Dementie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Dementie
Dementia
Coderingen
ICD-10 F00-F07
ICD-9 290-294
DiseasesDB 29283
MedlinePlus 000739
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Dementie (zie onder voor de uitspraak) is een verzamelnaam voor aandoeningen die gekenmerkt worden door combinaties van meervoudige stoornissen in verstandelijke vermogens (waaronder het geheugen), stemming en gedrag. Dementie komt voor bij klinische syndromen die door verschillende hersenziekten worden veroorzaakt.

De specifieke kenmerken van de verschillende combinaties worden bepaald door de aard, lokalisatie en ernst van de afwijkingen in de hersenen.

Symptomen en kenmerken[bewerken]

Bij dementie worden de symptomen onderverdeeld in eerste en tweede orde symptomen.

Symptomen van de eerste orde[bewerken]

De benaming symptomen van de eerste orde wordt gebruikt voor de symptomen die zich meestal als eerste bij alle vormen van dementie openbaren:

Agnosie is het verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden, geur et cetera te herkennen, terwijl de zintuiglijke waarneming grotendeels wel intact is en er geen sprake is van significant geheugenverlies over de betreffende waarneming

Symptomen van de tweede orde[bewerken]

De benaming symptomen van de tweede orde wordt gebruikt voor de overige symptomen die zich kunnen voordoen:

Dementie en leeftijd[bewerken]

Henne Holstege van de VUmc vertelt over het 100-plusonderzoek waarbij de mate van dementie gevolgd wordt bij 100plussers.

Dementie openbaart zich vooral op latere leeftijd. Naarmate mensen ouder worden, neemt dus ook de kans toe dat ze met een bepaalde vorm van dementie te maken krijgen. Aangezien het percentage ouderen in de bevolking van westerse landen toeneemt, krijgen steeds meer mensen met deze aandoening te maken. Omdat vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen, komt bij hen dementie ook vaker voor dan bij mannen. Te verwachten is dat als gevolg van de vergrijzing de prevalentie van dementie in de komende 20 jaar met 45% zal toenemen.

Uit recente statistische gegevens ontleend aan bevolkingsonderzoek in de Verenigde Staten blijkt ten slotte dat hoogopgeleide mannen en vrouwen niet alleen ouder worden, maar gemiddeld ook op latere leeftijd dement worden dan laagopgeleiden.

In april 2012 leggen wetenschappers een verband tussen vroege dementie en een ongezonde leefstijl.[1]

Frequentie[bewerken]

Presentator Manuel Venderbos van omroep Brabant bezoekt het simulatiehuis 'Into dementia' en een verpleeghuis.

In België zijn er ruim 150.000 patiënten met dementie. Afhankelijk van de leeftijd kan de aandoening vastgesteld worden bij:

  • vanaf 50 jaar: 2,3%
  • vanaf 65 jaar: 5% ernstige dementie, 15% lichte dementie
  • vanaf 80 jaar: 25% van de mensen.

In Nederland wordt op basis van bevolkingsonderzoek geschat dat er 179.000 patiënten met dementie zijn, 52.700 mannen en 126.400 vrouwen, dat wil zeggen 6,7 per 1.000 mannen en 15,7 per 1.000 vrouwen. Een deel woont thuis en een deel in een verpleeghuis. Het aantal personen met dementie neemt sterk toe met de leeftijd; tot wel 30-35% van de 85-plussers.[2]

Vormen van dementie[bewerken]

Oorzaken[bewerken]

Oorzaken van dementie kunnen zijn: alcohol, syfilis, trauma capitis (lett: letsel aan het hoofd), een tumor, encefalitis, aids of de ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

Een exacte diagnose is pas na de dood te stellen na sectie. Met behulp van beeldvormend medisch onderzoek kan de diagnose in combinatie met neuropsychologisch onderzoek "waarschijnlijk" dementie gesteld worden. Zonder beeldvormend medisch onderzoek kan het type dementie slechts als "mogelijk" bestempeld worden. Bij het vaststellen van dementie, wordt dikwijls een combinatie van oorzaken gevonden, bijvoorbeeld mengbeelden van vasculaire dementie en de ziekte van Alzheimer, of Lewy body-dementie met ziekte van Alzheimer of vasculaire dementie.

Van secundaire dementie wordt meestal gesproken als er een omkeerbare achteruitgang van de verstandelijke vermogens is door een behandelbare oorzaak, zoals onjuist gebruik van slaapmiddelen of andere geneesmiddelen; slecht ingestelde suikerziekte; te langzaam werkende schildklier; vitaminegebrek, bijvoorbeeld tekort aan de vitamines B1; B6 of B12; bloeding onder het schedeldak; uitdroging enzovoorts.

Met pseudo-dementie wordt meestal bedoeld dat het verminderde verstandelijke functioneren het gevolg is van een psychisch of psychiatrisch probleem, zoals een depressie.

Hoge bloedsuikerspiegels zijn direct gerelateerd aan het risico op dementie.[3]

Diagnose[bewerken]

De Mini-Mental State Examination (MMSE) wordt gewoonlijk gebruikt als deel van het diagnostisch proces, zoals ook vermeld wordt in het DSM handboek. Deze MMSE is een cognitieve test die op papier wordt afgenomen. De maximum score is 30. Lage scores duiden op meer ernstige cognitieve problemen. Bij een score van 24 spreekt men gewoonlijk van een "normaal" cognitief functioneren.In een Cochrane review van 2016 werd bevestigd dat de MMSE kan gebruikt worden om te besluiten of een 65-plusser wel of niet dementie heeft. De testresultaten moeten daarbij echter steeds in een bredere context worden gesteld. Er moet rekening worden gehouden met de persoonlijkheid, het gedrag en de zelfredzaamheid van de patiënt in zijn dagelijks leven. [4]

Behandeling[bewerken]

  • Allereerst dienen behandelbare oorzaken opgespoord of uitgesloten te worden.
  • Er is nog geen middel beschikbaar dat Lewy Body-dementie kan afremmen.
  • Er zijn geneesmiddelen (o.a. donepezil, rivastigmine en galantamine) die gebruikt worden bij de behandeling van lichte en gemiddelde geheugenstoornissen van het alzheimertype.
  • De cholinesteraseremmers, zoals donepezil, rivastigmine en galantamine zijn aanvankelijk geïntroduceerd om het cognitieve functioneren bij de ziekte van Alzheimer te verbeteren. De verwardheid, desoriëntatie en hallucinaties van Lewy Body-dementie reageren goed op behandeling met deze middelen.[5]
  • Het leervermogen van mensen met dementie is niet volledig verdwenen en kan door familieleden en verzorgers worden gestimuleerd. Theorie en praktijk zijn beschreven in (Op)nieuw geleerd, oud gedaan (2011)
  • Naast de behandelingen met medicatie zijn tal van niet-farmacologische behandelingen beschreven. Deze niet-farmacologische behandelingen zijn niet ziekte-specifiek. Ze richten zich op een breed spectrum van algemene maar belangrijke outcomes en hebben over het algemeen weinig ongewenste neveneffecten. Klassieke cognitieve training verbetert mogelijk licht de cognitieve mogelijkheden bij milde tot matige dementie op korte termijn. Op middellange termijn lijken deze verbeteringen te blijven bestaan, ook als de behandeling onderbroken wordt. Voordelen op korte en middellange termijn lijken ook op te treden bij meer specifieke onderdelen van de cognitie, zoals de verbale vloeiendheid. Er is geen bewijs dat cognitieve training enige nadelige neveneffecten of negatieve impact zou hebben op belangrijke outcomes als gemoed en welzijn. Er is eveneens geen bewijs dat cognitieve training een versnelde cognitieve of functionele achteruitgang zou uitlokken of de zorgverlener extra zou belasten. [6]

Hulp van lotgenoten[bewerken]

België[bewerken]

De Vlaamse Alzheimer Liga is pluralistisch en niet gebonden aan andere organisaties. Ze heeft samenwerkingsverbanden met andere zelfhulpgroepen en organisaties. De Liga ondersteunt de uitwisseling van kennis over en ervaring met de ziekte van Alzheimer aan de hand van familiegroepen en doet ook aan mediavoorlichting.

Nederland[bewerken]

Alzheimer Nederland is de organisatie voor mensen met dementie en hun naasten. Deze stichting geeft informatie & hulp en biedt online en offline lotgenotencontact. Daarnaast is de stichting belangenbehartiger en financiert wetenschappelijk onderzoek.

Uitspraak dementie of dementie?[bewerken]

Tegenwoordig is er in medische en paramedische kring een sterke trend om het woord met de klemtoon op de laatste lettergreep uit te spreken,[7] net als afasie, epilepsie, geriatrie enz. Deze laatste woorden komen echter uit het Grieks, terwijl dementie van het Latijnse deméntia komt. Dement en dementie zijn vergelijkbaar met eveneens aan het Latijn ontleende woordparen als coherent/coherentie, frequent/frequentie en intelligent/intelligentie. De aanbevolen uitspraak is dan ook dementie, met de klemtoon op de tweede lettergreep.[7][8]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]