Heiligdomsvaart van Maastricht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Heiligdomsvaart (Maastricht))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Heiligdomsvaart van Maastricht
Compilatie van beelden van de heiligdomsvaarten van 1955, 1976 en 2018
Compilatie van beelden van de heiligdomsvaarten van 1955, 1976 en 2018
Gehouden in Maastricht
Jaar eenmaal in de zeven jaar
Data 24 mei t/m 3 juni 2018 (55e editie)
Organisator Vereniging Het Graf van Sint Servaas
Deelnemers Rooms-katholieke bedevaartgangers en geïnteresseerden
Thema 'Doe goed en zie niet om' (thema 2018)
Openingsceremonie Sint-Servaasbron
Sluitingsceremonie Sint-Servaasbasiliek
Eerste editie 1391 (of eerder); 1874 (1e 'moderne' editie)
Edities
Vorige editie 2018
Volgende editie 2025
Officiële website

De heiligdomsvaart van Maastricht is een zevenjaarlijks religieus en historisch evenement in de Nederlandse stad Maastricht. Ontstaan in de middeleeuwen uit de destijds populaire bedevaarten naar het graf van Sint-Servaas, is het tegenwoordig een mix van religie, cultuurhistorie en commercie met een gevarieerd programma. Hoogtepunten van de elf dagen durende festiviteiten zijn de reliekentoningen in de twee hoofdkerken van de stad en diverse ommegangen, waarbij de belangrijkste devotionele voorwerpen worden meegevoerd. De eerstkomende heiligdomsvaart vindt plaats in 2025.

Geschiedenis[bewerken]

Maastricht als bedevaartstad[bewerken]

Sint-Servaascrypte in de Sint-Servaasbasiliek. De merovingische sacrofaag is hier later geplaatst
Toningsformulier Onze-Lieve-Vrouwekerk met de belangrijkste relieken. In het midden het Byzantijns patriarchaalkruis

Voordat er in Maastricht een heiligdomsvaart plaatsvond, was de stad al vele eeuwen een bedevaartstad van betekenis. Eind 6e eeuw was Gregorius van Tours de eerste die melding maakte van de verering van het graf van Sint-Servaas en de vele wonderen die daar geschiedden. In zijn tijd verving bisschop Monulfus de provisorische grafkapel door een grote stenen kerk.[1] Ook de oudste heiligenkalenders en hagiografieën uit de 8e en 9e eeuw vermelden pelgrimages en wonderlijke genezingen bij het graf van deze heilige.[2] De kerk van Monulfus moest door het groeiend aantal pelgrims diverse malen worden uitgebreid, voor het laatst in de 11e eeuw. Door schenkingen kwam de Sint-Servaaskerk in bezit van steeds meer relieken, vaak gevat in kostbare reliekhouders, wat weer nieuwe bedevaartgangers aantrok. Voor pelgrims waren in Maastricht veel aflaten te verkrijgen; een Franse pelgrim rekende in 1453 uit dat in een jaar tijd in Maastricht zo'n 800 jaar aan strafvermindering in het Vagevuur was te verdienen. Later ging men ervan uit dat een bedevaart naar Maastricht een volle aflaat, dat wil zeggen volledige kwijtschelding van tot dan toe begane zonden, opleverde.[3]

Ook de Onze-Lieve-Vrouwekerk bezat een belangrijke verzameling relieken. De kerkschat kreeg omstreeks 1100 een flinke impuls door de verwerving van het Byzantijns patriarchaalkruis en het zogenaamde kruisje van Constantijn, beide naar alle waarschijnlijkheid meegebracht uit Constantinopel na de Eerste Kruistocht (1096-99). Beide kruisreliekhouders werden in 1837 aan de paus geschonken en bevinden zich sedertdien in de schatkamer van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Verder was de Onze-Lieve-Vrouwekerk bekend vanwege de gordel van Maria en een reliek van Sint-Barbara. Het 'genadebeeld' van de Sterre der Zee bevindt zich pas sinds 1837 in deze kerk. Daarbij dateert de grote populariteit van dit Mariabeeld van na 1607, toen paus Paulus V er een volle aflaat aan verbond.[4]

Tussen de twee kapittelkerken bestond grote rivaliteit, met name als het ging om het aantrekken van bedevaartgangers, waarmee ook financiële belangen waren gemoeid. Het Sint-Servaaskapittel zag erop toe dat de Onze-Lieve-Vrouwekerk geen relieken in de open lucht toonde. Mogelijk werd in laatstgenoemde kerk de bovengalerij in het oostkoor daarvoor gebruikt. In de loop der eeuwen zijn diverse processen gevoerd over de reliekentoning in het openbaar, tot aan de paus aan toe.[5] Eind 15e eeuw leidde de rivaliteit ertoe dat het Sint-Servaaskapittel het Byzantijns patriarchaalkruis van de Onze-Lieve-Vrouwekerk liet kopiëren (zie: Patriarchaalkruis).

Voor de opvang van de duizenden bedevaartgangers naar het graf van Sint-Servaas bestond al sinds de 11e eeuw het Sint-Servaasgasthuis, op de zuidwesthoek van het Vrijthof. Daarnaast was Maastricht van de 12e tot de 16e eeuw een halteplaats voor pelgrims uit de Nederlanden, Noord-Duitsland en Scandinavië op weg naar Santiago de Compostella. Voor hen was in Maastricht het Sint-Jacobsgasthuis ingericht, pal naast het Sint-Servaasgasthuis. Beide gasthuizen kregen in de 17e eeuw andere functies en werden begin 19e eeuw afgebroken.[6]

Middeleeuwen: bloeitijd van de heiligdomsvaart[bewerken]

Toningsformulier uit 1468 van de heiligdomsvaarten van Maastricht, Aken en Kornelimünster

De naam heiligdomsvaart ('reis naar de heiligdommen of relieken') is waarschijnlijk afgeleid van de oudere termen 'Roomse' en 'Akense vaart', de middeleeuwse bedevaarten naar Rome en Aken. De Maastrichtse vaart werd vanouds gecombineerd met die van Aken en Kornelimünster, waar eveneens belangrijke relieken werden getoond. Uit een pauselijke bul van 1249 is af te leiden dat rond de veertiende juli veel pelgrims naar de Sint-Servaaskerk kwamen. In 1289 verleende wijbisschop Bonaventura van Luik een aflaat aan gelovigen die rond deze tijd de Sint-Servaaskerk bezochten.[7] De oudste vermelding van een 'heiligdomskermis' in Maastricht, samenvallend met de 'Akense vaart' (Middelnederlands: aexse vaert), dateert van 1391. De term 'heiligdomsvaart' (heyldomsvaert) wordt pas in 1440 voor het eerst opgetekend.[8] De grote bloeitijd vond plaats in de 15e eeuw toen meer dan 100.000 pelgrims op de heiligdomsvaarten in Maastricht en Aken afkwamen.[9]

De Maastrichtse heiligdomsvaart vond in de middeleeuwen plaats rondom het feest van de heilige bisschoppen Monulfus en Gondulfus (16 juli), meestal een week ervoor en een week erna.[noot 1] Het jaar waarin een heiligdomsvaart plaats had, was een jubeljaar of genadejaar (afgeleid van het Bijbelse sabbatjaar), waarin bijzondere aflaten te verdienen waren. Voor de meeste pelgrims was het hoofddoel van de heiligdomsvaart een bezoek aan het graf van Sint-Servaas (en in mindere mate dat van Monulfus en Gondulfus), het drinken van heilzaam water uit de drinknap van Sint-Servaas (en uit de Sint-Servaasbron) en het bijwonen van een reliekentoning. Daarnaast waren biecht en boetedoening vaste onderdelen van een bedevaart, zonder welke geen aflaten waren te verkrijgen. Nadat men aan die verplichtingen had voldaan, kreeg men een voorgedrukt biecht- en bedevaartbewijs, waarop slechts de naam van de pelgrim hoefde te worden ingevuld en dat voorzien werd van het zegel van de kerk.[10]

Toning van de pelgrimsstaf en een van de 'hemelse doeken' (Blokboek van Sint-Servaas, ca. 1460)

De Sint-Servaaskerk had in Maastricht het alleenrecht op de reliekentoning in de open lucht. Dat gebeurde tijdens de heiligdomsvaart eenmaal per dag op het Vrijthof, nadat de verzamelde pelgrims daar een openluchtmis hadden bijgewoond. De reliekentoning vond plaats vanaf de dwerggalerij, die voor die gelegenheid was versierd met doeken met daarop engelfiguren en Sint-Servaassleutels. Het is overigens niet zeker of de dwerggalerij voor dit doel gebouwd is. Mogelijk bestond het gebruik van de reliekentoning in de 12e eeuw nog niet, toen de oostpartij werd gebouwd; wellicht werd de galerij slechts als architectonische versiering toegevoegd en ontstond het gebruik later. In de 15e eeuw kwamen er zoveel pelgrims naar de heiligdomsvaart dat de muren om het Vrijthof voor die gelegenheid moesten worden afgebroken.[11]

De toning moet een theatraal gebeuren zijn geweest, waarbij de emoties bij het publiek hoog opliepen en luide jammerklachten waren te horen.[12] Velen hielden brood, vlees en allerlei voorwerpen omhoog om die als het ware door de getoonde relieken te laten heiligen. Sommige pelgrims zaten op de daken van huizen rond het Vrijthof om zich zo veel mogelijk aan de relieken bloot te stellen.[13] De relieken werden in vier groepen getoond. Elke groep werd aangekondigd met een uit Aken overgenomen formule, die telkens begon met: "Men sall uch toenen...", waarna een beschrijving van de voorwerpen volgde en een gebed. De volgorde was: 1. het sudarium of de zweetdoek van Sint-Servaas (een van de drie 'hemelse doeken'), samen met zijn bisschopsstaf; 2. de rode lijkdoek van Sint-Servaas en zijn pelgrimsstaf; 3. de witte doek die de tombe van Sint-Servaas bedekte, en zijn kelk en pateen; 4. tenslotte, het borstbeeld van Sint-Servaas, de Thomasarm en een kruisje dat door Sint-Lucas zou zijn gemaakt.[14] Daarna werden de pelgrims uitgenodigd om ook het graf van de heilige te bezoeken en de overige relikwieën in de kerk te bekijken.[noot 2] Ter afsluiting luidden de kerkklokken en bliezen de pelgrims massaal op hun pelgrimshoorns.[15]

Sint-Servaasgasthuis op het Vrijthof (V. Klotz?, 1671)
Pelgrimsinsignes van Sint-Servaas

Tijdens de twee weken durende heiligdomsvaart bezochten tienduizenden pelgrims de stad, waarvan de meesten na enkele dagen verder reisden, bij voorbeeld naar Aken.[noot 3] Omdat de beide pelgrimsgasthuizen de toestroom niet aankonden, werden tijdelijk ook pelgrims in andere gasthuizen toegelaten. Velen vonden onderdak bij particulieren.[16] De bedevaartgangers, die vaak meerdere bestemmingen per reis combineerden, waren afkomstig uit onder andere de Nederlanden, Frankrijk (vooral uit Normandië en Bretagne, waar Sint-Servaas speciale verering genoot), Duitsland, Scandinavië, Bohemen, Hongarije en Engeland.[noot 4] Voor de stad waren al die bezoekers uiteraard van groot economisch belang. Tijdens de heiligdomsvaart mocht iedere burger vreemde valuta wisselen en spijs en drank verkopen, buiten de gebruikelijke bepalingen van stadsbestuur en ambachten om.[17] Ook de ambachten zelf hadden meer vrijheid: zo mochten de brouwers in 1440 alle soorten bier brouwen en de bakkers mochten elk soort brood verkopen. Als souvenir werden aangeboden pelgrimshoorns van aardewerk, pijpaarden pelgrimsflesjes en, vooral, tinnen pelgrimsinsignes, die in heel Europa zijn teruggevonden. Vanaf de 16e eeuw werden deze in toenemende mate verdrongen door medailles, vaantjes, boekjes, prenten, toningsformulieren en biecht- en bedevaartbewijzen. Vaak waren deze voorwerpen versierd met afbeeldingen van zowel Maastrichtse als Akense en Kornelimünsterse relieken, zodat die ook daar verkocht konden worden.[18]

Aan het begin van de heiligdomsvaart bliezen de stadstorenwachters op hun bazuinen, als aankondiging van de veertiendaagse 'vrijheid van Sint-Servaas', de periode dat allerlei regels niet golden en bij voorbeeld vreemdelingen niet vervolgd mochten worden voor in het verleden gepleegde vergrijpen. Dat laatste bracht bepaalde risico's met zich mee. Veel pelgrims gingen op bedevaart omdat dat onderdeel was van een straf die ze opgelegd hadden gekregen.[noot 5] Om die redenen werden rondom de heiligdomsvaart extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Leden van het Maastrichtse stadsbestuur en de ambachten vormden milities, die toezicht hielden in de straten waar de pelgrims doorheen trokken. Wie de stadsvrede verbrak werd streng gestraft met een hoge geldboete of een verplichte bedevaart naar Santiago de Compostella. Ook moesten burgers een kuip water voor de deur hebben staan om het verhoogde risico op stadsbranden het hoofd te bieden.[8]

16e–17e eeuw: achteruitgang van de heiligdomsvaart[bewerken]

Pelgrimsboekje en biecht- en bedevaartbewijzen, 16e-17e eeuw

Door de Reformatie, godsdienstoorlogen en pestepidemieën nam de animo voor de heiligdomsvaart in de loop van de 16e eeuw flink af, zowel in Maastricht als in naburige steden.[14] In 1489 en 1552 ging de heiligdomsvaart wegens oorlogsdreiging niet door.[19][20] Bij het beleg van 1579 gingen de 'hemelse doeken' verloren en raakte het borstbeeld van Sint-Servaas ernstig beschadigd. In 1608 kwamen er nog maar 13.000 pelgrims. Na de gedeeltelijke annexatie van Maastricht in 1632 door de protestantse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, kwam er een verbod op processies en andere religieuze manifestaties in het openbaar.[noot 6] Waarschijnlijk was de laatste heiligdomsvaart-oude-stijl in 1629. In 1655, 1662 en 1706 vonden nog wel heiligdomsvaarten plaats, maar zonder openbare reliekentoning. De Noodkist stond permanent op het priesterkoor opgesteld, maar verhuisde in tijden van gevaar naar de vieringscrypte. De cenotaaf van Monulfus en Gondulfus werd omstreeks 1625 uit de kerk verwijderd. Het gebeeldhouwde doksaal en het Sint-Servaasaltaar werden in 1732 afgebroken.

In de Franse tijd werden de Maastrichtse stadskapittels opgeheven en deden de kapittelkerken enige tijd dienst als paardenstal en militair magazijn. De kerkschatten hadden in deze tijd zeer te lijden. Veel gouden en zilveren reliekhouders werden verkocht of omgesmolten. Ook na de Franse tijd was er weinig belangstelling voor het middeleeuwse erfgoed. De Onze-Lieve-Vrouwekerk raakte in deze tijd het patriarchaalkruis kwijt en de Sint-Servaaskerk het Vera Icon van Jan van Eyck en de vier vergulde pendanten van de Noodkist. Wel vond op 13 mei (Sint-Servaasdag) 1829 weer een reliekentoning plaats in de Sint-Servaaskerk.

1874: herstel van de heiligdomsvaart[bewerken]

De Noodkist in Bock & Willemsens Die mittelalterlichen Kunst- und Reliquienschätze zu Maestricht (1872)
Reliekenprocessie bij de opening van de schatkamer (detail prent, 1873)
Spotprent naar aanleiding van de Maastrichtse reliekenprocessie (Uilenspiegel, 16 augustus 1873)

In de loop van de 19e eeuw bloeide het katholicisme weer op in Maastricht en elders in Nederland. Vooral na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 nam het zelfvertrouwen van katholieken dusdanig toe, dat men ook weer met het eigen geloof naar buiten wilde treden (zie: Katholieke emancipatie in Nederland). In 1867 herstelde de bisschop van Roermond, mgr. Joannes Paredis, het feest van de heilige bisschoppen van Maastricht. Vier jaar later stelde dezelfde bisschop het feest ter ere van de relieken van alle heiligen in.[21]

Ook ontstond in deze periode een hernieuwde belangstelling voor de middeleeuwse cultuur. In 1872 publiceerde de Maastrichtse kapelaan en schatbewaarder Michaël Willemsen, samen met de Akense kanunnik en kunsthistoricus Franz Bock, een belangrijk werk over de kerkschat van de twee voormalige kapittelkerken. De publicatie betekende een omslag in de waardering van het Maastrichtse religieuze erfgoed. In de uitgebreidere Franstalige versie van 1873 werden bovendien verschillende bronteksten over de heiligdomsvaart opgenomen, wat mogelijk de herinvoering van de traditie heeft gestimuleerd. Veel relieken, die in de Franse tijd hun behuizing waren kwijtgeraakt, werden in deze periode voorzien van nieuwe, neogotische reliekhouders. Eveneens in 1873 werd de door Pierre Cuypers ingerichte schatkamer van de Sint-Servaaskerk, toen nog 'heiligdommenkapel' genoemd, in gebruik genomen. Bij de opening vond een korte reliekenprocessie plaats over het Vrijthof. De stoet, waaraan drie bisschoppen en meer dan vijftig priesters deelnamen, was in feite illegaal vanwege het processieverbod van 1848.[21][22] In katholiek Nederland maakte de reliekenprocessie veel indruk; anderen dreven er de spot mee.

Aangemoedigd door het succes van de reliekenprocessie werd in het jaar daarop, in 1874, de traditie van de zevenjaarlijkse heiligdomsvaart hersteld door deken F.X. Rutten. De paus verleende hiervoor toestemming en verbond er, net als in de middeleeuwen, een volle aflaat aan. Het grote verschil met de middeleeuwse heiligdomsvaart was dat de reliekentoning niet meer vanaf de dwerggalerij plaatsvond, maar in de kerk en tijdens de processie. In de kerk werden de relieken twee weken lang tentoongesteld op een soort tribune op het hoogkoor. De eerste moderne heiligdomsvaart werd afgesloten met een mis opgedragen door mgr. Paredis en aansluitend een processie, die dezelfde route volgde als een jaar eerder: vanaf het zuidoostelijk portaal over het Vrijthof en het Keizer Karelplein naar het noordportaal en vandaar naar de 'heiligdommenkapel' (de huidige Sint-Servaaskapel). Het processieverbod werd daarmee opnieuw genegeerd, aangezien de heiligdomsvaart niet voorkwam op de lijst van gelegaliseerde processies. Deze keer werd proces-verbaal opgemaakt tegen deken Rutten, een zaak die tot de Hoge Raad werd gevoerd en keer op keer door de deken werd verloren.[23] Ook in de jaren daarna hielden soortgelijke kwesties de politiek bezig, maar het verhinderde niet dat in 1878 in Maastricht zes processies uittrokken en dat in 1881 de tweede moderne heiligdomsvaart gewoon doorging.[21]

20e eeuw: moderne heiligdomsvaart[bewerken]

In de loop van de 20e eeuw veranderde de perceptie, waarmee niet-katholieken naar een bij uitstek katholiek fenomeen als de heiligdomsvaart keken. De scherpe randjes van de 19e-eeuwse vijandigheid waren afgesleten. Waar men deze vorm van geloofsuiting voorheen afdeed als bijgeloof en folklore, ontstond langzaam een zekere interesse in de meer zinnelijke geloofsbeleving, zoals die in de katholieke traditie bewaard was gebleven. Deze nieuwe 'acceptatie' riep op zijn beurt weerstand op bij sommige katholieken.[noot 7]

Bisschop Schrijnen en andere hoge gasten bij het Sint-Servaasspel (1916)
Aankondiging heiligdomsvaart van 1930 in de Limburger Koerier

In 1909 vonden reliekentoningen plaats in de beide hoofdkerken en werd in de Sint-Martinuskerk in Wyck de Zwarte Christus vereerd. De Maastrichtse heiligdomsvaart had in katholiek Nederland en België een zekere status verworven: er werden missen opgedragen door de aartsbisschop van Utrecht en de bisschop van Luik.[24] In 1916 werd op het Vrijthof voor het eerst het Sint-Servaasspel opgevoerd, een muzikaal toneelstuk op rijm dat het leven van de heilige aanschouwelijk moest maken. Het werd geschreven door Chrétien Mertz met muziek van Philip Loots en door 600 acteurs en figuranten onder regie van Alfons Olterdissen opgevoerd.[25] Het Sint-Servaasspel en varianten daarop werden daarna bij vrijwel alle edities van de heiligdomsvaart opgevoerd.[noot 8] Een ander wisselend onderdeel van de heiligdomsvaart was het bestormen van de burcht, een historisch schouwspel op de Maas, dat al in de middeleeuwen onderdeel was van heiligdomsvaarten en andere bijzondere gelegenheden. In 1930, 1937 en 1983 werd dit volksvermaak opnieuw georganiseerd.[26][27]

Sinds 1937 berust de organisatie van de heiligdomsvaart bij de Vereniging Het Graf van Sint Servaas, opgericht op initiatief van pastoor-deken mgr. J.A.H. Wouters. De vereniging stelt zich tot doel om het karakter van de stad Maastricht als bedevaartplaats en als katholiek centrum te bevorderen. In hetzelfde jaar werd een oude traditie hersteld: de genadebeelden van de Sterre der Zee en de Zwarte Christus van Wyck gingen dat jaar mee in de ommegang.[28] De heiligdomsvaart van 1944 kon door de oorlog niet doorgaan en werd uitgesteld tot 1948, waarmee de zevenjaarlijkse cyclus enkele jaren verschoof en daardoor niet langer samenviel met Aken en Kornelimünster.[29] In de jaren daarna kwamen steeds meer deelnemers aan de ommegang van elders, vaak uit het buitenland. In 1948 waren er groepen deelnemers uit Aken, Luik, Visé en Tongeren. In 1955 kwam het borstbeeld van Karel de Grote (Karlsbüste) uit Aken, vergezeld door massa's Duitse pelgrims (waaronder kardinaal Frings). In 1969 kwam het Remaclusschrijn uit Stavelot en het Gummarusschrijn uit Lier; in 1976 de Lambertusbuste uit Luik, het Ursulaschrijn uit Keulen en reliekhouders uit Oldenzaal, Visé, Aken en Burtscheid.[30] Vanaf 1969 was men vanwege de veranderde maatschappelijke omstandigheden genoodzaakt de vaste data in juli los te laten, omdat dan te veel mensen op vakantie waren. Aanvankelijk verschoof de heiligdomsvaart naar eind augustus/begin september, later naar eind mei/begin juni.[31]

Sinds 1988 is er een euregionaal samenwerkingsverband tussen Duitse, Belgische en Nederlandse plaatsen waar heiligdomsvaarten plaatsvinden. Anders dan in de middeleeuwen, is gekozen voor opeenvolgende jaren, om elkaar geen concurrentie aan te doen. In 1990 beleefde de heiligdomsvaart een dip met tegenvallende bezoekerscijfers, mogelijk als gevolg van tegenstellingen in het bisdom Roermond van bisschop Gijsen.[32] Na afloop gingen stemmen op om de organisatie te professionaliseren en het budget (ƒ 686.700 in dat jaar) te verhogen.[33] In 1997 was het thema Boe bis diech? (waar ben je?) en waren er 100.000 bezoekers. In 2004 was het thema Wij zijn de tijd en werd er voor het eerst een breed cultureel programma aangeboden.[34] De heiligdomsvaart van 2011 had als thema Het Licht tegemoet en trok ongeveer 175.000 bezoekers.[35] De 55e (moderne) editie vond plaats van 24 mei tot en met 3 juni 2018 en had als thema Doe goed en zie niet om. De eerstvolgende heiligdomsvaart zal in Maastricht plaatsvinden in 2025.

Programma heiligdomsvaart[bewerken]

Kantoor en informatiecentrum aan het Sint Servaasklooster

De moderne heiligdomsvaarten duren meestal elf dagen, van donderdag tot en met zondag. Het zwaartepunt van de activiteiten ligt in de Sint-Servaaskerk, waar gedurende deze hele periode de Noodkist – en soms ook het borstbeeld van Sint-Servaas – op de koortrappen wordt tentoongesteld. De entree van kerk en schatkamer is gedurende deze periode gratis. Naast het Noordportaal zijn ook het Bergportaal en een van de Vrijthofportalen geopend. De kleine crypte en de Sint-Servaascrypte, die normaal gesproken niet betreden kunnen worden, zijn op geregelde tijden opengesteld. Ook de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en andere katholieke kerken, scholen en bejaardenhuizen in en rondom het centrum doen mee. Het kantoor van de heiligdomsvaart (in 2018 gevestigd aan het Sint Servaasklooster) fungeert als informatiecentrum voor pelgrims en toeristen.[36]

Missen en ontvangsten[bewerken]

Aartsbisschop Frings van Keulen en bisschop Lemmens van Roermond bezoeken de Sint-Servaas tijdens de Heiligdomsvaart van 1955

De openingsplechtigheid vindt sinds 1997 plaats in de open lucht bij de Sint-Servaasbron in het Jekerdal, waar een korte dienst wordt gehouden en water uit de bron wordt gedronken. Bij de plechtigheid is het borstbeeld van Sint-Servaas aanwezig. Daarna volgt een korte processie met het borstbeeld rond de Sint-Servaasbasiliek (van het Noordportaal via Keizer Karelplein en Vrijthof naar het Bergportaal), gevolgd door een pontificale hoogmis. De misviering begint met de intredeprocessie van het borstbeeld. Tijdens de dienst maakt ook de Noodkist zijn intrede. De mis wordt opgedragen door de bisschop van Roermond, samen met de deken van Maastricht en andere geestelijken.[37] In de dagen daarna worden dagelijks feestelijke missen opgedragen, vaak gericht op bepaalde doelgroepen. Zo werden in 2018 misvieringen georganiseerd voor pelgrimsgroepen uit Houthem-Sint Gerlach, Sint Oedenrode en Hasselt, de Gemeenschap van Taizé, de Gemeenschap Sant'Egidio, de Kommelgemeenschap, de monniken van Mamelis, de Sint-Gregoriusvereniging, de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, de Antilliaanse, Filipijnse en Armeense gemeenschappen en de kinderen van de Maastrichtse basisscholen. Verder vinden gebedsdiensten, lezingen en andere religieuze activiteiten plaats, onder andere in de crypte, de Keizerzaal, de Sint-Servaaskapel en de Kanunnikenkelder van de Sint-Servaasbasiliek. Op geregelde tijden is er biechtgelegenheid.[36]

Reliekentoningen[bewerken]

De reliekentoningen in de twee hoofdkerken vormen wellicht het religieuze hoogtepunt van de heiligdomsvaart en herinneren – meer nog dan de ommegangen – aan de middeleeuwse oorsprong.[noot 9] De hedendaagse reliekentoning vindt niet langer plaats vanaf de dwerggalerij, maar in de twee hoofdkerken, eerst in de Basiliek van Onze Lieve Vrouw en aansluitend in de Basiliek van Sint-Servaas.[noot 10] Er worden ook meer (en andere) relieken getoond dan in de middeleeuwen.[38]

Reliekentoning in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek[bewerken]

Reliekbustes in de kruisgang van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in afwachting van de reliekentoning, 2018

De reliekentoning in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek begint met een intredeprocessie, waarbij de belangrijkste relieken uit de schatkamer via het middenpad van de kerk naar het priesterkoor worden gedragen door diverse broederschappen en andere groepen. Daarbij wordt de Litanie van alle Heiligen gezongen. Nadat men zich in een halve cirkel voor de kooromgang heeft opgesteld, begint de dienst met een lezing uit het Evangelie. De priester kondigt vervolgens aan welke reliekgroepen getoond zullen worden, telkens beginnend met de formule: "Men zal u tonen". Daarbij komen de dragers naar voren en tonen de relieken aan het volk in de kerk door de reliekhouders omhoog te tillen. De relieken worden op geen enkel moment uit de reliekhouders gehaald. Na een gebed treden de dragers naar achteren en wordt de volgende groep aangekondigd. In 2018 werden achtereenvolgens getoond:

  1. relieken van martelaren: de reliekhouder van de apostel Petrus, de reliekbuste van de apostel Bartolomeüs, een Noorse reliekenhoorn met relieken van de apostelen Thomas, Andreas en Judas Taddeüs, en de armreliekhouder van de heilige Tranquillus (abt van Sint-Mauritius);
  2. relieken van de heilige bisschoppen van Maastricht: de vier reliekbustes van Servatius, Monulfus, Gondulfus en Hubertus;
  3. relieken van heilige vrouwen: de reliekhouder met de gordel van Maria, de trouwring van Maria, en reliekhouders van Maria Magdalena, Catharina van Siena en Bernadette Soubirous;
  4. relieken van heilige mannen: een reliekhouder met olie uit het graf van Sint-Nicolaas, een reliekenmonstrans met een reliek van Sint-Rochus en een reliekhouder van Sint-Egidius;
  5. relieken van Jezus: de reliekhouder met relieken van het Heilig Kruis (die de kerk ontving ter genoegdoening voor het afstaan van het Byzantijns dubbelkruis).

Na de zegen met het kruisreliek trekken de deelnemers in processie naar het noordertransept, waar het publiek de relieken van dichtbij kan bekijken en vereren.[39]

Reliekentoning in de Sint-Servaasbasiliek[bewerken]

Aanbidding van relieken in de Sint-Jozefkapel (na de reliekentoning)

In de Sint-Servaasbasiliek wordt min of meer dezelfde procedure gevolgd, met enkele kleine verschillen. In deze kerk wordt de formule "Men zal u tonen" gezongen door een cantor. Bij het tonen van de relieken klinkt van achter in de kerk telkens een korte fanfare van koperblazers, wat voor een dramatisch effect zorgt.[40] Elke groep relieken wordt vervolgens afzonderlijk de koortrappen afgedragen naar een van de zijkapellen van de kerk, waar ze bewaakt worden door de dragers. Pas daarna wordt de volgende reliekengroep aangekondigd. Door deze procedure is aan het einde van de dienst, anders dan in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, het koor vrijwel leeg, op de relieken van Sint-Servaas en de priesters na. Opvallend is dat bij de getoonde relieken de in de middeleeuwen zo belangrijke 'Servatiana' (zie hieronder) en de Thomasarm nauwelijks een rol meer spelen. De volgorde van toning is min of meer als volgt:[noot 11]

  1. relieken van Jezus: het Patriarchaalkruis uit 1490 met diverse kruisrelieken;
  2. relieken van heilige mannen:[noot 12] reliekhouders van onder anderen de heiligen Marcellinus en Petrus, Sint-Blasius, Sint-Lieven, Sint-Amor en Sint-Gerlachus;
  3. relieken van heilige vrouwen: reliekhouders van onder anderen Sint-Agnes, Sint-Barbara, Sint-Cecilia, Sint-Amelberga en de zalige Clara Fey;
  4. relieken van de heilige bisschoppen van Maastricht: de reliekbustes van Monulfus, Gondulfus en Lambertus, en de reliekhoorn van Hubertus;
  5. relieken van Sint-Servaas: de sleutel van Sint-Servaas, het borstkruis van Sint-Servaas, de reliekbuste van Sint-Servaas en de Noodkist (deze laatste blijft op zijn plaats).

Na afloop worden de relieken enige tijd tentoongesteld in de zijkapellen, waar ze kunnen worden bewonderd en aanbeden, en waar ze worden bewaakt door de diverse dragersgilden.[noot 13]

Ommegangen[bewerken]

Burgemeester Hoes en gasten vóór het Stadhuis bij de ommegang van 3 juli 2011
Tribune en tv-opnames op het Vrijthof bij de ommegang van 27 mei 2018

De ommegangen – niet te verwarren met de liturgische processies die in de kerken plaatsvinden – zijn voor de buitenwereld de meest zichtbare onderdelen van de heiligdomsvaart.[noot 14] De kleurrijke stoeten door het centrum van Maastricht worden door duizenden mensen gadegeslagen en deels rechtstreeks op televisie uitgezonden. Naast de twee zondagse ommgegangen zijn er diverse kleinere processies, waaronder de openingsprocessie met het borstbeeld van Sint-Servaas, de zogenaamde Sterprocessie vanuit de verschillende parochiekerken (met de 'stadsdevoties' en enkele minder bekende beelden) en sinds een aantal jaren de kinderprocessie (met zelfgemaakte reliekschrijnen).[41]

De route van de eerste zondagse ommegang voert door het stadsdeel Wyck en over de Sint Servaasbrug; de tweede gaat door het Jekerkwartier en langs het Onze Lieve Vrouweplein. Beide routes eindigen via de Markt op het Vrijthof, waar in de Sint-Servaasbasiliek een korte dankdienst wordt gehouden, die wordt afgesloten met het zingen van het Sint-Servatiuslied.[42] Op het Vrijthof (soms ook op de Markt of in de Sint Pieterstraat) kan de ommegang tegen betaling worden gevolgd vanaf een tribune. De eerste rij op de Vrijthoftribune is gereserveerd voor hoge gasten: soms enkele ministers, de gouverneur van Limburg, de burgemeester van Maastricht, diverse bisschoppen en andere geestelijken. Meestal vinden op het Vrijthof tevens de televisieopnames plaats.[43]

Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw kampt de heiligdomsvaart met verminderde interesse om actief deel te nemen aan de processies. Zo zijn bij voorbeeld de traditionele groepen misdienaars, koorknapen en jonge meisjes ('maagden' of 'bruidjes') vrijwel uit de stoet verdwenen. Ook de vroeger talrijke aanwezigheid van verkenners, jonkheden, vrouwenbonden, werkliedenverenigingen en andere katholieke organisaties behoort grotendeels tot het verleden. Mede hierdoor is het aantal niet-religieus geïnspireerde historische en folkloristische groepen toegenomen.[43]

Dragersgroepen[bewerken]

Paters franciscanen(?) dragen de reliekbustes van de heilige bisschoppen van Maastricht, 8 juli 1962

Ongeveer de helft van de deelnemers aan de ommegang bestaat uit dragersgroepen, die de voornaamste relieken, stadsdevoties en andere devotionele voorwerpen meedragen en begeleiden. Vroeger waren dit voornamelijk kloosterlingen of seminaristen. Tegenwoordig zijn de meeste dragers leken, die lid zijn van een broederschap, gilde of andere vereniging. Zo is er de Broederschap van Sint Servaas (die de Noodkist draagt en begeleidt), het Sint-Servaasgilde (borstbeeld van Sint-Servaas), het Dragersgilde Sint Lambertus (borstbeeld van Sint-Lambertus), het Klokkenluidersgilde Sint Monulf en Gondulf (bustes van Monulfus en Gondulfus), het Dragersgilde Sterre der Zee en de Broederschap van Onze Lieve Vrouw (Sterre der Zee), de Broederschap van het Heilig Kruis (Zwarte Christus van Wyck) en het Dragersgilde H. Petrus (beeld van Petrus uit Sint Pieter. De grotere beelden en reliekhouders zijn bevestigd op processiedraagbaren, vaak bespannen met stof en versierd met bloemen. Meestal zijn de dragers gekleed in quasi-religieuze gewaden of formeel in jacquet. Voor het voortbewegen van de processiebaren met grotere beelden, zoals de Sterre der Zee, de Zwarte Christus en sommige reliekbustes, zijn twaalf dragers nodig; bij de Noodkist zestien. Daarbij kan het noodzakelijk zijn om regelmatig af te wisselen, waardoor in feite 24 of 32 dragers nodig zijn. Daarnaast lopen diverse flambouwdragers, roede- of processiestafdragers, en andere begeleiders mee. Kleinere reliekhouders (ostensoria, reliekenkistjes of armreliekhouders) worden meestal door één persoon in de hand gedragen, waarbij ofwel de wijde mouwen van het gewaad worden gebruikt om het voorwerp vast te houden, ofwel witte handschoenen worden gedragen.[43]

Themagroepen en afvaardigingen[bewerken]

Themapresentatie 'Het Licht tegemoet' in 2011

Het thema van de heiligdomsvaart wisselt per editie. Lokale amateurtheatergroepen lichten het thema toe aan de hand van Oud- of Nieuwtestamentische presentaties, verwijzingen naar Jezus, Sint-Servaas en andere heiligen, of actuele onderwerpen die aansluiten bij het thema. Zo werd in 2011 het thema 'Het Licht tegemoet' gepresenteerd door middel van themawagens waarin Jezus en zijn kruis werden voorgesteld als het licht van de wereld.[44] In 2018 werd het thema 'Doe goed en zie niet om' onder andere uitgebeeld aan de hand van het schilderij De zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar. Leden van de PKN-gemeente Zuid-Limburg droegen kindertekeningen met hetzelfde onderwerp in een meer hedendaags perspectief.[43]

Als gevolg van de verminderde participatie van lokale kerkelijke groeperingen, is er meer ruimte gekomen voor andere groepen, ook van andere kerkgenootschappen en uit naburige plaatsen. Kanunniken van het kathedrale kapittel uit Roermond en leden van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, de Militaire en Hospitaalorde van Sint Lazarus van Jeruzalem en de OSMTH Orde van de Tempeliers vormen al enkele jaren een belangrijk onderdeel van de stoet. In 2018 waren er afvaardigingen van de Protestantse Kerk in Nederland (zie hierboven), de Russisch-Orthodoxe kerk in Maastricht, de Armeens-Apostolische kerk in Maastricht (Surp Karapetkerk), de Filipijnse gemeenschap in Maastricht en omstreken (Mariagroep), een Antilliaanse gospelgroep, leden van een Mariabroederschap uit Weert, de Bund der St. Sebastianus Schützenjugend uit de regio Aken-Düren (met het Aachener Friedenskreuz) en de Zusters van het Arme Kind Jezus uit Maastricht en Aken (in verband met de zaligverklaring van hun stichteres, Clara Fey).[43]

Muziek- en folkloregroepen[bewerken]

Traditioneel lopen diverse (kerkelijke) zangkoren, harmonieën, fanfares en drumbands mee in de ommegang. De grote gemengde koren van de twee basilieken, het Basilicakoor en de Cappella Sancti Servatii, vergezellen respectievelijk het beeld van de Sterre der Zee en het borstbeeld van Sint-Servaas. In 2011 vormden de Zingende Maagden van Tongeren een hoogtepunt in de ommegang. Een (wisselende) ereplaats is weggelegd voor de harmonie die achter de Noodkist loopt en daarmee de processie afsluit. In 2018 was dat bij de eerste ommegang de Koninklijke Harmonie Sainte Cécile uit Eijsden ("de Roei"); bij de tweede de Harmonie Sint Petrus en Paulus uit Wolder ("de Greun"). Daarnaast wordt de processie opgefleurd door enkele schutterijen en vendeliersgilden.[43]

Culturele evenementen[bewerken]

Op verschillende locaties in de stad vinden lezingen, concerten, theatervoorstellingen en tentoonstellingen plaats, die aanhaken bij het thema van de heiligdomsvaart. Zo waren tijdens de heiligdomsvaart van 2018 concerten te beluisteren en voorstellingen te zien in de pandhof van de Sint-Servaasbasiliek, de Sint-Janskerk, de Sint-Lambertuskerk, de Sint-Theresiakerk en de Koepelkerk. Ook werden films vertoond in de open lucht. Aan het thema aangepaste tentoonstellingen waren te zien in de oostcrypte van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, de kruisgangen van de twee hoofdkerken, de Dominicanenkerk, het Centre Céramique, het Theater aan het Vrijthof en het Bonnefantenmuseum. In laatstgenoemd museum vond de tentoonstelling Koorkappen plaats in samenwerking met het modeplatform Fashionclash, waarmee de organisatie van de heiligdomsvaart al eerder samenwerkte.[45]

Relieken en kunstvoorwerpen in de heiligdomsvaart[bewerken]

Schatkamer Sint-Servaasbasiliek tijdens de heiligdomsvaart met deels lege vitrines

Tijdens de heiligdomsvaart staan de relieken van Sint-Servaas en andere heiligen centraal, maar ook andere objecten van devotie krijgen aandacht. Veel reliekhouders en heiligenbeelden zijn eeuwen oud en behoren tot het lokale en zelfs nationale erfgoed. Aangezien in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek en die van de Onze-Lieve-Vrouwe enkele honderden reliekhouders worden bewaard (naast de talloze beelden in deze en andere Maastrichtse kerken), moet de organisatie bij iedere heiligdomsvaart een keuze maken welke voorwerpen getoond zullen worden. Daarbij moet een afweging worden gemaakt tussen religieuze en kunsthistorische aspecten, waarbij soms vanwege de kwetsbaarheid ervoor gekozen wordt een object niet (meer) te tonen.

Servatiana[bewerken]

In de middeleeuwen was er bij de Sint-Servaasverering veel aandacht voor de zogenaamde 'Servatiana'. Dit zijn voorwerpen die gezien werden als de persoonlijke bezittingen van Sint-Servaas. Tot de Servatiana worden gerekend: de sleutel van Sint-Servaas, het borstkruis van Sint-Servaas, zijn pelgrims- en bisschopsstaf, zijn drinknap, miskelk, pateen en draagaltaar, en het zegel. In de moderne heiligdomsvaarten spelen ze een veel kleinere rol, wellicht doordat ze door hun relatief bescheiden afmetingen, hun kostbaarheid en kwetsbaarheid moeilijker in het openbaar getoond kunnen worden; mogelijk ook omdat de authenticiteit van de meeste voorwerpen twijfelachtig is, aangezien ze aantoonbaar niet uit de vierde eeuw dateren.[46] Bij de reliekentoning in de Sint-Servaasbasiliek worden alleen nog de sleutel en het borstkruis van Sint-Servaas getoond.[47] De overige Servatiana blijven tijdens de heiligdomsvaart in hun vitrine in de schatkamer. Een kopie van de pelgrimsstaf hangt tegenwoordig permanent aan de muur van de Servaascrypte.

Stadsdevoties[bewerken]

De stadsdevoties van Maastricht zijn een viertal beelden, die in deze stad bijzondere verering genieten: de Sterre der Zee, de Zwarte Christus van Wyck, het borstbeeld van Sint-Servaas en dat van Sint-Lambertus. Tijdens de heiligdomsvaart worden ze meegevoerd bij de twee grote ommegangen en de zogenaamde Sterprocessie vanuit de verschillende parochiekerken, en worden ze soms ook ingezet bij andere activiteiten. Elke stadsdevotie heeft zijn eigen broederschap en/of dragersgilde.[36]

Sterre der Zee[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Sterre der Zee (Maastricht) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Sterre der Zee is wellicht de bekendste en meest populaire van de vier stadsdevoties. Het betreft een 15e-eeuws genadebeeld van Maria met het kindje Jezus, dat zich sinds 1837 in de Onze-Lieve-Vrouwekerk bevindt. Het beeld wordt een tiental keren per jaar meegedragen in diverse processies en bidwegen. Meestal wordt de kleine processiebaar gebruikt, die door vier leden van het Dragersgilde Sterre der Zee wordt gedragen. Tijdens de heiligdomsvaart wordt de grote processiebaar gebruikt, die met wit damast is bespannen en met bloemen wordt versierd. Dit grote draagstel wordt door twee teams van twaalf dragers voortbewogen. De dragers wisselen elkaar af: het ene team draagt wijnrood-donkerblauwe tunieken; het andere lichtblauw-witte, beide met witte handschoenen en broederschapsmedaille.[48] Het beeld wordt begeleid door de leden van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee, die avondkleding dragen en een wijde zwarte mantel met een lichtblauwe zespuntige ster. Sommige broedermeesters dragen een flambouw of broederschapsstaf.[49] Bij de reliekentoning in de kerk speelt het beeld geen rol, hoewel die plechtigheid wel wordt afgesloten met het Lied van de Sterre der Zee.[39]

Zwarte Christus van Wyck[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Zwarte Christus van Wyck voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Zwarte Christus van Wyck is een 13e-eeuws corpus van een crucifix, dat zich sinds 1804 in de Sint-Martinuskerk in Wyck bevindt. Voor die tijd werd het bewaard in het Wittevrouwenklooster aan het Vrijthof. De Zwarte Christus trok al in de middeleeuwen bedevaartgangers, vooral uit Centraal-Europa.[50] Tijdens de ommegangen van de heiligdomsvaart wordt het beeld begeleid door leden van de in 1813 opgerichte Broederschap van het Heilig Kruis (in 1963 met ca. 2000 leden!).[51] De kleding van de lekenbroeders bestaat uit rood-zwarte tunieken, passend bij het broederschapsvaandel. Vroeger werd het kruisbeeld op een houten processiebaar door vier mannen gedragen. Tegenwoordig staat het verankerd op een grote, in wit damast gehulde en met bloemen versierde baar, die telkens door twaalf leden van de broederschap wordt gedragen.

Borstbeeld van Sint-Servaas[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Borstbeeld van Sint-Servaas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Heiligdomsvaartvlaggen met het Borstbeeld van Sint-Servaas

De reliekbuste van Sint-Servaas uit circa 1400 werd bij het Beleg van Maastricht in 1579 zwaar beschadigd en daarna op kosten van de hertog van Parma hersteld. Het vergulde en verzilverde beeld bevat een deel van de schedel van Sint-Servaas en behoort tot de belangrijkste kunstschatten in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek. De reliekbuste was zo kostbaar dat deze vanaf 1567 niet vaker dan tweemaal per jaar mocht deelnemen aan processies.[52] Tijdens de heiligdomsvaart werd het beeld dagelijks vanaf de dwerggalerij aan de pelgrims op het Vrijthof getoond.[5]

Bij de moderne heiligdomsvaart is het borstbeeld een van de iconen, afgebeeld op vlaggen, banieren en drukwerk. De reliekbuste staat centraal bij de korte processie voorafgaand aan de openingsmis in de Sint-Servaasbasiliek en staat bij meerdere plechtigheden op het koor. Vroeger begeleidden de broeders van de Beyart het borstbeeld bij processies. Sinds 1976 heeft het Sint Servaasgilde die taak overgenomen.[53] De leden van het gilde dragen tweedelige, donkerblauwe tunieken, witte handschoenen en om hun hals een groen lint met een gildemedaille. Bij de reliekentoningen in de kerk wordt het beeld bevestigd op een houten processiebaar die met groene, geborduurde doeken is versierd. Op oude foto's is te zien dat deze baar vroeger ook dienstdeed bij ommegangen buiten de kerk. Tegenwoordig wordt daarvoor een stalen processiebaar gebruikt, die met wit damast is bespannen en door twaalf gildebroeders wordt gedragen. Bij slecht weer wordt het beeld afgedekt met een plastic hoes.

Borstbeeld van Sint-Lambertus[bewerken]

De reliekbuste van Sint-Lambertus is relatief jong. In 1937 verwierf de Sint-Lambertuskerk een reliek van Lambertus, de enige in Maastricht geboren heilige.[54] Het reliek werd door tweeduizend Maastrichtenaren in twee extra treinen vanuit Luik opgehaald en werd dat jaar in de heiligdomsvaartprocessie meegevoerd. Een jaar later bestelde de ambitieuze pastoor Linssen bij Edelsmidse Brom in Utrecht een vergulde en met edelstenen bezette reliekhouder in de vorm van een borstbeeld. Het beeld ging al snel tot de grote stadsdevoties behoren.[55] Aangezien de Lambertuskerk al vele jaren niet meer als zodanig in gebruik is en de parochie gefuseerd is met de Sint-Annaparochie, is in 2004 het borstbeeld overgebracht naar de Sint-Annakerk, waar het sinds 2018 in een speciaal ingerichte Lambertuskapel staat.[56] Het dragersgilde van Sint Lambertus is in 1981 opgericht en bestaat uit minimaal 24 mannen, die het borstbeeld tijdens processies dragen en begeleiden, waarbij de twaalf dragers elkaar afwisselen.[57] De processiebaar is met wit damast bespannen en met bloemen versierd. De kleding van de dragers bestaat uit een groen-geel tuniek. Om de hals wordt een ketting met een geborduurd medaillon met een afbeelding van het borstbeeld en de Maastrichter stadsster gedragen.

Reliekhouders en beelden[bewerken]

Anders dan in de middeleeuwen staat bij de hedendaagse heiligdomsvaart niet de reliekenverering centraal, maar de geloofsbeleving en het cultuurhistorisch element. Toch blijven de relieken een belangrijke rol spelen, zowel die van de bekende Maastrichtse bisschoppen als die van elders afkomstig. Daarnaast zijn er diverse bekende en minder bekende heiligenbeelden die een plek hebben gevonden in de heiligdomsvaart.

Noodkist[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Noodkist voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Noodkist op zijn vaste plaats op de koortrappen, hier na de reliekentoning van 2 juni 2018. Vier leden van de Broederschap van Sint Servaas houden de wacht

Het reliekschrijn van Sint-Servaas, beter bekend als de 'Noodkist', is een product van Maaslandse edelsmeedkunst uit de tweede helft van de 12e eeuw. Het is het belangrijkste voorwerp in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek en een van de belangrijkste middeleeuwse kunstvoorwerpen in Nederland.[noot 15] Eeuwenlang was de Noodkist het middelpunt van de Servaasverering in Maastricht. Het schrijn ontleent zijn naam aan het gebruik om het in tijden van nood in processie door de stad te voeren. De oudste vermelding daarvan dateert uit 1409.[58] Welke rol de Noodkist in de middeleeuwse heiligdomsvaarten vervulde, is slechts ten dele bekend. Om praktische redenen kon het schrijn onmogelijk via de dwerggalerij aan de pelgrims getoond worden. Diverse bronnen vermelden dat pelgrims tijdens de heiligdomsvaart op gezette tijden toegang hadden tot het priesterkoor, waar de Noodkist op een stenen altaar stond. De capsa, het houten omhulsel dat het schrijn normaal gesproken aan het zicht onttrok, was dan geopend en het was toegestaan het schrijn aan te raken.[59]

Vanaf de herinvoering van de heiligdomsvaarttraditie in 1874 staat de Noodkist in het middelpunt van bijna alle festiviteiten. Het schrijn staat dan tien dagen lang op de koortrappen van de Sint-Servaasbasiliek opgesteld (eigenlijk nog in de viering). Het kostbare kleinood wordt daarbij permanent bewaakt door twee of vier leden van de Broederschap van Sint Servaas. Deze in 1916 opgerichte broederschap telt circa vijftig leden. De broedermeesters zorgen er ook voor dat voorafgaand aan de ommegangen het schrijn stevig wordt bevestigd op de speciaal daartoe ontworpen processiebaar. De baar heeft een stalen skelet met beweegbare delen die op de schouders van de dragers rusten. Naar wens kunnen acht of zestien dragers plaatsnemen. Een doorzichtig omhulsel van perspex zorgt voor bescherming tegen weersinvloeden. Terwijl de broeders buiten de kerk gekleed gaan in jacquet (met broederschapsmedaille en rood-wit festoen), draagt men in de kerk een rood-zwart of rood-geel tuniek.[60]

Reliekbustes[bewerken]

Onder de Maastrichtse devotionele objecten bevinden zich opvallend veel reliekbustes, waarvan de meeste die hier worden besproken van hout zijn en dateren uit de late 19e eeuw. Zo bezitten zowel de Onze-Lieve-Vrouwe- als de Sint-Servaasbasiliek reliekbustes van de Maastrichtse 'bisschoppentweeling' Monulfus en Gondulfus. Alle vier nemen ze deel aan de reliekentoningen in de respectievelijke kerken, maar alleen laatstgenoemd paar gaat mee in de ommegang, begeleid door het Klokkenluidersgilde. Beide kerken bezitten tevens een Servaasbuste, maar ook hier blijft die van de Onze-Lieve-Vrouwe bij de ommegang thuis. Deze buste heeft wel een functie bij de reliekentoning in de kerk, evenals die van Bartolomeüs en Hubertus. De Sint-Servaasbasiliek bezit nog diverse andere reliekbustes, waarvan alleen twee 19e-eeuwse exemplaren een rol hebben bij de reliekentoning: die van Amandus en die Lambertus (de laatste niet te verwarren met de kleine Lambertusbuste in de schatkamer, die van het Rijksmuseum in bruikleen is ontvangen, of de zilveren Lambertusbuste van de Sint-Anna-Lambertusparochie!). De uit kerken uit de omgeving van Maastricht afkomstige reliekbustes van Gerlachus van Houthem en Amelberga van Susteren nemen incidenteel deel aan de reliekenprocessie.[43]

De verguld zilveren reliekbustes van Sint-Servaas en Sint-Lambertus behoren tot de stadsdevoties en zijn in de paragraaf hierboven besproken.

Overige reliekhouders[bewerken]

In de kerkelijke schatkamers van Maastricht en in bedevaartplaatsen in de wijde omgeving bevinden zich tal van andere relieken en reliekhouders die regelmatig of incidenteel te zien tijdens de heiligdomsvaart. Sommige zijn zo kostbaar of fragiel dat hun rol beperkt moet blijven. Het Patriarchaalkruis, met relikwieën van het Heilig Kruis, gaat voorop bij de reliekentoning in de Sint-Servaaskerk, maar is te kwetsbaar voor de processies buiten de deur. Enkele andere kruisreliekhouders, het merendeel van de Servatiana, de reliekenhoorns, de ivoren en emaillen reliekenkistjes, de Thomasarm, het kleed van Monulfus in de Sint-Servaas en dat van Lambertus in de Onze-Lieve-Vrouwe komen de schatkamer helemaal niet uit. Een van de meest fragiele reliekhouders uit de kerkschat van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek doet juist wel mee, vanwege de cruciale betekenis voor de Maastrichtse Mariakerk. De zogenaamde gordel van Maria wordt zowel in de kerk als tijdens de ommegang gedragen door een groep vrouwelijke dragers. De reliekhouder is in feite een schamel overblijfsel van een kostbaar kunstwerk dat in de Franse tijd grotendeels ontmanteld is, maar waarvan het eigenlijke reliek intact bleef. Bij vrijwel elke heiligdomsvaart zijn dragersgroepen met relieken uit andere plaatsen aanwezig. Naast de eerdergenoemde borstbeelden uit Houthem en Susteren waren dat in 2018 groepen uit Dordrecht (met het Heylighe Hout van Dordt), een kruisreliek, uit Schiedam (met een fraaie gotische reliekhouder met daarin overblijfselen van Liduina van Schiedam) en uit Bonn (met de relieken van Cassius en Florentius).[43]

Overige beelden[bewerken]

Naast de eerder genoemde grote stadsdevoties zijn er diverse minder bekende heiligenbeelden die in Maastricht of elders verering genieten. Enkele Maastrichtse parochies zijn in de heiligdomsvaart vertegenwoordigd met een beeld van de patroonheilige, elk met zijn eigen dragersgroep: Petrus (Sint Pieter), Antonius van Padua (Scharn) en Walburga (Amby). In 2018 was als bijzondere gast aanwezig het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw Oorzaak onzer Blijdschap uit Tongeren.[43]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Toningsformulier Heiligdomsvaart Maastricht op Wikisource