Non-dualisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met de term non-dualisme of non-dualiteit wordt bedoeld dat de werkelijkheid, die zich als tweevoudig aan ons schijnt voor te doen, in essentie één is (non-duaal). Het woord vindt zijn oorsprong in het Latijnse duo, dat ‘twee’ betekent, en wordt gebruikt als vertaling van de term advaita (niet-twee) in het Sanskriet. De term kan verwijzen naar geloof, toestand, theorie of kwaliteit, maar verwijst au fond naar de essentiële eenheid van iedereen en alles dat is. De tegenstellingen waar het dualisme van uitgaat, zijn – ook in het non-dualistische wereldbeeld – vaak wel praktisch voor de gewone dagelijkse gang van zaken, maar feitelijk onjuist.

De grondgedachte van non-dualistisch denken berust op de (mystieke) ervaring dat iedere vorm van tweedeling (onderscheid) geen reëel verschijnsel is, maar kunstmatig. Voorbeelden van dualisme zijn te vinden in de tweedeling tussen: het zelf (ego) en de ander; man en vrouw; goed en kwaad et cetera, terwijl de non-dualistische (mystieke) ervaring laat zien, dat iedereen en alles - naar zijn essentie - één is. Het nondualistisch denken vindt zijn oorsprong voornamelijk in Azië en is onder meer zichtbaar in het hindoeïsme (advaita vedanta) en het boeddhisme.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]