het beeld van de Extase van Theresia. Hij werkte hieraan van 1645 tot 1652. In deze kapel komen architectuur en beeldhouwkunst samen.

Tussen 1656 en 1667 construeerde Bernini het Sint-Pietersplein in Rome, het plein voor de Sint-Pietersbasiliek, in opdracht van paus Alexander VII. Het plein wordt omgeven door een zuilenrij, die door Bernini zelf beschreven wordt als "de moederlijke armen van de kerk". Deze zuilenrij bestaat uit 284 Dorische zuilen en 88 pilasters, in vier rijen, die vrijwel volledig symmetrisch staan. Op de zuilenrij staan 140 beelden van heiligen. De zuilen vormen samen een ovaal met een grootste binnendiameter van ongeveer 198 meter. Het plein is in totaal ruim 200 meter breed en ruim 250 meter lang. In het midden van het plein staat een Egyptische obelisk van ruim 37 meter hoog. De obelisk is in 39 na Christus in opdracht van Caligula naar zijn circus gebracht, dat later het Circus van Nero genoemd zou worden. In 1586 is de obelisk naar de huidige plaats verplaatst. De obelisk was vroeger een draaipunt voor wagens in races in het Circus van Nero. Dit circus stond op de plaats waar nu het plein ligt.

Toen Bernini in 1665 in Parijs was heeft hij daar ook een ontwerp gemaakt voor de oostgevel van het Louvre, in opdracht van Lodewijk XIV Deze is echter nooit gerealiseerd, omdat het ontwerp "te Italiaans" was en te weinig classicistisch in de ogen van de Fransen. Hij maakte nog wel enkele beeldhouwwerken voor de koning, waaronder een buste en een ruiterstandbeeld.

Van 1656 tot 1666 werkte Bernini aan de Cathedra Petri (de troon van Petrus) die zich in de apsis van de Sint Pietersbasiliek bevindt. Deze troon was bedoeld om de aanwezigheid van Petrus in de kerk te benadrukken. De troon wordt gedragen door de vier kerkvaders, links staan Athanasius en Ambrosius, rechts Johannes Chrysostomus en Augustinus.

Bernini heeft daarnaast ook torens ontworpen voor de kerk. Deze zijn ook gerealiseerd, maar omdat ze zo zwaar waren kon de grond onder de Sint Pieter deze niet dragen en begonnen ze algauw te verzakken. Dit veroorzaakte scheuren in de façade, waardoor men wel genoodzaakt was de torens, die er net stonden, weer af te breken.

Bernini als beeldhouwer[bewerken]

Al op 16-jarige leeftijd maakt Bernini een groot beeldhouwwerk, namelijk een beeld van de heilige Laurentius, die gemarteld werd op een rooster. In zijn oude beelden, zoals Aeneas en Anchises, is de invloed van zijn vader nog duidelijk te zien. Deze werken zijn nog vrij maniëristisch. In zijn latere werk is Bernini meer beïnvloed door de hellenistische antieken en door de schilderingen van Annibale Carracci. Bij deze latere beelden is te zien hoe Bernini zijn beelden steeds levendiger en realistischer maakt. Bernini toont zich een meester in het uitdrukken van emoties in het marmer. De beelden die hij maakte zijn dan ook zeer expressief. De katholieke kerk, die zich op dat moment midden in de contrareformatie bevindt, maakte dankbaar gebruik van Bernini's talent door hem vele verschillende opdrachten te geven.

Onder de beelden die hij maakte in opdracht van Scipione Borghese zijn enkele van zijn bekendste kunstwerken. Zo is er bijvoorbeeld het beeld van Pluto en Proserpina (1621) Dit beeld is zo uitzonderlijk omdat Bernini hier als het ware de hardheid van het marmer ontkent. Pluto grijpt Proserpina vast en drukt letterlijk met zijn vingers in het bovenbeen. Het marmer is geen marmer meer: het is vlees, en de figuren in dit beeld lijken te leven en echte emoties te voelen. Een ander beeld uit deze reeks is het beeld van Apollo en Daphne (1625) Op het moment dat Apollo Daphne probeert te verkrachten veranderen de goden haar in een laurierboom. Dit moment heeft Bernini werkelijk fantastisch uitgebeeld. Het opvallendste onderdeel van dit beeld zijn de laurierblaadjes die groeien uit Daphne's vingertoppen, die zo dun en fijn zijn dat het licht gewoon door het marmer heen straalt. (Deze blaadjes schijnen niet door Bernini zelf te zijn gemaakt, maar door één van zijn assistenten, die zo kwaad werd dat hij geen erkenning voor zijn werk kreeg, dat hij bij Bernini weg ging)

Vanaf 1629 begint Bernini steeds meer gebruik te maken van de dramatische effecten van draperieën in zijn beeldhouwwerken. Hij ontwikkelt een heel nieuw type bustebeelden, waarbij de buste als het ware gedragen wordt door een wapperende draperie.

Werken van Bernini[bewerken]

Werken samen met zijn vader Pietro[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • C. Avery, Bernini: Genius of the Baroque, New York 1997.
  • A. Bachi e.a., Bernini and the Birth of Baroque Portrait Sculpture, 2008.
  • Filippo Baldinucci, Vita del Cavaliere Gio. Lorenzo Bernino, Firenze 1682.
  • Domenico Bernini, Vita del Cavalier Gio. Lorenzo Bernino, Roma 1713.
  • Paul Fréart de Chantelou, Journal du voyage du Cavalier Bernin en France, ed. Lalanne, Parijs 1885
  • Maarten Delbeke e.a. (ed.), Bernini's Biographies. Critical Essays, Pennsylvania 2007
  • John Evelyn: The Diary of John Evelyn, ed. E.S. deBeer, Oxford 1955.
  • H. Hibbard, Bernini, New York 1965.
  • T. Magnuson, Rome in the Age of Bernini, Stockholm 1982, 2 vols.
  • T. Marder, Bernini and the Art of Architecture, New York 1998.
  • S. McPhee, Bernini and the Bell Towers: Architecture and Politics at the Vatican, New Haven 2002.
  • Franco Mormando, Bernini. His life and his Rome, University of Chicago Press, 2011, ISBN 978-0226538525
  • R. Wittkower, Art and Architecture in Italy, 1600-1750, revised by J. Connors & J. Montagu, New Haven 1999.
  • R. Wittkower, Gian Lorenzo Bernini: the Sculptor of the Roman Baroque, New York 1999.

Meer informatie[bewerken]