Sinterklaas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Sinterklaas (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Sinterklaas.
Sinterklaas (hier gespeeld door Bram van der Vlugt) tijdens het Het Feest van Sinterklaas, 2007

Sinterklaas of Sint-Nicolaas is de hoofdpersoon van het gelijknamige jaarlijkse volksfeest (oorspronkelijk een kinderfeest) dat op 5 december in Nederland (en in enkele voormalige Nederlandse koloniën), en op 6 december in België wordt gevierd. Het feest is gebaseerd op de traditie over de bisschop van Myra, Sint-Nicolaas, die vanaf de derde eeuw n.Chr. in Klein-Azië leefde. Van de religieuze verering en van Sint-Nicolaas' rol als patroonheilige voor verschillende beroepsgroepen is nu weinig of niets meer over; alleen het kinderfeest wordt tegenwoordig nog gevierd.

De moderne vorm van het sinterklaasfeest komt waarschijnlijk voort uit het prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) van de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863), maar het kinderfeest heeft een veel oudere oorsprong. Het personage van Sinterklaas is een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel. Hij rijdt op een witte schimmel, en heeft een of meer helpers, Piet(en).

In veel andere landen in Europa wordt het kinderfeest van Sint-Nicolaas eveneens gevierd, maar de invulling van de folklore varieert per land en streek. De twee belangrijkste verschillen zijn de manier waarop Sinterklaas arriveert alsook het uiterlijk van zijn knecht.

Oorsprong en geschiedenis

Nicolaas van Myra

Tekening van de Heilige Nicolaas uit de 16e eeuw (omgeving van Hans Bock)
1rightarrow blue.svg Zie Nicolaas van Myra voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nicolaas van Myra werd geboren in Patara te Lycië dat in Antalya, Turkije ligt, maar in het jaar 280 bij het toenmalige Romeinse Rijk hoorde. Later werd hij bisschop van Myra, de hoofdplaats van Lycië. Hij stierf op 6 december 342. Eeuwen later, na de inval van de moslims in het gebied, werden de stoffelijke resten van de heilige in 1087 gestolen en naar Bari gebracht.[1]

Als heilige in het oosters christendom werd Nicolaas aanvankelijk alleen in het oosten van Europa geëerd, in het bijzonder in Griekenland en Rusland. Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was, kreeg hij ook in de West-Europese kustnaties een grote aanhang. In de 13e eeuw werd zijn naamdag vastgesteld op 6 december. Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa.

Sinter Claes en de drie jongens, die hij tot leven zou hebben gebracht. 16e-eeuwse afbeelding op de Dam. St.-Nicolaas is de patroon van Amsterdam

Verschillende legendes staan ten grondslag aan Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er de legende van de drie scholieren die door een herbergier werden gedood, waarna Sint-Nicolaas hen weer tot leven wekte. Een andere legende verhaalt van drie arme dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas konden trouwen. Er is ook nog een legende over het kind dat in het bad door Sint-Nicolaas werd behoed voor verbranding.

Viering in de middeleeuwen

In de middeleeuwen werd op Duitse en Noord-Franse kloosterscholen het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Tijdens een mirakelspel verscheen de heilige voor de kinderen, en hij beloonde ijverige leerlingen en vermaande luie leerlingen.[2] De Sint-Nicolaasviering liep samen met het kinderbisschopsspel (ca. 1300 - ca. 1600). Op 6 december werd in die tijd een kinderbisschop met aanhang gekozen. Zij werden tot 28 december (Onnozele Kinderen) van voedsel en geschenken voorzien. Andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren. De waarschijnlijk oudste vermelding daarover komt uit Dordrecht, 1360: "op St. her Nyclaes dach I L. gr. aen die schoelers voer het oerlof".[noten 1] In 1363 gaf de heer van Gouda, Jan van Blois, te Dordrecht "den scoelnaers tot hoere hoechtijt van St. Nyclaes en horen bisscop 5 L. 4 S."[noten 2] In 1403 is er sprake van het uitdelen van "honic, claescoeck en taert aen die kynders, op hunne patroen St. Nyclaes".[noten 3][3][4] Kinderen gingen in die tijd verkleed in een optocht door de straten en kregen bisschopsgeld van voorbijgangers (soortgelijke tradities komen nog voor in andere landen, zoals het Chlausjagen). In de Utrechtse Nicolaaskerk werd vanaf 1427 geld in kinderschoenen gedaan.

Op de onderste afbeelding: St. Nicolaas vrolijkheid in 's Hage in 't Jaar 1782

In de late middeleeuwen ontstonden de Sint-Nicolaasmarkten. Na het kerkbezoek kocht men op de markt de geschenken voor het Sint-Nicolaasfeest. De speculaasvrijer was een karakteristiek geschenk. Het was een speculaaspop die een jongen schonk aan een meisje. Als zij de klaaskoek aannam was dat een goed teken voor een relatie. De gewoonte gaat mogelijk terug op de functie van Sint-Nicolaas als "hijlickmaker" (hijlick: huwelijk), in de legende waarin hij drie meisjes hun bruidsschat geeft. Het sinterklaasfeest werd in grotere steden een woelig volksfeest dat soms tot opstootjes en openbare dronkenschap leidde.

Protestantse bezwaren

Het sinterklaasfeest stuitte in Nederland na de Reformatie op protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering. Protestantse predikanten probeerden het feest af te schaffen, omdat zij het als een katholiek bijgeloof veroordeelden.

Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden om deze feestdag te vieren[5] en vaardigden sommige steden een verbod af op schoen zetten, of openbare verkoop van sinterklaaslekkernijen. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het sinterklaasfeest. Hij vond dat het geven van geschenken meer paste bij het kerstfeest.[6] Het feest was echter zo populair dat dit streven weinig succes heeft gehad, zelfs niet bij het strengst protestantse volksdeel. Het feest verdween weliswaar voor een deel uit de straat, maar in huiselijke kring bleef het bestaan. Nog in 1895 sprak de burgemeester van Sluis zich uit tegen de viering op openbare scholen, maar in de 20e eeuw kreeg het feest steeds meer de wind in de zeilen.

Ontwikkeling tot modern kinderfeest

Sancte Claus, goed heylig man!
Trek uwe beste Tabaert aen,
Reiz daer mee na Amsterdam,
Van Amsterdam na Spanje,
Daer Appelen van Oranje,
Daer Appelen van granaten,
Die rollen door de Straaten.
Sancte Claus, myn goede Vriend!
Ik heb U allen tyd gedient,
Wille U my nu wat geven,
Ik zal U dienen alle myn Leven

— John Pintard, 1810

Van boeman tot kindervriend

De figuur van Sinterklaas is in de loop der eeuwen geëvolueerd van een beschermheilige van de kinderen, via een boeman en hardhandige pedagoog, naar een folkloristische kindervriend. Ondeugendheden staan in de moderne vorm van het feest genoteerd in het Boek van Sinterklaas en het kind moet de goedheiligman beloven niet meer in herhaling te vallen.

In de loop der jaren transformeerde Sinterklaas in de Noordelijke Nederlanden tot een boeman of kinderschrik, die gebruikt werd om kinderen angst in te boezemen. Dit had waarschijnlijk te maken met het verbod dat in de protestante gewesten gold voor het uitbeelden van katholieke heiligen. Hij werd uitgedost als een afschrikwekkende zwarte man met kettingen aan zijn voeten of met narrenbelletjes. Deze sinterklaasgestalte gaf snoepgoed aan brave kinderen en intimideerde ongehoorzame kinderen om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. Als zodanig vormt hij in feite de voorloper van Zwarte Piet.

In de late 18e eeuw keerde men zich tegen het straatfeest van Sinterklaas en de leegloperij en ook tegen het beeld van de boeman. Het feest moest gebruikt worden om kinderen op een positieve manier gehoorzaamheid en ijver bij te brengen. Het sinterklaasfeest werd nu een onderdeel van de opvoeding en kreeg een volwaardige plaats in het onderwijs en het gezin. Nu de boeman was afgedaan, werd de traditionele bisschop teruggehaald. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, wiens sporen weliswaar in de schoentjes op 6 december van zijn aanwezigheid getuigden, maar die verder niet zichtbaar was. Toch zijn er in de 20e eeuw nog sporen van de boeman die met kettingen rinkelde en zijn zwarte knecht die kinderen in een zak stopt[7], Sinterklaas wordt als boeman ook wel Knecht Nikolas genoemd, waarbij wordt verwezen naar de folkloristische nikker (watergeest)[8]. Voorheen heette het dat de zak van Sinterklaas diende om kinderen mee te nemen naar Spanje (zie ook man met de zak). Nu dient deze zak uitsluitend om de geschenken in te vervoeren.

Band met Spanje

De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Waarom dat zo is, is onduidelijk. Soms wordt erop gewezen dat Zuid-Italië met Bari een deel van de Kroon van Aragón is geweest.

Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas zelf uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. Het oudst bekende voorbeeld waarin Sinterklaas en Spanje samen genoemd worden is het naaststaand pamflet. Sinterklaas reist daarin naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen.[9][10] John Pintard, oprichter van de New-York Historical Society, liet het pamflet in 1810 drukken, maar het vers was waarschijnlijk al ouder. Pintard schreef in 1828 aan zijn dochter dat het in 1810 moeilijk was geweest om de tekst van het lied te achterhalen. Verschillende mensen herinnerden zich enkele regels. Alleen een mevrouw Hardenbrook, 87 jaar, kende het nog volledig.[11][noten 4] Het is in ieder geval gebaseerd op een veel ouder 4-regelig rijmpje uit 1655, waarin Spanje nog niet wordt genoemd:

Aanhalingsteken openen

Sinter Klaas, o Heil'ge Man. Trek je beste Tabbaart an; En wilje me dan wat geven, Zo dien ik je al men leven[12][noten 5]

Aanhalingsteken sluiten

Algemeen wordt aangenomen dat de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) de eerste was die Sinterklaas uit Spanje liet komen. Volgens hem was Sinterklaas de "Bisschop van Spanje".[13] Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten, en de stoomboot waarmee hij naar ons land kwam. Hij gebruikte in zijn prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht uit circa 1850 de zeer bekend geworden beginregels Zie, ginds komt de stoomboot/ Uit Spanje weer aan!.[14][noten 6] Schenkmans boekje was gewild, en de afbeeldingen zorgden er ook voor dat het uiterlijk van Sinterklaas − een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel − in de navolgende decennia als het enige echte werd aangenomen.

Aan het begin van de 20e eeuw bestonden nog veel verschillen tussen de stedelijke viering en de viering op het platteland. Het nu nog incidenteel voorkomende klaasjagen, sunteklaaslopen of andere lokale varianten waren op het platteland nog gebruikelijk, maar in steden was het feest al georganiseerd rond pakjesavond en het bezoek van Sinterklaas. Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het feest, dat hierdoor gaandeweg zijn huidige vorm kreeg.[2] De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen binnen de traditie. Volgens een enquête in 1943 van het Meertens Instituut werd het op dat moment nog maar sporadisch gedaan.[15]

Introductie van Zwarte Piet

1rightarrow blue.svg Zie Zwarte Piet voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinterklaas had in Nederland – in tegenstelling tot wat in Duitsland het geval was – aanvankelijk geen helper,[16]. In 1850 introduceerde Schenkman in Sint Nikolaas en zijn knecht drie nieuwe zaken, die allemaal een vaste plaats hebben gekregen in de sinterklaasfolklore: een knecht voor Sinterklaas, de intocht en de stoomboot.[bron?] Die knecht had in zijn boekje nog geen naam, hij was een gekleurde jongeman, gekleed als een page. Namen als Pieter met de Pooten (1749), Pietermansknecht (1833) en Pieter-me-Knecht (1850) waren echter al langer in zwang. Andere, meest regionale namen bleven nog een tijdlang in gebruik; zo heette hij bijvoorbeeld Jan de Knecht, Trappadoeli, Nicodemus, Assiepan, Sabbas, Hans Moef, Pikkie, Robbert, Krik-krak, Micheltje, Hansje van Vese (of Hansje van Kese), Jacques Jour (of Sjaak Sjoor).[15] In 1895 was de naam Zwarte Piet echter al gangbaar.[noten 7]

Het bleef niet bij één Zwarte Piet; in 1880 traden al twee knechten op.[noten 8] Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten.[17] Sindsdien wordt Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, vaak met voor ieder een eigen taak, onder leiding van een Hoofd-Piet. Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is gebleven, gedragen de Pieten zich veelal als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.

Gaandeweg rezen er, in eerste instantie vooral vanuit andere landen en uit naam van de VN, steeds meer bezwaren tegen het traditionele zwarte uiterlijk van Zwarte Piet. Deze bezwaren werden ingegeven door de associaties met het slavernijverleden. In 2013 laaide de discussie hierover zover op dat er in Nederland een werkgroep in het leven werd geroepen die moest onderzoeken of de sinterklaastraditie inderdaad racistische elementen bevatte.[18] Het sinterklaasfeest ging dat jaar echter gewoon door in zijn traditionele vorm. In augustus 2014 kwam het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed met een eerste alternatief, waarin enkele zaken waren aangepast. Zo zag Zwarte Piet er niet meer uit als een Moor, maar had hij zwarte vegen in zijn gezicht als van roet.[19] In de daaropvolgende jaren is met name in de grote steden het uiterlijk van Zwarte Piet aangepast bij de intocht. In 2015 begon men ook in Vlaanderen het uiterlijk van Zwarte Piet aan te passen.

Etymologie van "Sinterklaas"

Hoe en wanneer het woord Sinterklaas zich heeft ontwikkeld uit de naam Sint-Nicolaas, is niet bekend. De mogelijk vroegste vermelding in schrift stamt uit 1283: senter cloes bunre (sinterklaasbunder) is de naam voor een bunder land te Rijkhoven. Vermoedelijk was de opbrengst van het land bestemd voor een Sint-Nicolaasaltaar.[20]

De volgende etymologische verklaringen zijn voorgesteld:

  • de ontwikkeling van een wisselvorm voor heiligennamen beginnend met een R, zoals Sinte Remeis naar Sinter Meis, waarna analoog daaraan die vorm werd gekopieerd voor Sint-Nicolaas
  • een versteende taalvorm van het datief vrouwelijk enkelvoud, ontstaan uit bijvoorbeeld sinter claes messe
  • de zwakke betoning van de eerste lettergreep van Niclaes, waardoor de vervorming sinter de kans kreeg de zwakke N te verdringen; dus sinteneklaas naar sintereklaas

De theorie dat Sinterklaas een samentrekking van Sint heer Nicolaas zou zijn, wordt niet meer aangehangen.[21]

Tradities

De aankomst van Sinterklaas in Volendam in 1930

Intocht

1rightarrow blue.svg Zie Intocht van Sinterklaas voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De intocht van Sinterklaas met zijn gevolg is het officiële sein voor kinderen dat ze vanaf dat moment hun schoen mogen klaarzetten. Als ze zich goed hebben gedragen, mogen ze er de volgende ochtend iets in verwachten (iets lekkers of een klein cadeau, zie ook #Schoen zetten).

De allereerste intocht van Sinterklaas vond plaats in 1888, in Venray. Dit gebeurde op 6 december, de datum waarop tegenwoordig het sinterklaasfeest eindigt.[22] In Amsterdam wordt al sinds 1934 een jaarlijkse intocht van Sinterklaas gehouden.

Landelijk

De landelijke intocht heeft plaats half november op de eerste zaterdag na Sint-Maarten (11 november). Deze intocht wordt rechtstreeks uitgezonden op televisie. Sinds 1985 maakt Sinterklaas voor zijn landelijke intocht meestal gebruik van de 'Pakjesboot 12', in het dagelijks leven het stoomschip Hydrograaf.

In België komt Sinterklaas omstreeks dezelfde dag aan. Ook hier altijd na de andere kindervriend Sint-Maarten. Sinterklaas en zijn hele gevolg komen elk jaar aan in Antwerpen, wat rechtstreeks wordt uitgezonden op Eén of Ketnet onder de naam Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint. In 2003 had de intocht per uitzondering plaats in Oostende.

Plaatselijk

De plaatselijke intochten zijn meestal dezelfde middag als de landelijke intocht, maar in het zuiden van Nederland en in België vaak ook de zondag daaropvolgend. Vaak komt hij dan te paard, maar ook andere vervoermiddelen zijn niet ongewoon.

Uittocht

In sommige plaatsen in Nederland wordt sinds begin 21e eeuw ook een uittocht van Sinterklaas gehouden op 6 december. Dit is onder andere het geval in Scheveningen en Hoek van Holland.

Afbeeldingen

Schoen zetten

In Nederland zet men vanaf ten minste de 15e eeuw de schoen. In eerste instantie gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Uit archiefstukken blijkt dat vanaf 1427 in de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht schoenen werden gezet op 5 december, pakjesavond. Rijke Utrechters legden wat in de schoenen en de opbrengst werd verdeeld onder de armen op 6 december, de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.

Er bestaan twee versies van Het Sint-Nicolaasfeest. Dit is de bekendste, nu in bezit van het Rijksmuseum Amsterdam. Het schilderij is gemaakt voor een katholiek. Het meisje krijgt een pop in de vorm van een heilige en snoepgoed, de jongen links heeft minder reden om blij te zijn. Rechts wijst iemand in de schoorsteen, waar de geschenken zouden zijn vandaan gekomen. (Jan Steen, circa 1663)
Er bestaan twee versies van Het Sint-Nicolaasfeest. In de hier getoonde versie, die kennelijk voor protestanten is gemaakt, krijgt het meisje een eenvoudige ronde koek. (Jan Havicksz. Steen, 1660, Museum Catharijneconvent)

Uit de 16e eeuw bestaan beschrijvingen van het schoen zetten door kinderen in de huiskamer. Kunstschilder Jan Steen heeft in de 17e eeuw de sinterklaasochtend op twee schilderijen vastgelegd. Daarop is ook goed te zien wat de kinderen in hun schoen kregen. Vaak was dat naast speelgoed verschillende soorten snoepgoed zoals speculaas, kruidnoten, pepernoten, borstplaat, chocoladeletters, taaitaaipoppen en marsepein. Dit zijn eeuwenoude lekkernijen die in traditionele vormen werden gemaakt. Als drank werd chocolademelk en warme bisschopswijn geschonken. Opvallend is dat vooral jongens een roe of zakje zout in de schoen vonden als teken dat ze te oud werden bevonden om nog aan het kinderfeest mee te doen.

Het sinterklaasfeest in zijn huidige vorm is puur een familiefeest. Kinderen zetten 's avonds hun schoen klaar vanaf de dag dat de Sint in het land is aangekomen. Traditioneel wordt de schoen bij de haard gezet, vanuit de gedachte dat Zwarte Piet vanaf het dak door de schoorsteen naar binnen komt. Ook een kachel kan als zodanig worden gebruikt, met het idee dat Zwarte Piet de cadeautjes door de kachelpijp in de schoenen gooit. In woningen zonder schoorsteen wordt de schoen veelal gezet voor de verwarming, bij de voordeur, bij de achterdeur of bij een raam dat open kan. De volgende dag vinden de kinderen dan wat lekkers of een klein cadeautje in hun schoen. Het wordt op prijs gesteld als de kinderen iets terugdoen. Daarom leggen ze vaak een tekening voor Sinterklaas en de Pieten in de schoen, of een wortel, hooi of suikerklontjes voor de schimmel van Sinterklaas. Ook zingen zij diverse sinterklaasliedjes bij de schoen om Sinterklaas te verwelkomen. De oudste vermelding van het klaarzetten van hooi voor het paard dateert uit 1726, van haver en stro is al een halve eeuw eerder sprake.[23]

Pakjesavond / pakjesochtend

Een pakjesavond was vóór de Tweede Wereldoorlog geen algemeen verschijnsel. De crisisjaren speelden daarin een grote rol. De toenemende welvaart na de oorlog bood echter meer ruimte voor een geefcultuur, een geschenkenfeest in het kader van het oer-Hollandse sinterklaasfeest.

De schoen zetten op pakjesavond was in veel gezinnen vlak na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk. Dit ceremonieel was aanvankelijk omgeven door een sfeer van geheimzinnigheid. Sinterklaas transformeerde echter gaandeweg van onzichtbare magische brenger van wonderbaarlijke gaven tot een opa-achtige kindervriend, die de kinderen met zijn Zwarte Pieten thuis met een zak vol cadeautjes bezocht.

Ouders gaven hun kinderen in eerste instantie zelfgemaakte cadeaus en later gekochte cadeautjes. Ook grote bedrijven en volksbonden zorgden ervoor dat de kinderen van hun werknemers of leden met Sinterklaas iets kregen. Ook volwassenen geven elkaar, meestal anoniem, vaak geschenken met pakjesavond, al dan niet voorzien van een sinterklaasgedicht of verpakt als 'surprise'. Vaak wordt door middel van lootjes trekken anoniem bepaald voor wie men een cadeautje moet kopen. Nog een andere variant is het sinterklaasdobbelen. Ook op pakjesavond worden veelal sinterklaasliedjes gedraaid of gezongen.

Zweep, geweer en hobbelpaard, trom, trompet, chacot en zwaard.
Poppen en soldaten,
boek met mooie platen.
Geeft de grote kindervriend
Sint Niklaas aan 't zoete kind
Prent-historietjes voor kleine kinderen, 1857

Pakjesavond is vooral typisch voor de Nederlandse versie van het sinterklaasfeest. In België wordt gebruikelijk de ochtend van de zesde december uitgekozen als pakjesochtend. Liedjes worden hier gezongen op de avond dat kinderen hun schoentje zetten.

Sinterklaasliedjes

1rightarrow blue.svg Zie Sinterklaaslied voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Meisje zingt sinterklaasliedje met klomp voor de kachel, Nationaal Archief, 1959

Sinterklaasliedjes worden gedurende de hele sinterklaastijd gezongen, met name tijdens de aankomst en de intocht van Sinterklaas, bij het zetten van de schoen, tijdens een bezoek van Sint en Piet, en aan het begin van pakjesavond. Het zingen voor Sinterklaas is een van de belangrijkste gewoonten die met dit folkloristische feest verbonden zijn.

De liedjes worden in de eerste plaats mondeling doorgegeven, van ouder op kind.

De oudste heiligenliederen over Sint-Nicolaas stammen uit de zestiende en zeventiende eeuw. In de zeventiende en achttiende eeuw waren liedjes over de Sint als huwelijksmaker wijdverbreid. In de negentiende eeuw werden er een aantal bestaande volksliedjes over Sinterklaas opgetekend, zoals 'Sinterklaas goed heiligman', 'Sinterklaas kapoentje' en 'Sinterklaasje bonne bonne bonne'. De huidige traditionele sinterklaasliedjes stammen vrijwel geheel uit de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Het gaat om liedjes van tekstdichters als J.P. Heije ('Zie, de maan schijnt door de bomen'), Jan Schenkman ('Zie, ginds komt de stoomboot / Uit Spanje weer aan') en Katharina Leopold ('O, kom er eens kijken / Wat ik in mijn schoentje vind').

Kleding

Sint en Piet in traditionele kledij

De kleding van Sinterklaas is in hoofdlijnen gebaseerd op die van een bisschop, inclusief de pontificalia, maar vertoont enkele opvallende afwijkingen daarvan. Sinterklaas is daardoor duidelijk te onderscheiden van een echte bisschop. Opgemerkt dient te worden dat de kleding van Sinterklaas vaak om praktische redenen eenvoudiger is uitgevoerd dan hier beschreven.

Wat bij Sinterklaas doorgaans een tabberd of tabbaard wordt genoemd, is in de katholieke liturgie de soutane of toog/toga: een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is. De eigenlijke soutane heeft 33 knoopjes ("33" verwijst naar het aantal levensjaren van Christus), maar bij Sinterklaas is deze vaak eenvoudiger uitgevoerd. Wanneer de Sint gaat paardrijden, draagt hij vaak een tot broekrok vermaakte tabberd. Over de tabberd draagt de Sint een albe. De albe is met kant afgezet en eindigt tussen knieën en enkels. Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode stola. Om deze op zijn plaats te houden, draagt Sinterklaas vaak een cingel (koord met kwastjes aan het einde) om zijn middel.

Een van de grootste en opvallendste paramenten is de rode koormantel. Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee haakjes wordt vastgemaakt. De mantel heeft meestal ook nog een kap met mooie gouden franjes eraan. De mantels van Sinterklaas zijn allemaal met goud en band versierd. De binnenkant is goudgeel of wit.

Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een rode mijter. Deze wijkt zowel qua vorm als kleur enigszins af van de mijters die bisschoppen thans dragen: rode mijters worden in de Katholieke Kerk niet gedragen. Meestal zijn ze wit of een andere basiskleur met een bij de gelegenheid passende versiering. Ook de kromstaf is van oorsprong een waardigheidsteken van een bisschop dat afkomstig was van de Etrusken. De staf van Sinterklaas heeft wel een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.

Verder draagt Sinterklaas meestal zwarte schoenen en lange witte of soms paarse handschoenen. Om zijn ringvinger draagt hij een gouden bisschopsring met een robijn erin. Deze hoort traditioneel om de rechterringvinger, maar vaak draagt Sinterklaas hem links zodat hij met het handen geven niet zo in de weg zit.

In het verleden droeg Sinterklaas ook wel andere kleding, zoals te zien is op afbeeldingen uit de betreffende periodes.

Lekkernijen

Typische lekkernijen die bij het sinterklaasfeest horen zijn:

Erfgoedlijst

In november 2007 stelde het Nederlands Centrum voor Volkscultuur (VIE), tegenwoordig bekend als het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, voor om van 5 december een nationale feestdag te maken, met als argument dat het sinterklaasfeest het meest populaire volksfeest van Nederland was. In 2013 werd het Nederlandse sinterklaasfeest ingediend bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Dit centrum moest het feest goedkeuren, zodat het geplaatst kon worden op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. Het sinterklaasfeest was al eerder op de Belgische nationale inventaris geplaatst.[24] Op 15 januari 2015 plaatste het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed het sinterklaasfeest, inclusief Zwarte Piet, op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Zij deden dit op voordracht van Stichting Sint en Pietengilde.[25]

Aandacht in de media

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van sinterklaasprogramma's en -films
Sinterklaas collecteert voor arme kinderen, 1 december 1929
Polygoonjournaal over de intocht van Sinterklaas in Eindhoven, uitgezonden op 1 november 1941

Er zijn vanaf de 20e eeuw talloze televisieprogramma's rondom het sinterklaasfeest gemaakt. Ook in de bioscoop bleef de goedheiligman niet ongezien.

Nederland

Lange tijd was er op de Nederlandse televisie een standaardgroepje dat verscheen in (bijna) alle sinterklaasprogramma's: Sint Bram van der Vlugt, Hoofdpiet en Wegwijspiet. Eind jaren negentig begonnen steeds meer zenders sinterklaasprogramma's die, naast de standaardcast, ook andere karakters prominent in het verhaal betrokken. Gevolg is dat het standaardgroepje steeds minder te zien was.

Bij de publieke omroep is nog steeds één televisiesint. Vanaf 2011 nam Stefan de Walle deze rol over van Bram van der Vlugt.[noten 9] Bij het tv-programma PAU!L van Paul de Leeuw verscheen toch nog Van der Vlugt. Later werd dit Hans Kesting.

Tot de bekendste Nederlandse sinterklaasprogramma's behoren sinds eind 20e eeuw het Sinterklaasjournaal en De Club van Sinterklaas. Het Sinterklaasjournaal, uitgezonden sinds 2001, is een soort van kinderjournaal waarin allerhande zogenaamd plaatsgevonden gebeurtenissen omtrent Sinterklaas worden uitgezonden, plus kort nieuws en een weervoorspelling. Het wordt uitgezonden bij NPO Zapp op NPO 3. De Club van Sinterklaas was sinds 1999 een dagelijkse soapserie rondom Sinterklaas en de Zwarte Pieten. De jaarlijkse theatershow Het Feest van Sinterklaas sloot aan op deze serie, die datzelfde jaar (1999) bij RTL 4 begon. De Club en Het Feest werden sinds 2000 pas samen uitgezonden op Fox Kids, vanaf 2005 Jetix en in 2009 zond RTL 4 de televisieserie uit. Het Feest van Sinterklaas ging datzelfde jaar (2009) naar SBS 6 en werd tevens voor het laatst georganiseerd. Weer datzelfde jaar kwam RTL 4 met een concurrerend theatraal popconcert rondom de sinterklaassoap, genaamd Het Club van Sinterklaas Feest, maar viel voor de jeugdserie zelf het doek. In 2012 kwam er een vervolgende doorstart in de bioscoop, en Het Club van Sinterklaas Feest werd sinds 2009 een jaarlijkse traditie. Nog ieder jaar komt er een film van De Club van Sinterklaas uit in de bioscoop.

Acteurs

Jan Gajentaan was vanaf 1950 de Amsterdamse sinterklaas en tevens de eerste "nationale" televisiesinterklaas. In 1960 werd zijn rol overgenomen door Dick van Bommel (de landelijke intocht op televisie was dat jaar die van Rotterdam), maar de twee opvolgende jaren zou Gajentaan weer Sinterklaas zijn. In 1963 werd zijn rol (in Amsterdam) overgenomen door Gerard de Klerk. Vanaf 1964 was de landelijke intocht op tv elk jaar in een andere plaats, en werd Adrie van Oorschot de landelijke sinterklaas.

Rol Acteur Periode (jaren) Bekend van onder andere
Sinterklaas Jan Gajentaan 1952-1959 en 1961-1963 Landelijke Intocht, Intocht in Amsterdam
Dick van Bommel 1960 Landelijke Intocht, Intocht in Rotterdam
Gerard de Klerk 1964 Landelijke Intocht, Intocht in Amsterdam
Adrie van Oorschot 1965-1985 Landelijke Intocht / 1968 Het zoekgeraakte boek / 1970 De witte Piet / 1971 Een huis in een schoen / 1972 Het jaar van Zwarte Piet / 1973 De droom van Sinterklaas / 1977 Sinterklaas is jarig / 1978 Mikke makke marsepein / 1979 Het boek van Jaap
Bram van der Vlugt 1986-heden[26] Landelijke Intocht (1986-2010) / Diverse films, series, gastoptredens en reclames (1986-heden) / De Club van Sinterklaas (1999, 2001-2007, 2009) / Het Feest van Sinterklaas (1999-2007) / Sinterklaasjournaal (2001-2010) / Bennie Stout (2011)
Stefan de Walle[27] 2011-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Fred Butter 2000, 2008 Het Grote Sinterklaasverhaal / De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas
Fred van der Hilst 2006, 2009-heden Sinterklaas & Pakjesboot 13 / Slot Marsepeinstein / Welkom Sinterklaas
Robert-Jan Wik 2004-2008 Sinterklaas en het Geheim van de Robijn / Sinterklaas en het Uur van de Waarheid / Sinterklaas en het Geheim van het Grote Boek
Wim Rijken 2009-heden Sinterklaas en de Verdwenen Pakjesboot / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / Sinterklaas en het Raadsel van 5 December / Sinterklaas en de Pepernoten Chaos
Robert ten Brink 2010-2012 Het Club van Sinterklaas Feest
Peter Faber 2012 Sint & Diego: De Magische Bron van Myra
Wilbert Gieske 2012-heden De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter / De Club van Sinterklaas & de Pietenschool
Hans Kesting 2012-heden in show van Paul de Leeuw
Hoofdpiet Piet Römer 1968-1983 Landelijke Intocht
Frits Lambrechts 1984-1993 Landelijke Intocht
Erik de Vogel 1994-1997 Landelijke Intocht / Telekids
Don van Dijke 1998 Hallo, met Sinterklaas
Erik van Muiswinkel 1998-2015 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas / De Club van Sinterklaas
Harry Piekema 2017-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Wegwijspiet Michiel Kerbosch 1981-2006 Landelijke Intocht / Diverse films, series en gastoptredens (1981-2006) / Sinterklaasjournaal / De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas / Telekids / Sinterklaas & Pakjesboot 13
Coole Piet Diego Harold Verwoert 2001-heden De Club van Sinterklaas / Het Feest van Sinterklaas / Het Club van Sinterklaas Feest / Sinterklaas en het Geheim van het Grote Boek / Sinterklaas en de Verdwenen Pakjesboot / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / Sinterklaas en het Raadsel van 5 December / Sint & Diego: De Magische Bron van Myra / Sinterklaas & Diego: Het Geheim van de Ring
Verslaggeving Mies Bouwman 1952-1963, 1965-1972 Landelijke Intocht
Wim Quint 1964 Landelijke Intocht
Hannie Lips 1964 Landelijke Intocht
Herman Broekhuizen 1964 Landelijke Intocht
Sonja Barend 1976 Landelijke Intocht
Wieteke van Dort 1977, 1979 Landelijke Intocht
Koos Postema 1979 Landelijke Intocht
Edwin Rutten 1973, 1984 Landelijke Intocht
Voice-over en verslaggeving Aart Staartjes 1982-1983, 1985-2001 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Nieuwslezer Dieuwertje Blok 2001-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Verslaggeving Rik Hoogendoorn 2002-2006 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Jeroen Kramer 2007-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Dolores Leeuwin 2004, 2012-2015 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Chefpiet Don van Dijke 1997-heden De Club van Sinterklaas / Slot Marsepeinstein / Telekids / Sinterklaas & Pakjesboot 13 / Hallo met Sinterklaas
Huispiet Maarten Wansink 2001-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas / Zapp Sinterklaasfeest
Rijmpiet Hugo Haenen 1997-2002 Landelijke Intocht / Het Feest van Sinterklaas
Jeroen van Koningsbrugge 2005 Sinterklaasjournaal
Rare Piet Rob Kamphues 2003-2010, 2012 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Sorrypiet Marc-Marie Huijbregts 2003-2010 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Paardenpiet Anne Rats 2001-2005, 2007, 2009 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Pietje Paniek Jochem Myjer 2009-2010, 2012-2015 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal
Testpiet Beryl van Praag 2001-heden De Club van Sinterklaas / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter
Muziekpiet Wim Schluter 1999-heden De Club van Sinterklaas / Sinterklaas en het Pakjes Mysterie / De Club van Sinterklaas & Het Geheim van de Speelgoeddokter
Opa Piet Peter Faber 2014 Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Zapp Sinterklaasfeest
Paard Amerigo 1952-heden Landelijke Intocht / Sinterklaasjournaal / Het Feest van Sinterklaas / De Club van Sinterklaas / Slot Marsepeinstein / Het Club van Sinterklaas Feest

(1) voor de commerciële omroepen

Vlaanderen

Sinds 1993-1994 wordt in Vlaanderen het programma Dag Sinterklaas uitgezonden. Deze reeks eindigt op 5 december met de laatste aflevering waarin de Sint vertrekt om het snoep en speelgoed langs huizen te brengen en daarna terug reist naar Spanje. De acteur Jan Decleir speelt hierin de hoofdrol, Vlaamse kinderen groeien dan ook op met dit beeld van de goedheiligman. Naar Nederlands voorbeeld speelt hij ook mee in de Nederlandse film Het paard van Sinterklaas en het vervolg Waar is het paard van Sinterklaas?.

Acteurs

Rol Acteur Periode (jaren) Bekend van onder andere
Sinterklaas Jan Decleir 1993, 2003-heden Dag Sinterklaas
Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Zwarte Piet Frans Van der Aa 1993, 2003-heden Dag Sinterklaas
Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Ramon Iglesias Pieter Embrechts 2003-2005, 2007-2008, 2010-heden Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Conchita Garcia Els Dottermans 2004-heden Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Kapitein Paelinckx Adriaan Van den Hoof 2003, 2005-2007, 2009-heden Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Kapitein Verscheepen Tom Van Dyck 2004-heden Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen
Professor Van den Uytleg Lucas Van den Eynde 2006-heden Hij komt, hij komt... De intrede van de Sint
Sinteressante dingen

Varianten op het Sinterklaasfeest en parallellen

Nederlandse en Belgische varianten

Het sinterklaasfeest wordt in vrijwel geheel België en Nederland gevierd. In de Nedersaksische dialecten van Noordoost-Nederland wordt Sinterklaas Sunterklaos, Sunderklaos of Sunneklaos genoemd, zoals in het aangrenzende Noord-Duitsland. In het Limburgs heet hij Sinterklaos.

Het Sint Nicolaasfeest, Matthijs Naiveu, 1703

Op de Waddeneilanden wordt het sinterklaasfeest vanouds op een andere manier gevierd. Hier kent men rond 5 december Sunterklaas of Sunneklaas. In de straten lopen de mannen gemaskerd en verkleed als 'Sunneklazen', 'Klaasomes', 'Sunderums' of 'Sunterklazen' rond. Vrouwen en kinderen moeten binnenshuis blijven. Wie buiten komt krijgt 'slaag'. De uitdaging is, om toch buiten te lopen en de mannen te ontwijken. Op Ameland zijn de baanvegers, Oude Sinterklazen en omes bekend. Op Terschelling vegen de streetfegers de straten leeg voordat de Sunderums (Sintheer-omes) de huizen bezoeken. Op Schiermonnikoog wordt Klozum (Klaasoom) gevierd, hier doen ook vrouwen mee aan de maskerade. Op Texel wordt, precies een week na het sinterklaasfeest, het feest Ouwe Sunderklaas gehouden. Verkleed en gemaskerd voeren de dorpsbewoners op straat toneelstukjes op, waarin gebeurtenissen van het achterliggende jaar op de hak worden genomen. Volgens achterhaalde theorieën uit de 19e en 20e eeuw ging het om een heidens feest, bedoeld om de boze geesten te verjagen. Het gebruik stamt waarschijnlijk eerder uit de 17e en 18e eeuw, toen een groot deel van de mannelijke bevolking van het vroege voorjaar tot laat in de herfst werkzaam was op de Hollandse vloot of als walvisvaarders. Het sinterklaasfeest markeert hun thuiskomst.[bron?] Het feest was tevens bekend in Zoutkamp, vermoedelijk ook in Harlingen en op de Duitse Waddeneilanden.

In Grouw (Grou) in Friesland viert men op 21 februari Sint Piter. De broers Joost Hiddes Halbertsma en Eeltje Halbertsma (bekende volksschrijvers uit de 19e eeuw) beschrijven het feest, waarbij Sint Piter een zijden doek om het gezicht draagt en krakelingen uit Hamburg, koek, speelgoed en appels aan de kleding genaaid heeft. Hij vraagt of er stoute kinderen zijn, die meegenomen worden in de zak (zie ook man met de zak) en strooit met pepernoten als hij vertrekt. E. Halbertsma vermeldt dat in zijn jeugd tijdens Sint Pieter snoep werd uitgedeeld aan jongeren die met rommelende kettingen (of iets anders) lawaai maakten bij de deuren van huizen[28].

In Deventer was het tot en met 2010 traditie dat de intocht van Sinterklaas op 5 december plaatsvond.

Ook in Vlaanderen heeft het sinterklaasfeest concurrentie: in sommige streken, in de regio van Aalst en in de Westhoek (Ieper, Veurne en Poperinge) en in de regio van het Waasland Beveren wordt op 11 november Sint-Maarten vereerd. De bijbehorende legende is die van Martinus van Tours. Zie ook Sint-Maarten; overlapping met sinterklaasfeest.

In Wallonië is het gebruikelijk om Sinterklaas af te beelden op een ezel.[29]

Het sinterklaasfeest in andere landen

Het sinterklaasfeest wordt in verschillende vormen gevierd in een groot deel van Europa, van Frankrijk tot Bulgarije en van Italië tot Oekraïne. Maarten Luther schafte het sinterklaasfeest af in 1535; het Kerstkind wordt de brenger van geschenken. Toch bleef het gebruik bestaan. Ook werden de gebruiken rondom Sinterklaas meegenomen naar de Verenigde Staten, waar de naam in sommige gevallen verbasterde in Santa Claus (de kerstman).

In het Noord-Franse Lotharingen wordt het sinterklaasfeest gevierd op 6 december. Sint-Nicolaas is de beschermheilige van deze streek. De hulp van Sinterklaas heet Père Fouettard (de zweepvader of ranselende vader) en is een roodharige man met een woeste rode baard en een grote mantel met hoofdkap. Père Fouettard heeft drie kinderen afgeslacht[bron?] en Sinterklaas heeft deze kinderen weer tot leven gebracht, waarna Père Fouettard de hulp van Sinterklaas werd. Père Fouettard strafte stoute kinderen met de zweep (tegenwoordig geeft hij in dat geval een zweepje aan het kind).

In het Duitstalige deel van Zwitserland heet Sinterklaas St. Nikolaus of Samichlaus of Santiglaus en zit hij op een ezel. De hulp heet Schmutzli. Er worden rijmpjes opgezegd in plaats van liedjes gezongen en hij komt niet uit Spanje, maar uit het bos. Tijdens het Klausjagen (Sinterklaas-jacht) in Küssnacht wordt Sinterklaas begeleid door vier Schmutzlis, ze delen koekjes uit aan het publiek. Het Klausjagen bevat verder zweepslagen, het luiden van koebellen en het blazen op koehoorns (zoals het ossenhoornblazen, boerhoornblazen of midwinterhoornblazen). Tijdens Chlauschlöpfen wordt gepoogd Sinterklaas wakker te maken en naar het dorp te laten komen en tijdens het Chlausjagen wordt een rondgang door het dorp gemaakt door zes Chlausen.

Pelznickel (pelzen betekent ranselen en Nickel komt van Nicolaas, ook wel Belschnickel, Belznickle, Pelznikel of Belznickel genoemd) draagt in zijn zak noten en fruit en deelt dit uit op 6 december. Ondeugende kinderen krijgen klompjes kool en/of een roe (soms in hun sok).

In Oostenrijk viert men het feest van Nicolo. Diens helpers heten krampussen en zien eruit als duivels.

In Luxemburg komt Kleeschen of Zinniklos uit de hemel en bezoekt met zijn duistere gezel (Houseker of Hǒséker) het land. De persoon die de Houseker speelt wordt uitgedost als een paard en meegevoerd aan een ketting. In andere gevallen rijdt hij op een paard of probeert als schimmelrijder te verschijnen. In weer een andere vorm is hij bekleed met stro en draagt hij de ketting zelf.

In de Duitse stad Bremen, die vanwege het gereformeerd protestantisme oude banden met Nederland heeft, vieren de kinderen op 6 december het feest van Sünnerklaas. Een Zwarte Piet of Sinterklaas is hier echter niet bij. De kinderen lopen van winkel tot winkel, waarbij ze liedjes zingen en rijmpjes opzeggen. Daarvoor krijgen ze cadeautjes. Vroeger waren deze liedjes in het Nederduits, maar sinds de jaren zestig van de 20e eeuw verdween deze traditie en zongen ze voortaan in het Hoogduits. Ook in de gereformeerd-protestantse delen van Oost-Friesland wordt het kinderfeest gevierd; in Emden en Greetsiel komen de Sint en zijn Pieten per boot aan. In het aan Nederland grenzende Rheiderland richten de bakkers speciale etalages met snoepgoed in, een gebruik dat aan Nederlandse kant van de grens is verdwenen. In het vanouds Friestalige en katholieke Saterland wordt de Sint vergezeld door engelen. Vroeger werd het sinterklaasfeest ook gevierd in het lutherse Jeverland, in Butjadingen en op Helgoland, en verder in de katholieke districten Vechta en Cloppenburg.[30] In het door Nederlandse emigranten gestichte stadje Friedrichstadt in Sleeswijk-Holstein werd het feest tot in de 19e eeuw gevierd. Typerend was het verloten van speculaas, dat ook uit de Zaanstreek en Oost-Friesland bekend is.

Op de Duitse Waddeneilanden kende men tot in de 19e eeuw gemaskerde gestalten zoals op de Nederlandse Wadden, bijvoorbeeld de Klaasohmsop Borkum en soortgelijke gebruiken op Helgoland. In Noord-Friesland kende men het Hulken op het eiland Amrum en het Rummelpottlaufen, zich verkleden en maskers dragen op Sylt en Föhr, maar dan in de tijd rond kerst en Nieuwjaar. Op Wangerooge was Sunnerklaus een verklede en gemaskerde persoon, die kleine kinderen op kerstavond schrik aanjoeg; in het nabijgelegen Jeverland werd hij - kennelijk naar Hoogduits voorbeeld - Knecht Ruprecht genoemd, in Dithmarschen Pulterklas, in Nedersaksen Bullerklas, in Mecklenburg Rauklas of Aschenklas, in Westfalen Klas Bur.[bron?]

In Tsjechië verkleden kinderen zich in trio's als Sinterklaas, de duivel en een engel. Ze gaan dan op de avond van 5 december van deur tot deur om liedjes te zingen voor de bewoners. Hun beloning is snoepgoed.

De manier waarop Sinterklaas aankomt, verschilt per individueel land. Wel is het bijna altijd in een of andere vorm van een processie van een heilige, zoals die bekend is uit het katholieke geloof. De oudste intocht per boot is die van de Italiaanse stad Bari, die sinds 1087 − het jaar waarin de relicten van de heilige Nicolaas naar deze plaats werden overgebracht − jaarlijks plaatsvindt.[31] In de Duitse gemeente Blomberg is Sinterklaas sinds 1965 een begrip. Deze zogenaamde Blombergse Sinterklaas is overgewaaid uit Nederland. In de grensgebieden wordt op sommige plekken ook het sinterklaasfeest gevierd.

Hoewel in de loop der eeuwen veel Nederlanders naar Zuid-Afrika zijn geëmigreerd, is het sinterklaasfeest hier niet in de cultuur ingebed geraakt. Incidenteel wordt het wel gevierd, maar voor een duiding van het feest wordt naar de Nederlandse traditie gewezen.

In Rusland werden alle vormen van religie tijdens het communistische tijdperk onderdrukt. Zo verdween in de 20e eeuw ook Sinterklaas, om te worden vervangen door Ded Moroz (Grootvadertje Vorst), die langskomt op oudjaarsdag.

In het noorden van Italië is in sommige streken een traditie ontstaan die lijkt op het Sinterklaasfeest zoals men dat kent in Nederland en België. Sint Lucia brengt kinderen cadeaus in de nacht op 13 december, vergezeld van haar ezel en haar koetsier. Kinderen kunnen Sint Lucia een verlanglijst schrijven en laten bij het naar bed gaan sinaasappels, koekjes en rode wijn voor de heilige achter, of hooi voor de ezel. De kinderen worden gemaand vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

Germaanse en Noordse parallellen

1rightarrow blue.svg Zie ook Germaanse mythologie en Noordse mythologie
Grýla en de Jólasveinar, stoute kinderen worden meegenomen in de zak

Hoewel veel tradities in het huidige sinterklaasfeest dus teruggaan tot de heilige Nicolaas van Myra, zijn er ook elementen van feesten en vereringen van voor de tijd van het christendom in herkenbaar. Zo verwijst het rijden over de daken mogelijk naar de Noordse oppergod Odin, die deze kunst ook beheerste (zie ook Wilde Jacht en Schimmelrijder). Nicolaas' uiterlijk zou ook overeenkomen met het uiterlijk van Odin.[32] Odin reed op een schimmel, de achtbenige Sleipnir, waarmee hij door de lucht vloog. De cadeautjes voor het paard van Sinterklaas, die voor de kachel worden gezet zodat ze door de schoorsteen meegenomen kunnen worden, verwijzen mogelijk naar de offers die aan de god werden geschonken.[bron?] (Vreugde)vuren werden vervangen door een vuur, open haard.

Er bestaan echter geen historische documenten die een oorsprong in de Germaanse mythologie van de voornoemde elementen daadwerkelijk aantonen.[33] Karl Meisen verwerpt − wegens het ontbreken van historische documenten − de oorsprong vanuit de Germaanse mythologie.[34]

Hopsasa : knie- en bakerdeuntjes uit de oude doos, 1873

De overlevering van de verklaring van het sinterklaasfeest uit Germaanse gebruiken is ook beïnvloed door de nazitijd. Hoewel het sinterklaasfeest in Duitsland een kleine rol speelde, werd het net als andere traditionele feesten een onderdeel van de Groot-Germaanse propaganda. Ook in de niet nationaalsocialistische pers verschenen voor die tijd al artikelen die wezen naar een eventuele Germaanse oorsprong, maar voor de Nederlandse nationaalsocialistische volkskundigen stond die duiding van het sinterklaasfeest wel vast. De argumenten die daarvoor werden aangevoerd waren van hetzelfde kaliber als die van de pseudowetenschappelijke en propagandistische instituten Ahnenerbe en Amt Rosenberg.[35]

Overige parallellen

Varia

  • Sedert begin jaren negentig van de 20e eeuw heeft het paard van Sinterklaas in Nederland een naam: Amerigo. In de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw zijn er ook al verschillende namen voor het paard gebruikt, onder meer "Majestueuzo" en "Bianca". In Vlaanderen heet het paard Slecht Weer Vandaag.
  • Bij wijze van grap heeft het Nederlands Normalisatie-instituut een norm gemaakt waarin op humoristische wijze is vastgelegd hoe Sinterklaas gevierd dient te worden, NEN 0512 genaamd.
  • Het Belgische postbedrijf bpost heeft een aparte postcode ingesteld om kinderpost aan Sinterklaas beter te kunnen verwerken. Het gebruik ervan voorkomt dat de post eerst automatisch wordt doorgestuurd naar Spanje. Er hoeft geen postzegel op als de postcode '0612 Hemel' wordt gebruikt. Bpost bezorgt vervolgens een kleine attentie.
  • Een vroege optekening van het sinterklaasfeest in zijn huidige vorm is te lezen in Eline Vere, de debuutroman van Louis Couperus uit 1889.
  • Dick Maas bracht in 2010 de horrorfilm Sint uit, waarin hij voor het sinterklaasfeest een geheel nieuwe herkomst verzint.

Zie ook

Externe links

Jan Schenkman

Overig