Codex Askewianes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Categorie Gnosis
Abraxas gem scan.svg
Gnosis
Begrippen
Portaal  Portaalicoon  Religie

De Codex Askewianes is een codex die een gnostische tekst bevat die bekend is onder de naam Pistis Sophia. Een codex is een handschrift in de vorm van een boek met ingenaaide katernen en geen boekrol. Naast deze codex en de Nag Hammadigeschriften bestaat de gevonden gnostische literatuur verder uit de Codex Berolinensis Gnosticus 8502 , de Codex Brucianus en de Codex Tschacos

Pistis Sophia was de eerste gnostische tekst in het Koptisch die in het westen bekend werd. Er is maar één handschrift van bewaard gebleven. Dit handschrift werd omstreeks 1770 in een antiquariaat in Londen aangekocht door de medicus Anthony Askew. Het manuscript kwam in 1785 in het bezit van het British Museum en maakt nu onderdeel uit van de collectie van de British Library. Het manuscript dateert uit de vierde eeuw. De tekst was een vertaling van een oorspronkelijke Griekse tekst, waarvan nooit iets gevonden is. De meest gehanteerde aanname is, dat die Griekse tekst uit omstreeks het midden van de derde eeuw moet dateren.

De tekst werd in 1845 en 1846 voor het eerst in het Latijn vertaald door Moritz Gotthilf Schwartze. Die vertaling werd pas na zijn dood onder verantwoordelijkheid van Julius Heinrich Petermann uitgegeven. De eerste vertaling in het Frans van Émile Amélineau dateert van 1895. Een Duitse vertaling van Carl Schmidt kwam uit in 1905 en een Engelse vertaling van George Mead in 1921. De meest recente vertaling in het Engels is van Violet MacDermot en dateert uit 1978.

Pistis Sophia[bewerken]

Het is een zeer omvangrijke tekst van 148 hoofdstukken. Er is in het vakgebied een debat over het aantal te onderscheiden delen van de tekst. De Nederlandse vertaling van Jacob Slavenburg gaat uit van zes boeken. De meeste auteurs in het vakgebied kiezen voor vier boeken. Het verhaal zelf kan ook in vieren worden verdeeld. In het eerste deel wordt verteld, dat Jezus na zijn opstanding elf jaar doorbracht met zijn discipelen op de Olijfberg en hen daar verder onderwees. Jezus wordt dan tijdens hevig natuurgeweld plotseling verheven naar de hemel. Na dertig uur keert hij terug met een veel helderder uitstraling dan daarvoor.

Het tweede deel handelt dan om de ervaringen van Jezus tijdens deze dertig uur. Jezus vertelt eerst de hiërarchische volgorde van de bewustzijnsgebieden die hij op de tocht naar de hemel passeerde. Jezus vindt Pistis Sofia ( Geloof - Wijsheid) beneden het Dertiende Aeon. In deze tekst zijn Aeons entiteiten, die de bewustzijnsniveaus beheersen die er tussen hemel en aarde zijn. Pistis Sofia was geheel alleen zonder de steun van haar broers. Zij treurde over de kwellingen die haar aangedaan waren door een entiteit met de naam Authades, de Zelfzuchtige. Pistis Sophia had Het Licht van de Hoogte gezien op de sluier van de Schat van het Licht en begon uit eerbied daarvoor te zingen.

Vanaf dat moment werd zij door Authades, de Zelfzuchtige alsmede door de Twaalf Eonen onder haar gehaat. Pistis Sophia werd door hen verleid naar beneden te kijken, waar zij een andere entiteit met een licht waarnam. Onbekend met het feit, dat dit een emanatie van de Zelfzuchtige was besloot zij daar heen te gaan en het licht te pakken. In het verhaal wordt duidelijk, dat Pistus Sophia dit deed op basis van haar veronderstelling, dat zij op deze wijze Het Licht van de Hoogte kon bereiken. Maar na haar afdaling vanaf het Dertiende Aeon, haar verblijfplaats, werd zij steeds verder in chaos betrokken. Uiteindelijk zag zij Jezus, omringd door licht, schreeuwde naar het Licht van de Lichten, sprak haar berouw over haar handelen uit, waarop Jezus haar bevrijdt uit de chaos.

Het derde deel handelt dan om de vraag wat wel of niet gewenste acties en houdingen zijn, welke straffen er zouden moeten staan op niet te accepteren daden. Het gaat uitgebreid in op een aspect als berouw en op de vraag of het toelaatbaar is de mysteries te onthullen aan anderen.

Het vierde deel bestaat uit instructies van Jezus aan de discipelen over vooral wat zij mogen verwachten als zij een doopritueel ondergaan en wat er daarbij van hen verwacht wordt. In veel gnostische literatuur neemt Maria Magdalena een belangrijke plaats in. In deze tekst is zij zeer prominent aanwezig als degene, die de instructies van Jezus beter en vooral sneller begrijpt dan de andere discipelen. Jezus moedigt haar dan ook vaak aan te spreken. Maria, gij benadigde, die Ik in alle mysteriën des Hemels zal inwijden, spreek openlijk, gij wier verstand meer dan dat van al uw broeders gericht is op het Koninkrijk der Hemelen.

Zoals in vrijwel alle gnostische teksten manifesteert God zich ook hier niet. In deze tekst wordt Hij benoemd als de Onuitsprekelijke, waarover niets bekend is. In meerdere varianten is de val van Sophia een kernthema in de gnostische literatuur. Die val veroorzaakt een breuk in het Pleroma , het goddelijk domein met zijn hiërarchische structuur van Aeons. Het is het gevolg van een streven van Sophia naar iets dat onmogelijk te verwezenlijken is, namelijk de grootheid van God te begrijpen.