Materie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Materie is een verzamelbegrip voor datgene waaruit het waarneembare universum is opgebouwd; waarneembaar in die zin dat materie massa heeft en ruimte inneemt. Het woord 'materie' komt van het Latijnse 'materia', dat weer terug te voeren is op 'mater', moeder.

Natuurkundige opvatting van materie[bewerken]

Volgens de natuurkunde bestaat materie uit fermionen. Dat zijn deeltjes die gekenmerkt worden door een halftallige spin, zoals elektronen, muonen, protonen en neutronen. Elementaire bosonen, die de kracht overbrengende deeltjes zijn, zoals het foton en het gluon, zijn dus geen materie, hoewel ze wel energie bezitten en soms ook massa.

In de relativiteitstheorie worden massa en energie aan elkaar gelijkgesteld, in die zin dat massa in energie kan worden omgezet (annihilatie) en omgekeerd energie in massa. Massa en energie zijn volgens deze theorie dus uitwisselbare begrippen.

Natuurkundige verschijningsvormen van materie[bewerken]

Materie kan diverse aggregatietoestanden aannemen, afhankelijk van temperatuur en druk:

De scheikundige opvatting van materie[bewerken]

Materie wordt als volgt onderverdeeld:

Levende en levenloze materie op aarde, en hun recycling[bewerken]

Alle levende organismen op aarde behoren tot de levende materie. Van eencelligen als bacteriën, microscopische schimmels en fytoplankton tot de oerwouden, en het overige planten- en dierenrijk. Meercellige organismen bestaan uit verschillende celweefsels. Organismen, of levende materie, zijn onderhevig aan stofwisseling: er vindt een constante uitwisseling van materie met de omgeving plaats. De fotosynthese is het biochemische stofwisselingsproces waarmee planten en andere autotrofen anorganische stoffen (water en kooldioxide) omzetten in het organische glucose, en vervolgens ook andere biomoleculen, waarvan alle heterotrofe organismen via verschillende voedselketens afhankelijk zijn. Afgestorven levende materie of organische stof is onderhevig aan biologische afbraak. Levende materie is daarmee een onderdeel van de voedingsstoffenkringloop. De overige, levenloze, natuurlijke materie omvat alle gesteenten, het water in de oceanen en in de poolijskappen, en de gassen waaruit de aardatmosfeer bestaat. De waterkringloop is medebepalend voor de weersverschijnselen. Op geologische tijdschaal is er ook sprake van een gesteentekringloop. De koolstofkringloop tenslotte, maakt deel uit van zowel de voedingsstoffenkringloop (biomoleculen) als van de gesteentekringloop (carbonaten).

Materie in de filosofie[bewerken]

De filosofische stroming die de werkelijkheid beschouwt als voornamelijk of uitsluitend bestaande uit materie, wordt materialisme genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Het is niet zo dat materie over de hele geschiedenis op dezelfde manier werd geïnterpreteerd. De eerste omschrijving gebeurde reeds in de 4de eeuw voor Christus door de Griekse filosoof Democritus; hij zei namelijk:

"...alle stoffen zijn opgebouwd uit kleine starre bolletjes..."'

Hij noemde deze bolletjes atomen (in de betekenis van niet-deelbaar). De Griekse filosoof Aristoteles liet de opvatting van Democritus echter compleet vallen en stapte weer over naar die van Empedocles. Hij stelde dat alle stoffen uit de 4 elementen zijn opgebouwd, aarde (droog en koud), water (nat en koud), lucht (nat en warm) en vuur (droog en warm). In de 17e eeuw durfde Robert Boyle de opvatting van Aristoteles in twijfel te trekken. Hij greep terug naar het deeltjesmodel van de materie en verkondigde de overtuiging dat elke materie bestaat uit deeltjes, die zich met elkaar verbinden tot moleculen. De verschijnselen die hierdoor verklaard kunnen worden zijn steeds talrijker geworden, zodat deze theorie algemeen aanvaard wordt. Nieuwe ontdekkingen hebben deze opvatting niet meer doen wankelen. Er kwam echter wel een verplichting om de verschillende bouwstenen van de stof te onderscheiden.

Zie ook[bewerken]