Adventskrans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adventskrans
Adventskrans

Een adventskrans is een hangende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan tijdens de advent er elke week één meer wordt aangestoken. Hij wordt zowel in huis als in de kerk gebruikt. Op de laatste zondag voor kerst branden dus alle kaarsen.

Het woord 'advent' is afkomstig van het Latijnse woord adventus, komst.

Betekenis van de adventskrans[bewerken]

Christenen bereiden zich voor op de komst, de geboorte van Jezus, het licht van de wereld. Op de eerste zondag van de advent (tussen 26 november en 3 december) begint het nieuwe kerkelijke jaar.

Op de eerste zondag wordt de eerste kaars aangestoken. Elke volgende zondag komt er eentje bij. De kaarsen staan symbool voor het komende Licht.

De adventskrans is rond en symboliseert de aarde, heel de wereld. Hij staat ook voor het terugkomen van de jaargetijden. De vier kaarsen op de krans geven niet alleen de vier weken van voorbereiding aan, maar ook de vier windstreken noord, zuid, oost en west.

Tussen de kaarsen wordt soms een paars lint gedraaid om de krans. Deze kleur is de liturgische kleur van de Advent in de Katholieke Kerk. Het verdient aanbeveling de krans zo eenvoudig mogelijk te houden, zonder al te veel extra versiering zodat de symboliek van de Adventskrans niet "ondergesneeuwd" raakt. Ook het gebruik van natuurlijke materialen zoals echt dennengroen en kaarsen van bijenwas dragen aan de symboliek bij.

In België, Oostenrijk en Zwitserland bestaat hier en daar het gebruik ook in de kaarsen de liturgische kleuren te laten terugkomen: 3 paarse kaarsen en 1 roze kaars. De roze kaars verwijst naar de derde zondag in de Advent: Zondag "gaudete", waarbij de Kerk al een voorproefje neemt op de kerstvreugde.