Krakeling (koek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schaal met koekjes, waaronder de krakeling (linksboven)

De krakeling is een soort koekje. Het wordt vaak als typisch Nederlands beschouwd, maar ook in Scandinavië is het een bekende zoetigheid.

Het koekje kenmerkt zich door zijn specifieke vorm. Het deeg wordt in een lange sliert gerold, waarna de uiteinden kruislings teruggeslagen worden naar het midden van de sliert. De krakeling wordt afgewerkt met een suikerlaagje of grove suiker en eventueel kaneel. De pretzel is de hartige variant van de krakeling.

Speciale gelegendheden[bewerken]

Krakeling op een graf, Michaelskirche in Waiblingen
Bakker Arent Oostwaard en zijn vrouw Catharina Keizerswaard met allerlei verschillende soorten vers gebakken brood (broodjes, krakelingen, kadetten, duivekater) voor de bakkerij, 1658, Jan Steen, Rijksmuseum Amsterdam

Een groter formaat van de krakeling wordt vaak geserveerd bij de koffie op begrafenissen en crematies. De vorm staat dan symbool voor het begin en het einde van het leven.

Vlechtbroden, beendergebakken en grote krakelingen werden, al dan niet voorzien van geldstuk, aan de peetkinderen geschonken door peter en meter. In katholieke streken handhaafde dit gebruik zich vooral op Allerzielendag, terwijl in overwegend protestantse streken deze giften naar Nieuwjaarsdag werden verschoven. Paarden, hazen, varkens, bomen, mensenparen waren in brood- en banketvorm terug te vinden op de oude boerensteden of in de etalages van de bakker. Oude geloofs- en eeuwigheidsymbolen als ringen, bollen en krakelingen werden tevens uitgebeeld[1]

Krakelingen spelen ook reen rol bij huwelijken. Zo is het in Staphorst onderdeel van de klederdracht. De aanstaande bruidegom maakte tijdens het varen bruidsklompen voor zijn bruid met kerfwerk bestaande uit toverknopen of drievoudige krakelingen, die alleen tijdens de bruidstijd gedragen werden.

Bij kraamanijs worden krakelingen geserveerd, als symbool van het eeuwige leven daar ze geen einde hebben.

De broers Joost Hiddes Halbertsma en Eeltje Halbertsma (bekende volksschrijvers uit de 19e eeuw) beschrijven het feest Sint Piter, waarbij deze sint een zijden doek om het gezicht draagt en krakelingen uit Hamburg, koek, speelgoed en appels aan de kleding genaaid heeft[2].

In het overwegend protestantse Noord-Duitsland zijn gestalten te vinden, die – net als in Nederland – eigenschappen van Sinterklaas en een zwarte boeman combineerden. Op het Oost-Friese eiland Wangerooge heette de verbasterde duivelsgestalte Sunnerklaus. Hij ging op kerstavond samen met zijn knecht Greifan alle huizen langs en ondervroeg de kinderen of ze al konden bidden. Ze moesten beloven gehoorzaam te zijn en hem een hand geven. Ze kregen dan een krakeling.

In Geraardsbergen is de krakeling een ringvormig broodje, ook wel 'mastel' genaamd, dat vooral bekend is van de krakelingenworp. Dit Feest van Krakelingen en Tonnekensbrand in Geraardsbergen staat sinds 2010 vermeld op de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

In 1661 had Everard Meyster de Amersfoorters zo gek gekregen dat zij een grote zwerfkei, de Amersfoortse Kei, van de heide bij De Stompert de stad in trokken. Bij deze gebeurtenis trakteerde hij op bier en krakelingen. Zijn huis (De Krakeling) is hiernaar vernoemd.

Lokale varianten[bewerken]

Er bestaan ook plaatselijke varianten op de krakeling. Zo is de Heukelumse krakeling bekend. De Heukelumse krakeling lijkt meer op een Zeeuwse bolus, maar is wel minder zoet. De plaatselijke bakker bakt ze nog steeds, maar houdt het recept geheim.

In Geldermalsen en omgeving kent men een wat dikkere krakeling, die door de donkere basterdsuiker is gerold. Deze worden, naast oliebollen en appelbeignets, met oudjaar gegeten.[3]

Literatuur[bewerken]

Krakelingen spelen een rol in meerdere verhalen, zoals:

Afbeeldingen[bewerken]

Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen is een schilderij van Clara Peeters uit ca. 1615. Het is tegenwoordig in bezit van het Mauritshuis.