Witte stof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De witte stof in deze doorsnede van het ruggenmerg omvat de nummers 4 tot en met 9 (met uitzondering van 8).

De witte stof (Latijn: substantia alba) is het deel van het centraal zenuwstelsel dat de axonen, de gemyeliniseerde uitlopers (neurieten) van zenuwcellen bevat. Deze axonen verbinden de verschillende hersengebieden met grijze stof met elkaar en geleiden de zenuwimpulsen tussen neuronen. De witte stof in de hersenen en in het ruggenmerg bevat geen dendrieten. Deze zijn alleen in grijze stof aanwezig, samen met zenuwcellichamen en kortere axonen. De witte kleur is het gevolg van de myelinescheden van de zenuwvezels.

In het ruggenmerg ligt de witte stof aan de buitenkant van de grijze stof. Hier wordt zij onderverdeeld in een voorstreng, de funiculus ventralis of anterior, een zijstreng, de funiculus lateralis, en een achterstreng, de funiculus dorsalis of posterior.

In de hersenen wordt de witte stof door grijze stof omgeven. Hier bevinden zich twee soorten witte stof. De eerste soort witte stof zijn de verbindingen tussen hersenschorsgebieden die naast elkaar liggen en wordt subcorticale witte stof genoemd. De andere soort witte stof in de hersenen verbindt delen van de hersenen die verder van elkaar liggen en heet periventriculaire witte stof. Dit komt doordat deze banen onder andere rondom de hersenventrikels liggen. Wel bevinden zich binnen de witte stof kleine gebieden met grijze stof, de nuclei.

De witte stof kan gezien worden als de delen van het zenuwstelsel die verantwoordelijk zijn voor informatieoverdracht, terwijl de grijze stof met name te maken heeft met informatieverwerking. Veranderingen in witte stof worden in verband gebracht met de ziekte van Alzheimer en andere neuro-degeneratieve aandoeningen. Ook als gevolg van ouderdom treden veranderingen in de witte stof op.

Wittestofbanen[bewerken | brontekst bewerken]

De witte stof axonen liggen gebundeld in banen. We onderscheiden drie categorieën wittestofbanen: projectiebanen, associatiebanen en commissurale banen.[1][2][3]

Projectiebanen[bewerken | brontekst bewerken]

Fasciculus arcuatus

Projectiebanen verbinden corticale gebieden met het centrale zenuwstelsel. We onderscheiden efferente banen (via deze banen sturen de hersenen het lichaam aan) en afferente banen (sensorische informatie wordt vanuit het lichaam naar de hersenen gestuurd).[3][2][1]

Associatiebanen[bewerken | brontekst bewerken]

De associatiebanen verbinden corticale gebieden binnen dezelfde hemisfeer met elkaar.[1][2][3] De zes grootste associatiebanen worden hieronder besproken.

Fasciculus arcuatus[bewerken | brontekst bewerken]

De fasciculus arcuatus verbindt de frontale en temporale gebieden. Meer specifiek verbindt de fasciculus arcuatus het centrum van Broca met het centrum van Wernicke. Deze gebieden zijn cruciaal in respectievelijk het produceren van taal en het begrijpen van taal. Schade aan de fasciculus arcuatus gaat gepaard met geleidingsafasie. Bij geleidingsafasie kunnen patiënten taal begrijpen en produceren, maar zij kunnen niet herhalen wat zij net hoorden.[4]

Fasciculus longitudinalis superior (rood) en fasciculus uncinatus (zwart).

Fasciculus longitudinalis superior[bewerken | brontekst bewerken]

De fasciculus longitudinalis superior verbindt de frontale schors, occipitale schors, temporale schors en pariëtale schors. De fasciculus longitudinalis superior kan opgesplitst worden in drie grote componenten. De eerste component verbindt de pariëtale schors met de frontale schors, de premotorische schors in het bijzonder. Deze baan loopt dorsaal. Deze wordt geassocieerd met controle van beweging. De tweede component is de grootste component van de fasciculus longitudinalis superior. Deze baan verbindt de pariëtale schors met de dorsolaterale prefrontale schors en is belangrijk in visueel-ruimtelijke aandacht. De derde component is een ventrale baan die de pariëtale schors verbindt met de frontale schors, de prefrontale en premotorisch gebieden. Deze component wordt geassocieerd met articulatie. Bij sommige opsplitsingen wordt de fasciculus arcuatus ook als een deel van de fasciculus longitudinalis superior beschouwd.[5]

Fasciculus uncinatus[bewerken | brontekst bewerken]

De fasciculus uncinatus is een U-vormige baan die de frontale schors verbindt met de temporale schors. De fasciculus uncinatus heeft belangrijke verbindingen met het limbische systeem, zoals de gyrus parahippocampalis en de amygdala. Deze gebieden zijn van belang bij respectievelijk geheugen en emoties. De fasciculus uncinatus wordt geassocieerd met sociale en emotionele verwerking, geheugen en taalverwerking. Schade aan de fasciculus uncinatus gaat gepaard met neuropsychiatrische stoornissen, zoals depressie, schizofrenie en angststoornissen. Ook geheugenproblemen worden gerapporteerd bij schade aan de fasciculus uncinatus.[6]

Fasciculus longitudinalis inferior

Fasciculus longitudinalis inferior[bewerken | brontekst bewerken]

De fasciculus longitudinalis inferior verbindt de temporale schors met de occipitale schors. Schade aan deze baan gaat gepaard met visuele stoornissen, zoals agnosie, prosopagnosie en visuele amnesie.[7][8]

Fasciculus frontooccipitalis inferior[bewerken | brontekst bewerken]

Zoals de naam doet vermoeden, verbindt de fasciculus frontooccipitalis inferior de frontale gebieden met de occipitale gebieden. De fasciculus frontooccipitalis inferior speelt een belangrijke rol bij semantische verwerking en integratie van auditieve en visuele informatie.[9]

Fasciculus frontooccipitalis Inferior

Commissurale banen[bewerken | brontekst bewerken]

De commissurale banen verbinden de twee hemisferen met elkaar. De bekendste commissurale baan is het corpus callosum. Het corpus callosum verbindt de linker hemisferische cortex met de rechter hemisferische cortex.[10][1][2][3]

Corpus callosum

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]