Nieuwjaarszingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Nieuwjaarszingen (in sommige regio's ook wel koekenzingen) is een folkloristisch gebruik, dat vooral voorkomt in de Antwerpse Kempen en het Hageland. Het gebeurt op oudejaarsdag.

De kinderen komen dan nieuwjaar wensen aan de voordeur en zingen meestal een kort en krachtig liedje.

In vele dorpen blijft dit beperkt tot in de voormiddag, maar door het steeds later opstaan van vele mensen blijven de kinderen dan vaak voor een gesloten deur staan en het zingen gaat dus meer en meer verder in de namiddag.

De meeste kinderen hebben een zak op de buik hangen, opgehouden door een lintje rond de hals. Deze zak is ongeveer 20 bij 30 centimeter en meestal gemaakt van keukendoek. Tegenwoordig zijn het echter meestal plastic zakken. Na het wensen doet de toegezongene een centje of wat snoep in de zak. Tegenwoordig kunnen dit ook balpennen of stukken fruit zijn.

Bij valavond zijn de tieners aan de beurt. Het zingen blijft, maar dan wel verkleed. Vaak zingen ze ook enkel bij mensen die ze kennen, waar ze dan een borrel of wat geld krijgen. Het zingen is voor deze jongeren een soort opwarmertje om hierna op café of naar een fuif te gaan.

Liedjes[bewerken]

Enkele voorbeelden van zulke nieuwjaarsliedjes zijn de volgende:

Oud jaar, nieuw jaar
'k wens u een gelukkig nieuwjaar
echt waar tot volgend jaar!
oud jaar, nieuwjaar
twee koeken is een paar
ik wens jullie een gelukkig nieuwjaar!
Nieuwejaarke zoete
'k heb kou voete
'k heb ne kouwe rug
'k kom volgend jaar terug
Oudjaar nieuwjaar
ik wens u al te samen
die hier mijn lied vernamen
een zalig en gelukkig jaar
Nieuwejaarke zoete
'k heb kou voete
laat me niet te lang staan
want ik moet nog op een andere gaan
Nieuwejaarke zoete
Een varken heeft 4 voeten
4 voeten en ne staart
is da dan geen centje/koekske waard?
ja ja, dat is waar, kwens gelukkig nieuwejaar
Nieuwjaarke hottentot
ons vader heeft ne kletskop
Zeven jaar zonder haar,
Ik wens u een gelukkig nieuwjaar
Nieuwjaarke hottentot
Ons vader e ne kletskop
Ons moeder is een wit konijn
Moekik daar dan een kind van zijn
Nieuwjaarke hottentot
ons vader heeft in zijn broek geprot
had hij zoveel niet gegeten,
Had hij niet in zijn broek gescheten'
Helder klinkt ons liedje door de winterlucht
In alle straatjes hoor wat een gerucht.
Kinderhartjes wensen U een zalig jaar,
wil ons mandje vullen en tot volgend jaar.

Wanneer men de deur niet opent, zingen de kinderen vaak het volgende:

Hoog huis, laag huis
Er zit een gierige pin in huis