Heraclitus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heraclitus
Ἡράκλειτος
Heraclitus geschilderd door Johannes Moreelse
Heraclitus geschilderd door Johannes Moreelse
Persoonsgegevens
Naam Heraclitus
Geboren Efeze, ± 540 v.Chr.
Overleden ± 480 v.Chr.
Land Lydië
Functie Filosoof
Oriënterende gegevens
Stroming Presocratische filosofie
Beïnvloedde Parmenides, Plato, Aristoteles, Hegel, Engels, Nietzsche, Heidegger, Whitehead, Popper en McKenna
Portaal  Portaalicoon   Filosofie

Heraclitus (Grieks: Ἡράκλειτος, Herakleitos; verouderd Nederlands: Heracliet) was een presocratische filosoof, die in aristocratische kringen geboren werd in Efeze rond 540 v.Chr. Zijn dood ligt rond 480 v.Chr. Hij stond bekend als een melancholisch en hooghartig man die religieuze en filosofische tradities bekritiseerde, zich niet interesseerde voor politiek en die zich openlijk distantieerde van zijn medeburgers. Zijn leer verkondigde hij niet in het openbaar, en hij richtte ook geen filosofische school op. Al zijn gedachten stelde hij op schrift. Dat werk gaf hij in bewaring bij de tempel van Artemis, die later vernietigd zou worden. Van zijn geschrift zijn enkel citaten, toespelingen en parafraseringen bij latere auteurs bewaard.

De presocraat werd bekend als 'de duistere', omdat hij zijn filosofie in moeilijke, kernachtige en associatieve bewoording op schrift stelde. Daarbij had de tekst een literair karakter, met ambiguïteit, alliteratie en woordspelingen. Hiermee bemoeilijkte hij opzettelijk de interpretatie.

De kern van zijn leer lijken de principes van eenheid, strijd en wording te zijn geweest. Hij stelde dat alles uiteindelijk een eenheid vormde, zoals zomer en winter, maar wel tot stand kwam op dialectische wijze. Zodoende was alles altijd in beweging en dus wordende. Vandaar de stelling: 'Alles stroomt'.

De filosofie van Heraclitus werd bekend na diens dood, en bleef van invloed in de gehele klassieke oudheid. Onder anderen Plato, Aristoteles, epicureeërs, neoplatonici en kerkvaders verwezen naar hem, maar met name de stoïcijnen namen Heraclitus' ideeën over. In moderne tijden was hij van invloed op filosofen als Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Friedrich Nietzsche en Martin Heidegger, en op auteurs als Jorge Luis Borges en Hugo Claus.

Leven en karakter[bewerken]

Diogenes Laërtius' Leven en leer van beroemde filosofen, vertaald van het Oudgrieks naar Latijn, 1594. Via dit klassieke werk is veel kennis van Heraclitus en andere filosofen bewaard gebleven.

Leven[bewerken]

Het weinige dat over Heraclitus bekend is, is met name te danken aan de doxograaf Diogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, die andere auteurs citeerde. Heraclitus werd rond 540 v.Chr. geboren in het welvarende, Ionische Efeze aan de Anatolische westkust, als zoon van de aristocraat Bloson of Heracon.[n 1] Bloson zou de nazaat zijn van Androclus, de stichter van de kolonie en zoon van de Griekse tiran Codrus.[1] Ionië maakte tijdens Heraclitus' leven deel uit van het Perzische rijk. Hij maakte dan ook de Ionische opstand tegen de Perzische overheersing mee in de zesde eeuw v.Chr., evenals de overgang van het oude polytheïsme naar het zoroastrisme die de Perzische koningen bewerkstelligden in het rijk. Mogelijk heeft die religie Heraclitus' denken beïnvloed.[2] Diogenes meldt dat Heraclitus een wonderkind en autodidact was.[n 2] Toch kende hij het werk van andere filosofen, waartegen hij zich afzette. Daarnaast erfde hij de positie van priester-koning, maar stond die af aan zijn jongere broer.[3] Door zijn groeiende afkeer van mensen zou hij zijn laatste jaren als kluizenaar hebben doorgebracht. Vermoedelijk is dit een later verzinsel. Reizen en zich terugtrekken zijn namelijk topoi in de biografieën van filosofen.[4]

Overlijden[bewerken]

Over Heraclitus' dood rond 480 v.Chr. in Efeze bestaan verschillende verhalen. Diverse antieke bronnen melden dat hij overleed aan waterzucht, maar andere zeggen dat hij hiervan genas en overleed aan een andere ziekte.[n 3] Diogenes gaf drie variaties op basis van verschillende bronnen. Hij kreeg waterzucht door het eten van planten en kruiden, raadpleegde vervolgens een arts, bekritiseerde de geneeskunde en wilde naar eigen inzicht met koeienvlaaien bedekt worden om uit te drogen in de zon. Hij genas niet, en stierf. In één versie werd hij na zijn dood verscheurd door honden, omdat ze hem door de mest niet herkenden.[n 4]

De betrouwbaarheid van de anekdote staat der discussie. Sommige onderzoekers zien er verwijzingen in naar zoroastrische begrafenisrituelen, waarbij koemest gebruikt werd.[5] Die parallel is omstreden.[6] Anderen beschouwen de berichten als laster en abusieve afleidingen van Heraclitus' uitspraken.[n 5][7] Hij stond namelijk bekend als criticus en eigenzinnig, stelde dat water de dood was voor de ziel, sprak van dieren die zich graag in vuil wentelen, en over honden die aanslaan als ze iemand niet herkennen.[8]

Karakter[bewerken]

Theophrastos, leerling van Aristoteles, vond Heraclitus melancholisch.[n 6] Dat zou verklaren waarom Heraclitus' geschrift 'maar half af' is en 'een vreemd ratjetoe lijkt'. Seneca, Juvenalis, Lucianus en Sidonius Apollinaris noemen hem 'de huilende filosoof', omdat de domheid van mensen hem deed huilen, terwijl Democritus er juist om moest lachen en 'de lachende filosoof' genoemd werd.[9] Heraclitus bleef bekend als pessimist.

In Diogenes' tekst wordt hij voorts geportretteerd als hooghartig, kritisch en later ook verbitterd man.[n 7] Hij gaf niet hoog op van de massa en veroordeelde zijn stadsgenoten omdat ze zijn vriend Hermodorus verbannen hadden. Die had na de verdrijving van de tirannie een beter bestuur willen opzetten, maar kreeg te veel invloed. Heraclitus weigerde later te helpen bij het stadsbestuur. Hij was dan ook geen democraat.[10] Zo stelde hij: 'Wet is het ook, te gehoorzamen aan wat één man wil', 'indien die man de beste is', oftewel de meest wijze.[n 8] Hij interesseerde zich niet voor politiek. Diogenes vermeldt tevens dat Heraclitus ooit door de Perzische koning Darius werd uitgenodigd aan diens hof, wat de filosoof echter van de hand sloeg. Sommige onderzoekers nemen de echtheid van de gebeurtenis aan.[11]

Heraclitus gaf niet hoog op van religieuze en filosofische tradities. In de bewaarde fragmenten bekritiseert hij de filosofen Pythagoras, Hecataeus en Xenophanes, maar ook dichters als Homerus, Hesiodus en Archilochus. Uitzondering is Bias van Priëne, een van de Zeven Wijzen, waarover Heraclitus positief is.[n 9] Hesiodus en Homerus genoten veel aanzien maar zouden de goden verkeerd hebben voorgesteld, die voor de mens als slecht voorbeeld dienden. Ook zagen ze niet in dat dag en nacht een waren.[12] De filosofen zouden blindelings worden nagevolgd door 'praatjesmakers', en de massa steunde in Heraclitus' ogen blind op gezag.[13] Hij vond dat men niet moest 'handelen als kinderen van onze ouders'.[n 10]

Zijn verwerping van traditie, de massa's en kritische inborst sluiten aan op het gegeven dat Heraclitus geen volgelingen om zich heen verzamelde en geen filosofische school stichtte. Ook verkondigde hij zijn filosofie niet openbaar, maar schreef hij deze op om te laten bewaren in de tempel van Artemis. Het is niet zeker of hij dat deed om bewaring veilig te stellen of circulatie ervan te beperken. Pas na zijn dood verwierf hij roem en noemden sommigen zich heracliteeërs, zoals Cratylus.

Werk[bewerken]

Digitale reconstructie van de Artemistempel, westzijde. De tempel gold door zijn proporties als een van de zeven wereldwonderen.

Heraclitus' boek[bewerken]

Kort na 500 v.Chr. voltooide Heraclitus zijn filosofische werk, dat wellicht kort geweest is.[14] Het werk was in het Ionische dialect gesteld en in proza geschreven, waarmee hij aansloot bij de Ionische trend om in proza historiē te presenteren, 'onderzoeken/studies'.[15] Hij gaf het in bewaring bij de grote Artemistempel te Efeze, iets wat niet ongebruikelijk was.[16] Het werk heette volgens Diogenes Laërtius Over de natuur (Peri fyseōs) of mogelijk De muzen.[n 11] Desondanks komt het woord fysis ('natuur') maar vier keer voor, en duidt het vooral op de aard van zaken, niet op natuur.[17] Het werk bestond volgens Theophrastus uit drie delen. De eerste verhandeling ging over het heelal, de tweede over de politiek, en de derde over de goden.[n 12] Dit kan echter een latere interpretatie en classificatie zijn, omdat de overgeleverde tekstfragmenten een eenheid vormen.[18]

In 356 v.Chr. stak de roemdolle Herostratos het heiligdom in brand, en ging de originele tekst verloren. Er bestaan alleen nog citaten, parafrasen, getuigenissen en toespelingen in (doxografische) teksten van latere auteurs. Wat is overgeleverd, vormt de grootste collectie proza van vóór Herodotus' Historiën.[19] Vroege voorbeelden van citeerders zijn Plato en Aristoteles, maar de meeste auteurs zijn van na circa 100 n.Chr.: bijvoorbeeld Sextus Empiricus, Plotinus, en vooral Plutarchus, Diogenes Laërtius, Johannes Stobaeus, Hippolytus van Rome en Clemens van Alexandrië. Het is niet duidelijk of men voor de tempelbrand een afschrift maakte van een kopie die Heraclitus zelf bezat, of een afschrift maakten in de tempel. Volgens Diogenes was het een zekere Crates die het boek voor het eerst naar Griekenland bracht.[n 13]

Er bestaat geen consensus over het aantal fragmenten. Moderne edities variëren van 125 tot 156.[20] Bepaalde fragmenten worden soms wel, soms niet als authentiek gezien. Bij andere fragmenten bestaat onzekerheid over wat citaat en wat toevoeging van de citerende schrijver is. Tezamen zijn ongeveer honderd letterlijke citaten bekend.[21] Edities hanteren soms een thematische indeling,[22] maar de oorspronkelijke volgorde blijft onzeker. Uitzondering is fragment B1, dat aan het begin stond en dat op conventionele wijze begon:[23]

Aanhalingsteken openen Maar hoewel deze leer [logos] eeuwig waar is, blijkt hij voor mensen al even onbegrijpelijk voordat ze hem het eerst horen als daarna. Hoewel alles in overeenstemming met deze leer verloopt, lijken ze onwennig als ze kennis maken met het soort uitspraken en feiten die ik aanvoer als ik ieder ding ten gronde uitleg en verklaar hoe het is. Mijn medemensen weten niet wat ze in wakende toestand doen, zoals ook slapers niet beseffen wat ze doen.
— Citaat uit Sextus Empiricus, Tegen de geleerden, 7.132.
Aanhalingsteken sluiten

Fragment B2 volgde daar wellicht op, of stond in ieder geval niet ver van B1 af:[24]

Aanhalingsteken openen Maar hoewel deze leer [logos] algemeen geldig is, houden de meeste mensen er hun leven lang een eigen mening op na.
— Citaat uit Sextus Empiricus, Tegen de geleerden, 8.133.
Aanhalingsteken sluiten

Stijl[bewerken]

Heraclitus schreef in proza, maar week af van de directe, duidelijke stijl van het prozagenre, dat diende voor de publicatie van studies.[25] In plaats daarvan liet hij zich inspireren door de spreukachtige stijl van de Zeven Wijzen en het orakel van Delphi. Zo schreef hij: 'De Vorst van wie het orakel is dat zich te Delphi bevindt, verklaart niet, houdt niet verborgen, maar duidt aan'.[n 14] Apollo spreekt niet zoals een mens, en verbergt de waarheid ook niet zoals de natuur doet, maar geeft hints. De tekst was aforistisch, raadselachtig en pregnant, met opvallende woordvolgorde, beeldtaal, zinspelingen, polysemie, ambiguïteit en iconiciteit. Dit gaf de tekst een literair karakter.[26] Zo staat in de Griekse tekst 'stappen in' (embènai) iconisch midden in de zin 'Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen',[n 15] als de wader in het water.[27] Verder werd de structuur van de tekst niet bepaald door logische argumentatie en het opeenstapelen van geleerdheid, wat Heraclitus veroordeelde.[n 16] De structuur die hij hanteerde, was het aaneen schakelen van ideeën en beelden, door middel van opeenvolgende (paradoxale) uitspraken. Hierdoor vereist de tekst veel interpretatiewerk, 'opdat het alleen voor bekwame mensen toegankelijk zou zijn'. Een voorbeeld is fragment B10 (hieronder), waarin paradoxen naast elkaar staan, en waarbij sprake is van alliteratie, chiasme en oxymoron.[28]

Fragment B10: Grieks Transcriptie Vertaling
Συλλάψιες όλα και ούχ όλα,

συμφερόμενον διαφερόμενον,

συɑιδον διαιδον,

εκ παντων εν και εξ ενός πάντα.

Syllapsiës hola kai ouch hola,

symferomenon diaferomenon,

synaidon diaidon,

ek pantoon hen kai ex henos panta.

'Verbindingen zijn gehelen en geen gehelen,

overeenkomst is onderscheid,

samenklank wanklank,

uit alles één en uit één alles.'[29]

Door zijn schrijfstijl staat Heraclitus bekend als 'de duistere' (ho skoteinos),[30] voor het eerst zo genoemd door Aristoteles.[31] Dat komt door de manier van verwoorden. Plato hekelt zowel de duistere manier van formuleren als het losse verband tussen uitspraken, die Heraclitus' volgelingen bleven gebruiken.[n 17] Toen Socrates het werk gelezen had, schijnt hij tegen Euripides gezegd te hebben: 'Wat ik ervan begrepen heb, is uitstekend, maar er is een Delische duiker voor nodig om tot op de bodem door te dringen'.[n 18][32]

De eerste uitgave van Diels' heraclitische fragmenten.

Moderne uitgaves[bewerken]

In 1903 publiceerde de Duitse classicus Hermann Diels Heraclitus' fragmenten samen met die van andere presocratische filosofen onder de titel Die Fragmente der Vorsokratiker.[33] De publicatie was van belang voor het onderzoek, en vormt de basis voor diverse latere uitgaven van Heraclitus' fragmenten, zoals de Nederlandse vertaling van Jaap Mansfeld (1979, heruitgegeven in 2006).

Filosofie[bewerken]

Heraclitus. Gravure van Beyssent in navolging van Mlle. Cl. Reydellet. In A. Savérien, Histoire des philosophes anciens, Parijs, 1773.

Hoewel Heraclitus zich afzette tegen zijn voorgangers en tijdgenoten zoals de Eleaten, bouwde hij voort op de traditie van de Miletische school die begonnen was door Thales en Anaximander. Zij zochten rationele verklaringen voor het natuurgebeuren. Net als Xenophanes en pythagoreeërs distantieerde Heraclitus zich tevens van religieuze en ethische tradities. Uit de overgeleverde fragmenten blijkt echter niet wat de kern van zijn betoog is.[34] Hij stelde alles in de wereld voor als eenheid en verbond natuurfilosofie daarom met moraal. Goed handelen kon alleen door goed inzicht in het reilen en zeilen van de kosmos. De kennis daarvoor kon daadwerkelijk verkregen worden. In dit kader deed hij uitspraken over zowel de kosmos, natuur, ethiek, kennisleer als de psyche. Die eenheid van onderwerpen wordt voortgezet door Plato, Epicurus en de stoïcijnen.[35] Omdat Heraclitus zijn filosofie als eenheid bedoelde, zijn alle hoofdbegrippen en thema's zoals kosmologie en psychologie met elkaar verbonden. Juist daarom laat hij woorden herhaaldelijk voorkomen (bijvoorbeeld tien keer logos), en gebruikt hij semantisch of etymologisch verbonden woorden, bijvoorbeeld polemos 'strijd' en eris 'conflict', of logos 'leer' en homologein 'hetzelfde zeggen/erkennen'.[n 19] De literaire aspecten van de tekst vullen de filosofie dus aan.[36]

In fragment B35 komt het woord filosoof (filosofoi andres) voor, waar het zijn letterlijke, etymologische betekenis heeft: 'wijsgeer/iemand die wijsheid begeert'.[n 20] De authenticiteit van het fragment is onzeker. Indien authentiek, zou het de oudste vermelding van het woord filosoof zijn.[37] Een tweede primeur is het begrip nomos ('wet') als algemene, universele, goddelijke wet in fragment B114.[n 21][38]

Logos[bewerken]

Heraclitus bood een logos aan.[n 22] Logos stond in zijn tijd hooguit voor systematisch denken en uiteenzetten. Het betekent hier 'uitleg', 'gedachtegang' of 'theorie', en verwijst zowel naar zijn boek als zodanig, als naar de inhoud daarvan.[39] Pas later kreeg het begrip uitgebreidere, filosofische betekenissen.[40] Heraclitus beweerde dat zijn logos objectief en altijd waar is. Die bestaat niet uit een reeks waarneembare feiten, maar staat voor een intellectuele inspanning die 'elk ding naar zijn aard' ontleedt en leidt tot een theorie over 'alles': 'Inzicht hebben is iets van universele aard'.[n 23] De logos laat dus alle verbindingen zien tussen de dingen, tussen de natuur en de mens, tussen 'boven' en 'beneden'. Heraclitus maakt logos abstracter door aan te nemen dat die zelf ook echt bestaat als natuurwet.

Inzicht[bewerken]

In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Xenophanes, stelde Heraclitus dat hogere kennis mogelijk is.[41] Inzicht vergt echter moed en kost moeite. De weg ernaartoe is een innerlijke ontdekkingstocht:[42] 'Geestelijk inzicht breidt zich uit', en 'De grenzen van de geest kan je nooit vinden, al stap je alle wegen af: zo diep is zijn afgrond'.[n 24] Men moet dan ook bij zichzelf te rade gaan,[n 25] kritisch zijn en zijn geest cultiveren.[43]

Velen missen echter het inzicht, bijvoorbeeld omdat 'het onverwachte niet verwacht wordt', door blind te vertrouwen op wat men waarneemt (bijvoorbeeld 'dag en nacht zijn verschillend'), door blind vertrouwen op andermans autoriteit, of door gebrek aan zelfonderzoek. 'Ongeloof verhindert inzicht', luidt fragment B86.[n 26] Om onwetendheid en intellectuele onwil te beschrijven, gebruikte Heraclitus meermaals het beeld van slaap tegenover waken (zie zijn proloog, fragment B1).[n 27] De diepere samenhang van dingen ontgaat de menigte als waren zij slapers, en evenzo hebben ze geen inzicht in hun eigen handelen.[n 28][44] Mogelijk beschouwt hij het als de taak van filosofen, zij die wakker zijn, om over hun medemensen te waken.[45]

Het bewustzijnsniveau verschilt dus van persoon tot persoon en van moment tot moment. Dat zinspeelt op de continue, gelijkmatige verandering en kringloop der dingen (zie § Alles stroomt). Hierbij wordt door Heraclitus' beeld- en taalgebruik de vergelijking gemaakt met het vuur, de zon en de andere hemellichamen.[46] Dat gebeurt door middel van ontsteken (haptomai), ontvlammen (aptō), en uitdoven (aposbénnymi), die geassocieerd worden met leven en dood. Dat is een voorbeeld van hoe de stijl de leer aanvult.

Aanhalingsteken openen

Nachts ontsteekt de mens gestorven een licht voor zich in zijn uitgedoofde blik. Levend krijgt hij in zijn slaap de uitgedoofde blik van een dode, ontwaakt krijgt hij die van

een slaper.'
— Fragment B26, geciteerd door Clemens van Alexandrië, Mengelwerk (4.141.2)
Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen Deze wereldorde, dezelfde voor allen, is niet door een god of een mens gemaakt, maar was, is en zal altijd zijn: een eeuwig levend Vuur dat in dezelfde mate ontvlamt als uitdooft.
— Fragment B30, geciteerd door Clemens van Alexandrië, Mengelwerk (5.104.2)
Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen De hemellichamen ontvlammen en doven uit, volgens Heraclitus.
— Theon van Alexandrië, Com. op de Almagest, p. 340, 5 f. Rome[47]
Aanhalingsteken sluiten

Strijd[bewerken]

Het begrip strijd (polemos) is verbonden met drie gedachten: 1) dat alles altijd in beweging is, 2) dat alles een eenheid vormt, 3) dat dingen hun identiteit verkrijgen door strijd. Daarom gebruikte Heraclitus de woorden polemos 'strijd', chreoon 'noodzaak', eris 'tweestrijd' en xynon 'gelijk voor iedereen/algemeen' in dezelfde context.[n 29] Daarmee zinspeelde hij op dichters als Homerus, Hesiodus en Archilochus. Homerus en Archilochus noemden Ares xynos 'onpartijdig'. Homerus gebruikte eris in negatieve, Hesiodus in positieve zin, maar voor Heraclitus is het begrip neutraal.[48] Mogelijk is eris als verbindende kracht een toespeling op eros, die door Hesiodus als bindende kracht werd beschouwd.[49]

De Eleaten, zoals Parmenides, gingen uit van een statische wereld, waarin alles onbeweeglijk vastligt. Heraclitus nam wel aan dat de wereld eeuwig is, maar stelde ook dat alles in beweging was, en dat het worden centraal staat. Dat worden vindt plaats dankzij strijdende krachten, die in elkaar overgaan in een eeuwig voortdurend proces. Het is door strijd dat de werkelijkheid dynamisch is en tegendelen bestaan.[50] De tweestrijd is daarom rechtvaardig en noodzakelijk, want alles krijgt zijn plaats en moet zijn plaats behouden.[51] Het is daarbij de taak van de mens om te leren accepteren dat spanningen deel van het leven zijn, en dat wedijver onvermijdelijk verschillen in de samenleving bepaalt.[52] 'Strijd is de vader van allen', stelde hij daarom, 'de vorst van allen. De een laat hij god worden, de ander mens; de een maakt hij slaaf, de ander vrij.'[n 30]

Alles stroomt[bewerken]

Heraclitus' uitspraak 'Panta rhei' is de naam van deze fontein van Hubert van Lith, met teksten van Victor van Vriesland. Op de hoek Kastanjelaan-Essenstraat-Frederiklaan in Eindhoven
Vier elementen met vier kwaliteiten, zoals uitgewerkt door Empedocles.

In de Miletische natuurfilosofie werd voor het eerst de kosmos en de gang der dingen verklaard middels één theorie, waarin wordingsfasen onderscheiden werden. Heraclitus postuleerde hiervoor een cyclisch proces van elementaire verandering, waarmee hij voortbouwt op dit gedachtegoed.[53] De oersubstantie voor alles was daarbij het eeuwige vuur (pyr), want 'alles is inwisselbaar voor vuur'[n 31]. Dit vuur wordt omgezet in zee, de zee deels in aarde en deels in damp,[n 32] waar damp ook geduid is als 'vuurwasem', 'ether' en 'gloeiende wind'.[54] 'Koude dingen worden warm, warme koud, vochtige droog, droge vochtig.'[n 33] Bij de transformatie van substantie vindt steeds een evenredige beweging in omgekeerde richting plaats, dus damp verandert tegelijk in zee, zee in aarde, en aarde in vuur. Zo blijft er harmonie bestaan, hoewel fluctuaties mogelijk zijn: in de zomer (warm-droog) lijkt de zon bijvoorbeeld sterker dan in de winter (nat-koud).[55] Daarmee legde Heraclitus de basis voor Empedocles' theorie van de vier elementen. Heraclitus gaat echter verder, door hetzelfde proces overal te zien: 'Hetzelfde is levend en dood, wakker en slapend, jong en oud; want het eerste slaat om en is het tweede; en het tweede slaat op zijn beurt om en is het eerste'.[n 34][56]

Eenheid der tegendelen[bewerken]

'Uit alles één en uit één alles' is nog een kernpunt in Heraclitus' filosofie. Dat is nauw verbonden met het idee van wording. De eenheid is universeel, maar ook verborgen.[n 35] Ze ontstaat doordat alle tegendelen in de natuur een ordelijkheid bewerkstelligen dankzij (twee)strijd. Zodoende krijgen de dingen hun identiteit en plaats in de natuur: de nacht is nacht dankzij de dag, en de mens is mens doordat hij verschilt van enerzijds de dieren, en anderzijds de goden. De waargenomen verschillen zijn daarbij relatief en dynamisch, niet absoluut en statisch.[57] Illustratief is de uitspraak: 'Het tegenstrijdige stemt overeen, uit verschillen ontstaat de mooiste samenhang [harmonie], alles komt voort uit tweestrijd'.[n 36]

Om deze leer te illustreren, gebruikte Heraclitus veel tegenstellingen en beelden,[58] zoals: 'De boog heet wel "leven", maar hij brengt de dood', waar het gebruikte woord voor 'boog', bios, tevens 'leven' betekent. De paradox is hier dat het leven de dood meebrengt. De weg is een ander gebruikt beeld.[n 37] In fragment 103 wordt de cirkel gebruikt: 'Begin en einde zijn immers verbonden op de omtrek van een cirkel'.[n 38] Die uitspraak zinspeelt tegelijk op de notie dat alles in beweging is. De logos bepaalt dat het begin vroeg of laat omslaat in het einde, en andersom.[59]

Het vuur als oerelement[bewerken]

Terwijl Thales water beschouwde als het oerelement, Anaximenes lucht, en Xenophanes het onbepaalde, hield Heraclitus vuur voor het grondelement waaruit al het andere was voortgekomen. Incidenteel noemde hij het ook 'bliksem', vermoedelijk in een poging het religieuze beeld van Zeus' bliksem te seculariseren.[60] Vuur betekent hier meer dan alleen vlammen, en is wel geduid als 'energie' of 'ether', omdat het ook voor licht en warmte staat. De keuze voor vuur als grondbeginsel heeft mogelijk te maken met de observatie dat vuur dynamisch en zelfregulerend is. Materiaal dat in het vuur geworpen wordt, vervormt of verdwijnt immers. Niets meer, en niets minder. Daarna dooft het vuur.[61]

De filosoof vergelijkt het vuur met gemunt goud, waarmee hij niet bedoelt dat het vuur het meest waardevol is, maar dat het overal geldig is. Alles kan ingewisseld worden voor goud en andersom, en dat geldt ook voor het vuur. Het vuur zorgt voor alle verandering. In dat vuur gaat echter niet alles te gronde, maar alleen de afzonderlijke dingen. Vernietiging door vuur betekent een hernieuwde kwantitatieve en kwalitatieve rangschikking van elementen en de dingen.[62] Het vuur zelf is eeuwig, en dus is de universele orde (kosmos) ook eeuwig.[63] Fragment B30 luidt:

Aanhalingsteken openen Deze ordening, dezelfde voor alle wezens, is niet gemaakt door iemand van de goden of van de mensen, maar zij was er altijd, is er en zal er zijn, een eeuwig levend vuur dat volgens zijn maten ontbrandt en dooft.
— Clemens van Alexandrië, Mengelwerk (5.104.2).
Aanhalingsteken sluiten

Het is onduidelijk of Heraclitus' uitspraken dat alles verteerd zal worden door het vuur eschatologisch geïnterpreteerd moeten worden.[64] De stoïcijnen baseerden zich op diens filosofie en stelden dat de wereld ten onder zou gaan in de ekpyrosis, 'wereldbrand', waarna een nieuwe wereld geboren wordt, enzovoort. Heraclitus' voorganger Anaximander kende eveneens het beginsel van cyclisch leven.[65] Vermoedelijk gaat het bij ekpyrosis om stoïcijnse en christelijke herinterpretatie. Heraclitus stelt wel: 'Het vuur komt alles oordelen en achterhalen',[n 39] maar hij doelt hiermee wellicht op de altijd aanwezige wetmatigheid van de elementaire cyclus. Dat alles in het vuur moet vergaan, wordt slechts gepersonifieerd als Gerechtigheid.[66]

Psyche[bewerken]

Heraclitus gebruikte enkele malen het beeld van de rivier. Zo stelde hij: 'Het is onmogelijk tweemaal in dezelfde rivier te treden'.[n 40] Daarin stroomt continu nieuw water toe, maar toch blijft de rivier dezelfde. Hiermee wordt de eeuwige maar constante verandering geïllustreerd, als ook de eenheid der tegendelen. Het beeld is wellicht psychologisch bedoeld. Volgens de oude Grieken was de mens geschapen uit aarde en water (leem),[n 41] en volgens Heraclitus zou de ziel uit het lichaamsvocht opwasemen. De ziel waadt dan door de continue toestroom van vocht.[67]

Hij beschouwde de geest of ziel (psyche) als deel van vuur en eveneens onderhevig aan de kringloop van elementaire transformatie. Een relatief droge staat betekent dat de geest rationeel is, terwijl alcohol de geest vochtig maakt. Aan het einde van het menselijke leven gaat de ziel ook over in het element water.[n 42][68] 'Voor zielen betekent het de dood, dat water ontstaat, voor water de dood, dat aarde ontstaat, uit aarde ontstaat water, uit water ziel.'[n 43] Niet alleen wordt de overgang van elementen geïllustreerd, maar ook de verbondenheid van de geest met de macrokosmos.[69] De microkosmos spiegelt dus de macrokosmos. De ziel is voor Heraclitus sterfelijk. Hoewel het individu weliswaar geen deel heeft aan de eeuwige kringloop, blijft alles op grote schaal uiteindelijk niettemin hetzelfde.[70]

Maat[bewerken]

'De zon', schreef Heraclitus, 'is op grond van zijn eigen natuur in breedte een menselijke voet, en hij gaat niet buiten zijn grenzen, want zou hij zijn grenzen overschrijden, dan zullen de Erinyen, de handlangsters van Dikè, hem wel weten te vinden'.[n 44] De kracht van de zon lijkt te variëren met de seizoenen, maar heeft desondanks een minimum en maximum. Dat betekent dat door de strijd van de tegendelen (bijvoorbeeld koud-warm, winter-zomer) de natuur in beweging blijft en dat er minder vuur in de winter schijnt te zijn dan in de zomer. Die fluctuatie is op afstand bezien echter harmonieus en wetmatig. Volgens de logos moet alles dan ook binnen de perken blijven, anders wordt de balans met geweld hersteld. Dikè is hier dus een regulerend principe. De presocraat reageerde hiermee mogelijk op de stelling van Anaximander, dat de zon in kracht toeneemt, waardoor de zee zal verdampen en aan de wereld terugvalt in het apeiron, de 'onbepaalde beginstaat'.[71]

In een parabel schreef Hesiodus dat er twee wegen bestonden, Dikè (Gerechtigheid) enerzijds, en Hybris (Misdaad) anderzijds. De tweede is aanvankelijk gemakkelijker, maar rampzalig op het eind, wanneer ook de dwaas lering trekt uit zijn straf.[n 45] Hier zinspeelde Heraclitus op, en spreekt de gedachte tegen, omdat de meeste mensen weinig inzicht tonen en anderen blindelings na blijven volgen.[72] Dikè en rechtvaardig komen in meerdere fragmenten voor, en hebben een morele strekking. Ze verbinden natuurfilosofie met ethiek. Wat voor de hemellichamen geldt, is namelijk ook van toepassing op de mens. Overmaat (hybris) wordt bestraft en dient vermeden te worden.[73] Men dient te accepteren dat onrecht evenzeer moet bestaan als recht,[74] zijn plaats in de wereld te kennen, en 'te handelen in overeenstemming met de natuur'.[n 46] Heraclitus maakte echter niet duidelijk hoe en wanneer bestraffing plaats zou vinden.[75]

Nawerking[bewerken]

Bramante heracleitus and democritus.jpeg
Bramante, Heraclitus en Democritus, 1477.
Hendrik ter Brugghen - Heraclitus.jpg
Hendrick Terbrugghen, Heraclitus, 1628.
Raffael5.jpg
Rafaël, De school van Athene, 1509, detail. Linksvoor: Heraclitus.

Heraclitus' filosofie raakte na zijn dood pas echt bekend en was van invloed op diverse schrijvers en filosofen.[76] Hij werd zowel bekritiseerd als bewonderd, en kreeg diverse volgelingen, zoals een zekere Pausanias en Cratylus. Zijn filosofische werk werd als klassieker beschouwd vanaf de vierde eeuw v.Chr., een reputatie die zou blijven in de klassieke cultuur.[77] Zijn uitspraken zijn op verschillende manieren geïnterpreteerd. Er bestaan (neo)platonische, aristotelische, stoïcijnse, sceptische en christelijke lezingen.[78] De jambendichter Scythinus zou de tekst van Heraclitus in dichtvorm gegoten hebben.[n 47] Daarnaast werd in de literatuur naar de filosoof verwezen, bijvoorbeeld in parodieën en epigrammen.

Aanhalingsteken openen
Poog niet snel Heraclitus' boek uit te lezen.
Dat pad is echt moeilijk begaanbaar.
Nacht en duisternis heerst er, het licht is gedoofd.
Doch als een ingewijde uw gids is, verbleekt het het licht van de zon.
— Epigram, geciteerd door Diogenes Laërtius, Levens en leer van beroemde filosofen, boek IX, §16.
Aanhalingsteken sluiten

Klassieke oudheid[bewerken]

Diogenes Laërtius noemt commentaren op het geschrift van onder anderen 'Antisthenes, Heraclides Ponticus, Cleanthes en de stoïcijn Sphaerus; verder Pausanias, bijgenaamd de Heracliteeër, en Nicomedes en Dionysius', en tot slot Diodotus.[n 48] Volgens hem vond Diodotus het werk 'een betrouwbaar roer om het leven naar te leiden'. Weer anderen vonden het 'een kompas voor het zedelijk leven, de kiel van het hele universum, voor alles en iedereen'.[n 49]

Parmenides lijkt direct tegen de notie van eeuwige verandering te reageren wanneer hij een statische en homogene wereld voorstelt.[79] Plato (Cratylus, Theaetetus, Symposium) was geboeid door het idee dat alles in beweging is, maar meende dat bij continue verandering geen (zekere) kennis verkregen kon worden. Hij stelde de tussenoplossing voor van een veranderlijke schijnwerkelijkheid, met daarachter de eeuwige waarheid van de Ideeën. Aristoteles was negatief over Heraclitus, omdat deze dubbelzinnig schreef en het logische principe van non-contradictie zou negeren omdat alles als één gold. De meest positieve invloed had Heraclitus op de stoïcijnen. Met de stoïcijn Zeno en zijn volgeling Cleanthes bereikte Heraclitus' filosofische invloed een hoogtepunt in de vroege derde eeuw v.Chr. Die namen zijn ideeën over. Zo gold voor hen het vuur als actief, goddelijk principe dat de wereld draaiende hield, maar ze verbonden daar de Logos aan, 'Rede'. Die was voor hen de pantheïstische kracht die het universum bestiert.[80]

Later zag keizer Marcus Aurelius, zelf stoïcijn, Heraclitus als model voor zijn zelfbespiegelingen. Door stoïcijnse invloed beschouwde de Romeinse epicurist Lucretius de filosoof zelf als stoïcijn en leverde daarom kritiek op hem. De scepticus Aenesidemus van Knossos gebruikte Heraclitus' leer als argument tegen dogmatisme, terwijl Sextus Empiricus, eveneens een scepticus, juist kritiek had op Heraclitus' dogmatische denken. De kerkvaders Justinus Martyr, Clemens van Alexandrië, Origenes, Eusebius en Hippolytus zagen in Heraclitus een protochristen door zijn kritische en anti-traditionele houding. Ook zij zagen de Logos als goddelijke rede, die vervolgens in verband werd gebracht met het Woord van God. Belangstelling voor het geschrift duurde voort, mede door neoplatonici en met name de stoïcijnen. De laatste klassieke auteur die Heraclitus citeerde, was Stobaeus in de vijfde eeuw.[81] Heraclitus blijft echter nagenoeg onbesproken in de middeleeuwen, wanneer Plato en Aristoteles van grote invloed op het denken zijn.[82]

Naast zijn filosofie, vond ook Heraclitus' schrijfstijl navolging, met name in de vijfde eeuw v.Chr. Zijn invloed is onder andere te zien in de bewaard gebleven fragmenten van Democritus en in het hippocratische Regimen (1.4) en pseudo-hippocratische De victu (I, 5, 1).[83]

Vroegmoderne tijd[bewerken]

In de vroegmoderne tijd blijven humanisten en filosofen het beeld van de huilende en pessimistische Heraclitus gebruiken. In de Gargantua en Pantagruel (XX) spreekt François Rabelais grappend van een 'heraklitiserende' Democritus en 'democritiserende' Heraclitus. Zowel Michel de Montaigne als Robert Burton vergelijken beide filosofen in respectievelijk de Essais en de Anatomy of Melancholy. De Spanjaard Francisco de Quevedo publiceerde Heráclito cristiano ('christelijke Heraclitus'), met daarin pessimistische gedichten. Heraclitus en Democritus verschijnen als tegenpolen ook in vroegmoderne kunst. Zo worden beiden afgebeeld in de villa van de Italiaanse humanist en neoplatonist Marsilio Ficino. Donato Bramante, Pieter Paul Rubens, Jacob Jordaens, Giuseppe Maria Crespi en Hendrick Terbrugghen maakten fictieve portretten van Heraclitus, en ook is hij afgebeeld in Rafaëls De school van Athene. Als pessimist wordt de filosoof tevens vermeld in Shakespeares The Merchant of Venice, terwijl hij als symbool voor de tragedie gebruikt werd in de nieuwe schouwburg te Amsterdam. [84]

Moderne tijd[bewerken]

Romantici zoals Friedrich Hölderlin en Johann Wolfgang von Goethe lieten zich inspireren door Heraclitus' filosofie. Zo schreef Goethe twee heraklitische gedichten. Hij leerde net als Friedrich Nietzsche de fragmenten kennen via de eerste integrale vertaling van de theoloog Friedrich Schleiermacher uit 1807.[85] Nietzsche nam op zijn beurt de aforistische en apodictische schrijfstijl van Heraclitus over, en zijn Zarathustra-figuur is een combinatie van de presocraat en hemzelf. Heraclitus' logica van alomvattende opposities die dynamisch en niet statisch waren, was van invloed op de dialectiek bij eerst Georg Wilhelm Friedrich Hegel,[86] en daarna Ferdinand Lasalle, Friedrich Engels, Karl Marx, Vladimir Lenin, en Søren Kierkegaard. Zij waren bekend met Heraclitus' werk en citeerden hem ook. Voorts ontleende Carl Gustav Jung aan de denker het concept enantiodromia, 'tegenovergestelde loop': een overvloed van de ene werkzame kracht in de psyche produceert onvermijdelijk haar tegendeel. In de twintigste eeuw was Heraclitus' denken enerzijds van invloed op filosofen als Simone Weil, Martin Heidegger en Karl Popper, en anderzijds op auteurs als T.S. Eliot, Jorge Luis Borges, Hans Faverey, Hugo Claus en Harry Mulisch.[87]

Nederlandse vertalingen[bewerken]

  • De Boer, J. (ed.). Heraclitus. Baarn: Hollandia, 1909. Opgenomen in: De Boer, Julius. Groote denkers. Baarn : Hollandia, [1910?].
  • Herakleitos. Fragmenten. Vert. E. Hoek. [S.l.] : A.A.B., 1944. Tweetalige uitgave.
  • Heraclitus van Efese. Panta rhei. Vert. L. Vancrevel. Amsterdam : PTL, 1969.
  • Heraclitus. Spreuken. Vert. C. Verhoeven. Baarn: Ambo, 1993. Tweetalige uitgave.
  • Mansfeld, J. (ed.). Aldus sprak Heraclitus. De fragmenten. Groningen: Historische Uitgeverij, 2006 (derde druk). Eerste druk: 1979; tweede druk: 1987.
  • Claes, P. (ed.). Honderd fragmenten van Herakleitos. Gent : Druksel, 2009.
  • Herakleitos. Alles stroomt. Vert. Paul Claes. Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2014. Tweetalige uitgave.

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Heraclitus.