Vegetarisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Groenten, fruit en sojaproducten spelen een belangrijke rol in het voedingspatroon van een vegetariër

Vegetarisme is de voedingswijze waarbij men geen vlees (inclusief gevogelte), vis, schaaldieren en insecten eet, of voedsel waarin deze voedingsmiddelen zijn verwerkt.[1] Bijproducten van geslachte dieren, zoals dierlijk stremsel in kaas, kwark ed. en gelatine, worden ook uit de voeding weggelaten.[1] Vegetarisch stremsel wordt wel toegestaan en dit wordt op het etiket vermeld. In plaats van vlees en vis eet men plantaardig voedsel als fruit, groenten, granen, peulvruchten en noten, eventueel aangevuld met vegetarische dierlijke producten als zuivel, honing en eieren.[2] Mensen kiezen voor een vegetarisch dieet uit ethische of religieuze overwegingen. Ook kan gezondheid of het milieu een rol spelen in de overweging.

De term vegetarisme gaat terug op het Engelse woord vegetarian, waarvan het eerste deel is afgeleid van vegetable, wat "groente" betekent.[3]

Demografie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook de demografie van veganisme.

Slechts een klein percentage van de populatie in geïndustrialiseerde landen omschrijft zich als vegetariër of veganist. Zulke levensstijlen zijn gangbaarder in delen van de wereld waar religie een belangrijke rol speelt.[4] Vegetarisme kent een groeiende minderheid in het Westen. In India is vegetarisme wijdverspreid maar afnemend.[4]

  • Vlag van Europa Europese Unie: In de Europese Unie lag het aantal vegetariërs in 2013 tussen 2 en 10 procent.[4]
    • Vlag van België België: Volgens de vereniging Ethisch Vegetarisch Alternatief zou in 2012 zo'n 2 à 3 procent van de Belgen totaal-vegetariër zijn. In Vlaanderen en Brussel zou zo'n 5 tot 6 procent van de inwoners deeltijd-vegetariër zijn.[5]
    • Vlag van Nederland Nederland: Volgens een onderzoek van LEI Wageningen UR was in 2012 zo'n 4,5 procent van de Nederlandse bevolking vegetariër of veganist (red. 750.000). Daarnaast eet 14,8% hooguit een à twee dagen per week vlees.[6] Volgens een onderzoek voeren Nederlandse vegetariërs gemiddeld kleinere huishoudens, hebben vaker een hogere opleiding genoten, hebben in het algemeen een hogere socio-economische status, en gezondheid speelt vaak een belangrijker rol in hun leven dan bij vleeseters.[7]
  • Vlag van India India: In India lag het percentage vegetariërs in 2013 rond de 31 procent.[4] Uit cijfers van voor 2003 bleek dat toen nog rond de 42 procent van de bevolking vegetariër was.[8]
  • Vlag van Israël Israël: In 2010 was 2,6 procent van de bevolking vegetariër (of veganist)[9] en dat percentage heeft in de jaren daarna een sterke stijging doorgemaakt.
  • Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten: In de Verenigde Staten lag het percentage vegetariërs in 2013 tussen de 4 en 7 procent.[4] In 1994 was circa 1% van de bevolking in de Verenigde Staten vegetariër, in 2000 was dat gestegen naar 2,5% en in 2003 2,8%.[2] In 2006 was dat iets gedaald naar 2,3%.[2] In 2011 zou volgens een onderzoek van Harris Interactive naar daadwerkelijk eetgedrag, 5% van de bevolking vegetariër zijn.[10] Op de bevolking van de VS zijn dat ongeveer 16 miljoen mensen. In 2014 concludeerde US Humane Research Council echter dat 2% van de bevolking vegetariër of veganist is.[11][12] Uit onderzoek uit 2008 blijkt dat circa 6,7% van de mensen in een restaurant altijd een vegetarische maaltijd bestelt, in 1999 was dat 5,5%.[2] Onder jonge mensen schommelt het percentage vegetariërs tussen 6 en 11%.[2] In 2014 bleek 10% van de bevolking een oud-vegetariër te zijn. 84 procent van de vegetariërs hield het dieet niet vol. De helft van de oud-vegetariërs had "gezondheid" als argument, terwijl actieve vegetariërs vaker een meervoudige motivatie noemde dat ook dierenwelzijn en milieubewustzijn omvat.[11]

Motieven[bewerken]

Verdeling van opvattingen over verschillende generaties met betrekking tot de redenen om vegetariër te zijn.

Verschillende vegetarische dieetvariaties worden gekozen om verschillende redenen, afhankelijk van leeftijd, geslacht, religie, opleidingsniveau en gezondheidsopvattingen. Uit een studie uit 1992 onder Nederlandse vegetariërs bleek dat het hoogste aantal vegetariërs, 46 procent, een vegetarische voeding koos om gezondheidsredenen, 15 procent koos ervoor vegetariër te worden om redenen die met dierenrechten te maken hebben, 12 procent werd beïnvloed door familie en/of vrienden, 5 procent om ethische redenen, 4 procent uit duurzaamheidsoverwegingen en 18 procent gaf andere redenen op.[7] Hieronder een opsomming van mogelijke motieven:

  • Medeleven met dieren: dit motief kan voortkomen uit een afkeer van de wijze waarop dieren worden gehouden in bijvoorbeeld de bio-industrie en de slachtmethodes die gebruikt worden in de vleesindustrie. Daarnaast kan dit motief ook voortkomen uit een algemeen bezwaar tegen het gebruik dan wel misbruik van dieren als nutsvoorwerpen voor de mens.
  • Menselijke gezondheid: sommige studies wijzen uit dat vegetariërs gemiddeld gezonder zijn en langer leven dan vleeseters. Zo zijn er studies die erop lijken te wijzen dat de consumptie van vis en gevogelte gezonder zou zijn dan die van wild, rund- en varkensvlees. Er zijn ook studies die aangeven dat vegetariërs minder kans zouden hebben op sommige vormen van kanker (soms zelfs tot 50% minder kans) en hartklachten. Ook zou een vegetarisch dieet de kans op galstenen, nierstenen en osteoporose kunnen verlagen en is naar voren gekomen dat voor sommige mensen het niet eten van vlees bloeddrukverlagend werkt. Zie verder bij "vegetarisme en gezondheid". [13][14]
  • Wereldvoedselprobleem: het voedsel dat nu gebruikt wordt voor het fokken en het melken van dieren (lees: de vlees- en zuivelproductie) kan efficiënter aangewend worden om de honger of een voedselcrisis te bestrijden. Een dier eet zelf vele malen meer voedingsstoffen dan het via de slacht of melkproductie uiteindelijk voor de mens zal opleveren.
  • Zorg voor het milieu (lucht, bodem, water): men kan de productie van vlees zien als een belangrijke verspiller van graan, soja en water, omdat er bij de omzetting van voer en water in vlees en melk heel veel van nodig is. Als de mens zijn voedingsstoffen meer rechtstreeks via plantaardig voedsel tot zich neemt, zorgt dit voor een belangrijke afname van de druk op het milieu doordat er minder landbouwgronden en kunstmest nodig zijn. Koeien produceren tijdens hun spijsvertering het broeikasgas methaan. Het mestoverschot (ammoniak) en de gebruikte medicijnen (antibiotica) belasten het milieu nog extra.
  • Religieuze of spirituele redenen: onder andere hindoeïsme, boeddhisme en jainisme gaan uit van ahimsa (niet kwetsen) en shaucha (zuiverheid); strikt uitgelegd leiden deze nastrevingen tot een vegetarisch dieet, zoals bijvoorbeeld bij de lacto-vegetarische vaishnavieten. Joden en moslims eten geen varkensvlees, hindoes eten in geen geval rundvlees[15], jainisten zijn hoofdzakelijk fruitariërs, sommigen nuttigen nog wel melk. Ook yogabeoefenaars worden vaak om spirituele redenen vegetariër en volgen soms een speciaal yogadieet. Veel zevendedagsadventisten zijn vegetariër, hoewel de voorschriften van hun geloof het eten van vlees slechts beperken. Een bepaalde variant van geloof in reïncarnatie neemt aan dat mensen kunnen wedergeboren worden als dier. Mensen die hierin geloven, voelen schroom voor de mogelijke consumptie van een voormalig familielid.

Bezwaren[bewerken]

Onderstaande argumenten worden soms aangevoerd om geen vegetariër te worden:

  • Gezondheid: er zijn verschillende voedingsstoffen ondervertegenwoordigd in een vegetarisch dieet en een onjuist samengesteld vegetarisch voedingspatroon bergt het risico op tekorten aan deze voedingsstoffen in zich. Door de aard van het dieet is een grondige voedingskennis vereist om een uitgebalanceerd dieet te kunnen samenstellen, wat niet voor iedereen een even grote vanzelfsprekendheid is. Volgens het Voedingscentrum kan men "prima zonder vlees of vis, als je goede vervangers en andere voedingsmiddelen eet".[16]
  • Het is moeilijk om volhardend te zijn: dierlijke producten zijn zo ingeburgerd in onze samenleving dat het een hele opgave is om strikt vegetarisch te eten. Bovendien word je geconfronteerd met vragen en opmerkingen rondom dierenwelzijn en het eten van bepaalde dierlijke producten. Voor veel mensen is dit een reden om daarvan af te zien.
  • Niet zonder vlees willen: veel mensen geven aan dat vlees een onmisbaar onderdeel van hun dagelijkse voedingspakket is. Dit argument is dikwijls gebaseerd op de smaaksensatie die vlees teweegbrengt. Lekker eten zonder vlees vinden zij onmogelijk.

Voedsel[bewerken]

Het is mogelijk om vegetarisch te eten door het vlees uit de gebruikelijke maaltijd weg te laten, maar een vegetariër past meestal het voedingspatroon nog verder aan. Er wordt doorgaans veel gebruikgemaakt van graanproducten als pasta of rijst, aangevuld met peulvruchten, noten en groentes. Ook kiezen velen geregeld voor een vleesvervanger. Die term is wat verwarrend, omdat de meeste vegetariërs een voedingspatroon kiezen waarbij gevarieerd eten centraal staat. Het woord vleesvervanger suggereert dat een onderdeel uit het gangbare menu vervangen zou moeten worden. Beter is het te spreken over de essentiële aminozuren die dagelijks nodig zijn voor de aanmaak van nieuwe lichaamseiwitten. Bij de voeding over een hele dag zal een vegetariër voldoende van alle essentiële aminozuren moeten eten in ongeveer de juiste verhoudingen. Plantaardige producten zoals bijvoorbeeld quinoa en soja bevatten alle benodigde essentiële aminozuren in de juiste verhoudingen. Ook granen en peulvruchten samen, leveren voldoende zogenaamde complementaire (elkaar aanvullende) eiwitten, die de behoefte aan de juiste essentiële aminozuren in de juiste verhoudingen even goed kunnen dekken als bij het gebruik van vlees of vis. De laatste onderzoeken en inzichten laten overigens zien dat die peulvruchten en granen niet per se in één en dezelfde maaltijd hoeven voor te komen.

Zo bevatten granen de aminozuren methionine en cysteïne, die in peulvruchten minder aanwezig zijn. Die peulvruchten bevatten echter het aminozuur lysine in grote hoeveelheden, dat weer minder in granen is terug te vinden. Vaak worden in een vegetarisch gerecht noten, vegetarisch gestremde kaas, linzen en producten als tofoe of tempé, (gemaakt van de sojaboon) gebruikt als speciale bronnen van eiwit. In de hedendaagse supermarkt zijn vaak vleesvervangende producten verkrijgbaar, meestal gemaakt van soja, gluten, schimmelculturen of zuivel. Sommige zijn gevormd naar een type vlees, zoals vegetarisch gehakt of een vegetarische hamburger. Andere staan meer op zichzelf, zoals een kaasburger [met vegetarisch gestremde kaas] of gekruide stukjes tofoe.

Gezondheid[bewerken]

Vegetarisch eten

De meeste studies wijzen uit dat vegetariërs vaak fysiek gezonder zijn dan niet-vegetariërs.

Fysieke gezondheid[bewerken]

Epidemiologische studies geven aan dat een goed samengesteld vegetarisch voedingspatroon gezond en voedingskundig adequaat is.[17]

Het is niet eenduidig of dit komt door het dieet of door andere oorzaken. Zo wijken vegetariërs in de westerse wereld niet alleen qua voeding af van de doorsnee bevolking, maar ook qua opleiding, leeftijd, sociaal-economische positie en verdere levensstijl. Vegetariërs onthouden zich regelmatig ook tabak, alcohol, koffie, drugs en suikerrijke producten, waarvan bekend is dat ze invloed hebben op de gezondheid. In een onderzoek, waarin voor deze verstorende factoren gecorrigeerd werden, bleek dat een vegetarisch voedingspatroon in minstens dezelfde mate als een niet-vegetarisch voedingspatroon in de nutriëntenbehoefte kan voorzien.[17] De vegetariërs in het onderzoek zaten dichter bij de dagelijkse aanbevelingen voor een gezonde voeding dan degenen die een niet-vegetarisch dieet aten.[17]

Een aantal studies wijst uit dat vegetariërs gezonder zijn.[13][14] Vegetariërs hebben een lagere Body Mass Index dan niet-vegetariërs.[18] In het algemeen hebben vegetariërs een lager lichaamsgewicht, een lagere bloeddruk en een lagere cholesterolspiegel in vergelijking met de algehele bevolking. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan de mindere inname van verzadigd vet, cholesterol en calorieën.[19] Vegetariërs hebben een kleiner risico op overlijden aan ischemische hartziekten en hebben ook een algeheel lager sterfterisico.[19]
De intima-media-dikte is de dikte van de binnenste twee lagen (intima en media) van de wand van een slagader. Deze vaatwanddikte is gerelateerd aan de mate van aderverkalking op andere plaatsen in het lichaam, en is een belangrijke indicator voor het risico op atherosclerose. Vegetariërs hebben een dunnere slagaderwand naarmate ze langer vegetariër zijn.[20]

Een voedingspatroon zonder vlees en vis en rijk aan fruit, groenten en noten heeft een ontstekingsremmende invloed.[19] Uit sommige studies blijkt ook dat vegetariërs minder ontstekingsgerelateerde stoffen, zoals C-reactief proteïne in hun bloed hebben.[18]

Mentale gezondheid[bewerken]

Een studie toont aan dat mensen die in westerse culturen een vegetarisch dieet volgen ook vaker te maken hebben met depressies, angststoornissen en somatoforme stoornissen. Het onderzoek vond echter geen oorzakelijk verband met het dieet en wijst erop dat vegetariërs vaker vrouw zijn, vaker single zijn, en vaker in stedelijke gebieden wonen. Ook kan de striktheid van een vegetarisch dieet aantrekkelijk zijn bij bepaalde stoornissen.[21][22][23]

Nutriëntenvoorziening[bewerken]

Ovo-lacto-vegetariërs die maar weinig zuivel of eieren consumeren, hebben mogelijk extra vitamine B12 nodig. Zwangere en/of lacterende vegetariërs hebben een grote kans op vitamine B12-deficiëntie omdat ze een verhoogde behoefte hebben.[24]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek vegetarisme op in het WikiWoordenboek.