Hermetica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esoterie
DeeHieroglyph.gif
Westerse esoterie
Portaal  Portaalicoon  Esoterie
Hermes Trismegistus

De hermetica zijn filosofisch-religieuze en praktisch-esoterische teksten uit de oudheid die goeddeels ontstonden in het hellenistische Egypte. Hoewel denkbeelden en leerstellingen uiteen lopen, wordt in hermetica beweerd dat daarin oeroude, esoterische kennis wordt geopenbaard door de legendarische wijsgeer Hermes Trismegistus. De hermetica zijn globaal op te delen in twee categorieën, namelijk de filosofische en de technische. Die tweede gaat over de inzet van astrologie, magie en alchemie en komt voor de christelijke jaartelling voor. In de filosofische hermetica komen Griekse, filosofische noties voor naast religieuze beschouwingen die joodse, gnostische en traditioneel Egyptische elementen vertonen. Het doel van deze hermetica is om gnosis, intuïtieve goddelijke kennis, te verkrijgen en zo verlossing te vinden. De filosofische hermetica zijn, voor zover gekend, ontstaan tussen de eerste en de derde eeuw n.Chr.

Teksten[bewerken]

Technische hermetica zijn bekend via papyri. De overgeleverde filosofische hermetica bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Corpus Hermeticum (Grieks),
  • Asclepius (Latijn),
  • de Verhandeling over de achtste en negende Hemelsfeer (Koptisch),
  • de veertig geciteerde fragmenten in de Anthologia van Johannes Stobaeus (Grieks),
  • de Hermetische definities (Armeens),
  • de Weense fragmenten,
  • en de Oxford-fragmenten.

Daarnaast zijn er ook Testimonia van latere klassieke auteurs, zoals neoplatonisten en kerkvaders.

Corpus Hermeticum[bewerken]

Het Corpus Hermeticum bestaat uit 17 (soms ook ingedeeld als 13, 19 of 20) verschillende Griekse teksten die hoogstwaarschijnlijk van verschillende auteurs stammen. Het Corpus Hermeticum wordt ook wel de Poimander (Grieks voor "mensenherder") genoemd, maar slechts het eerste traktaat van het Corpus handelt over de Poimandres. Het Corpus Hermeticum is veelal in dialoogvorm geschreven, waarvan Hermes Trismegistus gebruikmaakt om geheime, hogere kennis aan te reiken, die in de juiste handen na de nodige contemplatie zullen leiden tot gnosis.[1] Daarvoor wordt in de traktaten een schat van informatie aangeboord, zoals het (neo)platonisme, stoïcisme, gnosticisme, Alexandrische jodendom en astrologie, of worden noties daarvan gebruikt.[2]

Het Corpus Hermeticum kreeg grote bekendheid door de Latijnse vertaling uit 1471 van de hand van Marsilio Ficino aan het hof van Cosimo de' Medici de Oude. Neoplatonist Ficino merkte de overeenkomsten op tussen de filosofie uit het Corpus en de dialogen van Plato (die hij ook eigenhandig had vertaald) en meende hieruit te mogen concluderen dat Hermes Trismegistus een tijdgenoot van Mozes moest zijn geweest. Isaac Casaubon toonde in 1614 aan dat sommige teksten (voornamelijk de filosofische verhandelingen) vocabulaire bevatten dat uit de eerste of tweede eeuw na Christus stamt. Recentelijk (Fowden, 1986) is vastgesteld dat de teksten ondanks de late datum een continuïteit vertonen met de cultuur van faraonisch Egypte, hetgeen na Causabon onwaarschijnlijk werd geacht. Desondanks blijft het Corpus Hermeticum intellectueel een eclectische verzameling teksten.

Een exemplaar van de eerste editie (1471) van Marsilio Ficino's vertaling van het Corpus Hermeticum is in handen van de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam.

Asclepius[bewerken]

Asclepius is een tekst die wel werd toegeschreven aan Apuleius. De tekst zoals we hem tegenwoordig kennen is een Latijnse vertaling van een Grieks origineel dat verloren is gegaan. Tekstuele analyse heeft uitgewezen dat het een samenstelling is van geschriften, veelal uit de elfde en twaalfde eeuw, die door vele auteurs bewerkt is.[bron?] De tekst heeft de vorm van een dialoog tussen Hermes Trismegistus en zijn leerling Asclepius en handelt over drie thema's die uit drie verschillende, niet overlappende bronnen afkomstig zijn.

Het eerste thema handelt over de plaats van de mens in de wereld en de relatie tussen God, de aarde en de mens. De kosmologie leunt zwaar op Plato's filosofie en toont geen christelijke invloeden waardoor, naast andere tekstuele aanwijzingen, voor deze specifieke bron een ontstaansdatum tussen 100 v.Chr. en 300 n.C. aangenomen wordt.[bron?]

Het tweede thema is slechts kort en handelt over het kwaad in relatie tot het menselijk intellect en behandelt het probleem van het kwaad op een unieke wijze.

Het derde thema is niet meer dan een verzameling van fragmenten die wederom zwaar leunen op Plato's filosofie, met name op zijn Timaeus, waarnaast het stoïsche en hellenistisch-Egyptische invloeden vertoont. Deze tekst geeft blijk van een vijandige houding ten opzichte van het opkomende christendom, die krachtig tot uitdrukking komt in een profetie betreffende het lot van de Egyptenaren en hun religie (zie externe links). De ontstaansdatum van de tekst ligt tussen 268 en 273 n.C., hetgeen zo exact kon worden vastgesteld omdat er sprake is van de Palmyreense bezetting van Egypte (Scott, 1991). Hierdoor kan Apuleius niet de auteur van deze bron zijn.

Anthologium[bewerken]

Stobaeus verzamelde in zijn vierdelige Anthologium van rond 500 n.C. veel excerpten uit heidense teksten die hij kende. De teksten zijn in dialoogvorm geschreven, veelal met Hermes of tussen Isis en Horus.

Testimonia[bewerken]

Vanaf de tweede eeuw worden hermetische geschriften genoemd en geciteerd in werken van vele anderen, van Cyrilus en Lactantius tot en met diverse islamitische auteurs. Deze fragmenten worden gemeenschappelijk de Testimonia genoemd. Het is hierbij opvallend dat geen van de vroege neoplatonistische auteurs gewag maakt van het hermetisme, terwijl zowel het hermetisme als neoplatonisme rond dezelfde tijd in Alexandrië tot bloei kwamen. Daardoor wordt wel geopperd dat het hermetisme het karakter van een volkscultus had, terwijl het neoplatonisme veeleer door de culturele elite bedreven werd.[bron?]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]