Veganisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fruit, groenten, noten en granen zijn bouwstenen van veganistische voeding

Veganisme is een levenswijze waarin gestreefd wordt naar het vermijden van het gebruik van dierlijke producten.[1] Als zodanig gelden eerstens delen van het dierenlichaam of producten die daarvan vervaardigd zijn (zoals vlees, gelatine, leer, bont en wol) en tweedens door dieren voortgebrachte producten, zoals zuivel en honing. Vaak worden alternatieven gevonden in het gebruik van plantaardige voedingsmiddelen en materialen. Voor de meeste veganisten zijn ook door hen wreed geachte, niet met dierlijke producten samenhangende menselijke gedragingen ten opzichte van dieren taboe, zoals dierproeven.[2]

Etymologie en geschiedenis[bewerken]

De term "veganisme" is de Nederlandstalige versie van het Engelse woord "veganism".[3] Dit woord is op zijn beurt ontleend aan de term "vegan", die in 1944 voor het eerst werd voorgesteld door Donald Watson, een voorvechter van dierenrechten, die toentertijd samen met anderen doende was in Engeland de eerste (en nu dus oudste) vereniging van veganisten ter wereld op te richten, onder de naam The Vegan Society.

Met de term doelde Watson aanvankelijk op "een vegetariër die ook geen zuivel consumeert". Vandaar dus de van het woord "vegetarian" (vegetarisch) afgeleide nieuwe term "vegan" (veganistisch). Later omschreef Watson veganism als: "the doctrine that man should live without exploiting animals" (de doctrine dat de mens zou moeten leven zonder het uitbuiten van dieren)."[4] Inmiddels hanteert de Vegan Society als definitie van het veganisme:

Aanhalingsteken openen ... a way of living that seeks to exclude, as far as possible and practicable, all forms of exploitation of, and cruelty to, animals for food, clothing and any other purpose.
(Vertaald: ... een levenswijze, die ernaar streeft voor zover mogelijk en uitvoerbaar alle vormen van exploitatie en wreedheid ten opzichte van dieren in verband met voeding, kleding, of enig ander doel, uit te sluiten)
— The Vegan Society[5]
Aanhalingsteken sluiten

Het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal definieert veganisme sinds 1999 als de "leer, levenswijze van vegetariërs die geen dierlijke voedingsmiddelen consumeren en ook andere dierlijke producten (als leer, wol, zijde e.d.), voor zover praktisch haalbaar, niet gebruiken."[1]

In de eenentwintigste eeuw is de belangstelling voor het veganisme geleidelijk aan verder toegenomen, hetgeen onder andere blijkt uit een ruimer aanbod van veganistische voedingsmiddelen in supermarkten en een toegenomen verkrijgbaarheid van veganistische gerechten in restaurants in vele landen.[6][7]

Levenswijze[bewerken]

Veganisme beïnvloedt voornamelijk de keuze voor een voedings- en kledingwijze, in die zin dat noch dieren[noot 1] zelf, noch dierlijke melk en eieren als voedsel gebruikt worden, terwijl op het gebied van kleding het gebruik van materialen waarvoor een dier gedood moet worden (zoals leer, bont, dons en ivoor) zoveel mogelijk vermeden wordt. Materialen die ook verkregen kunnen worden zonder dat het dier gedood hoeft te worden (zoals scheerwol en angorawol) worden in principe eveneens afgewezen omdat ze samenhangen met het (in gevangenschap) houden van de desbetreffende dieren, terwijl het weghalen ervan dierlijk leed veroorzaakt, doordat het op een onnatuurlijke en vaak pijnlijke wijze gebeurt.

Daarnaast kan de levenswijze ook van invloed zijn op keuzes met betrekking tot vervoermiddelen, werkkrachten, sportattributen, amusementsattracties en huisdieren. In al deze gevallen wordt het gebruik van dieren als zodanig (bijvoorbeeld als postduif, rijpaard, trekpaard, trekos, sportvis, sportduif, circusdier, dansende beer, enzovoort) door "veganisten" (zoals de volgers van deze levenswijze genoemd worden) in principe afgewezen. Bij de keuze tussen meerdere verkrijgbare merken van bepaalde consumentenartikelen (waaronder vooral ook cosmetica) speelt voor veganisten een belangrijke rol of het merk al dan niet erom bekend staat dat zijn producten "Dierproefvrij" zijn, oftewel vervaardigd zonder dat er verminkende en/of dodelijke testen zijn uitgevoerd op dieren.

Veganisme komt meestal voort uit een diervriendelijke ideologie. Wat het veganisme betreft behoren dieren op geen enkele manier door mensen geëxploiteerd te worden,[8] hetgeen erop neerkomt dat ze hun natuurlijke vrijheid houden of (terug) krijgen.

Populariteit[bewerken]

Veganisme is waarschijnlijk het populairst in Israël, waar in 2015 vijf procent van de bevolking zich identificeert als veganist. In Amerika, Verenigd Koninkrijk en Duitsland zou respectievelijk 2%, 2% en 1% van de bevolking veganist zijn.[9] In 2014 schatte de Vereniging voor Veganisme dat zo'n 45.000 Nederlanders veganist zijn.[10]

Veganistisch dieet[bewerken]

Het dieet van een veganist bestaat volledig uit voedsel dat niet van dieren afkomstig is. Het sluit daarbij naast vleesproducten ook vis, gevogelte, schaaldieren (zoals garnalen), weekdieren (zoals mosselen) en insecten uit van het menu. Verder worden evenmin producten genuttigd die iets bevatten dat een dierlijke afkomst heeft, zoals zuivel, eieren, honing, dierlijke gelatine, dierlijk stremsel, en levertraan. In medisch opzicht bevat het dieet geen dierlijke eiwitten.[11] Vaak worden de uitgesloten dierlijke voedingsmiddelen vervangen door plantaardige alternatieven, zoals melkvervangers, tofoe of egg-replacerpoeder.

Het gebruikelijke assortiment aan plantaardige voedingsmiddelen (voornamelijk alle soorten fruit, noten, granen en groente) wordt in veel gevallen verbreed met minder gebruikelijke middelen (sojabonen, andere peulen, en specerijen) om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Voorbeelden zijn het calciumrijke chiazaad, maar ook groenten zoals broccoli, spinazie en Chinese kool bevatten relatief veel calcium. Een bron van omega-3 wordt gevonden in lijnzaadolie, koolzaadolie en walnoten.

Inspiratie voor veganistische maaltijdrecepten wordt ook wel opgedaan bij exotische keukens uit landen waar gewoonlijk minder vlees gegeten wordt (bijvoorbeeld de Indische keuken).

Typische gerechten[bewerken]

Gezondheid[bewerken]

Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
1rightarrow blue.svg Zie ook Vegetarisme#Vegetarisme en gezondheid

Veganistische voeding blijkt de belangrijkste parameters die samenhangen met diabetes en hart- en vaatziekten in gunstige zin te beïnvloeden. Met name de bloedsuikerspiegel, lipiden in het bloed (waaronder cholesterol), de bloeddruk en het lichaamsgewicht.[12] Dit is ook het geval wanneer diabetes zich al heeft ontwikkeld.[12]

Bij een Amerikaanse enquête naar voedselinname, gepubliceerd in 2014, bleek een veganistisch dieet het hoogste te scoren op de gezondheidsindexen "Healthy Eating Index 2010" en "Mediterranean Diet Score". Het dieet scoorde voornamelijk goed vanwege zijn lagere energiegehalte, een betere samenstelling van de vetten, het geringste aantal proteïnen en het grootste aantal vezels.[13]

Vergeleken met vegetarische diëten, blijkt een veganistisch dieet minder verzadigd vet en cholesterol te bevatten en meer vezels. Veganisten zijn over het algemeen slanker, hebben een lager cholesterolgehalte in het serum, een lagere bloeddruk en een verminderde kans op een hartziekte.[14]

Door de lage calorische waarde is de kans op obesitas kleiner. Ook de met obesitas gerelateerde welvaartsziekten (zoals diabetes en hart- en vaataandoeningen) komen minder vaak voor. Zowel de bloeddruk als de inname van LDL-cholesterol is lager bij personen die een plantaardig dieet volgen.[15][16] Voor de kans op de meeste kankers is er vermoedelijk een positief effect merkbaar, zeker in vergelijking met personen die een gemiddeld westers dieet volgen.[17][18] Wanneer men het veganistisch dieet vergelijkt met een vegetarisch menu én een menu met vleesconsumptie, dan zijn de gezondheidsvoordelen van puur plantaardig voedsel nog duidelijker.[19]

Deficiënties[bewerken]

Een onevenwichtig veganistisch voedingspatroon kan tekortschieten in de voorziening van diverse belangrijke voedingsstoffen. Een veganistisch dieet is doorgaans rijker aan magnesium, foliumzuur, de vitaminen C en E, en ijzer.[20] Maar is doorgaans armer aan proteïnen, vitamine B12,[13][14], omega 3-vetzuren, vitamine D, en calcium.[20] In sommige gevallen kan ook een tekort aan ijzer of zink ontstaan.[13][14]

Vitamine B12-deficiëntie

Een veganistisch dieet heeft geen voedingsbron voor Vitamine B12. De vitamine is uitsluitend aanwezig in dierlijk voedsel. Zonder aanvulling leidt een veganistisch dieet tot een vitamine B12-tekort. De voorraden in de lever zijn na twee à vijf jaar uitgeput. Aan sommige voedingsmiddelen die vooral veganisten gebruiken wordt vaak vitamine B12 toegevoegd, zoals sojamelk en edelgistvlokken. Vitamine B12 in voedingssupplementen wordt geproduceerd door bacteriën en is derhalve niet strijdig met het veganistische principe.

Vitamine B12 is nodig bij onder meer de opbouw van zenuwcellen. Een tekort aan vitamine B12 kan zich onder meer uiten in cognitieve stoornissen (o.a. geheugenverlies), neurologische problemen (o.a. tintelingen, coördinatiestoornissen, ataxie) en via een verhoogd homocysteïnegehalte in een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Een aantal van de gevolgen van B12-tekort zijn van zeer ernstige aard en onomkeerbaar.[21]

Mensen met een gebrek aan vitamine B12 kunnen wel deze vitamine hebben in hun eigen uitwerpselen. Dit komt doordat bacteriën die B12 produceren zich pas in de darmflora bevinden, terwijl vitamine B12 enkel in het begin van het darmstelsel wordt opgenomen.

Praktische overwegingen[bewerken]

Het naleven van het veganistische principe is niet in alle gevallen praktisch toepasbaar. Zo brengt een rechtlijnige afwijzing van dierproeven met zich mee dat geen gebruik gemaakt wordt van (medicamenteuze en bestralings-)behandelingen in de gezondheidszorg, wanneer die eerst op dieren zijn getest.

Motieven voor veganisme[bewerken]

Er zijn meerdere beweegredenen die mensen tot een veganistische levenswijze kunnen doen besluiten. De twee meest genoemde zijn dierenwelzijn en gezondheid. Minder vaak worden de wereldvoedselsituatie en het milieu genoemd.[22]

  • Dierenwelzijn. Dit is de meest genoemde reden om voor het veganisme te kiezen. Het gaat hierbij om bezwaren tegen toegebracht leed en schade aan dieren bij de vervaardiging van dierlijke producten.
  • Gezondheid. Dierlijk voedsel bevat doorgaans dermate veel vet, dat de kans op gezondheidsproblemen (die samenhangen met de consumptie van een teveel daaraan) aanmerkelijk kleiner is wanneer men kiest voor een voedingspatroon waar geen dierlijk voedsel deel van uitmaakt.[bron?]
  • Wereldvoedselprobleem. Hierbij wordt aangenomen dat er sprake is van voedselschaarste door gebrek aan goede landbouwgrond en dat veeteelt proportioneel veel landbouwgrond in gebruik neemt. Bij vervanging van dierlijke producten door plantaardige met gelijke voedingswaarde is twee tot twintig keer minder landbouwgrond nodig, afhankelijk van het product. Met daarbij de kanttekening dat sommige gronden zo marginaal zijn dat ze voor tuinbouw niet geschikt zijn maar wel voor veeteelt. Dierlijke voeding leidt dus tot een grotere ecologische voetafdruk dan plantaardige.[bron?]
  • Milieu. De keuze voor een veganistisch voedingspatroon kan een manier zijn om aanmerkelijk minder bij te dragen aan het broeikaseffect, aangezien men dan niets (meer) afneemt van de veeteelt, welke geldt als een der ernstigste veroorzakers van genoemd effect.[23]

Verwante levenswijzen[bewerken]

Twee nauw aan het veganisme verwante voedingsprincipes zijn het vegetarisme en het fruitarisme. Enerzijds gaat het veganisme op voedingsgebied iets verder dan het vegetarisme, doordat naast geen dieren zelf ook geen dierlijke voortbrengselen als melk, eieren en honing gebruikt worden, anderzijds gaat het fruitarisme nog weer verder dan het veganisme, doordat het naast alle soorten dierlijk voedsel ook de soorten plantaardig voedsel afwijst waarvoor planten gedood of beschadigd moeten worden.

Overigens is ook het raw-foodisme, oftewel het rauw en dus in onverhitte vorm consumeren van de voeding die men gebruikt, een voedingsprincipe dat nogal wat veganisten mede aanhangen; dit niet in de laatste plaats doordat juist de meeste soorten plantaardig voedsel zich bij uitstek lenen om in hun natuurlijke vorm geconsumeerd te worden.

Veganisme in religie[bewerken]

Enkele godsdiensten hebben verwantschap aan het veganisme. Het boeddhisme predikt om al wat leeft zo voorkomend mogelijk te bejegenen. In wezen impliceert een consequente naleving hiervan een veganistische houding ten opzichte van dieren. Ongeveer hetzelfde is het geval bij het jaïnisme uit India. Volgens een islamitische traditie zou Mohammed gezegd hebben dat wie goed is voor dieren, goed is voor zichzelf.[24][25] Desondanks is veganisme onder moslims niet wijdverspreid. Bijbelvorsers zullen ter staving van hun persoonlijke keus voor het veganisme in dat geschrift, teksten vinden als Spreuken 12:10: "De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed."

Veganisten[bewerken]

Bekende voorvechters van het veganisme zijn Gary Yourofsky, Melany Joy, Tim Shieff, Phillip Wollen en kookboekenschrijfster Isa Chandra Moskowitz. Bekende veganisten zijn onder andere de politici Bill Clinton[26] en Al Gore, de actrice Demi Moore, acteur Brad Pitt, de Britse zangeres Ellie Goulding, Paul Watson oprichter van Sea Shepherd, en bovengenoemde Donald Watson, de bedenker van de term "vegan(isme)".

Nederland telt ongeveer 16 duizend veganisten.[27] De belangen van veganisten worden in Nederland ondersteund door de Nederlandse Vereniging voor Veganisme. Bekende Nederlanders die veganist zijn, zijn politica Marianne Thieme[28], filosoof Floris van den Berg en presentatrice Milouska Meulens.[29] De veganisten Lisette Kreischer, Lisa Steltenpool, Boele Ytsma en Constantia Oomen[30] hebben boeken geschreven over deze levenswijze.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Met "dieren" wordt niet perse alle organismen uit het dierenrijk bedoeld; voornamelijk gaat het om de voelende organismen.

Referenties[bewerken]