Wil (begrip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De wil is het bewuste vermogen van de mens om van een gedachte of een geheel van gedachten, een plan, over te gaan naar een handeling om een toestand te bestendigen, te veranderen of te doen ingaan.

Filosofie[bewerken]

In de filosofie wordt in het algemeen aangenomen dat alleen een intelligent persoon met een bewustzijn van zichzelf, een zelfbewustzijn, iets kan willen. Dieren worden geacht alleen door instinct te worden geleid, hoewel de hogere primaten ook over enig zelfbewustzijn zouden beschikken en dus iets kunnen 'willen'. De wil van de mens is grondig besproken door talloze filosofen (en theologen). In de negentiende eeuw was de wil een van de hoofdonderwerpen van beschouwing bij onder meer Arthur Schopenhauer, Richard Wagner en Friedrich Nietzsche. Schopenhauer vormt een uitzondering op de gangbare definitie van de wil: volgens hem is alles wat leeft (dus ook planten en dieren) bezield met een wil tot leven. Volgens hem is de wil volledig gedetermineerd; er bestaat volgens hem dus geen vrije wil. Bij Nietzsche zal de idee van een wil tot leven later getransformeerd worden tot de idee van een wil tot macht.

Adolf Hitler c.s. en het fascisme van de twintigste eeuw meenden in deze beschouwingen de bevestiging te zien van hun gelijk: zie Triumph des Willens ("De triomf van de wil"), een film van Leni Riefenstahl uit 1934.

Psychologie[bewerken]

In de psychologie categoriseert Abraham Maslow met zijn piramide van Maslow de behoeften, die de wil aansturen. De wilsfunctie is grondig bestudeerd en beschreven door de psychologen Roberto Assagioli en Rollo May, allebei bekend in de school van de humanistische psychologie. Assagioli met zijn boek "Over de wil" -sturend mechanisme in het menselijk handelen- vert. van The Act Of Will (Servire, Katwijk a/z, 4de druk, 1987, ISBN 90-6325-186-6). May poneert met zijn boek "Liefde en Wil" dat de harmonische synthese van liefde en wil het hoogste is wat een mens in zijn leven kan bereiken. In de moderne cognitieve psychologie wordt wilskracht gezien als een vorm van zelfcontrole. Dit is het proces waardoor gedachten, doelstellingen of gevoelens kunnen worden onderdrukt of veranderd. Zelfcontrole wordt ook wel gerekend tot executieve functies van de mens. Vooral de frontale delen van de hersenen zouden betrokken zijn bij de regulatie van deze processen. Wilskracht en zelfcontrole gaan vaak gepaard met mentale inspanning.

Gezegden[bewerken]

  • Tegen wil en dank: met tegenzin, gedwongen.
  • Waar een wil is, is een weg.
  • Willens en wetens: opzettelijk en bewust.
  • De willekens groeien in de bossen: woordspeling met 'wilg'; gezegd om een kind te weigeren wat het wil.

Zie ook[bewerken]