Adventskalender

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld van een adventskalender

Het gebruik van een adventskalender is een traditie die stamt uit de 19e eeuw. Het is een hulpmiddel om in de adventstijd in huiselijke kring toe te leven naar Kerstmis, een belangrijk christelijk feest. De adventskalender traditie is van oudsher in Duitsland en Oostenrijk het sterkst aanwezig.

Advent is in het christendom de benaming voor de periode voor kerst. De naam advent komt van het Latijnse woord adventus, dat komst betekent. In de adventsperiode bereiden christenen zich voor op het kerstfeest. De adventstijd duurt maximaal vier zondagen.

De kalenders worden geproduceerd in verschillende vormen en maten. Ze bevatten luikjes waarvan er elke dag een, of in uitzonderlijke gevallen meerdere, wordt geopend. Meestal kan er in de vakjes wat chocola of een andere lekkernij worden gevonden voor kinderen. Er zijn ook kalenders die zich meer op volwassenen richten, de vakjes zijn dan vaak voorzien van spreuken of foto's. Alle uitvoeringen hebben gemeen dat ze de resterende dagen tot Kerstmis aftellen, meestal zijn dat er 24. In die zin heeft de adventskalender dezelfde functie als de adventskrans. De adventsperiode begint officieel op de zondag die het dichtst bij 30 november valt en eindigt op 24 december bij het avondgebed.

De laatste jaren heeft de adventskalender zich verspreid over een groot aantal christelijke landen, maar in toenemende mate ook over een aantal niet-christelijke landen.[bron?]