Presocratische filosofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Filosofie
Banner-philosophy.png
Geschiedenis van de filosofie
Westerse filosofie Presocratische filosofie
Antieke filosofie
Middeleeuwse filosofie
Renaissancefilosofie
Moderne filosofie
Hedendaagse filosofie
Oosterse filosofie Hindoeïsme
Chinese filosofie
Japanse filosofie
Confucianisme
Taoïsme
Boeddhisme
Zoroastrisme
Arabische filosofie
Indische filosofie
Religieuze filosofie Christelijke filosofie
Joodse filosofie
Islamitische filosofie
Categorie filosofie Boeken
Filosofen
Stromingen
Portaal  Portaalicoon  Filosofie

Presocratische filosofie is de naam die gegeven wordt aan de oud-Griekse wijsbegeerte die aan Socrates (469 - 399 v.Chr.) voorafging. Daartoe behoren overigens ook enkele tijdgenoten van Socrates (zoals Democritus) die wegens hun denken toch gerekend worden tot deze groep van presocraten of presocratici. (Oudgrieks: "προσωκρατικοι φιλόσοφοι" - prosôkratikoì philósophoi = voorsocratische filosofen.)

Inleiding[bewerken]

Algemeen wordt aangenomen dat met dit oud-Griekse presocratische denken vanaf ongeveer 600 voor onze jaartelling in de Griekse kolonies rond de Ionische Kust van Klein-Azië, op Sicilië en in Zuid-Italië de zogeheten westerse filosofie begint.

Vanaf de 4e eeuw v.Chr. verschoof de belangstelling voor deze filosofie steeds meer naar die van Plato, Aristoteles en hun leerlingen. Bijna vijftienhonderd jaar lang komen de presocratische wijsgeren nauwelijks nog aan bod, ook al omdat bijna al hun teksten zeer beknopt, dikwijls duister en alleen "uit tweede hand" (via citaten) overgeleverd zijn.

Friedrich Nietzsche is de eerste die sinds zeer lange tijd weer aandacht vraagt voor de presocratici. Omstreeks 1870 geeft hij in Bazel een college over Die vorplatonische Philosophen mit Interpretation ausgewählter Fragmente.

Van groot belang voor herontdekking van en belangstelling voor deze wijsbegeerte is de uitgebreide driedelige uitgave van Hermann Diels, Die Fragmente der Vorsokratiker uit 1903, na honderd jaar nog steeds hét standaardwerk wat betreft de overgeleverde teksten. Dankzij deze publicatie is de term presocratische filosofie gangbaar geworden. Daarnaast hebben ook de colleges en geschriften van de Duitse filosoof Martin Heidegger vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw veel bijgedragen tot nadere bestudering, hoewel sommige van diens interpretaties omstreden zijn.[1]

De indeling van de Griekse filosofie in presocratisch en socratisch denken berust op een dictum van Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) dat "Socrates de wijsbegeerte van de hemel naar de aarde heeft gehaald": ontologie ("zijnsleer") wordt vervangen door meer "praktische filosofie". Tegen Cicero's stelling valt nogal wat in te brengen, omdat beide elementen in de twee richtingen aanwezig zijn.

Binnen het oud-Griekse (voorsocratische, voor-klassieke) denken komen onder meer voor: mathematica, kosmologie, kosmogonie, natuurfilosofie, ethiek en andere grondvragen van de wijsbegeerte.

Een geliefd onderwerp was het zoeken naar de oergrond, de Аρχή (Archè), van alle bestaan. Zo meende Thales die in het element water te vinden, Anaximander in het Apeiron (een soort oneindige materie) en Anaximenes in lucht. De presocratici worden om die reden gezien als de eersten in de westerse filosofie die alomvattende theorieën over de wereld formuleerden, een wereld die zij met hun rede probeerden te begrijpen. Daarom vertegenwoordigen de presocratici zeker niet een "primitief" voorstadium van de filosofie zoals we haar nu kennen.

Friedrich Nietzsche was van mening dat de presocratische filosofie gezond en aards was, in tegenstelling tot de latere filosofie die meer gericht is op het bovenaardse. Martin Heidegger vond dat het "ware denken" vanaf Socrates verloren was gegaan en dat men daarom zou moeten terugkeren naar dit oud-Griekse begin als bron voor échte filosofie.

Een groot probleem blijft overigens dat van geen van de presocratici authentieke, volledige geschriften bewaard zijn gebleven. Alle kennis over deze filosofen komt van fragmenten uit de geschriften van onder andere Aristoteles en Diogenes Laërtius en we kunnen moeilijk nagaan in hoeverre hún citaten door hun eigen interpretatie beïnvloed is.

Van mythos naar logos[bewerken]

Waarom wordt gezegd dat met het denken van de presocratici de westerse filosofie een aanvang neemt?

Met het gevaar voor te sterke vereenvoudiging kan men toch wel stellen dat zich vanaf ca. 650 v.Chr. rond de Ionische Zee een fundamentele verandering voltrok in het wereldbeeld van de denkende Grieken. Tot dan toe werd het wereldgebeuren vooral verklaard door en toegeschreven aan handelingen van een groot aantal goden, zoals beschreven in de vele verhalen van de Griekse mythologie. Vanaf de 7e eeuw v.Chr. trad er echter een duidelijke kentering op. Men ging pogingen doen om de natuur en het leven zelf te doorgronden. Bij de presocratici speelden de goden, -die 150 jaar eerder nog bij Homeros het lot van Troje bepaalden-, geen wezenlijke rol meer. Men probeerde de wereld en het wereldgebeuren vanuit de natuur zélf met behulp van de rede te verklaren en er een wetmatigheid (logos) in te vinden.

De presocratici legden de fundamenten voor de wetenschap, en de wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid. Kernbegrippen die zij introduceerden zijn aletheia en logos. Deze begrippen stelden zij in de plaats van de conventionele mythologie. Zij gingen de concurrentie aan met priesters en orakels. Een mens kan zelfstandig tot inzicht komen in de structuur van de werkelijkheid. Het waarom van bijvoorbeeld een zonsverduistering werd niet gezocht in de streken van een god, maar in puur materiële verhoudingen.

De kosmos, maar ook de aardse natuurverschijnselen worden niet gestuurd door goden, en zijn ook geen verschijning van goden. Het is niet een onsterfelijk, oppermachtig wezen dat iedere dag van horizon naar horizon trekt; het is een vurige bal. De werkelijkheid bestaat simpel uit dingen, die veranderen als gevolg van wetmatigheden, en niet als gevolg van goddelijke autoriteiten.

Hoe is dit afstand nemen van het mythische denken te verklaren?

Van belang daarbij is o.a. de omstandigheid dat de Griekse kolonisten aan de Ionische kusten ijverig handel dreven met allerlei gebieden rond de Middellandse Zee. Hierdoor had men contacten met o.a. het Griekse moederland, maar daarnaast ook met niet-Griekse culturen in Voor-Azië, Egypte, Fenicië en Zuid-Italië, die een belangrijke invloed zouden uitoefenen.

Natuurwetenschap[bewerken]

Voor die handelscontacten was nadere kennis nodig van geografie, weer, windrichtingen, maanstanden, rekenen enz. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het verlangen naar feitelijke kennis zich in eerste instantie naar deze zaken uitstrekte. In deze tijdsfase overheerste daarom vooral natuurwetenschap. Zo moest men bijvoorbeeld kunnen berekenen met welke windrichting men een bepaalde afstand binnen een zekere tijdsduur volgens een bepaalde koers zou kunnen afleggen. Overigens stonden de "oude Grieken" zeker niet alleen aan de wieg van deze wetenschappen. Het staat vast dat zij via het Voor-Aziatische achterland (bv. de Assyrische, Babylonische, Sumerische en zelfs Indiase cultuur), de nodige kennis hebben overgenomen.

Enkele voorbeelden:

Thales van Milete voorspelde de zonsverduistering op 28 mei 585 v.Chr. Hij berekende de hoogte van de piramiden aan de hand van hun schaduw. Hij verdeelde het jaar in 365 dagen.
Anaximander tekende de eerste "westerse" geografische kaart en stelde de aarde voor als een cilinder met een hoogte van driemaal de doorsnede. Verder verklaarde hij dat mensen een ontwikkeling hadden doorgemaakt vanuit de vissen.
Pythagoras probeerde via een mathematisch systeem alles tot cijfers te herleiden. Bekend is de "Stelling van Pythagoras", maar even belangrijk is zijn eerste mathematische beschrijving van het systeem van toonladders.

Zoektocht naar de Archè[bewerken]

De presocratici zijn van belang omdat ze eveneens een aantal tot vandaag fundamentele vragen hebben opgeworpen over onder andere het veranderlijke en het blijvende, beweging en rust, het vele en het ene, het worden en het zijn.

Een van die vragen, namelijk die over het veranderlijke en het blijvende, bleek gelijktijdig een intrigerend paradox te bevatten. In de veranderlijke dingen in de realiteit merkt men gelijktijdig ook op dat achter alle veranderlijke dingen ook iets blijvend is. Meer bepaald een oerstof of Archè. Deze is volgens de presocratici overal identiek, de bron van alles wat leeft. De Ioniërs zoeken het wezen van de Archè en geven daar hun visie over:

Vroege natuurfilosofen:

Thales : water of het vochtige is de Archè of oorsprong van alles. Zijn bevindingen kunnen we met verschillende voor zijn tijd verstaanbare oorsprongen staven. 1. In de Mesopotamische en Egyptische beschavingen is water van cruciaal belang. Tevens in de mythologie van beide is de Aarde ontstaan uit oerwateren. 2. In de Griekse mythologie is god Oceanus Ilias de oorsprong van alles. 3. Organische wezens hebben water nodig om te overleven. 4. water kan verschillende gedaantes aannemen: bedampen of bevriezen.

Anaximander: het "apeiron" (ἀπειρον) (onbepaalde, grenzeloze, oeverloze waarin geen oriëntering bestaat). Ontstaan en vergaan geschiedt vanuit een grenzeloos tijdsgebeuren (ἐξ ἀπειρου ἀιονος); ze horen bij elkaar: alles is afgesplitst van dat onbepaalde.

Anaximenes : lucht (= element tussen extremen aarde en vuur) is de oerstof of archè verantwoordelijk voor veranderingen.Veranderingen die enerzijds ontstaan door een verdichtingsproces: een afkoeling waardoor uit lucht nieuwe elementen ontstaan namelijk: water, wolken en aarde. En verdunning anderzijds die verantwoordelijk is voor de vorming van lucht tot vuur.

Heraclitus:

Heraclitus vuur is het oerelement: "Deze kosmos, dezelfde voor alles, schiep noch god, noch mens, maar hij was en is en zal zijn: altijdlevend vuur." (Fragment 30)

Pythagoras en de pythagoreeërs:

Pythagoras: de harmonie van de wereld berust op interne getallenverhoudingen.

Wijsbegeerte en ethiek[bewerken]

Uiteindelijk zal men komen tot zuivere filosofie wanneer het "denken" in de nabijheid van het "Zijn" wordt gebracht, zoals dat bijvoorbeeld bij Parmenides gebeurt.

Enkele voorbeelden:

Thales: God is wat noch aanvang, noch einde heeft. Deugdzaam leven bestaat in nooit te doen wat wij in anderen veroordelen.
Pythagoras: de ziel is onsterfelijk en vindt in een lang louteringsproces steeds hernieuwde belichamingen. (Wedergeboorte-theorie vanuit India!)
Herakleitos/Heraclitus: physis heeft de neiging tot verborgen-zijn. "Strijd is de vader van alle dingen, de koning van alle dingen". De wereld wordt door de "logos" bepaald, de wetmatigheid van het geheel der tegenstellingen; de afwisselingen leidt altijd tot een voortdurend "worden".
Parmenides richt zich radicaal af van de zinnelijke wereld-verbondenheid en richt zich volledig op het Denken : "Ontdek door denken (nous) dat, wat weg is, als zeker er zijnd."
Of: "Hetzelfde is namelijk daar voor Denken en Zijn" (Fragm. 4 en 3)

Om tot enig overzicht te komen heeft men achteraf de presocratici in een aantal "scholen" ondergebracht, maar daarbij moet bedacht worden dat zij zichzelf zo niet zagen, hoogstens als leerling van een ander.

Lijst van filosofen en scholen[bewerken]

Anaximenes
Pythagoras
Zeno van Elea
Heraclitus

De traditionele indeling van de presocratische filosofen:

Thales (624 - 546 v.Chr.)
Anaximander (610 - 546 v.Chr)
Anaximenes (585 - 525 v.Chr)
Pythagoras (582 - 496 v.Chr)
Philolaus (470 - 380 v.Chr)
Alcmaeon van Croton (Ca. midden 5e Eeuw v.Chr.)
Archytas (428 - 347 v.Chr.)
Xenophanes (570 - 470 v.Chr.)
Parmenides (510 - 440 v.Chr.)
Zeno van Elea (490 - 430 v.Chr.)
Melissus van Samos (Ca. 470 v.Chr. - onbekend)
Leucippus (5e eeuw v.Chr.)
Democritus (460 - 370 v.Chr.)
  • Niet aan een school verbonden:
Heraclitus (535 - 475 v.Chr.)
Empedocles (490 - 430 v.Chr.)
Anaxagoras (500 - 428 v.Chr.)
Diogenes van Apollonia (Ca.460 v.Chr. - onbekend)
Protagoras (481 - 420 v.Chr.)
Gorgias (483 - 375 v.Chr.)
Thrasymachus (459 - 400 v.Chr.)
Callicles
Critias (460 - 403 v.Chr.)
Prodicus (465 - 390 v.Chr.)
Hippias (485 - 415 v.Chr.)
Antiphon (480 - 411 v.Chr.)

Andere groeperingen[bewerken]

Solon
Anacharsis

Deze lijst vermeldt ook een aantal mannen, in het bijzonder de Zeven Wijzen, die in de praktijk eerder bekend waren als actieve politici, of bekend waren omwille van hun praktische wijsheid, eerder dan als speculatieve denkers of filosofen in de moderne betekenis van het woord.

Solon (ca. 594 v.Chr.)
Chilon van Sparta (ca. 560 v.Chr.)
Thales (ca. 585 v.Chr.)
Bias van Priene (ca. 570 v.Chr.)
Cleobulus van Rhodos (ca. 600 v.Chr.)
Pittacus van Mitylene (ca. 600 v.Chr.)
Periander (625 - 585 v.Chr.)

Lijst van filosofische werken[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Uitvoerig over Vroeg-Griekse denken in Martin Heideggers Rektoratsrede 1933: Jos Feller

Referenties[bewerken]

Inleidingen tot de presocratische wijsbegeerte in het Nederlands:

  • de Crescenzo, L., Geschiedenis van de Griekse filosofie. De presocraten. (Amsterdam, 1986)
  • Held, K., Trefpunt Plato. Een filosofische reisgids door de antieke wereld , speciaal hfst. 1-4 (Baarn, 1992; Amsterdam 1995)

Franstalige literatuur:

Engelstalige literatuur:

  • Burnet, J., Early Greek Philosophy, Meridian Books, New York, 1957.
  • Colli, G., The Greek Wisdom (La Sapienza greca, 3 vol. Milaan 1977-1980)
  • Kirk, G.S., Raven, J.E. & Schofield, M., The Presocratic Philosophers (Second Edition), Cambridge University Press, 1983.
  • Nahm, Milton C., Selections from Early Greek Philosophy, Appleton-Century-Crofts, Inc., 1962
  • De Vogel, C.J., Greek Philosophy, Volume I, Thales to Plato, E.J. Brill, Leiden, 1963
  • Guthrie, W.K., A history of Greek philosophy, Volume I: The Earlier Presocratics and the Pythagoreans & Volume II: The Presocratic Tradition from Parmenides to Democritus, Cambridge University Press, 1962.

Duitstalige literatuur:

  • Jaap Mansfeld: Die Vorsokratiker I. Milesier, Pythagoreer, Xenophanes, Heraklit, Parmenides. Reclams Universal-Bibliothek. 1983.
  • Jaap Mansfeld: Die Vorsokratiker II. Zenon, Empedokles, Anaxagoras, Leukipp, Demokrit. Reclams Universal-Bibliothek. 1986.
  • Diels, H., Die Fragmente der Vorsokratiker, Berlin, 1903; (1952 6e dr. hrg. Walther Kranz)
  • Buchheim, T. Die Vorsokratiker. Ein philosophisches Porträt. (München 1994)
  • Kirk, G.S. e.a., Die vorsokratischen Philosophen. Einführung, Texte und Kommentare. (Stuttgart 2001) (Tweetalige uitgave gr/du met veel toelichtingen)