Pythagorisme (Pythagoras)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buste van Pythagoras

Het pythagorisme was een presocratische religieus-filosofische stroming die begon als een broederschap dat werd gesticht door Pythagoras in Zuid-Italië. De leden volgden volgens een reeks regels die reinheid beoogden en moesten een traject afleggen voordat inwijding in de belangrijkste leer mogelijk was. Geheimhouding was ook een verplichting, zodat geen geschriften van vroege pythagoreeërs zijn overgeleverd. Informatie komt vooral van (latere) buitenstaanders zoals Aristoteles. Diverse filosofen werden door de stroming beïnvloed, zoals Parmenides, Empedocles en Plato. Uit de bronnen blijkt dat naast muziekleer vooral getallenleer en geometrie belangrijk waren. Zo waren de stelling van Pythagoras en de platonische lichamen bekend. Daarnaast geloofde men in reïncarnatie en had men een vegetarisch dieet.

De heropleving van ideeën gelijkaardig aan die van de pythagoreërs wordt Neo-Pythagorisme genoemd.

Pythagoreïsche natuurfilosofie[bewerken]

Het pythagoreïsche gedachtegoed werd gedomineerd door de wiskunde, maar bevatte ook veel mystieke elementen. Op het domein van de kosmologie bestaat er veel onenigheid over de opvattingen van Pythagoras zelf, maar de meeste geleerden nemen aan dat het pythagoreïsche idee van de overdracht van de ziel te fundamenteel is binnen de stroming om beschouwd te worden als een latere toevoeging door een van Pythagoras' volgelingen. Anderzijds is het echter onmogelijk om met zekerheid de precieze afkomst van het pythagoreïsche begrip van substantie te bepalen. Het lijkt dat de pythagoreïsche opvatting begint bij de opvattingen van Anaximander over de eerste oersubstantie van de dingen als het "onbepaalde" of apeiron. De pythagoreërs stellen dat het "onbepaalde" of "onbegrensde" vorm krijgt door "begrenzing".[bron?]

Pythagoras zelf liet geen geschriften na. De werken van Parmenides, Empedocles, Philolaus en Plato, allen beïnvloed door het pythagorisme, schetsen een divers beeld van het pythagorisme. Aristoteles verklaart hoe de pythagoreërs de theorie van Anaximander over het apeiron en het peiron verder ontwikkelden:[bron?]

"...want zij [pythagoreeërs] zeggen duidelijk dat toen het ene geconstrueerd was, uit de vlakten of uit oppervlakten, of uit zaden of uit elementen die zij niet kunnen beschrijven, onmiddellijk het meest nabije deel van het onbegrensde dichterbij getrokken werd en begrensd werd door de limiet."

Hij vervolgt zijn uiteenzetting met:

"De pythagoreeërs stelden bovendien dat leegte bestaat en dat het de hemel binnendringt vanuit de onbeperkte adem - het ademt als het ware leegte in. De leegte onderscheidt de naturen van de dingen, aangezien het datgene is dat de opeenvolgende termen in een reeks scheidt en onderscheidt. Dit gebeurt in eerste instantie voor de getallen; aangezien de leegte hun natuur onderscheidt."

Wanneer het apeiron ingeademd wordt door het peiron zorgt het voor scheiding, wat ook lijkt in te houden dat het "de opeenvolgende termen in een reeks scheidt en onderscheidt". In plaats van een ongedifferentieerd geheel hebben we een levend geheel van onderling verbonden delen die gescheiden zijn door een "leegte". Deze 'inademing' van het apeiron is meteen ook wat de wereld wiskundig maakt, aangezien het aantoont dat getallen en de realiteit geconstitueerd worden op basis van hetzelfde principe: zowel het continuüm van getallen (dat bestaat uit een reeks van opeenvolgende termen, gescheiden door leegte) en het domein van de werkelijkheid, de kosmos, is een samenspel van vorm en leegheid, apeiron en peiron. Wat deze theorie wezenlijk onderscheidt van de oorspronkelijke theorie van Anaximander is dat dit samenspel van apeiron en peiron op een harmonieuze wijze (harmonia) moet gebeuren.

Hierover becommentarieert Stobaeus het volgende:

"Over de natuur en de harmonie hebben zij het volgende standpunt. Het zijn van de dingen, zijnde uitwendig, en de natuur zelf, geven blijk van goddelijke, niet menselijke, kennis - behalve dat het niet mogelijk was voor eender welk van de dingen die bestaan en bij ons bekend zijn dat ze in het bestaan zijn gekomen zonder dat er een essentie van deze dingen zou bestaan van waaruit het universum was opgebouwd, namelijk het bepaalde en het onbepaalde. En aangezien deze principes noch gelijkend, noch als van dezelfde soort bestonden, zou het onmogelijk geweest zijn voor hen om geordend in het universum te bestaan mocht de harmonie niet zijn tussengekomen - op welke wijze dan ook het in het bestaan kwam. Dingen die gelijken waren en tot dezelfde soort behoren hebben geen nood aan harmonie, maar de dingen die ongelijkend en niet van dezelfde soort waren en van verschillende orde - daarvoor was het nodig dat ze gekoppeld werden door de harmonie, als ze in een geordend universum samen gehouden moeten worden."

Een muzikale toon veronderstelt een oneindig continuüm van toonhoogten, die op een of andere manier beperkt moeten worden opdat er een toon uit voortkomt. Het cruciale punt hierbij is dat niet om het even welke reeks van beperkende principes volstaat. We kunnen niet willekeurig toonhoogtes kiezen en daaruit een toon produceren die muzikaal goed klinkt. De diatonische toon, ook bekend als de "pythagoreïsche toon", is zodanig opgesteld dat de verhouding van de hoogste tot de laagste toon 2:1 is, wat een interval van één octaaf voortbrengt. Die octaaf is op haar beurt onderverdeelbaar in een vijfde en een vierde, die respectievelijk de verhoudingen 3:2 en 4:3 hebben en die, wanneer opgeteld, terug een octaaf vormen. Ten slotte kan de vijfde ook weer verdeeld worden in drie volledige tonen, die elk corresponderen aan de verhouding 9:8 en een rest van 256:243. De vierde kan verdeeld worden in twee volledige tonen met dezelfde rest. Dit is een goed voorbeeld van een concrete toepassing van Philolaus' denken. In de termen van Philolaus betreft het samenvoegen van limiterende principes en ongelimiteerde gegevenheden combinaties in overeenstemming van verhoudingen van getallen. Dit vormt volgens hem harmonia. Op soortgelijke wijze zijn ook de kosmos en de concrete dingen in deze kosmos niet voortgekomen uit een toevallige combinatie van limiterende of begrenzende principes en onbegrensde gegevenheden, maar moeten de limiterende principes en de onbegrensdheden noodzakelijk op een harmonieuze wijze samengebracht worden opdat er een ordening tot stand komt.

Deze leer werd vastgelegd door Philolaus' leerling Archytas in een werk dat verloren gegaan is, getiteld Over Harmonie of Over Mathematica. De opvattingen uit deze theorie hebben ongetwijfeld ook Plato beïnvloed. Plato's leerling Aristoteles maakte in zijn Metafysica een onderscheid tussen de pythagoreërs en pseudo-pythagoreërs. Hij beschreef ook de "Lijst van tegenstellingen", en vermeldde dat deze waarschijnlijk toegeschreven moet worden aan Alcmaeon van de medische school in Crotona, die gezondheid definieerde als een harmonieuze staat van elementen in het lichaam.

Na aanvallen op de verzamelplaatsen van de pythagoreërs verspreidde de groep zich, maar ze hergroepeerde uiteindelijk in Tarentum, ook een plaats in Magna Graecia in Zuid-Italië. Een verzameling van pythagoreïsche geschriften handelend over ethiek, gebundeld door Taylor, toont een creatief antwoord op al deze problemen.

De erfenis van Pythagoras, Socrates en Plato werd overgenomen door de traditie van wijsheid van de gehelleniseerde Joden van Alexandrië, op grond van de bewering dat hun leer was afgeleid van die van Mozes. Via Philo van Alexandrië werd de Pythagoreïsche traditie vervolgens de middeleeuwse cultuur binnengeleid, met de idee dat groepen van dingen met hetzelfde aantal in relatie tot elkaar staan of in onderlinge overeenstemming zijn. Deze idee heeft ook duidelijk Hegel beïnvloed bij diens concept van interne relaties.

Pythagoreïsche ascese[bewerken]

Zoals andere filosofische stromingen stonden de pythagoreeërs voor beheersing van de begeerten en daarmee ook voor een eenvoudige en ascetische levenswijze. Dat ze elke luxe afwezen – verfijnde kleding inbegrepen – volgde uit hun algemene betrachting de juiste maat te houden en zo harmonie te bewerkstelligen.[1] Dit hield op zijn beurt verband met hun theorie dat getallen de ware natuur van de dingen constitueren en met hun theorie van zielsverhuizing.

Pythagoreërs waren in de antieke wereld bekend om hun onthouding van het offeren en eten van dieren. "Pythagoreeër" werd hierdoor de meest gebruikte term voor mensen die zich onthielden van het eten van vlees, tot de term vervangen werd door het woord vegetariër, omstreeks het jaar 1842. De "onthouding van bezielden" was een kernbestanddeel van het pythagorisme.[2] De omschrijving wijst op de ethische en religieuze wortel van het pythagorische vegetarisme. Het hing samen met de overtuiging dat de zielen van mensen en dieren niet essentieel verschillen en dat men dieren dus met respect moet behandelen. Verschillende legenden over pythogoreeërs die met dieren konden spreken, getuigen ervan dat ze dicht bij de dierenwereld stonden.[3] Dat ze naast het eten ook het offeren van dieren verwierpen, was sociaal problematisch in een maatschappij waarin deelname aan die offers en de aansluitende offermaaltijden tot de belangrijkste gemeenschapsvormende gebruiken behoorde. Pythagoreeërs die politiek actief wilden zijn, moesten waken over hun aanzien bij hun medeburgers en konden kennelijk dispensatie van het verbod bekomen. Het vegetarisme was dus niet absoluut binnen de stroming.[4]

Een streng taboe was gericht tegen de consumptie van tuinbonen. De reden hiervoor was al in de oudheid een raadsel, waarover druk gespeculeerd werd.[5] Soms worden gezondheidsredenen opgegeven, uitgaand van het gegeven dat de erfelijke enzymziekte favisme het nuttigen van vicia faba gevaarlijk kan maken. Meestal echter duidt men het als een religieus taboe. Dit zou verklaren waarom het verbod zelfs het beroeren van een bonenplant omvatte. Het gaf aanleiding tot verhalen over vluchtende pythagoreeërs (of zelfs de stichter zelf) die zich liever lieten inhalen en doden dan een bonenveld te doorkruisen.

De pythagoreeërs voerden zuiveringsriten uit en leefden volgens diverse regels, waarvan zij geloofden dat het voor hun ziel mogelijk zou worden om een hogere rang te verwerven onder de goden. Veel elementen van hun mysticisme lijken overeen te komen met de orfische traditie. Het orfisme bevatte eveneens diverse zuiveringsrituelen en voorbereidingsrituelen op de afdaling in de onderwereld. Naast de link met het orfisme wordt Pythagoras ook in verband gebracht met Pherecydes van Syros, die de notie van reïncarnatie zou hebben geïntroduceerd en gold als de leermeester van Pythagoras.

Broederschap[bewerken]

De pythagoreïsche filosofen vormden een besloten gemeenschap. Desondanks zouden er vele volgelingen zijn geweest van Pythagoras. Van hen zijn tweehonderd namen met stad of regio bekend dankzij een lijst van Iamblichos. Opmerkelijk is ook de aanwezigheid van de namen van minstens vijftien vrouwen, die ook deel uit zouden gemaakt hebben van de kring rond Pythagoras. Op verschillende plaatsen kreeg de religieuze orde van de pythagoreeërs ook de politieke controle over de stadstaat en werd er door heiligen geregeerd.[6]

Verder zijn er levensregels van deze religieuze orde bekend. Enkele van deze regels waren[6]:

  1. Zich onthouden van bonen.
  2. Niet oprapen wat gevallen is.
  3. Geen witte haan aanraken.
  4. Brood niet breken.
  5. Niet over gekruiste balken stappen.
  6. Vuur niet oppoken met ijzer.
  7. Niet eten van een heel brood.
  8. Geen bloemenslingers maken.
  9. Niet op een kwartmaat te zitten.
  10. Geen hart te eten.
  11. Niet over hoofdwegen wandelen.
  12. Niet toelaten dat er zwaluwen onder uw dak een nest hebben.
  13. Wanneer een pot van het vuur wordt genomen, de afdruk in de assen niet laten liggen maar terug bij elkaar roeren.
  14. Niet in een spiegel kijken waar een lamp naast staat.
  15. Bij het opstaan uit het bed het beddengoed bij mekaar rollen en de afdruk van het lichaam effenen.

Invloeden[bewerken]

  • De pythagoreïsche idee dat getallen en harmonische geluiden innig met elkaar verbonden zijn in de muziek, moet gekend geweest zijn bij luitmaker en - speler Vincenzo Galilei, de vader van Galileo Galilei. Waarschijnlijk onder beïnvloeding van het pythagorisme ontdekte Vincenzo een nieuwe wiskundige relatie tussen snaarspanning en toonhoogte, waarmee hij het idee veralgemeende dat muziek en muziekinstrumenten mathematisch kunnen gemeten en beschreven worden. Dit zou kunnen hebben bijgedragen tot het inzicht van zijn zoon Galileo dat alle fysische verschijnselen beschreven kunnen worden in mathematische taal, meer bepaald in fysische wetmatigheden. Dit hield meteen ook het begin in van de periode van de moderne fysica.
  • De pythagoreïsche kosmologie inspireerde ook de Arabische gnosticus Monoimus om dit systeem te combineren met een monisme en andere elementen om zo tot zijn eigen kosmologie te komen.
  • Het pentagram (een vijfhoekige ster) was een belangrijk religieus symbool dat gebruikt werd door de pythagoreërs.
  • Het woord 'vegetariër' werd in gebruik genomen in 1847 toen in Engeland de Vegetarian Society werd opgericht. Voorheen waren vegetariërs bekend onder de naam "Pythagoreërs".

Literatuur[bewerken]

  • Pythagoras Revived, Patrick J. O'Meara, Clarendon Press, Oxford, 1989.
  • Pythagoras : his life, teaching, and influence, Christoph Riedweg ; translated by Steven Rendall in collaboration with Christoph Riedweg and Andreas Schatzmann, Ithaca : Cornell University Press, c2005.
  • Lore and science in Ancient Pythagoreanism, Walter Burkert; transl. by Edwin L. Minar, Cambridge (Mass.), Cambridge University Press, 1972
  • Pythagoras and early Pythagoreanism, J.A. Philip, Toronto, University of Toronto Press, 1968.
  • Pythagoras and early Pythagoreanism : an interpretation of neglected evidence on the philosopher Pythagoras, C. J. De Vogel; transl. by I. T. de Vries-Kerruish e.a., Assen, Van Gorcum, 1966.
  • Pythagoras zijn leven en zijn leer, de muziek der sferen en de numerologie, Marcel Roggemans, Lulu.com, 2011, ISBN 978-1-4478-8074-5. http://www.lulu.com/product/pocketboek/pythagoras-zijn-leven-en-zijn-leer/18167164

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]