Entree

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Entree van het Meisjeshuis in Delft, met rijk versierd bovenlicht

Een entree, ingang of voordeur is de (hoofd)toegang tot een gebouw of terrein, de opening waardoor men kan binnentreden.

Deze opening wordt vrijwel altijd afgesloten met een deur of poort om redenen van privacy en als bescherming tegen de directe invloeden van het weer. Er zijn ook plaatsen waar de ingang op een andere manier wordt afgesloten. Voorbeelden daarvan:

  • een parkeerterrein of garage afgesloten met een slagboom
  • een metrostation afgesloten met een tourniquet of hek

Via de entree komt men meestal in de gang of hal van een gebouw. Van hieruit zijn de overige vertrekken en ruimtes bereikbaar. De achterdeur daarentegen geeft toegang het schuurtje, de bijkeuken of keuken. Deze deur bevindt zich ook aan de achterkant van de woning of ander pand of ergens in de zijgevel. Ook komt het voor dat de achterdeur praktisch naast de voordeur zit, omdat de berging aan de voorgevel is aangebouwd.

Voordeuren draaien altijd naar binnen open. Als dat niet zo zou zijn zou iemand die zich bij de deur meldt de deur tegen zich aan kunnen krijgen, indien hij of zij dicht bij de deur staat (en dat is immers meestal het geval). Het zou bijzonder onvriendelijk overkomen, als de deur op een onverwacht moment naar je toe wordt gezwaaid. Ook is het voor de persoon die binnen staat makkelijker om achter de deur te verschuilen en de deur dicht te doen (en moeilijker voor de persoon die buiten staat om dit te voorkomen).

Entrees worden meestal zo uitgevoerd dat ze een bepaalde uitstraling hebben. Daarmee zeggen ze iets over de bewoners of gebruikers van het pand. Een entree kan deftig uitgevoerd zijn en een uitstraling hebben van luxe en rijkdom, maar ook van een doorsnee woning of van armoede. De entree kan koel, afwijzend zijn of warm en zo als het ware niet of wel welkom uitroepen. Een gerenommeerd kantoor heeft een duidelijk andere entree dan een woning in een woonwijk. Verschil in uitstraling wordt bereikt door aard en vorm van de gebruikte materialen voor de entree, maar ook door het meenemen in het ontwerp van de directe omgeving van de ingang.

Elke stijlperiode in de bouwkunst gaf de entree een ander aanzien, passend bij de filosofie van de betreffende stijl. De entree in de Romaanse stijl heeft een geheel ander aanzien dan die uit de tijd van bijvoorbeeld de Barok.