Zwarte Piet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie Zwartepiet voor de term in het kaartspel
Zwarte Piet

Zwarte Piet of Piet is de hulp van Sinterklaas. Volgens de overlevering komt Zwarte Piet tijdens het sinterklaasfeest in december de cadeautjes brengen. Hij klimt door de schoorstenen van de huizen als de mensen slapen, om de cadeautjes tot binnen de huiskamer te brengen.

Tot de jaren tachtig van de 20e eeuw droeg Zwarte Piet een roe en een zak met snoepgoed. Zo moest hij stoute kinderen afschrikken: brave kinderen kregen snoep en cadeautjes, stoute kinderen zouden gestraft worden met de roe of in de zak meegenomen worden naar Spanje. Onder druk van veranderende opvoedkundige inzichten verdween het dreigende element uit het karakter van Piet gaandeweg helemaal, tezamen met de roe. Van de oude rol van Zwarte Piet zijn nog wel sporen te vinden in de teksten van sommige sinterklaasliedjes (bijvoorbeeld wie zoet/braaf is krijgt lekkers, wie stout is de roe).

Zwarte Piet is te herkennen aan het feit dat hij zwart of bruin van kleur is en aan een pofbroek en een hoed met veer. Vaak heeft hij zwarte krullen, gouden oorringen en rood geverfde lippen.

Sinds het begin van de 21e eeuw is er steeds meer discussie gerezen over het al dan niet racistische karakter van het fenomeen Zwarte Piet. Op verschillende plaatsen in Nederland wordt Zwarte Piet daarom sinds 2014 verruild voor of aangevuld met een Piet met roetvegen of andere (huid)kleuren.

Geschiedenis

Voorlopers

Een van de eerste afbeeldingen van een zwarte knecht van Sint-Nicolaas, hier nog niet gekleed als een page. (Jan Schenkman, 1850)

Er zijn in Nederland – anders dan in Duitsland – geen duidelijke aanwijzingen voor het bestaan van een knecht van Sinterklaas vóór het einde van de 18e eeuw.[1] Een opvallende uitzondering vormt het schilderij Het Sinterklaasfeest van Matthijs Naiveu uit 1703, waar Sinterklaas op zijn schimmel wordt vergezeld van een blanke dienaar met Afrikaanse gelaatstrekken. Tot het gezelschap behoren mogelijk ook een harlekijn en een scaramouche met zwartgemaakt gezicht en gekleed als page, die op de voorgrond staan afgebeeld.[2] Kunsthistorici gaan ervan uit dat dergelijke afbeeldingen zijn geïnspireerd door een actueel genre waarin vaker zwarte dienaren werden afgebeeld. Rond 1800 verschijnt bij de Erven Weduwe Jacobus van Egmont te Amsterdam een prentje met de titel De nieuwe Sint Nicolaas-prent waarop volgens het begeleidende rijmpje naast een Sint-Nicolaas te paard diens knecht te voet is afgebeeld in deftige kleding (als een kaptein), aan wie de sint opdracht geeft "te zoeken waar zoete of stoute kindren zijn, die hij dan komt bezoeken". De afbeelding van een ruiter te paard en een dresseur met zweep betreft echter niet de sint, maar is ontleend aan een ouder rijschoolboek.[3][4] In een Amsterdamse komedie uit 1809 heeft Sinterklaas twee begeleiders: de een verkleed als sater die door de schoorsteen komt kruipen en een ander "gekleed en gemaskerd als een Arlequin".[5] In 1836 schrijft de bekende oudheidkundige Laurens Philippe Charles van den Bergh voor het eerst over den zwarten knecht van St. Nikolaas.[6] In al deze gevallen gaat het om literaire of artistieke verbeelding. Vanaf welk moment de personages van Sinterklaas en zijn zwarte knecht daadwerkelijk werden geënsceneerd, is onduidelijk.

De katholieke Amsterdamse schrijver en dichter Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) herinnerde zich op latere leeftijd dat hij in 1828 bij een 'strooiavond' was geweest, waar de goedheiligman werd begeleid door Pieter-me-knecht, een 'kroesharige neger' die cadeautjes uit zijn korf uitdeelde.[7] Een boekje dat hij in 1850 bij wijze van St.-Nicolaasgeschenk aan zijn collega Potgieter gaf, bevat een handgeschreven fictieve dialoog tussen St. Niklaas en een Pieter me knecht.[8][9] Elders wordt in 1833 gesproken over een Pietermanknecht die het sinterklaasfeest opluisterde.[10] De Rotterdamse pastoor Bernard van Meurs (1835-1915) herinnerde zich uit zijn jeugd in Nijmegen eveneens een optreden van Pieter of Pieterbaas, de knecht van Sinterklaas, wiens komst werd aangekondigd met gerammel van kettingen. Ook had hij een roe bij zich.[11] Een Gronings leesboekje uit 1822 beeldt de knecht van een koopman Pieter of Pieterbaas uit die rol van Sinterklaas speelt.[12] De bijbehorende afbeelding sluit echter aan bij een oudere traditie, waarbij Sinterklaas als boeman met een zwartgemaakt gezicht werd uitgebeeld.

Boeman vóór 1850

Er zijn geen bronnen waaruit blijkt dat Sinterklaas in de Lage Landen vóór de tweede helft van de 18e eeuw een knecht had. Een personage in de vorm van een zwarte man of duivelsgestalte bestond in de folklore al langer. Meestal heette hij Klaas, soms was er sprake van namen als Bullebak, Zwarte Man, Piet met de Pooten (1749).[13] Deze man was een vaak bontgeklede gestalte, voorzien van rammelende kettingen, het gezicht soms met roet zwart geschminkt of voorzien van een masker. Soms was hij verkleed als harlekijn en voorzien van belletjes. Hij gaf snoepgoed aan de kinderen, maar werd tevens opgevoerd als boeman om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. De zwarte gezichtskleur werd tegelijkertijd in verband gebracht met de schoorsteen waardoor hij het snoepgoed naar beneden zou werpen.[14] Het motief van Sinterklaas als boeman die stoute kinderen komt halen is onder andere te vinden in het gedicht Klaasje en Pietje van Hieronymus van Alphen uit 1778. Klaasje en Pietje zijn in dat rijm overigens de kindernamen.[15] Een dergelijke gestalte met een hoge muts en een korf met geschenken is ook afgebeeld op de prent St. Nicolaas Avond van Simon Andreas Krausz (1770-1825).[16]

'Hier speelt de knecht van Pieterbaas, Zeer deftig voor Sint Nikólaas [...] Wat ziet die Sint Nikólaas er voortreffelijk uit'. Afbeelding van Sinterklaas als boeman, voorzien van een pruik en een steek, een roede en met in de zakken van zijn jas suikergoed, taaitaai poppen en speelgoed. Uit: De Beminnelijke Gerrit van Roelf Gerrit Rijkens, Groningen 1822, hier 3e dr. 1830.

Een Leesboek voor de jeugd, gedrukt te Amsterdam in 1802 beschrijft deze traditionele Sinterklaas als een vreeswekkende zwarte man:

Aanhalingsteken openen

Men had, voor tijden, en heeft nog wel hier en daar, de kwade gewoonte, dat men, op den dag, die aan eenen roomschen Heiligen, St. Nikolaas genaamd, gewijd is, kerels verkleedde en zwart maakte, die dan dien Heiligen moesten verbeelden, met rammelende kettingen aan de huizen rond gingen en de kinderen bang maakten. Den zoeten kinderen gooiden zij lekkers toe, en sloegen vaak de stoute jongens, welken zij ook eene roede bragten. [...] Ik had eenen broeder, die wat wild was. Mijne ouders meenden hem te temmen, wanneer zij op St. Nicolaas, eenen zwarten man op hem afzonden. [...] Men maakte hem wijs, dat St. Nikolaas hem mede nemen zou. Toen hij nu dien zwarten kerel zag, werd bij zoo bang, dat hij, over zijn gansche lijf, beefde. Hij kreeg zware galkoortsen en stierf 'er aan.[17]

Aanhalingsteken sluiten

De naam zwarte Piet werd tevens gebruikt tevens als een van de bijnamen van de duivel, of zoals hij in Vlaanderen werd genoemd: Pietje Pek.[18] Ook werden onder deze naam koboldachtige wezens of andere aardgeesten begrepen.[19] De bijnaam 'zwarte Piet' werd vroeger bovendien wel vaker door en voor rovers en andere misdadigers gebruikt, zoals Pieter Anthonisz. le Fever alias Swarte Piet van Leiden, die in 1695 in Amsterdam werd opgehangen.[20] Het was echter ook een gewone bijnaam, die veelal betrekking had op de haarkleur of kledij van de betrokkene.[21] In 1787 plaatst de stad Groningen opsporingsadvertenties voor de 58-jarige timmerman Jean Pierre Murguet alias Zwarte Piet uit Maastricht die gezocht werd wegens doodslag.[22] Jacob van Lennep voert in zijn roman Ferdinand Huyck uit 1840 de beruchte Zwarte Piet op, die 'vroeger in de West-Indiën heeft geëxcerceerd het bedrijf van zeeroover, en nu, bij gebrek van beter, zich met straatschenderij geneert'.[23]

Allison Blakeley, historicus te Boston, schreef een boek over stereotiepe uitbeelding van zwarte mensen in de Nederland (1993). Hij sluit niet uit dat de sinterklaasgestalte in eerste eeuwen na de Reformatie geregeld verkleed ging als een duister figuur, juist vanwege het taboe dat er bestond op het opvoeren van katholieke heiligen.[24] Dat zou ook verklaren waarom de Ouwe Sunderklazen of Klaasooms op de Waddeneilanden soms zwartgemaakte gezichten of maskers op hebben. Volkskundigen gaan ervan uit dat de oorspronkelijke tegenspeler van de sint – onder invloed van het protestantisme – Sint-Nicolaas heeft verdrongen en daarmee ook zijn naam heeft overgenomen. Daardoor kon de gestalte van de zwarte Sinterklaas tegenstrijdige elementen in zich verenigen.[25]

Bronnen uit andere delen van Nederland en het aangrenzende Noord-Duitsland lijken het bovenstaande te bevestigen. Een Groningse beschrijving uit het einde van de 18e eeuw verhaalt hoe op sinterklaasavond mannen verkleed als duivels bij de huizen aanklopten, op zware houten klompen, voorzien van kettingen, met een masker (scherbelskop) op en een koeienhuid met horens omgeslagen. Met holle stem vroegen ze: 'zijn hier ook stoute kinderen?' En als kinderen tegenstribbelden, vroegen de ouders soms: 'nu, als gij stout zijt, dan wil ik de zwarte man, met de lange baard, halen'.[26] Uit de Veluwe stamt een afbeelding van rond 1900 van een zwartgemaakte sinterklaas met een lange bezem en een ketting aan zijn voet; aan zijn hoge hoed hangt een belletje.[27]

Bewerking van Pocci's lustiges Bilderbuch van Franz Pocci, München, 1852

In het overwegend protestantse Noord-Duitsland vinden we vergelijkbare gestalten, die – net als in Nederland – eigenschappen van Sinterklaas en een zwarte boeman combineerden. Op het Oost-Friese eiland Wangerooge heette de verbasterde duivelsgestalte Sunnerklaus. Hij ging op kerstavond samen met zijn knecht Greifan alle huizen langs en ondervroeg de kinderen of ze al konden bidden. Ze moesten beloven gehoorzaam te zijn en hem een hand geven. Ze kregen dan een krakeling. Daarbij werd bovendien een verbasterde versie van het bekende Nederlandse sinterklaaslied gezongen: Sünnerklaas, du hilge Mann, Treck die beste Sabbat (tabberd) an. Men meende dat de goedheiligman met zijn schimmel over het wad was komen aanrijden.[28] In het Jeverland deed Knecht Ruprecht omstreeks 1870 de ronde op een wit paard.[29] In de Vierlande bij Hamburg had hij een lange baard, een zwartgemaakt gezicht of een papieren masker, hoge laarzen en een wit laken met een strooien touw omgebonden.[30] Andere namen voor deze gestalte waren Klas Bur, Aschenklas (genoemd naar de buidel met as, waarmee stoute kinderen geslagen werden) of Bullerklas (Westfalen en Nedersaksen; de laatste genoemd naar het lawaai dat hij maakte), Pulterklas (Dithmarschen), Ruhklas of Klingklas (Mecklenburg). Deze Ruhklas, met een koeienvel omgeslagen, werd begeleid door zijn knecht Rumpsack. De hiermee verbonden maskerades en lawaaioptochten die oorspronkelijk op Sint Nicolaas of Sint Maarten plaatsvonden, kregen later een plek op kerstavond of oudejaarsavond.[31] Maarten Luther spande zich persoonlijk in om het katholieke sinterklaasfeest naar kerstavond te verplaatsen. Alexander Tille geeft in zijn boek Die Geschichte der Deutschen Weihnacht (1893) een serie voorbeelden van 17e-eeuwse kerstoptochten, waarbij een Christusfiguur met lange baard werd begeleid door groepen engelen en zwarte knechten verkleed als harlekijn of hansworst. De zwarte gestalten drongen de huizen binnen om de kinderen te intimideren.[32]

In de Nederlanden bestond niettemin een verschil tussen protestantse en katholieke gebieden. De sinterklaasgestalte van een bisschop te paard was in een katholieke streek als Noord-Brabant al aan het einde van de 18e eeuw in zwang.[33] De zwarte boemangestalte die vóór 1800 meestal als Sinterklaas maar soms ook als Zwarte Piet werd betiteld, kwam daarentegen vooral in Noord-Nederland voor. Opvoedkundigen waarschuwden vanaf het einde van de 18e eeuw tegen de negatieve invloed van de traditionele boeman- en sinterklaasgestalten die bij kinderen vooral angst opriepen. In sinterklaasliedjes, teksten en op afbeeldingen (zoals koekplanken) kwam steeds vaker het beeld naar voren van een goedheiligman met een witte baard op een wit paard, die over de daken reed en cadeautjes door de schoorsteen wierp. Er zijn aanwijzingen dat men vanaf het begin van de 19e eeuw (en vooral in katholieke kringen) de goedheiligman daadwerkelijk is gaan uitbeelden als een levend personage, terwijl zijn tegenhanger werd omgevormd tot zwarte knecht en beladen met etnische stereotypen.[34][35]

Net als in Nederland heeft men ook in Duitsland rond 1800 geprobeerd bestaande tradities 'beschaafder' te maken. Het is goed mogelijk dat de zwarte helper van de sint – net als het gebruik van de kerstboom – tevens via Duitse immigranten in Nederland bekend is geraakt. Een mogelijke voorloper van de nieuwe zienswijze is een Duits boekje uit 1803 (of eerder), Amaliens Beschäftigung froher Stunden van C.A. Stegmann (pseudoniem voor Georg Peter Dambmann te Darmstadt). Hierin staat het gedicht Der Weihnachtsmann und sein Knecht Ruprecht.[36] De Kerstman wordt hier voorgesteld als 'een Turk', vergezeld door knecht Ruprecht, een als negerslaaf verklede hulp.[37]

Jan Schenkman als vernieuwer (1850)

De vroegst bekende afbeeldingen van een zwarte knecht als metgezel van Sinterklaas komen voor in prentenboekjes, waarvan Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850, geschreven door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, de oudste is.[38] Van dit populaire werkje werden in de loop der jaren verschillende edities uitgegeven.[39] De knecht heeft in het boekje nog geen naam en wordt aanvankelijk ook nog niet afgebeeld met de karakteristieke pofbroek, baret en het “algehele uiterlijk van een page”; die elementen verschijnen in een iets latere editie.[40] Huidige onderzoekers gaan ervan uit dat dit boekje grote invloed heeft gehad op de Sinterklaasviering in Nederland. Er bestond "in het Amsterdam van die tijd duidelijk een voedingsbodem om het sinterklaasfeest te veranderen", stelt onderzoeker John Helsloot. Een nieuw uitgevonden Zwarte Piet paste daarom beter in het gewenste beeld dan de oude zwartgemaakte 'Klazen'.[34] Het is de vraag of de donkere knecht een idee was van Schenkman, diens uitgever Bom, of de tekenaar.[41]

De zwarte knecht werd vanaf dit moment snel populair. In een artikel uit 1859 wordt beschreven dat menige sinterklaas zich laat 'vergezellen door een ander personaadje, een neger die onder den naam van Pieter mijn knecht niet minder populair is dan de Heilige Bisschop zelf'.[42] Omstreeks deze tijd nam hij ook de rol van Sinterklaas over als bestraffer van stoute kinderen.[43] Oudere elementen als de zwarte boeman werden in het feest geïntegreerd; het verkleedritueel van de opgeschoten jeugd werd omgebogen in de gewenste richting.[34]De figuur van de zwarte helper was in 1884 inmiddels een bekend verschijnsel geworden in Amsterdam; in dat jaar deelden Sinterklaas en een zwarte knecht cadeaus uit op "Het kinderfeest in den Parkschouwburg"[44] en organiseerde de eigenaar van een kledingzaak een intocht, waarbij Sinterklaas arriveerde per gondel die door Pieter-me-knecht werd bestuurd.[45] De tot nu toe oudst bekende foto waarop een zwarte knecht voorkomt dateert van 6 december 1891. Hierop is de sinterklaasviering afgebeeld aan boord van het marineschip 'Koningin Emma' op de Atlantische Oceaan. Een jaar later werd deze foto gepubliceerd in het tijdschrift 'Eigen Haard'.[46] In prentenboeken uit deze tijd wordt Zwarte Piet ook wel afgebeeld als rijdend op een ezel, naast Sinterklaas.

Tegen 1895 was de naam Zwarte Piet overal in zwang geraakt.[47][48] Andere, meest regionale namen bleven echter nog een hele tijd in zwang, zoals Assiepan, Jacques Jour of Sjaak Sjoor (Noord-Brabant), Sabbas (Zeeland), Hans Moef, Hans van Vese (of Hansje van Kese), Heintje Pik, Jan de Knecht, Krik-krak, Micheltje, Nicodemus, Pieterman, Pikkie, Robbert, Trappadoeli, Zwarte Jan of Zwarte Klaas.[49]

Al aan het einde van de 19e eeuw werden bij openbare sinterklaasvieringen soms 'zwarte knechten' (en andere figuranten) ingezet.[50] In 1934 waren bij de eerste officiële intocht van Sinterklaas in Amsterdam zes Zwarte Pieten aanwezig; Surinaamse matrozen van een schip dat in de haven lag.[51] Ook in de rest van Nederland en in Nederlands-Indië doken in de jaren dertig Zwarte Pieten op.[52][53]

Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten.[54] Daarna werd Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, tegenwoordig vaak met voor ieder een eigen taak.

Bij de jaarlijkse intocht van Sinterklaas in Amsterdam is het aantal Zwarte Pieten in de loop der jaren sterk gegroeid, tot meer dan 600 (ook vrouwelijke) Zwarte Pieten in 2013. Toch wordt er in liederen en verhalen meestal van één Piet gesproken, de oude teksten werden nooit aangepast.

Sinterklaas is nu altijd statig, soms vergeetachtig, terwijl Pieten zich als acrobaten en grappenmakers gedragen en vaak kwajongensstreken uithalen. Elke Piet heeft een eigen taak in de logistiek van de operatie. Zo zijn er onder andere zeer algemene Inkooppieten, Inpakpieten, Magazijnpieten, Jongleerpieten en Transportpieten.

Van knecht naar kindervriend

Sinterklaasavond: tekening van gezin waarvan het zoontje de roe heeft gekregen. Sint-Nicolaas en Zwarte Piet vertrekken net.

Tot ver in de tweede helft van de 20e eeuw was Zwarte Piet een niet zo slimme helper die zich van een brabbeltaaltje bediende.[bron?] Toen immigratie vanuit de voormalige koloniën ervoor zorgde dat Europeanen beter vertrouwd raakten met Afrikanen, ontwikkelde Piet zich tot een respectabele assistent van de vaak verstrooide Sinterklaas.[bron?] Zijn kapsel ontwikkelde zich van kroes tot krullen, zijn oorringen verdwenen op sommige plaatsen.[55]

Een andere verandering die Zwarte Piet doormaakte, was dat hij door de jaren heen steeds minder als kinderschrik ging fungeren. In de 19e eeuw werd van Zwarte Piet vaak verteld dat hij het hele jaar door voor Sinterklaas bekeek wat de kinderen deden (Alles ziet die slimme Piet, zich vergissen kan hij niet, is een zinsnede uit een sinterklaasliedje). Was een kind stout, dan liep het het risico dat het in de zak werd meegenomen naar Spanje, alwaar het zich voor de sint moest uitsloven (zie ook man met de zak). Gaandeweg gingen die scherpe kanten eraf.

Vanaf medio 20e eeuw heeft Piet zich ontwikkeld tot een ware kindervriend.[56] Piet is de persoon die de pepernoten en/of ander snoepgoed uitdeelt en komt strooien. De zak heeft Piet nog wel bij zich, maar hij stopt er geen kinderen meer in. Integendeel: in de zak zit juist het strooigoed. De moderne Zwarte Piet heeft ook het attribuut van de roe niet meer bij zich.

Elders in Europa

Sankt Niklaus en zijn begeleiders tijdens een optocht in Fribourg

Niet alleen in Nederland en België, ook in de buurlanden komen begeleiders van de Heilige Nicolaas voor. Vaak hebben ze een duister uiterlijk en dragen ze een roe en/of zak. Met name in Midden- en Zuid-Duitsland en in de Alpenlanden zijn deze verklede gestalten vrij algemeen geweest. Een overzicht uit 1780 meldt:

Aanhalingsteken openen

In Oostenrijk was het vroeger gebruikelijk [...] dat een van de kosters de Heilige Nicolaas uitbeeldde terwijl een andere zich schrikwekkend verkleedde als diens knecht; in deze kledij gingen ze vervolgens bij de huizen naar binnen, de kinderen die zich goed gedroegen kregen een cadeau, de stoute kinderen kregen de knecht achter zich aan, die deed alsof hij hen wilde meenemen.[57]

Aanhalingsteken sluiten
  • In Midden- en Zuid-Duitsland en in de Alpenlanden werd Sinterklaas begeleid door knecht Ruprecht, of door een angstaanjagend persoon (soms met bokkenhoorn), zoals Krampus of Percht, die soms luidruchtig met kettingen door de straten sleepten. Meestal waren deze gestalten verbonden met het Sint-Nicolaasfeest, maar soms met kerstfeest of Sint-Maarten. In Noord-Duitsland werden de kettingen soms vervangen door narrenbelletjes.
  • Pelznickel, Belschnickel, Belznickle, Belznickel, of Pelznikel, zoals Knecht Ruprecht in sommige regio's heet, kan worden vertaald met 'ranselende Nicolaas'. Ook bij de Duitstalige minderheid in Pennsylvania kende men deze Belsnickel. In streken waar de zwarte gestalte verbonden was met Sint-Maarten, sprak men van Pelzmärtel of Belzmärte.
  • In Zwitserland heet de begeleider van Sinterklaas Schmutzli ('viezerik').[58]
  • Noordoost-Frankrijk en Wallonië kennen Père Fouettard (in de Elzas Hans Trapp genoemd) als knecht voor Sinterklaas. De naam verwijst naar het zweepje, waarmee stoute kinderen bestraft worden.[59]

Verschillende interpretaties

Mikulas, zwartgeschminkte duivels en engelen in Praag, 2010

Over de herkomst van Zwarte Piet zijn de meningen verdeeld. De oudste afbeeldingen waarop de zwarte knecht staat afgebeeld dateren uit het midden van de 19e eeuw. In Nederlandse en Belgische bronnen vóór het einde van de 18e eeuw wordt Sinterklaas in de regel alleen opgevoerd. De Belgische literatuurwetenschapper Rita Ghesquière stelt niettemin dat de contrasterende figuren van Sinterklaas en Zwarte Piet veel ouder zijn:

Aanhalingsteken openen

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn complexe figuren. Hun ontstaansgeschiedenis reikt veel verder dan de periode van de kolonisatie. Er zijn bovendien verschillende interpretaties en duidingen. Allebei de figuren hebben een ambigu karakter waarin positieve en negatieve elementen verwerkt zijn. [...] Beide figuren evolueren mee met de tijdgeest.[60]

Aanhalingsteken sluiten

Het christendom heeft bestaande mythen en rituelen opgenomen. Zwarte Piet werd zo een verslagen en bekeerde 'demon' die op zijn beurt positieve en negatieve elementen in zich draagt. Deze invulling van Sinterklaas als winterheilige met een donkere gestalte als schaduwfiguur is, komt volgens Ghesquière alleen in Noord-Europa voor.

In de 19e-eeuwse Germaanse mythologie zag men in de figuren van Sinterklaas en Zwarte Piet graag de afspiegeling van de god Wodan en zijn knecht, de trouwe Eckart. Zwarte Piet zou de plaatsvervanger van de overwonnen Wodan zijn, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts. De roe was oorspronkelijk een vruchtbaarheidssymbool. Het grootste deel van deze theorieën wordt door hedendaagse volkskundigen als achterhaald beschouwd.[1] Ze waren verbonden met nationalistische sentimenten, die in de 20e eeuw vooral in Duitsland misbruikt werden voor politieke doeleinden. Nederlandse volkskundigen als Jos Schrijnen en Dirk Jan van der Ven namen deze theorieën voetstoots over, waardoor ze een brede verbreiding hebben gekregen.

Volgens de katholieke volkskundige Karl Meisen (1931) stammen deze duistere figuren eerder uit de bedeloptochten die de leerlingen van middeleeuwse kloosterscholen hielden.[61] Daarbij werd een van de jongens tot kinderbisschop gekozen, terwijl de anderen zich soms als duivels, afschrikwekkende monsters of wilde dieren verkleedden. Kinderbisschoppen kwamen tot de 17e eeuw ook in Nederland voor, bijvoorbeeld in Oldenzaal.[62] Ook Allison Blakeley noemt in navolging van Meisen de verschillende knechten van Sinterklaas in zijn boek Blacks in the Dutch World (1993) verwijzingen naar de duivel:

Aanhalingsteken openen

De beste verklaring voor de oorsprong van de donkere metgezel van de Sint lijkt te liggen in het samengaan van christelijke en heidense tradities. [...] De Knecht Ruprecht en anderen werden afgeschilderd als donker, harig en met horens. Allen werden geassocieerd met duisternis en vernedering, in contrast tot de edele witte Sint. [...] In alle samenlevingen in kwestie werden ze gebruikt als imaginaire boeman om gehoorzaamheid bij de kinderen te wekken. Van sommige van hen werd gezegd dat ze kettingen droegen, zodat de sint hen kon bedwingen, en op hun beurt maakten ze de kinderen al bang door eenvoudigweg met hun kettingen te rammelen.[63]

Aanhalingsteken sluiten

De 'heidense' elementen waarnaar vaak verwezen wordt, betreffen echter geen directe voorchristelijke overblijfselen zoals de aanhangers van de 19e-eeuwse mythologie meenden. Hedendaagse volkskundigen wijzen die mogelijkheid – in navolging van Meisen – beslist af.[1] Eerder gaat het om een veelzijdige erfenis die door 16e- en 17e-eeuwse kerkelijke instanties met terugwerkende kracht als 'heidens' werd bestempeld.

Cultuurhistoricus Louis Janssen betoogde in 1993 dat de figuur van Zwarte Piet wel degelijk oudere wortels heeft in middeleeuwse dodenoptochten en de heidense voorlopers daarvan.[64] Een andere insteek heeft Phyllis Siefker, Santa Claus. Last of the Wild Men (1996). Zij betoogt dat de gestalten van Sinterklaas en de Kerstman (Santa Claus) altijd tegenstrijdige elementen hebben bevat. Die zouden weliswaar uit een voorchristelijke tijd stammen, maar werden telkens opnieuw getransformeerd. Soms gingen deze elementen samen; vaker raakten ze opgesplitst en kregen ze gestalte in twee afzonderlijke personages. De gestalte van Zwarte Piet en zijn zwartgemaakte voorlopers is daarom volgens Siefker niet alleen ontleend aan Sinterklaas en zijn hulpje, maar ook aan de wilde man die een belangrijke rol in middeleeuwse dorpsfeesten speelde en zijn heidense voorlopers. Sinterklaas en Zwarte Piet vormen "twee kanten van dezelfde medaille [...], een combinatie van Romeinse, christelijke, Grieks-orthodoxe, Germaanse en Noorse, maar ook heidense invloeden, die het katholicisme en de protestante reformatie niet ongeschonden hebben doorstaan".[65]

In recente discussies wordt de mogelijk voorchristelijke herkomst van Zwarte Piet opnieuw naar voren gehaald. Journalist en theatermaker Arend-Jan van der Scheer maakte hierover een boek en een omstreden film Pagan roots of Black Pete and Santa. Van der Scheer pleit voor een bevrijding van Zwarte Piet uit de erfenis van de christelijke traditie.

Aanhalingsteken openen

Het wordt tijd dat hij zijn oude karakter weer laat zien. Een spottende, mythische figuur. Zwarte Piet is geen slaaf. Integendeel, hij is een held. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk, iemand die steeds uit zijn eigen vuur, roet en as herrijst.[66]

Aanhalingsteken sluiten

Van der Scheers stellingen stuiten echter niet alleen in wetenschappelijke kringen op afwijzing.

Daarnaast circuleren er diverse populaire verklaringen voor de herkomst van de zwarte knecht, die in de regel niet door bronnen gestaafd worden en meestal teruggrijpen op 19e-eeuwse theorieën.[67]

Bezwaren

De kunsthistorica Eugenie Boer-Dirks stelt dat de knecht van Sinterklaas niet voor de 19e eeuw is ontstaan, en dat het vervolgens het motief van de negerpage uit de 17e-eeuwse schilderkunst was, waaraan het beeld van de Zwarte Piet kan zijn ontleend.[3] (hier keizerin Catharina I van Rusland)

In de tweede helft van de 20e eeuw kwam de discussie op gang of de knecht van Sinterklaas, Zwarte Piet, een racistische bijklank zou hebben. Zowel de huidskleur als de 'sociale positie' van Zwarte Piet vormden hiervoor de aanleiding.

Of Schenkman, de bedenker van de knecht van Sinterklaas, een slaaf in gedachten had zal nooit bekend worden, want hij heeft zich er niet over uitgelaten. Wel is het zo dat hij zijn boekje publiceerde op het moment dat de tijdsgeest aan het veranderen was; de slavernij stond onder druk of werd al afgeschaft. Het houden van slaven was buiten de koloniën, in Nederland, reeds lang ongebruikelijk.[74] Schenkman heeft zich mogelijk laten inspireren door publicaties uit zijn tijd. Zo publiceerde Heinrich Hoffmann vijf jaar eerder Struwwelpeter, waarin een zwarte jongen door een figuur met een lange baard die de 'grosze Nikolas' wordt genoemd met een kamerjas aan en slaapmuts op, beschermd wordt voor pesterijen van blanke kinderen.[34] Een ander verhaal dat hem kan hebben beïnvloed, werd in het tijdschrift Timotheus gepubliceerd, en ging over een gewezen slavenbezitter, een edele en voorname oude man met witte haren, die zich op zijn ziekbed verzoent met zijn bediende, de zoon van een van zijn ex-slaven, en oproept tot afschaffing van de slavernij. Zwarte Piet reduceren tot een uiting van het koloniale denken is volgens literatuurwetenschapper Rita Ghesquière dan ook " een sterke vereenvoudiging" die geen recht doet aan het historische materiaal.[75]

In deze reclame uit het begin van de 20e eeuw is Zwarte Piet, in een voor hem ongebruikelijk kostuum, afgebeeld als een karikatuur, die nu als racistisch kan worden bestempeld.

Desalniettemin zijn er in de loop der tijden elementen in de rol van Zwarte Piet geslopen, die als racistisch worden ervaren. Aanvankelijk hanteerde Sinterklaas de roede, maar met de introductie van Zwarte Piet werd het straffen van kinderen hoe langer hoe meer zijn taak, en de aanvankelijk neutrale uitbeelding van de knecht veranderde in de loop der tijd in een karikaturale weergave van een zwarte man.[34] Pas vanaf de jaren zestig kreeg Piet weer een positiever imago. Grootschalig onderzoek van Gábor Kozijn in 2014 liet zien dat 90 procent van de Nederlanders Zwarte Piet niet als racistisch ervaart. Zwarte Nederlanders, met name in Amsterdam, bleken volgens dit onderzoek vooral om principiële redenen bezwaar te maken tegen het fenomeen. Inmiddels is het debat veranderd in een brede maatschappelijke discussie die vooral draait om de kwestie in hoeverre gebruiken die door een deel van de Nederlanders als kwetsend worden ervaren, dienen te worden gehandhaafd.

De protesten tegen Zwarte Piet roepen ook tegenacties op. Voorstanders van Zwarte Piet stellen dat zij een Nederlandse traditie verdedigen die in hun ogen niets met racisme te maken heeft. Sinds het opvlammen van de Zwarte Pietendiscussie in 2011 is er geregeld sprake van verhitte debatten en felle confrontaties, met name in de sociale media.

Nederland

Bezwaren tegen als racistische opgevatte aspecten van Zwarte Piet ontstonden voor het eerst in de jaren zestig van de 20e eeuw.[76] In 1981 kwam de eerste actie, vanuit de Surinaams-Nederlandse gemeenschap. De Solidariteits Beweging Suriname startte een actie, 'Sinterklaas vieren zonder Zwarte Piet', en in 1986 pleitte de Beweging Surinaams Links er (zonder succes) voor om het kinderfeest zonder de figuren Sinterklaas en Zwarte Piet te vieren.

Halverwege de jaren tachtig sprak Sinterklaas in een televisie-uitzending dat Zwarte Piet de roede niet meer mocht gebruiken, normaal moest gaan praten en vrolijk in plaats van dom moest acteren.[bron?]

In 1996 wilde het actiecomité 'Zwarte Piet = Zwart Verdriet' Piet een andere kleur geven, maar dat is nooit aangeslagen. De stereotiepe gouden oorringen worden tegenwoordig echter soms weggelaten en het kroeshaar vervangen door zwarte krullen.[77]

Een poging om in 1997 bij de intocht in de Bijlmermeer alleen Bonte Pieten mee te laten lopen leidde echter tot veel negatieve reacties. Er ontstond weer meer steun voor het behoud in plaats van afschaffing van Zwarte Piet en uit een onderzoek in 1998 bleek dat 96% van de bevolking Sinterklaas als een traditie zag, die niets met discriminatie te maken had.[77] Het experiment kreeg geen vervolg.

Uit onderzoek van Isabel Hoving uit 2005 bleek dat Zwarte Piet zowel door kinderen als door volwassenen van Surinaamse en Antilliaanse afkomst als discriminerend werd ervaren.[78]

Discussie

2011

Tijdens de intocht in november 2011 werden in Dordrecht vier mensen gearresteerd omdat zij protesteerden, zonder daarvoor een vergunning te hebben aangevraagd. De actievoerders droegen T-shirts met daarop de tekst 'Zwarte Piet is racisme'.[79]

2012

In 2012 werd op een bijeenkomst van het Sint-Nicolaasgenootschap in Montfoort een lans gebroken voor de afschaffing van Zwarte Piet omdat zijn oorsprong ingebed zou liggen in een gewoonte van slavernij en racisme.[80]

2013
Een protest tegen Zwarte Piet in Amsterdam, 2013
Sinterklaassnoepgoed in een supermarkt, 2013

In 2013 was de discussie over Zwarte Piet bijzonder fel.[81] Voor- en tegenstanders debatteerden heftig en in een enkel geval ging men zelfs met elkaar op de vuist. Ook werden er bedreigingen geuit. Nadat de burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, een vergunning verleende voor de plaatselijke intocht, inclusief Zwarte Pieten, werd hiertegen een aanklacht ingediend. De Raad van State oordeelde in november 2014 dat de vergunning terecht was afgegeven, aangezien een burgemeester een evenement niet inhoudelijk mag beoordelen.[82]

In oktober 2013 mengde VN-consultant Verene Shepherd zich in de discussie toen zij de figuur van Zwarte Piet als racistisch betitelde en vroeg om een einde aan de sinterklaastraditie te maken. Ze noemde het "een terugkeer naar de slavernij in de 21e eeuw".[83] Uiteindelijk bleek Shepherd niet namens de VN te mogen spreken.[84][85]

Uit protest hiertegen startten twee mannen uit Roosendaal een 'Pietitie' op Facebook. De pagina groeide uit tot de snelstgroeiende Facebookpagina in Nederland ooit, met op het hoogtepunt 2,1 miljoen 'likes'.[86]

Bij de lokale intocht op IJburg op 23 november 2013 waren er als gevolg van deze discussie enkele tientallen 'Gekleurde Pieten'.[87]

2014

De Partij voor de Vrijheid stelde in 2014 voor de traditionele Zwarte Piet wettelijk te beschermen.[88] In 2015 bracht de Raad van State een negatief advies uit over de voorgestelde wet.[89]

Bij de landelijke intocht, dat jaar in Gouda, waren Pieten in andere kleuren dan zwart aanwezig.[90] Bij de intocht van Sinterklaas in Amsterdam had een kwart van de Zwarte Pieten roetvegen op het gezicht. In de meeste Nederlandse gemeenten veranderde er echter weinig.[91]

In "Zwart als roet", een documentaire van Sunny Bergman, kwamen onder andere buitenlandse reacties op Zwarte Piet aan de orde. In Engeland vond men onder meer de blanke personen in traditioneel zwartepietenkostuum racistisch.[92]

Diverse winkels[93][94][95][96] kondigden aan Zwarte Piet uit hun winkelbeeld te halen. De Pieten op verpakkingsmaterialen werden minder stereotiep (minder dikke lippen, geen oorbellen).

2015

In augustus 2015 adviseerde de VN om de negatieve stereotypering aan te passen.[97]

Verschillende retailers namen initiatieven om alternatieven naast Zwarte Piet te zetten.[98][99][100][101][102] Winkeliers zochten naar een toekomstbestendige invulling, omdat het sinterklaasfeest een van de belangrijkste periodes van het jaar voor hen is.[103] Ook verschillende organisatiecomités brachten aanpassingen aan.[104][105][106][107] Ruim een derde van alle scholen pastte het uiterlijk van Zwarte Piet aan.[108]

RTL zag geen reden om het uiterlijk van Zwarte Piet te wijzigen.[109] Ook in Friesland bleven Zwarte Piet en zijn tegenhanger Swarte Pyt (de knecht van Sint Piter te Grouw) een zwarte of bruine kleur houden.[110][111]

In Meppel protesteerde Sylvana Simons tijdens de intocht in een zwart T-shirt met daarop "stop blackface" samen met enkele anderen op sobere wijze vanwege de aanslagen in Parijs van een dag eerder. De meeste Pieten bleven traditioneel zwart.[112]

2016
Statistieken over de houding tegenover Zwarte Piet in 2016

Op 24 oktober maakte RTL Nederland bekend in televisieprogramma's als De Club van Sinterklaas Pieten met andere kleuren te tonen en zogeheten "schoorsteenpieten" of "roetveegpieten": Pieten met een blanke huid met zwarte roetvegen. RTL zou voortaan geen Zwarte Pieten meer inzetten. Ook het Sinterklaasjournaal van NTR zou Pieten met andere kleuren gaan gebruiken, nadat eerder in het jaar bleek dat meerdere medewerkers niet wilden meewerken aan het programma. Na Amsterdam (waar 75% van de Pieten niet geheel zwart zal zijn[113]), Den Haag en Utrecht gaan ook Rotterdam en Leiden roetveegpieten inzetten.[114] In Friesland bleven de Pieten dit jaar zwart of bruin. De Pieten zijn vaak bekende figuren voor de kinderen en zouden met enkel roetvegen te herkennen zijn.[115] In de meeste dorpen en steden blijft Zwarte Piet bruin of zwart.[116]

Tegenstanders van Zwarte Piet wilden demonstreren bij de landelijke intocht. Er werd ook een tegendemonstratie aangekondigd.[117][118] Op 12 november, de dag van de intocht, is er een noodverordening ingegaan in Maassluis.[119] De intocht verliep rustig, mede door inzet van honderden agenten, Mobiele Eenheid en vrijwilligers.[120]

De kinderombudsman kreeg bedreigingen na een kritisch rapport, waarin zij stelt dat Zwarte Piet in strijd is met het VN-kinderrechtenverdrag. Ook de directeur van het Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed kreeg vele honderden haatmails nadat zij zich kritisch uitliet over Zwarte Piet.[121][122][123]

De Raad van State vond het uiterlijk van Zwarte Piet geen zaak voor de overheid.[124] Het kabinet was er voorstander van dat het kinderfeest met zijn tijd mee zou gaan.[125]

Jumbo haalde beeltenissen van Sinterklaas en Zwarte Piet van het huismerk. Het bedrijf zou symbolen als de mijter van Sinterklaas en de pet van Zwarte Piet afbeelden.[126]

Vlaanderen

In Vlaanderen leeft de discussie of Zwarte Piet racistisch is minder.[127] De discussie wordt voornamelijk gevoerd naar aanleiding van wat in Nederland gebeurt. Eind 2014 was het oordeel van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding dat het beeld van Zwarte Piet niet discriminerend is. Het centrum riep wel op tot debat en vroeg "de figuur van Zwarte Piet in elk geval anders voor te stellen dan een domme, ondergeschikte of gevaarlijke zwarte man".[128]

In 2015 werd de Vlaamse sinterklaasfilm Ay Ramon! opgenomen, waarin het uiterlijk van Zwarte Piet aangepast is. Hij heeft geen kroeshaar, gekleurde lippen en oorbellen meer en zijn gezicht heeft alleen nog maar zwarte vegen in plaats van dat hij volledig zwart is geschminkt.[129] Dezelfde aangepaste Zwarte Piet zal ook in Antwerpen, tijdens de jaarlijkse intocht, aantreden.[130] Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum noemde deze roetveegpiet "een eerbaar compromis in deze fase van de discussie".[131]

In 2016 wordt door verschillende Vlaamse zenders voor kinderen, speelgoedwinkels, theaterorganisaties en onderwijsinstanties een Pietenpact ondertekend; vanaf 2017 zullen er geen volledig zwartgeschminkte pieten gebruikt worden.[132] Dat stuitte echter op verzet. Verschillende petities voor het behoud van de klassieke Zwarte Piet werden gelanceerd. Daarbij lieten ook verschillende mensen van Afrikaanse origine, zoals Lies Lefever, zich uit tégen dat Pact.

Curaçao

De enige intocht buiten Gouda waar veel Pieten wel een opvallende andere kleur hadden, was die van Curaçao. Op het Antilliaanse eiland bestaat al sinds 2012 de gewoonte dat de Pieten alle kleuren van de regenboog hebben en dat Sinterklaas wit geschminkt wordt.[133][134][135]

Andere landen

In landen waar (ongeveer) vergelijkbare uitbeeldingen als de Blackface minstrelshows als ongepast worden beschouwd en daarom zijn uitgebannen, wordt de manier waarop Zwarte Piet in Nederland wordt vormgegeven in de regel met verbazing aanschouwd. De intocht van Sinterklaas in 2011 in New Westminster, een voorstad van Vancouver in Canada, werd afgeblazen na verhitte discussies over het al dan niet racistische karakter van Zwarte Piet.[136]

Zie ook

Externe links

Referenties

Beluister

(info)