Amandus van Maastricht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Amandus (heilige))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Amandus
Sint-Amand
bisschop van Maastricht
Amandus en de slang (14e-eeuwse illuminatie)
Geboren ca. 600 (594?) te Herbauge (bij Nantes)
Gestorven 675, 679 of 684 te Saint-Amand-les-Eaux
Verering Katholieke Kerk
Naamdag 6 februari (voorheen 26 oktober)[1]
Attributen draak, ketenen, tralies
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Amandus van Maastricht, soms aangeduid als Amandus van Nantes, Amandus van Gent of Amandus van Elnone, bijnaam Apostel der Franken (omgeving Nantes, ca. 600Saint-Amand-les-Eaux, ca. 680) was een 7e-eeuwse missiebisschop en stichter van kloosters en kerken in Vlaanderen, Noord-Frankrijk en Baskenland. Hij was enkele jaren bisschop van Maastricht en wordt vereerd als katholiek heilige.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Amandus geldt als de best gedocumenteerde heilige uit de 7e eeuw, niet alleen door zijn bijna eigentijdse levensbeschrijving, maar ook door andere contemporaine teksten. Volgens de Belgische jezuïet en kerkhistoricus Édouard de Moreau,[2] die met zijn in 1927 verschenen Saint Amand. Apôtre de la Belgique et du nord de la France het standaardwerk over Amandus schreef, zijn er over geen andere Belgische heilige uit de merovingische tijd zoveel historische bronnen beschikbaar. Deze voor de vroege middeleeuwen uitzonderlijke bronnenrijkdom is vooral te danken aan de nauwgezette, eeuwenlang volgehouden archiefvorming van de door Amandus gestichte Sint-Amandsabdij in Saint-Amand-les-Eaux.[3]

Volgens de vroeg 8e-eeuwse Vita Sancti Amandi (pas veel later vertaald in het Middelnederlands als Leven van Sint-Amandus) werd Amandus in Neder-Poitou in een adellijke familie geboren. Tegen de wil van zijn familie werd hij op ongeveer twintigjarige leeftijd monnik op het eiland Yeu, voor de kust van de Vendée. Van daaruit ging hij naar Bourges, waar hij onder leiding van de bisschop, de heilige Austregisilus, in een kluis nabij de Sint-Martinuskathedraal vijftien jaar lang op water en brood in eenzaamheid leefde.

Na een bedevaart naar Rome werd hij in 628 in Frankrijk tot missiebisschop gewijd. Op verzoek van Chlotharius II begon hij eerst de bewoners van Gent te kerstenen, waarna hij zijn werkzaamheden uitbreidde over heel Vlaanderen. Aanvankelijk had hij weinig succes. Hij leed ook grote ontberingen en werd vervolgd zonder dat hij iets bereikte. Hij missioneerde in Vlaanderen langs de oevers van de Schelde. Daar stichtte hij een aantal kerken en kloosters, die later zouden uitgroeien tot de Sint-Pietersabdij en de Sint-Baafsabdij in Gent. Allowin, beter bekend als Sint-Bavo, trad toe tot het klooster, dat later zou uitgroeien tot abdij en naar hem zou worden genoemd.

Amandus stichtte ook het klooster van de Abdij van Elno (Latijn/Frans: Elnone of Elnon; oorspronkelijk de naam van het beekje Elnon bij het klooster). De abdij werd later de Sint-Amandsabdij, in Saint-Amand-les-Eaux. Dit stadje in het noorden van Frankrijk is eveneens naar hem genoemd.

Amandus uitte kritiek op de leefwijze van koning Dagobert I en werd om die reden verbannen. Dagobert vroeg hem nadien terug te komen en de opvoeding van de kroonprins op zich te nemen, maar Amandus weigerde. In 647 werd hij door koning Sigibert III benoemd tot bisschop van Maastricht, maar al na enkele jaren vroeg hij aan Paus Martinus I om van deze plicht ontslagen te worden, vanwege de tegenwerking van de lokale clerus.[4]

In deze periode stichtte hij ook diverse kloosters en kerken, met hulp van de Merovingische adel, waarmee hij nauwe banden onderhield. Amandus was de persoonlijke raadsman van de later eveneens heilig verklaarde Itta of Ida van Nijvel, echtgenote van de hofmeier Pepijn van Landen en moeder van drie heiligen. Haar zoon Bavo bouwde het door Amandus gestichte klooster in Gent verder uit en werd er abt. Een dochter van Ida, de heilige Begga, stichtte de abdij van Andenne. Ida stichtte ook zelf een aantal kloosters, waaronder de abdij van Nijvel, waar haar dochter Gertrudis van Nijvel abdis werd.

Aan het eind van zijn leven missioneerde Amandus in Baskenland en/of Gascogne, waar hij aan het begin van zijn carrière al eens vruchteloze pogingen had ondernomen de Basken te bekeren. Zijn missioneringswerk ging hand in hand met de onderwerping van Baskenland aan het Frankische gezag.[5]

Amandus bracht zijn laatste jaren door in het door hemzelf gestichte klooster van Saint-Amand-les-Eaux, waar hij ook stierf.

Volgens de Nederlandse kerkhistoricus Régis de la Haye had Amandus binnen de toenmalige Gallische kerk meer impact dan men van een eenvoudige missionaris zou verwachten. Hij doorkruiste vele streken in West-Europa, stichtte diverse kerken en abdijen, was enige tijd bisschop van Maastricht, kende meer dan dertig bisschoppen van Gallië persoonlijk, had contact met diverse koningen, kreeg van paus Martinus I een belangrijke opdracht, en bleef na zijn dood voortleven, zowel in de geschiedschrijving als in de liturgie, zelfs in streken waar hij waarschijnlijk nooit geweest is (Scandinavië, Polen, Spanje).[6]

Nalatenschap[bewerken | brontekst bewerken]

Fragment uit het manuscript Leven van Sint-Amandus, Gilles de Wevel, midden 15e eeuw (Universiteitsbibliotheek Gent)[7]
Amandus en Dagobert in een 15e-eeuws handschrift

Vita Sancti Amandi[bewerken | brontekst bewerken]

De Vita Sancti Amandi is een tekst uit het begin van de achtste eeuw, die in het verleden werd toegeschreven aan de monnik Baudemundus (of Baudemond), een leerling van Amandus en opvolger van Florbertus als abt van de Sint-Pietersabdij.[noot 1] Deze tekst werd uitgebreid door Philippe, abt van Aumône (in het departement Loir-et-Cher). Er bestaan een aantal afschriften van de eerste levensbeschrijving van Amandus, onder andere het oudste handschrift 224 (f° 1-65) uit het midden van de 9e eeuw in de bibliotheek van de Universiteit van Gent en de handschriften 502 (tweede helft van de 11e eeuw), 501 (Vie et miracles de St.-Amand) en 500 (beide tweede helft 12e eeuw) in de bibliotheek te Valenciennes. Handschrift 501 bevat bijzondere miniaturen, onder andere met Amandus en de vermeende schrijver Baudemond.

De universiteitsbibliotheek van Gent bewaart een afschrift van een Middelnederlandse vertaling van de vita uit de 15e eeuw, het Leven van Sint-Amandus (hs 542, f° 1-236).[7] Het is geschreven door Gillis De Wevel, die het strofisch gedicht van 12467 verzen afwerkte. In 1842 werd het in druk uitgegeven door Ph. Blommaert.

Behalve de vroege datering en de coherente inhoud van de Vita Prima (eerste biografie), vormen ook een brief van paus Martinus I uit ca. 649 en het overgeleverde testament van Amandus een stevige basis voor de authenticiteit van de Vita Sancti Amandi. In 1976 werd in een bibliotheek in Innsbruck een fragment van een tekst ontdekt, dat op paleografische gronden te dateren is in de 8e eeuw, waarschijnlijk in de vroege 8e eeuw, en zou daarmee ouder kunnen zijn dan de Vita Prima.[noot 2] De in Innsbruck ontdekte tekst werd Vita Antiqua gedoopt en heeft mogelijk gediend als bron voor de Vita Prima.[noot 3] Diverse wetenswaardigheden over het leven van Amandus in de Vita Antiqua ontbreken in de Vita Prima, zoals zijn geboorte in de streek Herbauge, zijn verblijf in Tours vóór zijn verblijf in Bourges, de terugkeer uit Rome met Bijbels en handschriften, en de oversteek naar Engeland om de Saksen te evangeliseren.[9]

Amandusschrijn, Walters Art Museum, Baltimore (VS)

Verering[bewerken | brontekst bewerken]

Amandus' feestdag werd vroeger in het bisdom Luik gevierd op 26 oktober, tegenwoordig overal op 6 februari.[1] Hij is patroonheilige van heel Vlaanderen, maar ook van plaatsen als Beernem, Denderleeuw, Hooglede, Roeselare, Wingene en Sint-Amands. Amandus is ook de schutspatroon voor wijnhandelaren, bierbrouwers, apothekers, herbergiers en kruideniers. Amandus wordt aangeroepen tegen reuma, verlamming, jicht, koorts, stuipen, huidaandoeningen, epilepsie en dierziekten.

Amandus wordt vaak afgebeeld met een draak, die de heidense rituelen voorstelt die Amandus bestreed. De draak ligt aan zijn voeten en bijt soms in zijn staf. Soms maakt hij een gevangene los uit zijn ketenen. Hij heeft als attribuut dus ook wel ketenen of tralies. Af en toe kronkelt er om zijn staf een slang, die hij volgens de Vita Sancti Amandi als jonge monnik verjaagd heeft met behulp van een kruisteken.

Relikwieën van Amandus worden bewaard in vele kerken en schatkamers, onder andere in de Sint-Amanduskerk te Wezeren (Vlaams-Brabant), in de Sint-Elooiskerk in Kortrijk, en in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Oberammergau. Het beroemdste reliekschrijn, een vroeg-13e-eeuws werkstuk van edelsmeedkunst afkomstig uit de Sint-Amandsabdij, bevindt zich tegenwoordig in het Walters Art Museum in Baltimore.

Sint-Amanduskerken[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Sint-Amanduskerk

In Vlaanderen, Noord-Frankrijk, Duitsland, Baskenland en ook elders in Europa is een groot aantal kerken en kapellen aan de heilige Amandus gewijd. In de Kortrijkse wijk Overleie is het centrale plein naar deze heilige genoemd, het Sint-Amandsplein. In dezelfde wijk bevindt zich het Sint-Amandscollege (1833-2013), tot 1796 Sint-Amandsproosdij. In het centrum van Brugge herinnert de Sint-Amandsstraat aan de in 1817 afgebroken Sint-Amandskapel.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Voorganger:
Joannes Agnus
Bisschop van Maastricht
±647 - 650
Opvolger:
Remaclus