Duivel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De duivel is in verschillende religies een bovennatuurlijk wezen dat het kwaad personifieert. Hij wordt vaak afgebeeld als een zwarte engel met bokkenpoten, hoorntjes, vleermuisvleugels en een drietand. In sommige religies wordt aangenomen dat de duivel Satan heet.

Duiveluitdrijving[bewerken]

Volgens de Bijbel kunnen mensen door de duivel gebonden of bezeten raken. Het tweede geval is erger, omdat in dat geval de duivel, of één of meer van zijn demonen, daadwerkelijk in iemand wonen. Om hiervan af te komen is bevrijding noodzakelijk. Deze is slechts te verkrijgen wanneer deze plaatsvindt in de kracht van de Heilige Geest en in de Naam van Jezus Christus. De Rooms-Katholieke Kerk kent het exorcisme of duiveluitdrijving als een van de sacramentalia, om bij een bezetene de duivel uit te drijven. In andere Kerken, bijvoorbeeld Pinkstergemeenten komt duiveluitdrijving ook voor.

Zie ook: demonische gebondenheid en bezetenheid en literatuur daarover.

Het kwaad in andere religies[bewerken]

Het kwaad keert ook in verschillende oude religies telkens terug.

In veel polytheïstische godsdiensten, zoals de Griekse, Chinese, Romeinse en Noordse pantheons, ontbreekt echter een duidelijk opperwezen van het kwaad. Reden is dat de goden vaak typisch menselijke trekjes vertonen en daardoor allemaal in zekere mate zowel goed als slecht zijn. Zowel het kwade als het goede zijn 'verspreid' over meerdere godheden.

Uiteraard bestaan in deze godsdiensten monsters, demonen en goden van twijfelachtig allooi zoals Cerberus, Kali, Eris, de Erinyen, Seth, Mara, Hel, de Yema's, Loki, Hades en anderen, maar deze goden en demonen vervullen stuk voor stuk een (onmisbare) functie in het pantheon of vertegenwoordigen een typisch menselijke eigenschap, en kunnen als zodanig dus absoluut niet als (puur) kwaadaardig worden gezien. Anderzijds bestaan in met name de Grieks-Romeinse mythologie ook zeer veel voorbeelden van 'goede' goden die slechte dingen doen, zoals de telkens vreemdgaande Zeus, Hera wiens jaloezie soms letterlijk dodelijk kan zijn, of Poseidon die Odysseus tien jaar lang tegenwerkte.

Zoroastrisme[bewerken]

In de Iraanse mythologie en het daarop geïnspireerde Zoroastrisme werd de eerste vrouw Jeh verondersteld samen met de duivel Ahriman te zijn geschapen. Door seksuele gemeenschap met deze demon was zij bezoedeld, en de vrouw bezoedelde daardoor ook de mannen. Een daarop geïnspireerd verhaal werd in de Bijbel verkondigd door de aanhangers van de mannelijke vadergod (de Levieten die fel ageerden tegen de toenmalige moedergodincultus met zijn eigen rituele seksgebruiken, zoals het hieros gamos).

Azteekse religie[bewerken]

In de Azteekse religie wordt het kwaad verbeeld in de godheid Tezcatlipoca.

Kunst, de mythologie en de geschiedenis[bewerken]

De lamp van de duivel, Francisco de Goya, 1797-1798

In de beeldende kunst wordt de duivel meestal afgebeeld met een roodkleurige huid, bokkenpoten en horentjes bovenop zijn hoofd. Dit beeld is grotendeels ontleend aan de vrolijke Grieks-Romeinse mythologische figuren geïnspireerd op de Frygische bos- en veldgod Pan en zijn schare saters (gepersonifieerde natuurgeesten). De angst voor de "duivel" (in de verschijning als die van Pan) is nog steeds terug te vinden in een woord als paniek. Uiteraard was het associëren van de oude goden met de duivel ook een wijze om de concurrerende 'heidense' godsdiensten zwart te maken.

In de late Middeleeuwen was de duivel een veelvoorkomend thema in beeldende kunst en literatuur. Heksen werden gezien als mensen die een verbond met de duivel hadden gesloten. Als tegenprestatie verschafte de duivel deze mensen (meestal vrouwen) een bovennatuurlijke kracht, waardoor zij in staat zouden zijn veel kwaad te verrichten. In de 16e en 17e eeuw werden veel mensen, vooral vrouwen, die verdacht werden van hekserij, publiekelijk verbrand. Men meende ook dat heksen bijeenkwamen om op bokken rond te rijden en wilde dansen uit te voeren, de zogenaamde heksensabbat. Bij de heksensabbat zouden de heksen ook seks hebben met de duivel en in het gewone leven (werden/waren) ze seksverslaafd.

Duivel als attribuut[bewerken]

In de beeldende kunst komt een duivelfiguur voor als attribuut van de H. Dymfna; een duivel, lelie, crucifix, Jezuskind en karmelietenpij bij Albertus van Sicilië; De duivel geboeid, inktkoker, pen en papier zijn attributen van de H. Bernardus van Clairvaux; een duivel met blaasbalg van de H. Genoveva, patroonheilige van Parijs; een duivel die een kaars (of lantaarn) uitblaast is een attribuut van de H. Gudula, patroonheilige van Brussel.

Bescherming[bewerken]

Het Heiligwater en Het Heiligboek werden gebruikt tegen de duivel om zijn kwaad weg te houden van de mensheid.

Joost[bewerken]

Meer gekscherende benamingen voor de duivel zijn: de duvel, Droes, Drommel, doivelke, Joos,[1] Joosje,[1] Joos pek,[1] Joosje pek[1] en Joost.

Joost is mogelijk een verbastering van het Javaanse woord joos. Dit was een aanduiding voor een Chinese godheid en was waarschijnlijk een afkorting voor dejos, dat weer van het Portugese deus (god) afkomstig was.[2] Uitdrukkingen waarin deze naam gebruikt wordt:

  • Bij Joost
  • Dat Joost me/je hale
  • Iemand naar Joost zenden
  • Joost mag het weten