Broederschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Spaanse Broederschap in uniform
Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Potterie, Brugge

Een katholieke broederschap of confrerie (Engels: confraternuty, spaans: Hermandad/ Confradia)is een vrome vereniging van leken, onderworpen aan het kerkelijk recht.[1] Broederschappen kenmerken zich door hun traditie, devotie en zijn hiërarchisch van opbouw.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste broederschappen zijn in de Middeleeuwen ontstaan in parochies en wijdverbreid verschijnsel, aanvankelijk in de rooms-katholieke Kerk, waarbij leken zich aaneensloten om een godvruchtig doel te dienen. Ze hadden een maatschappelijk aanzien, en vormden een sterke gemeenschap van leken. Vele broederschappen hadden privileges die ze in hun titelkerk konden afdwingen. In de late middeleeuwen groeit de devotie tot het H. Sacrament, dankzij Juliana van Cornillon. In de 19de eeuw ontstaan veel Hartbroederschappen na de afkondiging van het H.Hart als kerkelijk feest. Andere broederschappen zijn verbonden aan een populaire bedevaart naar OLV van Halle of Scherpenheuvel. Andere broederschappen bevorderen dan een plaatselijk devotie tot een populaire heilige zoals St-Gummarus van Lier.

Indeling[bewerken]

Broederschappen worden ingedeeld in broederschappen van Boete (penetentie) en broederschappen van Devotie. Oorsprongkelijk worden ook flagelanten beschouwd als een vorm van broederschapswezen. Deze middeleeuwse boetepraktijk bestaat nog steeds, alhoewel boetebroederschappen enkel in Spanje nog zeer verspreid zijn. In Vlaanderen bestaan hoofdzakelijk broederschappen van devotie en naastenliefde. Zij promoten een bepaalde cultus of devotie tot een heilige of bedevaart.

Kerkrecht[bewerken]

De oprichting van een broederschap moest kerkelijk worden goedgekeurd, volgens canon 299 paragraaf 3 en canon 322 paragrafen 1 en 2. Hiertoe moest de plaatselijk bisschop de statuten keuren en de oprichting toestaan. De kerk heeft steeds een invloed op de broederschap en is gewoonlijk toegewijd aan een bepaalde heilige. Vroeger bestonden er bepaalde broederschappen voor mannen en vrouwen afzonderlijk. De medebroeders hielpen elkaar en verrichtten vaak ook werken van naastenliefde. De broederschappen hadden vaak een altaar in de kerk. Ook liepen zij mee in processies met het beeld van hun patroonheilige. Broederschappen beschikten ook over -vaak uitvoerige- reglementen die de hierarchie vastleggen en nauwkeurig plechtige ceremoniën vastleggen bij overlijdens en feesten.

Keizerlijk Edict[bewerken]

In de 18de eeuw werden in de Oostenrijkse Nederlanden alle broederschappen opgeheven[2] krachtens een edict van de Keizer[3]. Daarbij moesten de bestuurders van de confrerieen hun bezitting en goederen inventarisseren, en vernederend aangifte doen. Per parochie werden deze inventarissen gecontroleerd en de eigendommen geconfisceerd. Heel wat oude broederschappen overleefden deze maatregel niet, en sommigen tekende protest aan bij de Aartshertogin-Landvoogdes. De geconfisceerde goederen werden eigendom van de parochie. Daarnaast verbood Jozef II het houden van jaarlijkse openbare processies. Het verbreken van dit edict werd bestraft. Sommige broederschappen werden in rechten hersteld na de Oostenrijkse heerschappij, na de Franse Heerschappij, Maar vele waren hun eigendommen definitief kwijt of waren voorgoed opgeheven. Vele Broederschappen van de Goede Dood, Drievuldigheid en Zoete Naam Jesus hielden het voor bekeken en van andere was hun macht gebroken. Hier is echter niet veel onderzoek naar gedaan of het edict veel invloed heeft gehad op actieve broederschappen. Velen zouden dan ook de tweede beeldenstorm 150 jaar later niet overleven.

Lidmaatschap[bewerken]

Het bestuur van een broederschap wordt waargenomen door een Hoofdman, griffier en een proost, die vaak de plaatselijke pastoor is. Zij worden vaak democratisch verkozen door de medebroeders.Niet iedereen kon lid worden van een broederschap. Men moest daartoe uitgenodigd worden en aan bepaalde criteria voldoen. Dit kon bijvoorbeeld inhouden dat men een bedevaart naar een ver oord had volbracht. Broeders van het Kostbaar Bloed moesten van adel zijn, iets wat anno 2015 geen voorwaarde meer is. Uit broederschappen die aan een bepaalde beroepsgroep gebonden waren zijn de gilden voortgekomen die weliswaar in eerste instantie een profaan doel dienden, namelijk de bescherming en instandhouding van hun beroep, maar tevens religieuze doelstellingen nastreefden.

Actuele situatie[bewerken]

Katholieke broederschappen bestaan tot in de huidige tijd, en houden hun tradities in ere. De meeste overleefden de beide wereldoorlogen en de Franse revolutie. Maar na het tweede concilie, verminderde de volksvroomheid. Slechts een paar broederschappen zijn nog actief, waarvan de oudste de broederschap van het kostbaar bloed is te Brugge. Veel broederschappen vieren nog steeds een octaaf of noveen van hun patroonheilige, met vaak een processie. In Spanje zijn er nog zeer veel broederschappen actief, aan parochies gebonden. Ook in Antwerpen zijn nog verschillende broederschappen actief. Deze oude verenigingen hebben vaak een groot kunstpatrimonium en ook een oud archief. Ook in Nederland bestaan nog hier en daar vrome broederschappen, zoals de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch.

De meeste actieve broederschappen worden erkend als immatrieel erfgoed, ze zijn waardevol door hun geschiedenis en cultuur.

Varia[bewerken]

Het woord broederschap heeft overigens een veel bredere betekenis gekregen en is lang niet meer alleen aan de Rooms-Katholieke Kerk gebonden. De naam is zelfs overgegaan op sommige protestantse kerkgenootschappen, zoals de Remonstrantse Broederschap. Ook de Vrijmetselarij heeft nadien bepaalde kenmerken van de historisch katholieke broederschappen overgenomen.

Bekende actieve Broederschappen (2015)[bewerken]

Vlaanderen[bewerken]

Spanje[bewerken]

  • Aartsbroederschap van Sint-Jacobus, Apostel bij pauselijke bul erkend.
  • Koninklijke Broederschap van Oonze Lieve Vrouw van Macarena

Zie ook[bewerken]

Noot
  1. Can. 299 - § 1 Het komt de christengelovigen onverkort toe om door het aangaan van een onderlinge private overeenkomst verenigingen op te richten om de doelstellingen waarover in can. 298, § 1, na te streven, onverminderd het voorschrift van can. 301, § 1. § 2 Dergelijke verenigingen worden, ook als zij door het kerkelijk gezag geprezen of aanbevolen worden, private verenigingen genoemd. § 3 Geen enkele private vereniging van christengelovigen wordt in de Kerk erkend tenzij haar statuten door de bevoegde overheid beoordeeld zijn.
  2. Alle broederschappen worden nietig verklaard [sic]
  3. eerste Edict afgekondigd op 2 juli 1783, tweede keizerlijke edict rakende de broederschappen dateert van 8 april 1786
Icoontje WikiWoordenboek Zoek broederschap op in het WikiWoordenboek.