Vuurwerkoverlast

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Vuurwerkoverlast is een verzamelnaam voor alle soorten overlast die worden veroorzaakt door vuurwerk.

Het betreft dan voornamelijk:

Volgens sommigen is de vuurwerkoverlast zodanig dat er een vuurwerkverbod voor consumenten of zelfs voor iedereen zou moeten komen, anderen vinden de overlast verwaarloosbaar en willen het fenomeen graag in stand houden zoals het is, zolang het maar verantwoord gebeurt.[2]

Van vuurwerkoverlast is, in landen waar het verkoop van particulier vuurwerk is toegestaan, voornamelijk sprake voorafgaand aan de jaarwisseling. Om de overlast zo veel mogelijk te beperken mag in Nederland alleen enkele dagen voor de jaarwisseling vuurwerk worden verkocht. Afsteken is officieel slechts toegestaan gedurende een beperkte tijd op 31 december en 1 januari.

Wanneer men vuurwerk opzettelijk in de richting van dieren of mensen gooit, kan dit als misdrijf gezien worden (namelijk mishandeling, wanneer dit tot letsel leidt). Wanneer met vuurwerk opzettelijk schade aan zaken wordt toegebracht, kwalificeert dit als het delict vernieling. Eventuele toegebrachte schade zal daarbij civielrechtelijk op de dader worden verhaald.

Ook dieren kunnen angstig worden van vuurwerk. Honden bijvoorbeeld hebben een veel scherper gehoor dan mensen. Niet alleen de knallen maar ook de hoge tonen van het vuurwerk kunnen honden angstig maken. Dit wordt versterkt door eerdere ervaringen met hard geluid of de combinatie met andere angsten. Vogels vertonen een verhoogde vliegactiviteit.[3][4][5]

Milieugevolgen[bewerken]

Met vuurwerk vernield bushokje in Rotterdam.

Vlak na de jaarwisseling treedt voor een korte tijd zware luchtvervuiling op. In stedelijke gebieden leidt dit gedurende de nacht tot smogvorming. Ook de uitstoot van fijn stof leidt tot een hoge concentratie daarvan in de lucht. De vervuiling verdwijnt het ene jaar sneller dan het andere. Dit hangt sterk af van de windsnelheid en eventuele neerslag. Patiënten met luchtwegaandoeningen zoals astma en mensen met hart- en vaatziekten wordt aangeraden binnen te blijven. Onder de juiste weersomstandigheden, met name weinig wind, lage temperaturen en een hoge relatieve luchtvochtigheid, kan het vele vuurwerk bij het inluiden van het jaar een extreem dichte mist veroorzaken, waarbij het zicht beperkt kan worden tot minder dan 10 meter, zoals in 1993 en 2007/2008 het geval was in Nederland. De rookdeeltjes fungeren als condensatiekernen, waardoor veel vocht condenseert, wat mist kan veroorzaken of natuurlijke mist extra dik maken. Aangezien siervuurwerk hoger dan 10 meter opstijgt, is er van het fraaie effect van dit vuurwerk bij dichte mist weinig te zien. Bij de jaarwisseling van 2007/2008 werden veel vuurpijlen dan ook bewaard tot de avond van 1 januari.

De resten van het afgestoken vuurwerk blijven meestal op straat liggen en zijn dus zwerfafval. Er zijn echter ook veel burgers die de volgende dag netjes de straat aanvegen. In sommige gemeenten worden speciale vuilniszakken uitgedeeld om dit afval op te ruimen. Vuurwerk dat niet afgegaan is vormt een extra gevaar, omdat kinderen het vinden en proberen het alsnog af te steken.

In verband met de gerede kans dat vuurwerk in brievenbussen terechtkomt (al dan niet beoogd), wordt de inwerpopening van Nederlandse brievenbussen tijdens de tweede helft van december grotendeels afgesloten. Alleen gewone brieven kunnen er dan nog in. Ook de prullenbakken die in de stad staan, worden om deze reden in die periode afgesloten, zodat er geen afval in kan worden weggegooid rond de jaarwisseling. Voor veel huisdieren (vooral honden en katten) is het afsteken van vuurwerk een regelrechte kwelling.

Nederland[bewerken]

Hufterproof gemaakte brievenbus rond de jaarwisseling.

In Nederland zijn er bij de jaarwisseling vaak meerdere gevallen van vuurwerkoverlast. Mensen raken gewond door vuurwerk of er wordt materiële schade of brand veroorzaakt. Er wordt soms ook melding gemaakt van hulpverleners die met vuurwerk worden bekogeld.[6] Daarom wordt er regelmatig rond de jaarwisseling gesproken over hoe vuurwerkoverlast tegengegaan kan worden. Zo worden bijvoorbeeld brievenbussen en sommig straatmeubilair tijdelijk aangepast zodat het hufterproof is.

Discussie over vuurwerkverbod[bewerken]

Een gevolg van de negatieve neveneffecten van vuurwerk is dat er de laatste jaren steeds frequenter wordt gesproken over een vuurwerkverbod. Tot dusver lijkt daar landelijk niet voldoende politieke steun voor te zijn, maar plaatselijk zijn er in een aantal gemeenten al wel vuurwerkvrije zones ingesteld.[2] Uit onderzoek van drie opiniepeilers tussen 2014 en 2016 blijkt dat tussen de 14% (volgens EenVandaag) en de 50% (volgens TNS NIPO) van de Nederlanders een algeheel vuurwerkverbod wil. Veel meer mensen (EenVandaag: 60%; TNS NIPO: meer dan 50%; I&O Research: 48%) zijn gewonnen voor alleen een verbod op consumentenvuurwerk, op voorwaarde dat de gemeenten een (grote) professionele vuurwerkshow voor iedereen organiseren.[7]

Landelijk

In 2009 hebben twee lokale politici van GroenLinks, David Rietveld (Den Haag) en Arno Bonte (Rotterdam), middels een burgerinitiatief (ondertekend door 65.000 mensen) voor een landelijk vuurwerkverbod voor particulieren gepleit. Elk jaar worden alle meldingen aan de Tweede Kamer aangeboden.[8] Staatssecretaris Joop Atsma (CDA) voelde in 2011 echter niets voor een verbod en noemde vuurwerk een 'typisch Nederlandse traditie'.[9] Rietveld repliceerde door te zeggen dat consumentenvuurwerk pas gangbaar is sinds de jaren 1970, dus dan wel 'een van de kortste [tradities] van Nederland'.[10] In januari 2012 bleek uit een opiniepeiling onder 2000 respondenten dat twee derde voorstander was van een particulier vuurwerkverbod, hetgeen ter sprake kwam in de Tweede Kamer. De Partij voor de Dieren en de SGP waren voor een verbod, de PVV neutraal, alle andere partijen tegen. De landelijke GroenLinks-fractie steunde Rietveld en Bonte wel in plaatselijke restricties.[11] Lokale afdelingen van GroenLinks hebben sinds 2012 rond de jaarwisseling jaarlijks een online meldpunt waar vuurwerkoverlast gemeld kan worden.[12] In juli 2012 meldde staatssecretaris Atsma na onderzoek dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak was voor een verbod op consumentenvuurwerk.[13] Kort daarvoor was GroenLinks landelijk overstag gegaan en had een nationaal consumentenverbod in haar verkiezingsprogramma opgenomen.[14]

In april 2014 lanceerden 8 organisaties (vooral voor oogheelkunde) het Vuurwerkmanifest dat pleitte voor alleen professioneel vuurwerk en een verbod op consumentenvuurwerk.[2] Op 19 december 2015 waren dat er 18, waarop het Vuurwerkmanifest online werd gezet en binnen anderhalve week de steun kreeg van meer dan 100 organisaties, waaronder de Partij voor de Dieren en 50Plus (GroenLinks en de SGP hebben zich later ook aangesloten) en 4500 particulieren.[15] Eind januari 2016 was dit aantal gegroeid naar 680 organisaties respectievelijk 27.000 particulieren en op 14 december 2016 tot meer dan 800 organisaties en 31.000 particulieren.[16]

Ook zijn er in Nederland tegenstanders van een vuurwerkverbod die werken vanuit de naam Vuurwerk Moet Blijven.[17] Zij vinden namelijk dat door het vuurwerkverbod de overlast alleen maar groter zal worden. Wel zijn zij in voor een hardere aanpak van illegaal vuurwerk omdat daarmee de meeste problemen zijn. Daarnaast vinden zij ook dat in publieksomgevingen er geen vuurwerk mag worden afgestoken. Deze partij werkt met andere liefhebbers van het vuurwerkbehoud samen en is al onder andere op Radio 1[18] en via diverse media in het nieuws geweest.[19] De PvdA en de VVD waren in december 2016 ook tegen een vuurwerkverbod.[2]

Plaatselijk

Na de grote Vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, waarbij 23 doden en ca. 950 gewonden vielen en de hele woonwijk Roombeek in de as werd gelegd, verzamelde het Actiecomité Anti Vuurwerk 2000-2001 40.000 handtekeningen (destijds een kwart van alle inwoners van Enschede) om bij oud en nieuw 2000-2001 een plaatselijk vuurwerkverbod af te dwingen. Omdat dit in strijd met de wet bleek, riep het Actiecomité de bevolking op om uit respect voor de slachtoffers zich vrijwillig van afsteken te onthouden.[20]

De gemeente Schiedam overwoog in 2011 een plaatselijk consumentenverbod in te stellen vanwege de grote schadepost die vandalisme met vuurwerk veroorzaakte.[9] Voor de jaarwisseling van 2013–2014 richtten ongeveer 20 gemeenten met noodverordeningen voor het eerst vuurwerkvrije zones in.[21] Dit aantal groeide in 2015 tot 54 gemeenten[22] en in 2016 tot ongeveer 60, maar er waren ook enkele gemeenten die hun eerder ingestelde vuurwerkvrije zones weer afschaften wegens handhavingsproblemen of omdat het 'ongezellig' werd bevonden.[21] De gemeente Hilversum wilde een consumentenverbod vastleggen in een deel van het centrum (waaronder het uitgaansgebied)[23] door een besluit van het college van burgemeester en wethouders, maar een groep vuurwerkverkopers spande daarop een rechtszaak aan tegen de gemeente om hun financiële belangen te beschermen; de rechter gaf de vuurwerkverkopers in 2014 gelijk. De gemeente ging daarop in beroep bij de Raad van State, die het verbod in december 2015 alsnog goedkeurde[22] en in december 2016 bevestigde.[23] Dit schiep een precedent voor heel Nederland: in alle gemeenten was het college van B&W voortaan bevoegd om vuurwerkvrije zones in te richten tegen de bezwaren van vuurwerkhandelaren en andere tegenstanders in.[21]

Zie ook[bewerken]