Broederschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spaanse Broederschap in uniform
de Koninklijke Broederschap van de Macarena, voor de processie in Sevilla
Broederschap in Calvi tijdens een processie
Broeders van OLV van het Kasteel te Antwerpen.
18de-eeuwse cataloog met de leden-confreers van Halle, Hoofdkerk te Oudenaarde.
Vaandel Broederschap van Sint-Dymphma, Antwerpen Sint-Andrieskerk.

Een katholieke broederschap, fraterniteit of confrérie is een vrome vereniging van leken, onderworpen aan het kerkelijk recht.[1]

Functie[bewerken]

Broederschappen hebben een lokale werking gebonden aan het grondgebied van een kerk of kapel. In de meeste parochies zijn of waren verschillende broederschappen actief. Katholieke broederschappen onderscheiden zich nadrukkelijk van andere verzuilde Christelijke verenigingen: het engagement van een broederschap is geinspireerd door de katholieke doctrine, waarbij de devotie en geloof centraal staan. Leden van een broederschap moeten geen geloften afleggen en zijn zelf niet onderworpen aan het kerkelijk recht. De facto is een broederschap een private vereniging, waar de confraters zelf bepalen hoe lang ze lid blijven. Leden van de broederschap hoeven niet altijd te zijn verbonden aan die parochie, maar moeten wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Vaak werken actieve broederschappen nauw samen met de plaatselijke parochiale overheid. Broederschappen kenmerken zich door hun traditie, devotie en zijn hiërarchisch van opbouw. Sommige broederschappen bestaan uit een tiental leden, maar andere kunnen groeien tot duizenden leden.

Lidmaatschap[bewerken]

Niet iedereen kan zomaar lid worden van een broederschap, sommige broederschappen stellen bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden staan nauwkeurig beschreven in de statuten. Eens de statuten zijn erkend door de plaatselijke bisschop, moeten alle leden deze statuten respecteren. Bijna alle broederschappen vragen aan hun leden om jaarlijks lidgeld te betalen voor de interne werking. De controle wordt uitgeoefend door een bestuur, dat vaak democratisch is verkozen zonder tussenkomst van de kerkelijke overheid. De meeste broederschappeen hebben een nauwkeurige ledenlijst, die vaak honderden jaren teruggaat in de tijd. De leden van een broederschap hebben het recht hun naam te plaatsen in de cataloog (naamlijst) die in de kerk wordt gehangen. In de meeste kerken bevatten deze sierlijke meubels nog de namen van de laatste confraters. Het bestuur van een broederschap wordt waargenomen door een Hoofdman, griffier en een proost, die vaak de plaatselijke pastoor is. Andere broederschappen stelden soms bijzondere eisen aan hun medebroeders. Dit kon bijvoorbeeld inhouden dat men een bedevaart naar een ver oord had volbracht. Broeders van het Kostbaar Bloed moesten van adel zijn, iets wat anno 2015 geen voorwaarde meer is. Uit broederschappen die aan een bepaalde beroepsgroep gebonden waren zijn de gilden voortgekomen die weliswaar in eerste instantie een profaan doel dienden, namelijk de bescherming en instandhouding van hun beroep, maar tevens religieuze doelstellingen nastreefden.

Indeling[bewerken]

Broederschappen worden ingedeeld in broederschappen van Boete (penetentie) en broederschappen van Devotie. Oorspronkelijk worden ook flagelanten beschouwd als een vorm van broederschapswezen. Deze middeleeuwse boetepraktijk bestaat nog steeds, alhoewel boetebroederschappen enkel in Spanje nog zeer verspreid zijn. In Vlaanderen bestaan hoofdzakelijk broederschappen van devotie en naastenliefde. Zij promoten een bepaalde cultus of devotie tot een heilige of bedevaart.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste broederschappen zijn in de Middeleeuwen ontstaan in parochies en wijdverbreid verschijnsel, aanvankelijk in de Katholieke Kerk, waarbij leken zich aaneensloten om een godvruchtig doel te dienen. Ze hadden maatschappelijk aanzien en vormden een sterke gemeenschap van leken. Vele broederschappen hadden privileges die ze in hun titelkerk konden afdwingen. In de late middeleeuwen groeide de devotie tot het H. Sacrament, dankzij Juliana van Cornillon. In de 19de eeuw ontstonden veel Heilig Hartbroederschappen na de afkondiging van het H. Hart als kerkelijk hoogfeest.

De meeste broederschappen in het ancien régime hadden een aantal bezittingen en rechten. Hierdoor waren bepaalde broederschappen soms zeer invloedrijk. In de 19de eeuw werden de oude broederschappen beschouwd als erfenis uit de barok. Desalnietemin groeide het ultramontanisme en de volksdevotie enorm in de 19de eeuw waardoor het broederschapswezen een nieuwe adem kreeg.[2] De oude reglementen met strenge voorschriften en boetes werden vaak herzien, waardoor de meeste broederschappen snel een lokale bloei kenden. Het is niet ongewoon om te zien dat hele families van vader op zoon lid werden van dewelfde broederschap. Dit lidmaatschap bracht een sociale status mee.

Keizerlijk edict[bewerken]

In de 18de eeuw werden in de Oostenrijkse Nederlanden alle broederschappen opgeheven[3] krachtens een edict van de Keizer[4]. Daarbij moesten de bestuurders van de confrerieen hun bezitting en goederen inventarisseren en vernederend aangifte doen. Per parochie werden deze inventarissen gecontroleerd en de eigendommen geconfisqueerd. Heel wat oude broederschappen overleefden deze maatregel niet en sommigen tekenden protest aan bij de Aartshertogin-Landvoogdes. De geconfisqueerde goederen werden eigendom van de parochie. Daarnaast verbood Jozef II het houden van jaarlijkse openbare processies. Het verbreken van dit edict werd bestraft. Sommige broederschappen werden in rechten hersteld na de Oostenrijkse heerschappij, na de Franse Heerschappij, maar vele waren hun eigendommen definitief kwijt of waren voorgoed opgeheven. Vele Broederschappen van de Goede Dood, Drievuldigheid en Zoete Naam Jesus hielden het voor bekeken en van andere was hun macht gebroken. Hier is echter niet veel onderzoek naar gedaan of het edict veel invloed heeft gehad op actieve broederschappen. Vele hebben ook de tweede beeldenstorm 150 jaar later niet overleefd.

Kerkrecht[bewerken]

De oprichting van een broederschap moet kerkelijk worden goedgekeurd, volgens canon 299 paragraaf 3 en canon 322 paragrafen 1 en 2. Hiertoe moet de plaatselijke bisschop de statuten goedkeuren en de oprichting toestaan. De Kerk heeft steeds een invloed op de broederschap en is gewoonlijk toegewijd aan een bepaalde heilige. Vroeger bestonden er bepaalde broederschappen voor mannen en vrouwen afzonderlijk. De medebroeders hielpen elkaar en verrichtten vaak ook werken van naastenliefde. De broederschappen hadden vaak een altaar in de kerk. Ook liepen zij mee in processies met het beeld van hun patroonheilige. Broederschappen beschikten ook over -vaak uitvoerige- reglementen die de hiërarchie vastleggen en nauwkeurig plechtige ceremoniën vastleggen bij overlijdens en feesten.

Actuele situatie[bewerken]

In 2013 nodigde Paus Franciscus verschillende actieve broederschappen uit in Rome, waarbij hij ze aanmoedigde de volksdevotie te versterken. In zijn homilie sprak hij over "herontdekking en hervernieuwing in de Kerk". [5] De Kerk blijft dus actief de vele broederschappen ondersteunen bij hun werking. De meeste oude broederschappen die in de huidige tijd nog bestaan, houden veelal hun oude tradities in ere. De meeste overleefden de beide wereldoorlogen en de Franse revolutie. Maar na het Tweede Vaticaans Concilie, verminderde de volksvroomheid.

In België zijn nog slechts een paar broederschappen actief, waarvan de oudste de broederschap van het kostbaar bloed is te Brugge. Andere oude broederschappen verdwenen zoals de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouwe van den drogen boom.

Ook in Nederland bestaan nog hier en daar vrome broederschappen, zoals de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch.

In Spanje zijn er nog zeer veel broederschappen actief, aan parochies gebonden. Ook in Antwerpen zijn nog verschillende broederschappen actief. Deze oude verenigingen hebben vaak een groot kunstpatrimonium en ook een oud archief.

Veel broederschappen vieren nog steeds een octaaf of noveen van hun patroonheilige, met vaak een processie. De meeste actieve broederschappen worden erkend als immatrieel erfgoed, ze zijn waardevol door hun geschiedenis en cultuur.

Varia[bewerken]

Het woord broederschap heeft overigens een veel bredere betekenis gekregen en is lang niet meer alleen aan de Katholieke Kerk gebonden. De naam is zelfs overgegaan op sommige protestantse kerkgenootschappen, zoals de Remonstrantse Broederschap. Ook de Vrijmetselarij heeft nadien bepaalde kenmerken van de historisch katholieke broederschappen overgenomen.

Bekende actieve Broederschappen (2016)[bewerken]

In Vlaanderen zijn er nog tal van broederschappen actief, maar er is nog niet voldoende literatuur of actua bekend over hun actuele status. Deze lijst is niet beperkend.

Vlaanderen[bewerken]

Spanje[bewerken]

De Spaanse broederschappen vormen een uitzondering, de meeste zijn zeer actief en kennen een uitgebreide studie.

Zie ook[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek broederschap op in het WikiWoordenboek.