Limburgse mergel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Winkelberg of Bemelerberg
Mergel in closeup (6 cm x 6 cm)

Limburgse mergel is de naam die in Limburg wordt gegeven aan krijtgesteente. Verwarrend genoeg gaat het daarbij meestal niet om mergel volgens de geologische betekenis. De Limburgse mergel is vooral afgezet tijdens het Krijt en komt ondergronds in vrijwel geheel Nederland en grote delen van Vlaanderen voor.

In de Nederlands-Zuid-Limburgse Sint-Pietersberg en de Belgisch-Zuid-Limburgse gemeenten Riemst, Kanne en Vroenhoven zijn mijnen in krijtgesteente te vinden, die in de volksmond de "mergelgrotten" worden genoemd. Deze "grotten" zijn thans nog in gebruik als champignonkwekerijen of zijn toegewezen als beschermde habitat voor vleermuizen.

Mergel is in België een van de vele steensoorten die gewonnen wordt voor gebruik in de bouw en monumentaal werk, maar voor Nederland is het de enige voor deze doeleinden gewonnen steensoort. Ondanks dat het zeer zacht gesteente is, is het vrij weervast, mits de vochthuishouding goed geregeld is; natte mergel kan kapotvriezen. Mergel bestaat voor 98% uit koolzure kalk en 2% uit andere bestanddelen, voornamelijk zand.[1]

De Zuid-Limburgse naam "mergel" komt waarschijnlijk van het Romeinse "marga". Hieronder verstonden de Romeinen alle niet verharde kalkhoudende sedimenten.

Winning[bewerken]

Sibberberg mergelgroeve
Gereedschap van blokbrekers (muurschildering in de Fluweelengrot in Valkenburg)

Uit de steentijd zijn ondergrondse groeven bekend voor de winning van vuursteen (nabij Rijckholt). Uit de Romeinse tijd zijn enige winningen met behulp van schachtbouw aangetoond (bij Herkenberg). In de Middeleeuwen kwam de ondergrondse kalksteenwinning op. Bekende Nederlandse mergelgroeven zijn de "grotten" van Valkenburg en de "grotten" van de Sint-Pietersberg. Aan het einde van de 19e eeuw wordt het accent verlegd naar de bovengrondse winning in dagbouwgroeven: de firma's ENCI bij Maastricht en Ankersmit in de groeve 't Rooth nabij Margraten.

Het delven van mergel als bouwsteen wordt aangeduid als blokbreken en de personen die dit werk uitvoeren als blokbrekers. Het moederblok waar de bouwstenen uitgezaagd worden wordt aangeduid als een "schtool" of "stoel".

Toepassingen[bewerken]

Mergel kent verschillende toepassingen:

  • als bouwmateriaal, op dit moment in de Sibberberg (Valkenburg aan de Geul).
  • als materiaal voor beeldhouwwerk
  • in de productie van cement. De ENCI wint de mergel uit de Sint-Pietersberg en verwerkt het tot cement door het in ovens te verhitten;
  • als kleurstof in de bouw- en keramische industrie: als toevoeging bij de productie van aardewerk, waardoor faience aardewerk kan worden geproduceerd, bijvoorbeeld Delfts blauw;
  • als kalkmeststof om verzuring van de grond tegen te gaan. Daarop zou ook de uitdrukking "uitgemergeld" teruggaan.
  • als toevoeging aan veevoer;
  • als toevoeging aan een mengsel dat schoorsteengassen ontzwavelt.

Groefleger[bewerken]

Mergel is een sedimentgesteente en heeft hierdoor een gelaagdheid. Niet bij elk mergelblok is die gelaagdheid te zien. Deze laagrichting wordt aangeduid als het leger. Alleen loodrecht op het leger kan het mergelblok weerstand bieden aan druk van buitenaf. De blokbreker merkt meestal de steen om het blokleger aan te geven, wat de onderzijde en bovenzijde van het blok aangeeft zoals het uit de berg kwam. Wordt de steen op zijn kant verwerkt, dan zal het blok verticaal volgens de richting van het leger splijten.

Soorten[bewerken]

Daar de kwaliteit en de materiaaleigenschappen per mergelgroeve sterk van elkaar verschillen, wordt de naam van de regio of belendende dorpen en steden gebruikt om de specifieke mergelsteen aan te duiden:

Sibber blok

Deze mergel komt uit de groeven rondom Sibbe (de Sibbergroeve) en is momenteel de enige mergel die in de bouw voor met name restauratie en renovatie wordt toegepast. De mergelsteen is zeer homogeen en het beste bestand tegen de invloeden van het klimaat.[2]

Zichener blok

Deze mergel komt uit het Belgische Zichen en is vergelijkbaar met Sibber mergel. De groeven zijn echter gesloten en worden niet meer geëxploiteerd.

Maastrichter blok

Deze mergel komt uit Maastricht en is vergelijkbaar met Sibber mergel. Het mergelmassief rond Maastricht is echter minder homogeen en vertoont een zeer grote variatie in densiteit. Over het algemeen is de gebroken mergelblok relatief zacht en minder bestand tegen het weer. Vanwege het kwaliteitsverschil met Sibber mergel en de hoge moeilijkheidsgraad een goede bouwblok te breken wordt deze mergel alleen nog door de ENCI gewonnen als grondstof voor de cementindustrie.

Kunrader of Vetschauer blok

Deze mergel is veel harder dan Sibber blok en wordt niet gezaagd maar gebroken.

Gulpener blok

Is vergelijkbaar met Kunrader blok. Deze mergel is echter gevoelig voor vorstschade. De groeven zijn echter gesloten en worden niet meer geëxploiteerd.

Tauw

Deze mergel is erg taai en bevindt zich qua hardheid tussen Sibber en Kunrader in.

Zie ook[bewerken]

Bronnen & verwijzingen

Voetnoten

  1. A. Slinger/H. Janse/G. Berends: Natuursteen in Monumenten, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist
  2. Mergel in de Bestekstermen Natuursteen RACM

Externe links