Brand (vuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brandend huis
Uitbrandende auto
Brand en brandweer
Bosbrand
Brand bij de Petroleum- en Asfaltfabriek te Vlissingen (1924).
Een boerderijwoning na een brand

Een brand is een verbranding met vuur die zich ongehinderd uit kan breiden en schade en/of gevaar veroorzaakt.

Een brand kan ontstaan door een ongeluk zoals kortsluiting, maar ook door opzet (brandstichting).

Achtergrond[bewerken]

Vuur kan alleen ontstaan als sprake is van de volgende drie factoren:

  1. brandbaar materiaal
  2. zuurstof
  3. een voldoende hoge ontbrandingstemperatuur

Deze drie factoren tezamen wordt de "branddriehoek" of "brandcirkel" genoemd.

Als mengverhouding wordt meegenomen spreekt men van de "brandvierhoek". En als er ook een katalysator in het spel is, is er sprake van de brandvijfhoek. Een voorbeeld van een katalysator is het laten branden van een suikerklontje door er sigarettenas op doen: de suiker brandt niet zonder de sigarettenas, maar de sigarettenas wordt niet verbruikt. De sigarettenas werkt als katalysator.

De meeste branden betreffen een zeer snelle oxidatie, ofwel een reactie van een chemische stof (in de praktijk meerdere stoffen) met zuurstof. Deze zuurstof kan ook in een van de betrokken stoffen aanwezig zijn, zoals in organische peroxide.

Koolwaterstoffen zijn over het algemeen de meest bij brand betrokken stoffen aangezien deze stoffen in zeer veel producten aanwezig zijn. Koolwaterstoffen kenmerken zich door de aanwezigheid van koolstof en waterstof in het molecuul. Deze beide stoffen oxideren zonder veel moeite met zuurstof.

De grootste bedreiging van een brand voor mensenlevens zijn niet zozeer de vlammen, maar de rook en hete (rook)gassen. De koolmonoxide in de rook doet mensen stikken en de rook vormt een ondoorzichtig gordijn, waardoor men compleet gedesoriënteerd kan raken, zelfs in de eigen woning, en zo de (nood)uitgang van het gebouw niet meer kan vinden, met alle gevolgen van dien. De hoge temperatuur kan binnen seconden de longblaasjes verbranden en zo de longen compleet uitschakelen waardoor het lichaam niet meer van zuurstof voorzien kan worden en de dood onvermijdelijk is.

Brandweer[bewerken]

De brandweer is de instantie die gespecialiseerd is in het minimaliseren van de schade bij een brand. Deze taak is in Nederland vastgelegd in de Wet Veiligheidsregio's en Veiligheidswet BES. De brandweer heeft tegenwoordig echter ook een preventieve functie. Ze controleert op onveilige situaties, en handhaaft de regelgeving. De brandweer is in de meeste landen bereikbaar via het alarmnummer, in het grootste deel van Europa is dat 112. Bij een (dreigende) brand is het zaak de brandweer te alarmeren en het gebouw zo spoedig mogelijk te verlaten.

Brandbestrijding[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Brandbestrijding voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Brand wordt bestreden door het vuur te blussen of door de brand te isoleren van de omgeving zodat de brand zal doven door het opraken van de brandstof. Een brand kan worden beëindigd door het wegnemen van een van de elementen die een brand in stand houden. Deze elementen zijn weergegeven in de branddriehoek of brandvijfhoek. Brandbestrijding houdt rekening met de aard en locatie van de brand en met het stadium waarin de brand zich bevindt. Het belangrijkste blusmiddel is water. Water onttrekt energie aan vuur doordat het opwarmt bij contact met vuur waarbij uiteindelijk stoom ontstaat. Stoom heeft als bijkomende werking dat het zuurstof verdringt.

Preventie[bewerken]

Bij de preventie van brand zijn twee "fasen" te onderscheiden. De eerste is het voorkomen dat brand ontstaat. De tweede fase is het voorkomen dat er slachtoffers vallen en/of een beginnende brand oncontroleerbaar wordt.

Om te voorkomen dat brand ontstaat moet het risico van ontbranding geminimaliseerd worden. Zo kunnen brandbare materialen verwijderd worden of behandeld worden waardoor ze niet meer brandbaar zijn. Elektrische apparaten moeten beveiligd en goed onderhouden worden om te voorkomen dat zij bij een defect brand kunnen veroorzaken.

Een beginnende brand kan eenvoudig worden gedetecteerd met een rookmelder. Sprinklers kunnen een beginnende brand onderdrukken of zelfs blussen, daarbij worden de hete rookgassen bij het plafond gekoeld door een waterscherm. In veel gebouwen zijn kleine blusmiddelen zoals brandblussers of brandslangen aanwezig, in veel gevallen verplicht. het gebruik van kleine blusmiddelen zonder beschermende maatregelen zoals brandweerkleding en een ademluchttoestel wordt afgeraden bij sterke rookontwikkeling of een verder ontwikkelde brand.

Om slachtoffers te voorkomen is het noodzakelijk dat in een gebouw aanwezige personen veilig buiten kunnen komen. Hierbij zijn nooduitgangen de meest voor de hand liggende optie, maar bijvoorbeeld ook de afvoer van rook en warmte.

Historische stadsbranden[bewerken]

Door het grootschalige gebruik van hout waren dichtbebouwde steden zeer gevoelig voor brand. Door het ontbreken van voldoende ontwikkelde blusmiddelen kon een brand zich snel uitbreiden. Enkele voorbeelden van stadsbranden:

Door brand verwoest[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek