ENCI

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het ENCI-complex te Maastricht: groeve en fabrieksinstallaties

ENCI, ofwel Eerste Nederlandse Cement Industrie, is een Nederlandse producent van cement met vestigingen in Maastricht, Rotterdam, IJmuiden en Den Bosch. ENCI behoort voor 100% tot de multinational HeidelbergCement.

Bedrijf en geschiedenis[bewerken]

In 1924 werd te Maastricht de Eerste Nederlandse Cement Industrie opgericht, de bakermat van het huidige bedrijf. Het bedrijf verkreeg in 1926 van de Nederlandse overheid een exploitatieconcessie voor de winning van Limburgse mergel op de Sint-Pietersberg, een onderdeel van het Plateau van Caestert, even ten zuiden van Maastricht.

De aandelen van ENCI waren al vanaf de oprichting grotendeels in handen van het te Brussel gevestigde bedrijf CBR (Cimenteries et Briquetteries Réunies de Bonne Espérance). Dit bedrijf is in 1993 overgenomen door het Duitse HeidelbergCement, een internationaal opererend concern dat momenteel de op drie na grootste cementproducent ter wereld is.

Productielocaties[bewerken]

De cementproductie van ENCI vindt plaats in fabrieken in Maastricht (1926), IJmuiden (1931) en Rotterdam (1964). Verkoop en marketing vinden plaats vanuit een kantoor in 's-Hertogenbosch.

Deel van de groeve op de Sint-Pietersberg

Groeve Sint-Pietersberg (Maastricht)[bewerken]

In Maastricht met de ENCI-groeve in de St. Pietersberg vindt het totale productieproces van cement plaats: de winning van kalksteen in dagbouw, het produceren van het halffabricaat klinker, en ten slotte het malen van deze klinker tot cement. De fabriek bestaat uit een kalksteengroeve van 150 hectare, één cementoven met een capaciteit van 1 miljoen ton klinker per jaar en een aantal cementmolens: een energiezuinige rollenpers en drie kogelmolens om de klinker tot cement te malen met een maximale productie van 1,8 miljoen ton cement per jaar. De fabriek is gelegen tussen de groeve en de Maas en heeft een eigen kade. In 2007 produceerde de Maastrichtse vestiging 900.000 ton klinker en 1.400.000 ton cement. De klinker werd naar Rotterdam en IJmuiden vervoerd om aldaar tot cement te worden verwerkt.

Klinkeroven Maastricht[bewerken]

Bij de productie van cement wordt gebruikgemaakt van het halffabricaat klinker. Klinker wordt geproduceerd in een speciale oven in Maastricht door het verhitten van mergel en hulpstoffen waarbij CaCO3 wordt omgezet in CaO en CO2. Bij het branden van mergel wordt ruim 85.000 ton rioolzuiveringsslib gebruikt als secundaire brandstof naast een aantal andere brandstoffen, zoals diermeel.

De Provincie Limburg wilde de klinkeroven in Limburg behouden gebaseerd op de volgende argumenten:

  • Er is momenteel geen geschikter alternatief voor verwerking rioolwaterzuiveringsslib (RWZI-slib).
  • Er is momenteel geen opslag van RWZI-slib mogelijk.
  • Er is momenteel geen geschikter alternatief voor de verwerking van diermeel wanneer de ENCI dat niet meer doet.
  • Bij een storing bij E-ON moet de ENCI ook het diermeel van E-ON verwerken.
  • De opslag van diermeel is niet mogelijk.

Zoals het er nu uitziet zal de klinkeroven echter uiterlijk 2019 definitief worden stopgezet.[1]

Vestigingen Rotterdam en IJmuiden[bewerken]

De andere twee Nederlandse vestigingen van ENCI bevinden zich te Rozenburg en IJmuiden. In deze vestigingen wordt de klinker, samen met hoogovenslak, tot cement vermalen. De fabriek in IJmuiden (Cemij) maakt gebruik van hoogovenslak dat vrijkomt bij de productie van ruwijzer bij de nabijgelegen vestiging van Tata Steel Europe. Cemij werd in 1930 opgericht door Hoogovens en ENCI. Vanuit Antoing of Lieze, beide gelegen in België, wordt de klinker per schip aangevoerd. Qua capaciteit is de maalfabriek van IJmuiden twee keer zo groot als de fabriek in Rotterdam. Er wordt in de vestiging in IJmuiden zo'n 1,2 miljoen ton cement geproduceerd. In totaal worden in beide fabrieken vier soorten hoogovencement geproduceerd. In Rotterdam werd in 2009 ruim 340.000 ton cement geproduceerd. Deze fabriek werd in 1964 gebouwd.

Milieueffecten in Limburg[bewerken]

Natuurontwikkeling aan de zuidrand van de groeve: nieuwe wandel- en fietspaden
Natuurontwikkeling naast de groeve: vismeertje
1rightarrow blue.svg Voor de geschiedenis van de kalksteenexploitatie in Maastricht, zie het artikel ENCI-groeve.

Vroeger was de ENCI een van de belangrijke werkgevers van Maastricht. Tegenwoordig heeft het bedrijf nog slechts ongeveer 200 medewerkers in vaste dienst. De laatste jaren is de kritiek op het bedrijf toegenomen omdat steeds meer mensen de activiteiten van de groeve en de fabriek belastend vinden voor natuur en milieu, met name vanwege:

  • de aantasting van de Sint-Pietersberg door afgraving
  • de verdroging van het Jekerdal die deels te wijten is aan het oppompen van grondwater door ENCI
  • de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht, mede door het bijstoken van afvalstoffen in de klinkeroven

Aantasting Sint-Pietersberg[bewerken]

De kalksteen in de Sint-Pietersberg wordt in dagbouw gewonnen, waardoor een steeds groter deel van de berg wordt afgegraven, wat een aanzienlijke aantasting van het landschap en van de daar levende flora en fauna betekent. Daarnaast werd in 2006 een stuk bos op de Sint-Pietersberg gekapt zonder dat ENCI over de vereiste ontheffing beschikte, en in strijd met de richtlijnen die het ministerie van LNV aan de ENCI had verstrekt.[2]

Verdroging Jekerdal[bewerken]

Naast de invloed van het Albertkanaal leveren de activiteiten van ENCI een bijdrage aan de verdroging van het Jekerdal door het oppompen van grote hoeveelheden grondwater uit de groeve, ten behoeve van de mergelwinning.[3]

Luchtkwaliteit[bewerken]

Om te besparen op het gebruik van fossiele brandstoffen en de effectieve uitstoot van CO2 te beperken, worden in de klinkeroven als afval gekwalificeerde brandstoffen bijgestookt. Het betreft hier slib afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties, gesorteerd materiaal afkomstig uit huisvuilverwerking e.d. Restmateriaal dat na verbranding achterblijft wordt met de klinker verwerkt. Over de vraag of er sprake is van "een verantwoorde verwijdering van afval" zijn de partijen verdeeld. Omwonenden klagen over de overlast van stank, stof en geluid als gevolg van de verbranding van reststoffen. De verbranding van dit afval levert daarnaast een extra uitstoot op van onder meer kwik. ENCI in Maastricht stoot jaarlijks onder meer zo'n 70 kg kwik en 30.000 kg fijnstof uit.[bron?]

Protesten en verlenging vergunning; toekomst[bewerken]

Hoewel de ontgrondingsvergunning van ENCI B.V. op 31 december 2009 afliep, is deze in 2010 nog eenmaal verlengd, tot 2018. In dat jaar wordt de mergelwinning op de Sint-Pietersberg definitief stopgezet; de klinkerproductie zal nog tot 2019 met gebruikmaking van de opgebouwde voorraden mergel worden voortgezet. De cementfabriek zal ook na 2018 blijven functioneren, maar de klinker zal dan uit België (Antoing) worden aangevoerd. De groeve zal grotendeels worden afgewerkt en aan de natuur worden teruggegeven. Het terrein van de klinkerfabriek (25 ha) zal worden herontwikkeld tot bedrijventerrein. Een deel van de gebouwen van ENCI is thans al in gebruik als cultureel verzamelgebouw AINSI met onder andere een theaterzaal en kunstenaarsateliers.

Met de op handen zijnde stopzetting van de mergelwinning en klinkerfabricage in Maastricht is een voorlopig eind gekomen aan de jarenlang voortslepende strijd van buurtbewoners en milieuactievoerders tegen het cementbedrijf. Al tientallen jaren waren er protesten tegen de verdere aantasting van de Sint-Pietersberg, om meer schade aan natuur en milieu te voorkomen. De actiegroep 'Sint-Pietersberg Adembenemend' zamelde als burgerinitiatief eind 2007 bijna 5000 handtekeningen in van tegenstanders van verdere afgraving. ENCI-medewerkers zamelden vervolgens ruim 12.000 handtekeningen in.[4] De gemeente Maastricht en Provinciale Staten van Limburg namen een dubbele houding aan, waarbij het werkgelegenheidsaspect vele jaren de doorslag gaf.