Sint-Christoffelkathedraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Christoffelkathedraal
De Sint-Christoffelkathedraal in Roermond vanaf de Markt
De Sint-Christoffelkathedraal in Roermond vanaf de Markt
Plaats Roermond
Gebouwd in 1410
Gewijd aan Sint-Christoffel
Architectuur
Stijlperiode Gotiek
Toren 85 m hoog
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Interieur van de Sint-Christoffelkathedraal

De Sint-Christoffelkathedraal in de Nederlandse stad Roermond is de hoofdkerk van het bisdom Roermond.

In 1410 werd met de bouw van een laatgotische kruiskerk begonnen als parochiekerk ter vervanging van een oudere kerk buiten de stad. Later in de vijftiende eeuw werd al overgegaan tot vergaande verbouwing van de kerk. Het koor werd tot hallenkoor uitgebouwd, het schip werd verbreed van drie naar vijf beuken. De kerk had zwaar te lijden onder oorlogsschade tijdens de Tweede Wereldoorlog. De toren werd één dag voor de bevrijding opgeblazen door de Duitsers en na de oorlog in gewijzigde vorm herbouwd. Op 13 april 1992 zorgde een aardbeving bij Roermond voor aanzienlijke schade. Een renovatie en herinrichting van de kathedraal, mede met het oog op gewijzigd liturgisch gebruik, is in 2001 begonnen en in 2016 vrijwel afgerond.

De Sint-Christoffel is sinds 1661 kathedraal, als opvolger van de niet meer bestaande Heilig-Geestkerk, die sinds de oprichting van het bisdom Roermond in 1559 als kathedraal fungeerde. De 'huidige' Heilige Geestkerk in Roermond dateert uit de twintigste eeuw. Deze fungeerde tijdens een restauratie van de Sint-Christoffelkerk korte tijd als kathedraal, maar is inmiddels aan de eredienst onttrokken en doet sinds 2011 dienst als medisch centrum.

Rampen[bewerken]

De kerk en (vooral) de toren hebben al minstens tien rampen meegemaakt:[1]

  • 1554: Stadsbrand
  • 1556: Beeldenstorm
  • 1572: Plundering door de troepen van Willem van Oranje
  • 1591: Instorting van het gewelf
  • 1614: Stormschade
  • 1892: Torenspits brand af.[2]
  • 1921: Torenspits stort in gedurende een storm
  • 1945: Bombardement
  • 1945: Vernieling torenspits door de Duitsers
  • 1992: Aardbeving

Sint Christoffelbeeld[bewerken]

Op de kathedraal staat een gouden beeld van Sint Christoffel. Het oorspronkelijke beeld werd door Theodorus Cox gegoten en in 1894 op de kathedraal geplaatst. Door een storm in 1921 werd de torenspits verwoest. Het beeld is daarna meerdere keren vervangen, vanwege stormen, branden en bomaanslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beeld dat er nu op staat is gemaakt door Jac Claessens, die ook het beeld had gemaakt dat er in de Tweede Wereldoorlog afgeschoten is.

Orgel[bewerken]

Het orgel van de Sint-Christoffelkathedraal werd in 1957 gebouwd door de firma L. Verschueren en was, naar het gebruik van die tijd, uitgevoerd met een elektro-pneumatisch speelsysteem. Dat bleek kostbaar in onderhoud en leverde een gevoelloos klavier op.

Renovatie[bewerken]

In september 2014 is de orgelkast leeggehaald voor de start van de orgelrenovatie. De windmachine is totaal vernieuwd en er werd er een nieuwe speeltafel gebouwd, met mechanische overbrenging. Daarbij wordt de toetsaanslag met houten latjes ('abstracten') overgebracht naar de ventielen, waardoor de organist voelt wat elke toets doet en de klank kan beïnvloeden met zijn toucher. Het systeem is begrijpelijk voor een betrekkelijke leek, zodat de organist zelf kleine reparaties kan doen. De klank van de orgelpijpen is opnieuw afgeregeld en het grenenhouten frame ('lagerwerk') is vernieuwd. In maart 2016 kon de grootste orgelpijp weer teruggeplaatst worden, na inzegening door bisschop Frans Wiertz. Er was toen € 300 000 opgehaald, waarmee in ruim een jaar een bespeelbare, kleine variant van het orgel opgebouwd zal kunnen worden. Voor de opbouw van het volledige orgel is dan nog € 150 000 nodig.

I Hoofdwerk C–
1. Prestant 16′
2. Prestant 8′
3. Openfluit 8′
4. Nachthoorn Gedekt 8′
5. Octaaf 4′
6. Koppelfluit 4′
7. Prestantkwint 22/3
8. Superoctaaf 2′
9. Cornet V 8′
10. Mixtuur IV-VI
11. Scherp III-IV
12. Bombarde 16′
13. Trompet 8′
14. Schalmei 4′
II Zwelwerk C–
15. Roerfluit 16′
16. Holpijp 8′
17. Salicionaal 8′
18. Zweving 8′
19. Prestant 4′
20. Baarpijp 4′
21. Roerkwint 22/3
22. Zwegel 2′
23. Terts 13/5
24. Mixtuur IV-VI
25. Cimbel III-IV
26. Dulciaan 16′
27. Trompet harm. 8′
28. Musette 4′
III Kroonwerk C–
29. Bourdon 8′
30. Kwintadeen 8′
31. Principaal 4′
32. Blokfluit 4′
33. Spitskwint 22/3
34. Doublette 2′
35. Nachthoorn 1′
36. Tertiaan II
37. Scherp III-IV
38. Kromhoorn 8′
39. Regaal 4′
Pedaal C–
40. Contrebas 16′
41. Subbas 16′
42. Zachtbas (= Nr. 29) 16′
43. Kwintbas 102/3
44. Octaafbas 8′
45. Gedektbas 8′
46. Koraalbas 4′
47. Fluitbas 4′
48. Ruispijp III-IV
49. Bazuin 16′
50. Trompet 8′
51. Klaroen 4′
52. Cornet 2′
  • Koppels: II/I, III/I, III/II, I/P, II/P, III/P

Zie ook[bewerken]