Marsilio Ficino

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Esoterie
DeeHieroglyph.gif
Westerse esoterie

Esoterie in de klassieke oudheid

Portaal  Portaalicoon  Esoterie
Marsilio Ficino geschilderd door Domenico Ghirlandaio
De triplici vita, 1560

Marsilio Ficino (19-10-1433 Figline – 1-10-1499 Careggi (Florence); Latijn: Marsilius Ficinus) was een Italiaanse humanist, dokter, geestelijke en neoplatonist. Hij was in dienst van de Medici en maakte als eerste (integrale) vertalingen van Plato’s oeuvre, het Corpus Hermeticum en het werk van de neoplatonisten Plotinus, Porphyrius, Jamblichus en Proclus. Daarmee droeg hij sterk bij tot de wederopleving van het neoplatonisme en de ontwikkeling van westerse esoterie in de vroegmoderne tijd.

Delle divine lettere del gran Marsilio Ficino, 1563

In eerste instantie studeerde hij in opdracht van zijn vader geneeskunde, om als arts in dienst van de Medici te zullen treden. Gaandeweg leerde hij het Oudgrieks en raakte hij vertrouwd met het platonisme. In 1463 gaf zijn beschermheer Cosimo de’ Medici hem een villa in Carregi. Ficino begon aan het project om voor het eerst alle dialogen van Plato naar het Latijn te vertalen. Die onderneming onderbrak hij na korte tijd in opdracht van Cosimo, die een vertaling verlangde van het recentelijk ontdekte Corpus Hermeticum, dat oudere wijsheid zou bevatten van Hermes Trismegistus. Toen Cosimo in 1464 op zijn sterfbed lag, las Ficino zijn vertalingen van Plato’s Parmenides en Philebus aan hem voor. In 1473 werd hij tot priester gewijd, en in 1487 werd hij kanunnik in de kathedraal van Florence

Hij publiceerde diverse werken die invloedrijk en succesvol bleken. Zijn commentaar op Plato’s Symposium, De amore, uit 1469 werd het basiswerk voor vroegmoderne theorieën over de liefde, en in zijn hoofdwerk Theologia Platonica poogde hij het christendom en platonisme, eigenlijk neoplatonisme, met elkaar in overeenstemming te brengen. In dit werk was hij beïnvloed door Thomas van Aquino, kerkvader Augustinus, Proclus en Plotinus, die hij als de beste interpreet van Plato’s oeuvre beschouwde. Met de financiële en intellectuele hulp van anderen, slaagde hij erin om in 1484 zijn vertaling van Plato’s oeuvre te voltooien. Hij schreef diverse commentaren daarop. In 1489 volgde de publicatie van De vita, een geneeskundige verhandeling met magische en astrologische elementen. Hiermee profileerde hij zich als ‘dokter van de ziel’. De mens kon proberen in overeenstemming met de hemelsferen te leven, en kon hiervoor kennis benutten van occulte relaties tussen de microkosmos en macrokosmos. Zo kon men onder andere therapeutische talismannen gebruiken en de Orfische hymnen zingen om ‘demonische’ krachten aan te wenden. Voor die overeenstemming herinterpreteerde hij Plato’s Timaeus, en onderscheidde hij naast de Wereldziel ook een Wereldlichaam en daartussenin een Wereldgeest. De mens kon vanuit de aardse wereld overeenstemming zoeken met die Wereldgeest. De De vita zorgde voor opschudding binnen de Kerk, maar hij ontsnapte aan een onderzoek van de Curie. 

Hij bezorgde nog andere vertalingen, zoals van de Orfische hymnen. In zijn laatste levensjaren maakte en publiceerde hij vertalingen in het Latijn van pseudo-Dionysius de Aereopagiet en neoplatonisten als Jamblichus, Porphyrius, Proclus, Synesius en de Byzantijn Michaël Psellus. Tot slot schreef hij tegen Savonarola.

Uit zijn oeuvre blijkt dat Ficino belangstelling had voor metafysica, ethiek, farmacologie, psychologie, harmonieleer, muziektherapie, mythologie, astrologie, magie, kabbala, getallenmystiek (van onder andere Theon van Smyrna), demonologie en esoterie in het algemeen. Zijn ruime interesse in esoterie en filosofie komt door zijn geloof in de zogeheten prisca theologia (‘oude theologie’), de geheime overlevering van oeroude wijsheid, die liep van Zarathustra (Zoroaster) naar opeenvolgend Hermes Trismegistus, Orpheus, Aglaophemus, Pythagoras en uiteindelijk Plato. Dat was het gevolg van zijn herinterpretaties van oudere teksten in het licht van latere teksten. Deels volgde hij hierin bijvoorbeeld de neoplatonisten, die Plato’s filosofie (foutief) traceerden tot Pythagoras, maar ook werd hij beïnvloed door het werk van de Byzantijnse platonist Plethon. Dat Ficino Zarathustra als de oudste bron van wijsheid beschouwde, was op grond van verschillende teksten, zoals Plato’s verwijzingen en de Chaldeïsche orakelen, maar hij interpreteerde de Bijbelse drie wijzen uit het oosten ook als zoroastriërs, en die werden sinds de klassieke oudheid verondersteld esoterische kennis te bezitten. Zo zou Zarathustra de uitvinder van de astrologie en magie zijn geweest.

Ficino's werk genoot bekendheid doordat hij correspondeerde met veel mensen uit de betere klasse, waaronder studenten zoals Giovanni Pico della Mirandola en Angelo Poliziano, edelen, geestelijken en (hoge) ambtenaren. Hij had een groot netwerk. Twaalf boeken met zijn brieven werden eveneens uitgegeven, ook in de Italiaanse volkstaal. Door zijn liberale gedachten, gevarieerde interressen, vermenging van christelijke theologie met heidense filosofie en esoterische kennis, en de publicatie van neoplatonisch werk dat nogal exotisch aandeed, wist hij de interesse van velen te wekken. In 1561 verscheen voor het eerst een editie van het complete oeuvre van Ficino in Bazel. Er volgden nog twee uitgaven van, en ook afzonderlijke werken werden verschillende malen herdrukt tot in de zeventiende eeuw.

Zie ook[bewerken]

Nederlandse boeken in druk beschikbaar[bewerken]