Afval (vuilnis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vuilniszakken in Amsterdam
Bioscoopjournaal uit 1943. Film over de werkzaamheden verbonden aan het schoonhouden van een grote stad en de afvoer van vuilnis naar Wijster (Drenthe).
Bioscoopjournaal uit 1931. Verladen van huisvuil in spoorwagons voor transport naar Wijster (Drenthe).

Afval of vuilnis zijn stoffen, materialen en/of producten waarvan de eigenaar zich wil ontdoen. Weggooien is doorgaans wettelijk niet toegestaan,[1] tenzij dit gebeurt in een afvalbak. Het afval dient door een erkende afvalinzamelaar te worden opgehaald. Deze afvalinzamelaar zal afhankelijk van de eigenschappen en herkomst van het afval een verwerkingsmethode kiezen. In tegenstelling tot vroeger wordt nog maar een klein deel gestort op een stortplaats.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Amsterdams afval in Polygoonjournaal 1970

Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was de hoeveelheid afval die door mensen werd gegenereerd onbeduidend vanwege de lage bevolkingsdichtheid. Bovendien was bestond het afval toen voornamelijk uit as en biologisch afbreekbaar materiaal. Dit had minimale impact op het milieu. Gereedschap gemaakt van hout of metaal werd over het algemeen hergebruikt of doorgegeven van generatie op generatie.

Volgens de stadsrekening van Antwerpen van 1401 was er al een ambtenaar, genaamd de slykmyder, belast met het schoonhouden van de markten en de bruggen. Ook de inwoners dienen dan regelmatig hun straat schoon te maken en het afval naar een terrein buiten de stad te brengen. Midden 15e eeuw wordt het recht om huisvuil op te halen verpacht door de magistraat.[2]

Sinds de industriële revolutie is de hoeveelheid en diversiteit van het afval enorm toegenomen. Daarnaast nam het aandeel schadelijk tot zeer schadelijke stoffen flink toe. Doordat afval ongecontroleerd werd gedumpt en op verlaten plekken werd verbrand, nam de druk op het milieu toe. De gevolgen hiervan werden voor mens en natuur steeds meer merkbaar. In de jaren 70 van de 20e eeuw kwam er een kentering in het beleid. Door de toenemende milieu-impact en het toegenomen bewustzijn van de schaarste van grondstoffen werd het afvalbeleid gericht op bescherming van het milieu en op hergebruik. Met de introductie van de Ladder van Lansink werd richting gegeven aan de ideale verwerking van het afval. De voorkeursvolgorde was:

  1. Preventie
  2. Hergebruik
  3. Verbranden
  4. Storten

Tegenwoordig komen bij storten en verbranden in een afvalverbrandingsinstallatie nog maar zeer beperkt schadelijke stoffen als dioxines, fijn stof, kwik en andere zware metalen vrij. Verbranden van afvalstoffen is alleen nog toegestaan indien aan strenge regels wordt voldaan. Tegenwoordig wordt ruim 80% van het afval nuttig toegepast/hergebruikt.[3]

Als (huishoudelijk) afval verbrand wordt, mag de stroom die hiermee wordt opgewekt in 2008 voor 48% als groene stroom worden geboekt,[4] vanwege de biomassa in het afval. Vanwege de fossiele oorsprong moet de overige 52% als "grijze" stroom worden geboekt.

Samenstelling afval[bewerken | brontekst bewerken]

De volgende categorieën afval kunnen worden onderscheiden:

Hieronder staat wat een gemiddeld persoon per jaar aan afval weggooit:[5][6]

Afvalgroepen Gewicht Percentage
GFT-afval 250 kg 50%
Papier en karton 125 kg 25%
Glas 50 kg 10%
Plastic en andere kunststoffen 25 kg 5%
Textiel 15 kg 3%
Metalen 10 kg 2%
Overig afval (hout, stenen enz.) 25 kg 5%

Verwerking[bewerken | brontekst bewerken]

Oranje afvalcontainers voor de inzameling van plastic afval in Gemeente Halderberge
Gemeente Halderberge gebruikt containers voor het gescheiden inzamelen van plastic afval.

Om grondstoffen en energie te besparen, wordt afval steeds vaker gescheiden in componenten die geschikt zijn voor hergebruik of recyclage. Van afvalscheiding bestaan twee varianten: Voor- of bronscheiding gebeurt voordat afval wordt weggegooid, nascheiding heeft plaats nadat afval is weggegooid.

In Nederland hebben gemeenten veel ruimte om hier zelf beleid vast te stellen. Hierdoor verschillen gemeenten onderling en past de ene gemeente bronscheiding toe, en de andere nascheiding. En zelfs onder de gemeente die bronscheiding toepassen zijn er verschillen. Zo zamelt de ene het plastic in huis-aan-huis, via minicontainers of afvalzakken, terwijl de andere gemeente hiertoe containers plaatst.

Uiteindelijk blijft er een kleine hoeveelheid restafval over die in Nederland wordt verbrand, maar in andere landen ook wel wordt gestort.

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Boetes om.nl (gearchiveerd)
  2. EOS - Memo, Jan Lampo, 09-09-2013
  3. pdf-documentLandelijk afvalbeheerplan (LAP) lap2.nl (gearchiveerd)
  4. CertiQ - Afvalverbrandingsinstallaties
  5. Biologie voor jouw 2/3
  6. Zie ook: Hoeveel huishoudelijk afval wordt er jaarlijks per inwoner geproduceerd?. cbs.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Afval(besparing).
Zie de categorie Waste van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.