Kruisvaardersstaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kaart met kruisvaardersstaten rond 1135.

De kruisvaardersstaten of Latijnse staten waren staten die in en rond het oostelijke Middellandse Zeegebied waren gesticht door tijdelijk bijeengebrachte grote goedbewapende internationale legerkorpsen, die in opdracht van het hoofd van de Rooms-Katholieke kerk, de paus, met militair geweld gebied ver- of heroverden.[1] Deze militaire expedities werden door de kerk en haar aanhangers "kruistochten" genoemd, de geronselde soldaten en legerleiders kruisvaarders en kruisridders. De Latijnse staten bestonden tussen de elfde en de vijftiende eeuw. De aanduiding "kruisvaarderstaten" kan misleidend zijn omdat vanaf 1130 maar weinig Frankische bewoners kruisvaarders waren.

Bij de eerste grote militaire expeditie, de "Eerste Kruistocht" eigenden bepaalde legers zich in de Oriënt de volgende gebieden toe:

Later veroverde Richard Leeuwenhart ook Cyprus op de Byzantijnen en schonk dit eiland aan Guy van Lusignan, die er een koningshuis stichtte.

Nadat een leger van 250.000 man, verzameld in de Vierde Kruistocht, de meest welvarende stad van Europa, Constantinopel door een aanvalsoorlog had ingenomen, geplunderd, grotendeels verwoest en tienduizenden inwoners vermoord, werden binnen het Byzantijnse Rijk meerdere kruisvaardersstaten opgericht:

De nieuwe heersers waren voortdurend in oorlog met de omringende staten, maar tegelijkertijd werd ook handel gedreven. De nieuwe machthebbers sloegen miljoenen gouden en zilveren munten die een precieze nabootsing van de munten van de Arabieren waren.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]