Manu (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Matsya, de avatara van Vishnu trekt de boot van Manu, 1870
Matsya en Manu, 1840
Afbeelding uit 1890

De Manu's (Sanskriet: मनु, manu: "mens" of "mensheid") zijn in de hindoeïstische mythologie de stamvaders van de mensheid. Er zijn volgens de mythologie veertien Manu's, die veertien manvantara's (perioden tussen twee Manu's in) leiden. Veertien manvantara's vormen een kalpa. We zouden leven in de periode van de zevende Manu, Sraddhadeva (of Satyavrata) of Vaivasvat ('zoon van Vivasvan'). Vivasvan is Surya, de zon. Na de cyclische vernietiging van de wereld aan het einde van een kalpa (eon) heeft telkens een Manu de wereld opnieuw bevolkt. De laatste Manu was Sraddhadeva Manu (Vaivasvata Manu), die door de god Vishnu opgedragen werd een boot te bouwen. Vishnu verscheen aan Manu in de vorm van de vis Matsya. Nadat een grote vloed al het land onder water zette, leidde de vis Manu in zijn boot naar een berg, vanwaar hij kon beginnen de wereld opnieuw op te bouwen. De oudste vorm van dit verhaal komt uit de Satapatha Brahmana, een commentaar op de Veda's. Later zouden de afstammelingen van Sraddhadeva Manu over de mythologische koninkrijken van het noorden van India regeren. De belangrijkste waren de Suryavamshadynastie, afstammelingen van Manu's zoon Ikshvaku, en de Chandravamshadynastie, afstammelingen van Manu's dochter Ila.

Veertien Manu's[bewerken]

  • 1, Swayambhuva Manu
  • 2, Swarochisha Manu
  • 3, Uttama Manu
  • 4, Tapasa/Tamasa Manu
  • 5, Raivata Manu
  • 6, Chakshusha Manu
  • 7, Vaivasvata Manu
  • 8, Savarni Manu
  • 9, Daksha Savarni Manu
  • 10, Brahma Savarni Manu
  • 11, Dharma Savarni Manu
  • 12, Rudra Savarni Manu
  • 13, Raucya of Deva Savarni Manu
  • 14, Indra Savarni Manu

Eerste mensen[bewerken]

De eerste Manu, Svayambhu Manu, werd geschapen door de god Brahma, de schepper van de taal met haar klanken en klinkers en alles wat wij hedendaags gebruiken aan cultuur, tot de medische wetenschap en architectuur toe. Al deze takken van kennis worden samen de Upapurana genoemd.

Svayambhuva Manu was de eerst geschapen man en zijn vrouw heette Satarupa. Dit zal voor de Westerse wereld klinken als Adam en Eva.

De grote vloed[bewerken]

De laatste Manu was Sraddhadeva Manu; zijn betovergrootvader was Marichi. Op een dag waste Manu zijn handen en ving daarbij per ongeluk een klein visje. Het visje heette Matsya en was een avatar van de god Vishnu. Het visje sprak Manu aan en zei: "voed mij op, later zal ik je leven redden". Het was namelijk bang door de grotere vissen verorberd te worden. Manu bracht het visje groot, eerst in een pot, daarna in een poel en ten slotte in de zee.

Op een dag waarschuwde de - inmiddels grote - vis Manu dat er een grote vloed ophanden was en dat hij een boot moest bouwen. En inderdaad begonnen de wateren te rijzen op de tijd die de vis aangegeven had. Manu ging aan boord en maakte het schip vast aan de hoorn (of vin) van de vis die hem naar de bergen in het noorden toe trok. Daar kon Manu aan land gaan en maakte er zijn schip aan een boom op de berghelling vast. Toen de wateren, die alle andere mensen en zelfs de drie hemelen verzwolgen hadden, eenmaal gedaald waren, daalde hij van de berg af, die daarom Manoravataranam ofwel Manu's afdaling genoemd wordt.

Deze mythe vertoond grote overeenkomst met het Bijbelse zondvloedverhaal. Manu speelt de rol van Noach. De oudste versie van de mythe is echter het verhaal van Gilgamesj uit Mesopotamië, waar het Bijbelverhaal waarschijnlijk uit is afgeleid. Mogelijk werd het verhaal al ten tijde van de Indusbeschaving (2300 - 1900 v.Chr.) door handelaren met Mesopotamië naar India meegenomen. Het is ook mogelijk dat het verhaal in de loop van het tweede millennium v.Chr. door Iran naar India kwam.

Er zijn verschillen met het Bijbelverhaal. Vermeende menselijke verdorvenheid en de redding van alle diersoorten komen niet in de Indiase versie voor.

Uithuwelijking van Devahuti[bewerken]

Manu en zijn vrouw moesten ervoor zorgen dat er meer gedaan werd aan voortplanting, hierdoor kwamen er meer Manu's, mensen, op aarde. Manu ging met een van zijn negen dochters, namelijk Devahuti, en zijn vrouw op reis over de hele aarde. Op een dag bereikten ze een kluizenaarshut, zoals de vis Matsya voorspeld had. Hier vroeg Svayambhuva Manu of de kluizenaar Kardama Muni, leider der brahmanen, die door Vishnu was aangewezen als de juiste man voor Devahuti, of hij wilde trouwen met zijn dochter Devahuti. Kardama Muni stelde wel als voorwaarde dat het kuise meisje zijn zaad in haar lichaam zou dragen. Kardama Muni trouwde met haar volgens een Vedisch gebruik. Door het trouwen op basis van dit Vedisch gebruik kan Kardama Muni zijn leven wijden aan toegewijde dienst, naar het voorbeeld van de meest volmaakte mensen. Dat pad is beschreven door Vishnu en het is vrij van afgunst.

Sraddhadeva Manu was heel gelukkig dat zijn dochter een echtgenoot had, maar vond het vreselijk om afscheid van haar te moeten nemen. Toch ging hij met zijn vrouw terug naar huis.

Tot op de dag van vandaag wordt er in de wereld nog altijd gebruikgemaakt van de benaming Manu's als er sprake is van de mensheid.

Jaïnisme[bewerken]

Volgens het Jaïnisme werden de 24 tirthankara's voorafgegaan door 'kulankara's', die wel met Manu's zijn geïdentificeerd. In ieder geval heette de overgrootvader van Rishabha,de eerste tirthankara, Adimanu, ofwel 'Eerste Manu'. Rishabha zou meer dan 6,5 miljoen jaar geleden hebben geleefd.

Theosofie[bewerken]

In de leer van de theosofie[1] staat een Manu voor een 'collectieve mensheid' en niet voor een mens.[2] Er bestaan twee Manu's voor elk van zeven 'Ronden'. Een Ronde begint met een 'wortel-Manu' en eindigt met een 'zaad-Manu'. Dit verklaart het bestaan van veertien Manu's, twee voor elke Ronde. Vaivasvata Manu is de zevende Manu, dat wil zeggen: hij is de wortel-Manu van de vierde Ronde, de Ronde waarin wij nu bestaan. Tijdens elke Ronde ontwikkelen zich 7 'bollen', waarvan onze fysieke planeet Aarde er een is. Voor elk van deze bollen brengt de betreffende wortel-Manu zeven Manu's uit zichzelf voort. De Manu van onze planeet heeft dezelfde naam als de wortel-Manu uit wie hij is voortgebracht: Vaivasvata Manu.

Op elke bol worden zeven 'rassen' (perioden) doorlopen. Voor elk van deze perioden is er een Manu. Er komen dus 7 keer 7 Manu's voort uit een wortel-Manu. We leven thans in de vijfde periode van deze Aarde. Er aan vooraf ging de Atlantische periode. Er zullen dus nog twee perioden volgen. Elke periode eindigt om de beurt met een ramp door vuur of water. De Atlantische periode eindigde door water, die van ons zal door vuur eindigen. Onze Aarde is dus in drie vorige Ronden vooraf gegaan door planeten Aarde en in de komende drie Ronden zullen er nog drie volgen.

Het einde van de vorige, Atlantische, periode, wordt verhaald in de mythe van Vaivasvata Manu en Vishnoe in zijn gedaante van Matsya (de Vis). Deze Vaivasvata Manu, de redder van de overlevenden van de Atlantische ramp, is dus een van de 49 Manu's, die zijn voortgebracht door de zevende wortel-Manu Vaivasvata Manu.

De menselijke periode begon tijdens de derde, de Lemurische periode van deze Aarde en heet de periode van Vaivasvata Manu. Die periode begon ongeveer 18 miljoen jaar geleden en ging gepaard met de 'bezieling' van de mensheid. Door die bezieling begon de mens te denken en zelf keuzes te maken. Vanaf dat moment kan men pas goed van 'mensen' spreken, al hadden ze, volgens de theosofie, hun voorgangers in de tweede en eerste periode van deze planeet. Omdat er drie Ronden al waren voorafgegaan aan deze vierde Ronde, waren er 'wezens', die in de vierde Ronde al direct als 'mensen' konden aanvangen. Zij hadden in de drie eerdere Ronden minerale, plantaardige en dierlijke ontwikkelingen doorlopen.

Zie ook[bewerken]

Niet te verwarren met[bewerken]