Koorkap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
kerkelijk gerei

waaronder paramenten
en liturgisch vaatwerk

Monstrans
gebruikt in de liturgie

Liturgisch vaatwerk
Vasa sacra
Miskelk · Pateen
Kelklepeltje
Ciborie · Monstrans
Pyxis · Custodiale

Vasa non sacra
Ampullen · Wijwatervat
Olievaatje
Wierookvat · Ablutievat

Paramenten
Amict · Albe · Baarkleed · Cingel
Tuniek · Dalmatiek · Fanon
Kazuifel · Manipel · Stola
Gremiale · Benedictievelum
Mijter

Koorkledij
Rochet · Superplie
Koorkap · Cappa magna
Kovel

Kelkgerei
Bursa · Kelkvelum
Ciborievelum

Kerklinnen
Corporale · Kelkdoekje
Lavabodoekje · Palla
Altaardwaal

Kerkinterieur
Altaar · Ambo
Biechtstoel · Communiebank
Doksaal · Doopvont
Faldistorium
Godslamp · Hoogaltaar
Heilig Kruisaltaar
Katheder · Preekstoel
Sedilia
Tabernakel · Volksaltaar

Liturgische boeken
Altaarmissaal
Benedictionale · Brevier
Evangeliarium · Evangelistarium
Graduale · Kyriale
Lectionarium
Psalter · Rituaal
Sacramentarium · Volksmissaal

Overige
Flambouw · Processiekruis
Altaargong · Altaarschel · Sanctusbel
Wijwaterkwast · Scheepje
Doopschelp · Lessenaar
Thabor · Antependium
Paaskaars · Adventskrans

Een koorkap wordt altijd versierd en heeft een uitgesneden kaproen of schild op de rugzijde.
Voorzijde 18de-eeuws borduurwerk
De plebaan van Groningen tijdens een processie naar Warfhuizen. Hij draagt een barokke koorkap, aan Warfhuister Kluis geschonken door Gabriël Bunge

De koorkap, koormantel of vespermantel (in het Latijn pluviale, cappa of mantum) is een tot aan de voeten afhangend, wijd liturgisch gewaad dat gedragen wordt door geestelijken.

De koorkap heeft vooraan soms een rationale (sluiting van edelsmeedwerk met stenen) en achteraan een uitgesneden kaproen (in Nederland: schild). Dit gewaad wordt door priesters, diakens en subdiakens van de Rooms-katholieke Kerk en de Anglicaanse Kerk gedragen bij bepaalde plechtigheden zoals de getijden, het Asperges me, tijdens het lof en bij sacramentsprocessies, maar niet tijdens de mis. In de lutherse kerken van Scandinavië wordt de koorkap ook nog steeds gedragen, zelfs door de voorganger tijdens de mis/avondmaal. De koorkap heeft min of meer de vorm van een halve cirkel.

Bekende voorbeelden van koorkappen vindt men in Nederland in de collectie van Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Gebruik in de liturgie[bewerken]

De koorkap verschilt van de kazuifel doordat zij de vorm vertoont van een mantel die vooraan voorzien is van een sluiting.

De koorkap wordt in de gewone vorm van de Romeinse ritus (Novus Ordo Missae) niet meer tijdens de mis gedragen: de geëigende gewaden zijn dan immers de kazuifel (priester) en de dalmatiek (diaken). De tunicella (subdiaken) wordt ook alleen in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus gedragen. In deze Tridentijnse ritus is er het gebruik van de priester-assistent die wél tijdens de (plechtige) mis (met assistentie) een koorkap draagt. Ook wordt in die ritus de koorkap gedragen wanneer vóór de mis van de geloofsleerlingen de gelovigen worden besprenkeld met wijwater tijdens het Asperges me of het Vidi aquam.

Bij uitstelling van het allerheiligste in de monstrans zijn koorkap en stola wit. Voor de getijden (goddelijk officie) volgen ze de liturgische tijd van het jaar. Ook cantores mogen bij plechtige gelegenheden een pluviale dragen (eigenlijk is het zelfs hun specifieke dracht).

  • Karmelieten dragen tijdens het officie in plaats van een kovel een eenvoudige witte pluviale.
  • Cappa magna, een verlengde koorkap die door bisschoppen en kardinalen wordt gedragen bij zeer plechtige gelegenheden.
  • Sommige oosterse riten kennen een vorm van de kazuifel die precies overeen komt met de westerse koorkap.

Geschiedenis van de koorkap[bewerken]

Het woord "pluviale" komt uit het Latijn en betekent "regenmantel". Dit illustreert hoe de meeste paramenten (kerkelijke gewaden) zijn ontstaan uit de dagelijkse dracht in het Romeinse Rijk. In het middeleeuws Latijn heette het een "cappa".

De mantel werd (al dan niet met kap of capuchon) op reizen gedragen, maar vond ook zijn weg naar de liturgie. Het liturgisch gebruik van de koorkap wordt al vermeld in de 8e eeuw, maar kreeg vooral in de 9e eeuw een belangrijke plaats onder de liturgische gewaden, als eigen dracht van de cantor.

Externe link[bewerken]