Yama (godheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Yama op zijn buffel, gouache, circa 1850

Yama is in het hindoeïsme de god van de dood. Hij komt ook voor in het Tibetaans boeddhisme en de Chinese en Japanse mythologie. Hij is de gids voor en rechter over de gestorvenen. Yama is de zoon van Vivasvat (Surya, de zon) en Saranya, de dochter van Tvastri (Viswakarma). Met zijn tweelingzus Yami vormt hij het eerste paar waar de mensheid van afstamt en hij is de eerste sterveling, die stierf en de weg naar de andere wereld ontdekte. Andere namen van Yama zijn: Dharmaraja (koning van Rechtvaardigheid), Pitripati (heer van de vaderen), Samavurti (die onpartijdig oordeelt), Kala (tijd), Sraddhadeva (de god van begrafenisceremonies), Dandadhara (hij die de gesel draagt), Vaivasvata (zoon van Vivasvata) en Antaka (hij die een eind aan leven maakt).

Reis naar Yama[bewerken]

In de Veda's gaan de zuivere en goede zielen van de gestorvenen met plezier naar Yama's gezegende koninkrijk, terwijl in de latere Purana's de zielen van de doden, die slechte daden verrichtten tijdens hun leven, naar Yama komen om gestraft te worden.

De ziel van de gestorvene bereikt Yama's koninkrijk in vier uur en veertig minuten. Daarom moet die tijd gewacht worden eer de overledene kan worden gecremeerd. Op zijn reis naar Yama dient de gestorvene zo snel mogelijk de twee honden van Yama (de zonen van Indra's teef Sarama, die elk vier ogen hebben) te passeren. Naast de honden zijn ook de duif en de uil zijn boodschappers. In Yama's aanwezigheid worden alle daden, die Chitragupta geregistreerd heeft, gewogen in de weegschaal. De uitslag bepaalt of de ziel van de gestorvene naar Swarga (de hemel van Indra) gaat of naar de regionen van Naraka (de hel).

Volgens de Vishnu purana is Yama de heer van alle mensen, met uitzondering van de vereerders van Madhusudan (Vishnoe).

Vijaya[bewerken]

In de Bhavishya purana huwt Yama met Vijaya, de dochter van een brahmaan. Hij waarschuwt haar niet naar het zuidelijke deel van zijn koninkrijk te gaan. Vijaya verdenkt haar echtgenoot er van daar een andere vrouw te hebben. Ze gaat er heen en ziet er hoe de kwade zielen worden gemarteld en onder hen haar eigen moeder. Om haar te bevrijden van haar kwellingen moet op aarde iemand een offer brengen en die verdienste over brengen op de moeder. Iemand blijkt daar toe bereid en Vijaya's moeder wordt uit haar netelige positie bevrijd.

Kenmerken[bewerken]

Yama wordt vaak afgebeeld als een groene man met rode kleding, een kroon op zijn hoofd en een bloem in zijn haar. In zijn hand houdt hij een knots en hij rijdt op een buffel.

Ter vergelijking[bewerken]

Yama en Yima zijn identiek aan de Indo-Iraanse Yima en Yimeh van de Avesta.[1]