Brandblusschuim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een autobrand wordt bestreden met schuim.
Een schuimblusvoertuig van de brandweer tijdens een oefening

Brandblusschuim is een mengsel bestaande uit water en lucht, gestabiliseerd door één tot zes procent chemicaliën. Het vuurdovende effect van brandblusschuim ontstaat hoofdzakelijk doordat de schuimlaag de toevoer van zuurstof onderbreekt of tenminste bemoeilijkt. Ook koelt het enigszins, door verdamping van het in het schuim aanwezige water. Schuimvormende en -stabiliserende stoffen uit de PFAS-groep kunnen onder meer grondwatervervuiling veroorzaken.

Soorten schuim[bewerken | brontekst bewerken]

De toegevoegde hoeveelheid schuimvormend middel is meestal 1 tot 6 procent. De hoeveelheid lucht wordt bepaald door de manier waarop het schuim wordt aangemaakt. Men spreekt van een verschuimingsgetal, het aantal keer dat de vloeistof (het mengsel van water en chemicaliën) in volume toeneemt na verschuiming.

Een schuimstraalpijp voor middelschuim

Er zijn drie soorten brandblusschuim, onderverdeeld naar het verschuimingsgetal:

  • Zwaar schuim 1-20
  • Middelzwaar schuim 20-200
  • Licht schuim 200-1200

Een liter 3% "pre-mix" (0,97 liter water met 0,03 liter schuimvormend middel) kan aldus tussen de 1 en 1200 liter schuim genereren. De zwaarte van het toegepaste schuim is afhankelijk de brand. Licht schuim kan wegwaaien, maar is in gesloten ruimtes goed bruikbaar, daar kan de hele ruimte met schuim volgezet worden. Het heeft vooral een verstikkende werking. Zwaar schuim kan door zijn gewicht goed gericht gespoten worden. Het blust vooral door te koelen. Het is vloeibaar en kan snel een groot oppervlak bedekken.

Productie[bewerken | brontekst bewerken]

Het schuim wordt gemaakt door in een tussenmenger het schuimvormend middel aan het bluswater toe te voegen. Met een schuimstraalpijp wordt lucht toegevoegd tijdens het blussen. Bij zwaar schuim is een tussenmenger soms overbodig en wordt het middel in de schuimstraalpijp aan het water toegevoegd.

In handblussers is het schuimvormende middel al voorgemengd.

Samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

Als schuimvormende stof worden synthetische tensiden gebruikt, veelal fluorverbindingen. Een aantal van deze PFAS-stoffen zijn persistent, bio-accumulatief en/of toxisch, sommige zijn getypeerd als zeer zorgwekkende stof. Alternatief kunnen eiwitten ook een schuim vormen. Die schuimen zijn in principe biologisch afbreekbaar, als de eiwitten niet ook met fluor gemodificeerd zijn.

AFFF[bewerken | brontekst bewerken]

AFFF staat voor aqueous film forming foam, een schuimvormend middel dat aan bluswater wordt toegevoegd dat een sterk schuim vormt en daarmee geschikt is voor het blussen van vloeistofbranden. Naast schuim vormt het ook een dunne PFAS-film op de brandende vloeistof die zichzelf snel weer sluit als hij onderbroken wordt. Hiermee wordt de herontbranding beperkt als bijvoorbeeld een brandweerman door de schuimdeken moet lopen.

Om een filmvormende laag te maken op wateroplosbare vloeistoffen (alcoholen) wordt er een speciaal alcoholbestendig schuim gemaakt: AFFF -ARC of -ATC. Dit schuim vormt eerst een PFAS-laag tussen het schuim en de vloeistof in de vorm van een polymeer. Dit zorgt ervoor dat de filmvormende laag ontstaat. De concentraties van deze ATC-schuimen zijn onder andere 1x1, 1x3, 3x3, 3x6 en 6x6 procent.