Atman (hindoeïsme)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Atman (Sanskriet, n., आत्मन्, ātman) betekent: zelf, ziel, diepere essentie van ik, bewustzijn. Het is in één bepaalde betekenis synoniem met Brahman. Het zou etymologisch verwant zijn aan het Nederlandse woord "adem" of het Duitse woord "Atmen". Het is een begrip uit het hindoeïsme en het Mahayana Boeddhisme. Het heeft een universeel karakter. Het is dus niet het "ik" van slechts één bepaald persoon maar het universele "zelf" dat aanleiding geeft tot het "ik-gevoel" van iedereen.

Volgens de Advaita Vedanta filosofie is atman in zijn wezenskern identiek met het kosmische Zelf, het Brahman ('wereldziel'). Dit 'louter bewustzijn' is daarom het ware Zelf van de mensen, dat bij alle waarnemingen, gedachten en gevoelens onveranderd blijft als 'onbewogen beweger'. Aangezien atman en brahman als een en hetzelfde principe worden beschouwd, kwalificeert men de Advaita Vedanta als monistische filosofie.

Het begrip berust op de idee dat het fenomeen "ik ben hier" voor elk van ons altijd en overal waar is. Het is het waarnemend bewustzijn zelf dat - paradoxaal genoeg - zo overduidelijk op elk moment voor iedereen aanwezig is dat het bijna iedereen ontgaat. Het eeuwigheidsgevoel is ermee verbonden. Het is te vergelijken met het water waarin de vis zwemt die zich afvraagt wat het water is. Het is de pure essentie die overblijft als al het andere vergaan is of nog opnieuw moet opkomen.

De oorsprong van Atman is onzeker, tegenwoordig menen westerse wetenschappers, dat oude Germaanse nomaden, de Ariërs, de naam "atman" voor "adem" en "atmen (Duits)" (in de betekenis van pneuma en spiritus) naar India hebben meegebracht uit Europa. De algemene betekenis is die van zelf of geest. Het hoogste deel van de mens - het Zelf; zuiver bewustzijn per se. De wezenlijke en fundamentele kracht of het vermogen in de mens dat hem, en in feite ieder ander wezen of ding, het besef of bewustzijn geeft een Zelf te zijn. Het is niet het ego.

Het ego en egoïsme is een persoonlijk zelfgevoel dat vals, niet werkelijk, is. In het Sanskriet wordt het "ahamkara" genoemd en betekent "ik maker" en komt al meer dan 3000 jaar geleden in de Vedische filosofie voor. Het atman, het zelf, kan niet manifest zijn zolang ahamkara, het persoonlijk ik-gevoel aanwezig is.

Dit beginsel (Atman) is universeel; volgens theosofische leringen vloeit of (emaneert) uit Atman het begripsvermogen (buddhi) voort, en weer uit buddhi emaneert het denkvermogen (manas), en verder uit manas de begeerte (kama), en zo verder uit kama de levenskracht (prana) tot in het tijdruimtelijke waarin de manifestatie een feit wordt en een incarnatie in een (vorm en stof)lichaam kan bestaan ook door emanatie.

Atman wordt soms dus voor het universele Zelf of de universele Geest gebruikt, waarvan in Sanskrietgeschriften de naam Brahman (onzijdig) wordt gegeven, en Brahman of de universele Geest wordt ook Paramatman genoemd. Het is de bron of oorzaak van het "ik-gevoel".

De mens is door drie beginselen in de hem omringende kosmos geworteld, (de gunas), waarvan moeilijk kan worden gezegd dat ze boven het eerste of Atman staan, maar die eigenlijk de hoogste en meest verheven delen van datzelfde Atman zijn.


Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]