Erfelijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor het politieke begrip, zie erfopvolging.
Schema met grondprincipes van de erfelijkheid (hier: autosomale vererving)

Erfelijkheid is de overdracht van zichtbare of onzichtbare eigenschappen van een generatie van een organisme naar de volgende generatie. Op populatieniveau is erfelijkheid een maat voor het aandeel van de variatie in een bepaalde eigenschap dat door genetische factoren (variatie in DNA) verklaard wordt.

Fylogenie[bewerken]

Over het algemeen worden de erfelijke eigenschappen van een organisme verkregen van hun ouders via een eicel en een zaadcel. Door horizontale genoverdracht of laterale genoverdracht kunnen ook erfelijke eigenschappen worden overgenomen van meer of minder verwante organismen.

De fylogenie onderzoekt de evolutie van organismen uit gemeenschappelijke voorouders. Een fylogenie is de beschrijving van de afstammingsgeschiedenis: hoe de ene groep organismen is ontstaan uit andere groepen. Deze kan grafisch worden weergegeven in een fylogenetische stamboom. Door horizontale genoverdracht wordt het opstellen van een fylogenetische stamboom bemoeilijkt, omdat hier sprake van is netwerkevolutie.

Erfelijkheid in de wetenschappen[bewerken]

Biologie, medische wetenschappen en psychologie[bewerken]

De wetenschap die zich met de wetmatigheden van de erfelijkheid bezighoudt, is de erfelijkheidsleer of genetica. De genetica is van wezenlijk belang in de geneeskunde en wel voor de diagnostiek naar erfelijke aandoeningen. Daarnaast wordt ook binnen de psychologie de genetica bestudeerd met betrekking tot erfelijke psychische kenmerken van mens en dier.

Wiskunde[bewerken]

Onafhankelijk van de biologische betekenis, wordt het begrip afgeleid ook wiskundig gebruikt, binnen de deelruimtetopologie.

Rol van de erfelijkheid voor organismen[bewerken]

In hoeverre lichamelijke of psychische eigenschappen van (hogere) organismen door erfelijkheid, door omgevingsfactoren of door combinatie van beide bepaald zijn, is sinds mensenheugenis een discussiepunt. Binnen de filosofie en psychologie wordt dit het Nature-nurture-debat genoemd. Deze discussie is recent verrijkt door ontwikkelingen binnen de epigenetica, een relatief nieuwe discipline die zich bezighoudt met door omgevingsfactoren veroorzaakte cellulaire veranderingen die in het genetisch materiaal opgeslagen worden.

Zie ook[bewerken]