Nicolaas van Myra

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Heilige Nicolaas van Myra
Portret van de heilige Nicolaas door Carlo Crivelli (1472)
Geboren ca. 270 te Patara, Lycië
etniciteit: Grieks
Gestorven 6 december ca. 340 te Myra, Lycië
Verering Rooms-Katholieke Kerk
oosters-orthodoxe kerken
Schrijn Sint-Nicolaasbasiliek te Bari
Naamdag 6 december
Attributen zie[noot 1]
Beschermheilige voor zie[noot 2]
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Nicolaas van Myra (Oudgrieks: Ἅγιος Νικόλαος (Hagios Nikolaos, "Heilige Nicolaas"), bijgenaamd ὁ Θαυματουργός (ho Thaumatourgos, "de Wonderdoener"),[1] ook wel Nicolaas van Bari[2] of Nicolaas van Patara genoemd (Patara, ca. 270Myra, 6 december ca. 340) was in het begin van de 4e eeuw bisschop te Myra, de toenmalige hoofdplaats van Lycië in het zuid-westen van Klein-Azië (een gebied in het huidige Turkije) en een toenmalige Romeinse provincie. Hij kwam uit een rijke familie van Griekse afkomst.[3][4][5][6][7][8][9] Hij was al tijdens zijn leven een grote bekendheid en erg geliefd. Om die reden werden zijn botten bewaard in een kerk, iets buiten de stad Myra.[10] In het jaar 550 werd hij heilig verklaard door de Grieks-Katholieke Kerk.[11] De kerk boven zijn graf werd een basiliek, en is in de 6e en de 8e of 9e eeuw gemoderniseerd. Tussen de 6e en de 12e eeuw werd zijn bekendheid verder vergroot dankzij pelgrimstochten naar Myra.[12] In 1087 werden de beenderen van Nicolaas door zeevaarders meegenomen uit angst dat de islamitische Seltsjoeken ze zouden vernietigen.[13] De beenderen gingen grotendeels naar het Italiaanse Bari, waar speciaal voor deze beenderen een kerk en later zelfs een basiliek werd gebouwd. Al snel kreeg de Nicolaas-verering in Europa een sterke impuls en gingen pelgrims massaal naar Bari.[14]

Nicolaas werd als heilige toegevoegd aan de heiligenkalender van de Rooms-Katholieke Kerk. Na de 11e eeuw werd Sint-Nicolaas de hoofdpersoon in tal van legenden[15], bijvoorbeeld in de Legenda aurea, een van de meest gelezen en gebruikte boeken uit de late middeleeuwen. In Oost-Europa is Nicolaas van Myra tot op heden een belangrijke heilige, in West-Europa groeide zijn verering met name in de tijd van de Reformatie uit tot een volksfolklore rondom zijn sterfdag. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug.

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

Beeld van Sint-Nicolaas in Baška Voda.

De informatie die over het leven van de heilige Nicolaas beschikbaar is, is hoogstwaarschijnlijk eerst mondeling overgeleverd en in een later stadium op schrift gesteld. Ze komt uit de verschillende levensverhalen. Historisch bewijs over het leven van Nicolaas van Myra bestaat met name uit bronnen na zijn overlijden. Een van deze oude bronnen is de zogenaamde Praxis de Stratelatis, met daarin het verhaal dat Nicolaas drie onschuldige officieren van de executie redt. Uit de 8e eeuw dateert de oudste en eerste "complete" levensbeschrijving, een vita van Michaël de Archimandriet.[16] Uit deze bron komt de informatie dat Nicolaas in Patara, niet ver van Myra – het huidige Demre – in Klein-Azië werd geboren. Volgens de Vita Compilata, een andere belangrijke vita, was hij enig kind van welgestelde, zeer gelovige ouders.

Nicolaas als jonge man[bewerken | brontekst bewerken]

Het was al snel duidelijk dat Nicolaas – vernoemd naar zijn oom, die bisschop was in een naburige gemeente en met wie hij vaak verward wordt – zijn leven aan de dienst van God zou gaan wijden. Er werd een verband gezien met de Bijbelse figuur Samuel. Nicolaas' moeder kon net als de moeder van Samuel geen kinderen krijgen en kreeg uiteindelijk een kind in ruil voor de belofte dat het in dienst van God zou treden. Net als Samuel was Nicolaas al op vroege leeftijd geliefd bij de bevolking. Hij begreep snel dat hij een hogere taak te vervullen had. Samuel was de laatste en belangrijkste der Richteren, die ook koningen zou zalven. Ook hier ligt een overeenkomst, want tijdens Nicolaas' leven zou het christendom in het Romeinse Rijk belangrijk worden.

Volgens de Vita per Metaphrasten van de heilige Simeon de Logotheet was Nicolaas een goede leerling, ging hij met regelmaat naar de kerk en was hij – waar nodig – behulpzaam. Al op negentienjarige leeftijd werd Nicolaas door zijn oom tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden en een leven van verlichting zou leiden. Door zijn strenge discipline inzake de vasten, zijn goede wil en zijn gebeden voor iedereen was hij een voorbeeld voor anderen. Toen zijn oom een reis maakte naar Jeruzalem werd de jonge Nicolaas benoemd tot gevolmachtigde in zijn klooster Nieuw Zion. Volgens de overlevering bestuurde hij het klooster zó goed dat het leek alsof de bisschop zelf aanwezig was.[bron?] Tijdens de christenvervolging onder keizer Diocletianus moet Nicolaas rond het jaar 310 gevangengenomen zijn en gefolterd.

Volgens dezelfde Simeon de Logotheet heeft de heilige meermaals het Heilige Land bezocht, en vatte hij telkens het plan op om er meerdere weken te verblijven, maar een "engel des Heeren beval hem om huiswaarts te keren". Dit betekende dat zijn parochie in gevaar was en hij zijn bovenmenselijke krachten aldaar moest gebruiken. Eens probeerde bij zo'n gelegenheid een zeeman hem te bedriegen, maar Nicolaas verijdelde dat plan, en sprak streng: "Probeer nu nooit meer iemand te bedriegen. Vaar naar huis, en mijn zegen zal je vergezellen." Vandaar staat hij bekend als vergevingsgezind.

Gedurende zijn leven zou Nicolaas vele malen de bevolking tegen demonen hebben beschermd. Een voorbeeld hiervan is de vernietiging van de Artemistempel in Myra. In de Vita per Michaëlem geeft Nicolaas de opdracht om de tempel ter ere van Artemis te laten afbreken.[17]

Nicolaas als bisschop[bewerken | brontekst bewerken]

In 325 zou hij als bisschop deelgenomen hebben aan het concilie van Nicaea.[18] De voornaamste aanleiding tot het bijeenroepen van het concilie was de onrust ontstaan door de leer verspreid door Arius. Nicolaas, een fervent tegenstander van Arius, zou deze laatste een klap in het gezicht hebben gegeven tijdens het concilie. De legende vertelt vervolgens hoe Nicolaas na deze daad in de gevangenis werd gezet om daar af te koelen. 's Nachts verschijnen Maria en Jezus aan hem en herstellen zijn bisschoppelijke waardigheid. Maria geeft hem zijn pallium terug en Christus overhandigt hem de Bijbel, Gods Woord. Gedurende de verdere duur van het concilie werd er bij grote vraagstukken beslist volgens de mening van Nicolaas. Hoewel de gebeurtenissen van het concilie van Nicea goed gedocumenteerd zijn, wordt er in de concilieverslagen helemaal geen melding gemaakt van dit incident. Historisch is er veel gespeculeerd of Nicolaas nu wel of geen conciliedeelnemer was. Zijn naam wordt niet vermeld op een van de oudste lijsten van de aanwezige bisschoppen. Wel staat zijn naam op een lijst van Theodorus Lector, die opgesteld is rond 515 en enige andere lijsten uit de 7e en 8e eeuw. Theodorus vermeldt ene 'Nikolaos van Myra in Lycië'. Er zijn ongeveer twintig deelnemerslijsten bekend; op tien van deze lijsten ontbreekt Nicolaas' naam. Gebleken is echter dat deze lijsten onvolledig zijn. Vaak bevatten ze niet meer dan 200 namen van bisschoppen, terwijl er minstens 300 deelnemers waren.[19]

Zijn dood[bewerken | brontekst bewerken]

Het geroofde graf van Nicolaas in Myra.

Nicolaas stierf op 6 december 342 N.C. op een voor die tijd hoge leeftijd, waarschijnlijk van ouderdom. In 1953 werden zijn beenderen onderzocht. Hij moet ongeveer 1,67 meter lang zijn geweest en aan chronische artritis hebben geleden aan zijn bekken.[20] Op grond van de beenderen en de schedel is op National Geographic een model gemaakt van het gezicht van Nicolaas.[21]

Hij werd buiten de stad Myra begraven, waar een ruïne van de herbouwde basiliek nog steeds te bezichtigen is. Uit beschrijvingen van de 6e eeuw blijkt dat de cultus rond Nicolaas al stevig verankerd was.[22] In 1087 werd het grootste deel van zijn botten overgebracht naar Bari en andere plaatsen.[23]

Bijzondere gebeurtenissen[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas werd al snel na zijn dood vereerd, maar er zijn geen geschriften van tijdgenoten overgeleverd. Mogelijk zijn bestaande geschriften verloren gegaan bij de bibliotheekbranden in het voormalige Byzantijnse Rijk of anderszins.[24] In de eerdere geschriften ligt de nadruk op bijzondere gebeurtenissen uit het leven van Nicolaas. Vooral na de 12e eeuw verschijnen er wonderverhalen.

De drie veldheren[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas redt drie onschuldige soldaten van een executie.

De oudste vermelding van Nicolaas is afkomstig van het handschrift uit de 5e eeuw onder de naam Praxis de Stratelatis.[25] Nicolaas nodigt drie Oost-Romeinse legeraanvoerders uit in Myra. Zij zijn getuige hoe de bisschop drie onschuldig ter dood veroordeelde mensen van de executie redt. Terug in Constantinopel worden de veldheren het slachtoffer van een intrige en zelf ter dood veroordeeld. In de kerker bidden ze om de hulp van Nicolaas, die daarop in de droom van de keizer verschijnt en hem voor de gevolgen van de executie van de onschuldigen waarschuwt. De keizer stelt de legeraanvoerders daarop in vrijheid.[26]

De arme man en zijn drie dochters[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas gooit geld door het raam van het huis van de arme man.

Dit verhaal komt terug in meerdere beschrijvingen. Het meest uitvoerig stamt het uit de vita van Michaël de Archimandriet. Het gaat over een arme man, die drie dochters had. In die dagen werd van de vader verwacht dat hij de toekomstige echtgenoot iets van waarde aanbood: een bruidsschat. Hoe hoger de bruidsschat, des te groter de kans dat een jonge vrouw een goede echtgenoot zou vinden. Zonder bruidsschat was het waarschijnlijk dat de vrouw nooit zou trouwen. Vanwege de armoede van de man waren zijn dochters gedoemd als slaven te worden verkocht. Echter, op drie verschillende gelegenheden verscheen een buidel met goud in het huis, een volwaardige bruidsschat. De arme man wist in eerste instantie niet waar het geld vandaan kwam, maar hij ging op onderzoek uit. Nadat voor de derde keer het geld in zijn raam werd gegooid, ging hij achter de weldoener aan. Pas toen ontdekte hij dat het Nicolaas was die het geld door het raam gooide.[27][28] Van de geldbuidels, die door een open raam werden gegooid, wordt later gezegd dat ze in de schoenen terechtkwamen die voor de haard stonden te drogen. Soms zijn de geldbuidels weergegeven dan wel geïnterpreteerd als sinaasappels of mandarijnen. Dit verhaal verklaart ook het strooigoed en het zetten van de schoen. Drie zakjes met goud staan symbool voor Sint-Nicolaas. Ook de munten van chocolade die vaak deel uitmaken van het strooigoed gaan op dit verhaal terug.[bron?]

Legenden en wonderverhalen[bewerken | brontekst bewerken]

Uit latere tijden zijn de wonderverhalen van Sint-Nicolaas, die inmiddels al in West-Europa een sterke heiligenverering kende, maar een sterke impuls kreeg nadat de beenderen van Nicolaas in 1087 werden overgebracht naar Bari. Onderstaand volgt een greep uit de vele verhalen.

De drie studenten[bewerken | brontekst bewerken]

Sint-Nicolaas brengt de drie kinderen tot leven.

De volgende legende vindt zijn oorsprong in een 11e-eeuws geschrift van abt Godehard van Hildesheim en is alleen bekend in West-Europa. Drie theologiestudenten vonden onderdak in een herberg. De herbergier vermoordde hen en borg het vlees van de studenten op in een ton met pekel. Enige tijd later bezocht Sint-Nicolaas dezelfde herberg, en droomde 's nachts van de misdaad die de herbergier begaan had. Nicolaas riep de herbergier en bad tot God, waarna de studenten weer tot leven werden gewekt.[bron?]

In Frankrijk is er een soortgelijk verhaal, waarin drie kleine kinderen tijdens hun spel verdwaald raken en worden verleid en gevangen door een slager. Sint-Nicolaas verschijnt, bidt tot God, brengt de kinderen tot leven en geeft ze terug aan hun ouders.[29] Saint Nicolas is sinds 1477 de beschermer van Lorraine na een officieel besluit van René II, hertog van Lorraine.

Nicolaas als baby[bewerken | brontekst bewerken]

Aan de kleine Nicolaas werden in latere legenden wonderen toegewezen. Zo kon hij direct na de geboorte rechtop in zijn badje staan, de handen ten hemel geheven, alsof hij God dankte voor het mirakel van zijn geboorte, en wilde hij op de vastendagen – woensdag en vrijdag – niet van moeders borst drinken. Deze legende vindt zijn oorsprong in de Legenda aurea.

De hongersnood van Myra[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas vermenigvuldigde zakken graan die per schip in de haven van Myra kwamen. Hierdoor werd een hongersnood vermeden.[2] Deze legende doet denken aan het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging door Jezus.

Het kind in bad[bewerken | brontekst bewerken]

Een moeder was haar kind aan het wassen. Om het water niet snel te laten afkoelen had ze de kuip op de kachel gezet. Toen ze de kerkklok hoorde luiden bedacht ze dat de nieuwe bisschop, Nicolaas, die dag ingehuldigd zou worden en ging ze snel naar de kerk. Daar aangekomen bedacht ze dat ze het kind op het vuur had laten staan en rende in paniek terug. Weer thuis zag ze dat het kind rustig in het badje zat te spelen. Nicolaas had een wonder verricht; het water was niet gaan koken en het kind had zich niet gebrand.[bron?]

De storm[bewerken | brontekst bewerken]

Deze legende wordt soms aan Nicolaas van Myra toegedicht, maar komt uit de vita van Nicolaas van Sion, een geestelijke uit de 6e eeuw. Nicolaas werd aangeroepen door zeelieden wier schip zinkende was. Hij verscheen en bracht de storm tot bedaren.[2] Dit verhaal vertoont overeenkomsten met het bedaren van de storm door Jezus.

De zoon van de edelman[bewerken | brontekst bewerken]

De zoon van een edelman was krijgsgevangen gemaakt door een heidense koning. Hij vertelde de koning over Sint-Nicolaas. De koning sprak honend dat Nicolaas de jongen niet kon bevrijden. Hierop verscheen Nicolaas in een glorie van wolken. De jongen werd bevrijd en overgedragen aan zijn vader.[2]

Een andere versie van dit verhaal vindt plaats na de dood van Sint-Nicolaas. De stedelingen van Myra waren zijn naamdag aan het vieren toen een groep Arabische piraten vanuit Kreta in het gebied van Myra kwamen. Zij stalen de relikwieën uit de kerk van Sint-Nicolaas. Terwijl zij de stad verlieten, ontvoerden zij een jongen, Basilios, om hem als slaaf te kunnen verkopen. In dienst getreden als slaaf werkte Basilios voor een koning als wijnschenker, die hem gekocht had omdat Basilios niet zou kunnen verstaan wat de koning tegen zijn raadslieden zou zeggen. Het hele volgende jaar zou Basilios de koning zijn wijn schenken in een prachtige, gouden karaf. Intussen kwam in Myra de naamdag van Nicolaas steeds dichterbij. Basilios' moeder wilde niet aan het feest meedoen, omdat de dag voor haar tragische herinneringen opriep. In plaats van mee te doen aan het feest bad zij om Basilios' veiligheid. Terwijl Basilios zijn diensten voor de koning verrichtte, werd hij plotseling uit de zaal geplukt, de gouden karaf nog in de hand. Sint-Nicolaas verscheen voor de doodsbange jongen, zegende hem en bracht hem terug naar zijn ouders in Myra.[bron?]

Verering na zijn dood[bewerken | brontekst bewerken]

Overblijfselen van de basiliek in Myra.

Dat Nicolaas al zeer geliefd was tijdens zijn leven, blijkt alleen al uit het feit dat de naam Nicolaas weinig voorkomt voor de 4e eeuw, terwijl na het leven van Nicolaas van Myra veel ouders aan hun kinderen de naam Nicolaas gaven.[30] Het graf van Nicolaas werd al snel een plaats voor pelgrims. In de 6e eeuw liet keizer Justinianus I er een kerk bouwen.

Het graf met de beenderen in Myra[bewerken | brontekst bewerken]

Nicolaas van Myra zou gestorven zijn op 6 december en begraven in zijn bisschopsstad Myra, nabij het huidige Demre, in het zuidwesten van Turkije. Nicolaas was zo geliefd, dat zijn beenderen zorgvuldig werden bewaard. Er werd in Myra zelfs een kerk om zijn graf gebouwd.

Het duurde nog enige tijd, tot de 6e eeuw, vóór hij als heilige werd vereerd in het Byzantijnse Rijk.[31] In een van de weinige overgebleven verhalen over Nicolaas circuleerde een verhaal over het redden van drie van hoogverraad beschuldigde generaals onder keizer Constantijn. De verering ging voort in de Grieks-Orthodoxe Kerk en was bijzonder verspreid in Rusland. Na de heiligverklaring werd in Constantinopel de eerste kerk buiten Myra naar Sint-Nicolaas genoemd.[32] De kerk in Myra werd in de 8e eeuw een basiliek.

De faam van de heilige begon zich gaandeweg ook in West-Europa meer en meer te manifesteren. Reeds in de 7e eeuw was de verering van Nicolaas uit Klein-Azië over Griekenland in Rome terechtgekomen. Het huwelijk van de Byzantijnse prinses Theophanu met keizer Otto II zorgde in de 10e en 11e eeuw voor een verdere verspreiding naar het noorden.

Overbrenging van de beenderen naar Bari[bewerken | brontekst bewerken]

Na de slag bij Manzikert in 1071 viel Myra in handen van de islamitische Seltsjoeken en begonnen de Grieken in de hiel van Italië zich zorgen te maken over de relieken van de populaire heilige. In 1087 landde een groep kooplieden in Myra om de beenderen al dan niet te ontvreemden en over te brengen naar Bari.[33] Hun terugkomst op 9 mei werd het feest van de translatie. Twee jaar later kon paus Urbanus II een speciaal gebouwde kerk inwijden, de Basiliek van Sint-Nicolaas. Mede doordat Bari geliefd was bij veel pelgrims op doortocht en een belangrijke startplaats was voor de kruistochten, breidde de verering van Sint-Nicolaas zich hierna snel uit naar andere delen van Europa, zoals Spanje, Frankrijk en vervolgens Engeland, het gebied rond de Alpen, Tsjechië, het Heilige Roomse Rijk en de Nederlanden. Tegen 1200 was de verering van de heilige Nicolaas in Europa heel alomtegenwoordig geworden. In West-Europa kreeg deze verering hierna steeds meer een volks karakter, terwijl zij in Oost-Europa voor alles kerkelijk en sacraal bleef.[34]

In de middeleeuwen ontstonden Sint-Nicolaasbroederschappen, waarvan de leden de naamdag van hun beschermheiligen vierden.[35]

Met de hervorming van de katholieke feestkalender door het Tweede Vaticaans Concilie van 1969 werd de liturgie van de heilige Nicolaas gedegradeerd van een verplichte feestdag tot een vrijwillig te vieren gedachtenis.

Controverse[bewerken | brontekst bewerken]

In 1997 vroeg Turkije aan Italië om teruggave van de relieken, maar dat verzoek werd afgewezen. De Engelstalige versie van de krant Hürriyet meldde op 29 december 2009 dat Turkije Italië opnieuw ging vragen om teruggave van de beenderen van Nicolaas van Myra. De Turkse minister van Cultuur Ertuğrul Günay kondigde aan dat de vraag om teruggave een onderdeel van een offensief is om Turks erfgoed terug te krijgen. Als argument hiervoor werd door de Turkse archeoloog-professor Nevzat Çevik genoemd dat Nicolaas nooit zou hebben verklaard dat hij in Italië begraven wilde worden. Hij leefde en stierf in wat nu Turkije is en zou daarom aldaar moeten rusten.[36]

Nicolaas afgebeeld door de Meester van de Legende van de heilige Lucia, met in de achtergrond Brugge. Op de zijpanelen: de Legenda aurea, het korenwonder van Myra en de bijlmoord op drie studenten.

Naamdag[bewerken | brontekst bewerken]

De vermoedelijke sterfdag 6 december is Sint-Nicolaasdag, de naamdag van de heilige, geworden. Vroeger werd ook 9 mei, de dag van de translatie, gevierd.

Beschermheilige[bewerken | brontekst bewerken]

Standbeeld van Sint-Nicolaas in Sint-Niklaas.

Sint-Nicolaas is de beschermheilige van schippers, scheepsbouwers, vissers, gevangenen, onschuldig veroordeelden, advocaten, deurwaarders, bankiers,[37] dokwerkers, graanhandelaars, kuipers, wijnhandelaars, schilders, parfumeurs, apothekers, bakkers, clerici, vrijers, kinderen, prostituees en kooplieden. Veel havensteden hebben Sint-Nicolaas als beschermheilige:

Sint-Nicolaas wordt in de oosters-orthodoxe kerken zeer vereerd en zijn beeltenis is op veel iconen te vinden. Hij is een van de beschermheiligen van het belangrijkste orthodoxe land, Rusland. Na de Russische Revolutie werden meerdere ridderorden ingesteld met Nicolaas als bescherm- en naamheilige. Zie: de Orde van Sint-Nicolaas de Wonderdoener.

Kerken en steden[bewerken | brontekst bewerken]

In de loop van de eeuwen zijn er over de hele wereld veel kerken genoemd naar Sint-Nicolaas, ook wel de Sint-Niklaaskerk genoemd. Naast honderden kerken zijn er tientallen kathedralen en basilieken genoemd naar Nicolaas van Myra. In de kerken staan vaak beelden en schilderingen met taferelen van Nicolaas. In Vlaanderen is de stad Sint-Niklaas genoemd naar Nicolaas van Myra.

Wapen[bewerken | brontekst bewerken]

Als beschermheilige siert Sint-Nicolaas vele wapens van steden en kerken. Hij kent als attributen drie gouden bollen. Die verwijzen naar de legende waarin wordt verteld hoe hij drie zussen uit de armoede en schaamte heeft gered door heimelijk drie zakken met goud in hun huis te gooien.[38]

Afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

In Oost-Europa wordt Nicolaas afgebeeld als een rijzige gestalte, met breed voorhoofd, ingevallen gezicht, een krullende baard en een blos op de wangen. Hij draagt een misgewaad, sakkos en omoforion met drie zwarte kruizen. In West-Europa wordt hij voorgesteld als oude man met staf, mijter, en rode mantel. Hij draagt ter herkenning vaak drie gouden ballen, appels of zakjes. Ook wordt hij wel afgebeeld met drie kinderen in een tobbe.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • Nicolaas van Myra wordt ten onrechte vereenzelvigd met Nicolaas van Sion (waarschijnlijk gestorven op 10 december 564), een abt uit Sion en later bisschop van Pinara in Lycië.[39] Het is door gebrek aan bronnen onduidelijk aan welke van de twee mannen de verschillende overleveringen moeten worden toegeschreven.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Sint-Nicolaas van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.