Julius Evola

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Evola in 1940

Giulio Cesare Andrea Evola (Rome, 19 mei 1898 – aldaar, 11 juni 1974), bekend als Julius Evola of Baron Evola, was een Italiaanse filosoof, dadaïstisch schilder en dichter en esotericus. Evola kan als een groot criticus van de moderniteit en de Westerse beschaving binnen datzelfde tijdperk worden gezien, zoals door hem uiteengezet in Rivolta contro il mondo moderno (vertaald als Revolt Against the Modern World[1]). Voor dit werk werd Evola sterk geïnspireerd door René Guénon[2], in het bijzonder diens The Crisis of the Modern World (La crise du monde moderne, 1927).[3] Samen met Guénon en Frithjof Schuon kan Evola worden gezien als één van de grote Traditionalisten van de Europese geschiedenis.

Hedendaags worden de denkbeelden van Evola doorgaans als controversieel bestempeld. Hij was uitgesproken anti-progressivistisch, anti-parlementair en hij was tevens spiritueel racist.[4][5] Zijn wereldbeschouwing is onder andere te duiden als aristocratisch, patriarchaal, heroïsch, anarchistisch en reactionair. Naast Guénon werd Evola sterk geïnspireerd door de Stoa, het Hindoeïsme en boeddhisme[6], waaronder ook (tantra) yoga.[7] Tevens waren verschillende filosofen waaronder Arturo Reghini, Immanuel Kant[6], Arthur Schopenhauer[6], Friedrich Nietzsche[8] en Oswald Spengler[8] van invloed op het denken van Evola.

Traditionalisme[bewerken]

De principes van de Traditionalistische school, waarvoor René Guénons geschriften de basis hebben gelegd, zijn lastig te begrijpen voor moderne mensen omdat Traditionalisme per definitie anti-modern is en vice versa.[9] Traditie (met hoofdletter "T") valt echter niet te verwarren met "traditie", dat wil zeggen in de alledaagse betekenis van gebruiken of gewoontes.[10]

Een wezenlijk aspect van Traditionalisten is dat ze geloven in een cyclische tijdsopvatting[11] - oftewel anders dan de lineaire, immer naar de toekomst voortschrijdende en dus progressieve conceptie van tijd in de moderniteit[12] -, welke in verschillende Traditionele spirituele, religieuze en culturele beschavingen terugkomt. Deze cyclus bestaat uit vier stadia, welke volgordelijk getypeerd worden door steeds verder verval. De laatste cyclus eindigt in het 'Einde der Tijden' (eschatologie), zoals bijvoorbeeld toegeschreven aan de Kali Yuga (Hindoeïsme), Ragnarok (Noordse en Germaanse mythologie), apocalyps (jodendom, christendom en islam). Evola stelt, net als alle andere Traditionalisten, dat wereld in het laatste stadium verkeert, oftewel de Kali Yuga. Dit stadium wordt, net zoals de moderniteit, in grote mate bepaald door onder andere materialisme (onverzadigbare begeertes), secularisme (spirituele vergetelheid en atheïsme), individualisme en een rationele moraal.

Kritiek op de moderniteit[bewerken]

In één van zijn hoofdwerken, getiteld Rivolta contro il mondo moderno (vrij vertaald: 'Opstand tegen de moderne wereld'), analyseert Evola de spirituele en culturele crisis waarin de Westerse beschaving volgens hem in terecht is gekomen sinds de Renaissance en Verlichting.

Politieke opvattingen en activiteiten[bewerken]

Het werk van Evola wordt regelmatig afgedaan als fascistisch. Echter, het Traditionalisme is, zoals reeds gesteld, onverenigbaar met de moderniteit. Vanwege zijn uitgesproken anti-progressivistische karakter kan hij politiek gezien het beste worden begrepen als een reactionair. Logischerwijs stond Evola kritisch ten opzichte van alle drie de (grote) moderne politieke theorieën, omdat het (1) liberalisme, (2) communisme en (3) fascisme bij uitstek modern zijn.[13] Immers, deze drie theorieën zijn allemaal progressistisch: alle drie zijn optimistisch en uiteindelijk gericht op een utopisch einddoel[14], wat incommensurabel is met de tijdsopvatting van kosmische cycli met onherroepelijk verval. Weliswaar heeft fascisme een zekere overlap met Traditionalisme. Historicus Roger Griffin stelt dat fascisme behoorlijk eclectisch kan zijn en schrijft verschillende kenmerken toe aan fascisme, waaronder 'a cult of tradition' en 'the rejection of modernism', samen met nog 11 andere kenmerken.[15] Griffin schrijft in een voorwoord van een later werk, getiteld Modernism and Fascism dat fascisme "(..) far from being intrisically anti-modern" is, en vervolgd met "fascism only rejects 'the allededly degenerative elements of the modern age', and that its 'thrust towards a new type of society' means that 'it represents an alternative modern rather than a rejection of it'.[16] Evola was zelf ook van mening dat het fascisme niet daadwerkelijk Traditionalistisch en dus niet wezenlijk anti-modern was.[17][18][19]

Desalniettemin zag Evola kansen in het fascisme en nationaalsocialisme. Hoewel hij kritisch was ten opzichte van bepaalde aspecten, zoals hierboven beschreven, maar waaronder ook het biologisch racisme, zag hij in het Derde Rijk de mogelijkheid tot de wederkeer van een imperium, soortgelijk aan het Romeinse Imperium en het Heilige Roomse Rijk. Hij was een sympathisant van de Partito Nazionale Fascista[bron?] maar werd geen lid. Hij vond de partij te compromisbereid.[bron?] In de jaren 1937-38 zocht hij, als bewonderaar van Heinrich Himmler[bron?], toenadering tot de nazi's[bron?], al ging het völkische in hun ideologie in tegen zijn aristocratisme en had hij ook bezwaar tegen hun biologisch materialisme, terwijl er omgekeerd argwaan was tegen zijn supranationalisme.[bron?] Naarmate de pan-Europese strekking door oorlogsbelangen de bovenhand haalde, wist Evola vanuit Italië beter zijn plaats te vinden in invloedrijke nazi-kringen.[bron?] Na het afzetten van Mussolini vluchtte hij in 1943 naar Duitsland. Toen ook de afgezette leider over de grens wist te raken, hielp Evola hem verwelkomen in Hitlers Wolfsschanze[bron?] en droeg hij bij aan de efemere Italiaanse Sociale Republiek.[bron?]

Antisemitisme[bewerken]

Evola erkent de Abrahamistische religies als waardevolle tradities en stelde dat men spirituele realisatie kon bereiken middels deze drie religies. In navolging van Otto Weininger was Evola weliswaar geen aanhanger van een biologisch antisemitisme, maar meende hij wel dat het jodendom door een spirituele crisis decadent was geworden. Evenals Schopenhauer en Nietzsche[20] was Evola van mening dat Semitische theïsmen niet thuishoorden in Europa en onherroepelijk zouden leiden tot 'het Europese nihilisme'. Zijn opvattingen waren niet gespeend van contradicties.[bron?] Hij ontkende het bestaan van een Joodse samenzwering[bron?] maar schreef dat de Protocollen van de wijzen van Sion - vervalsing of niet - een accurate reflectie van de moderniteit boden en een occult oorlogsplan bevatten. Hij riep op zich niet over te geven aan haatuitingen, maar polemiseerde tegen Einstein, Freud, Mahler en Tzara en droeg in 1942 bij aan de brochure "De joden hebben de oorlog gewild".[bron?]

Oeuvre[bewerken]

De boeken Rivolta contro il mondo moderno ('Opstand tegen de moderne wereld'), Gli uomini e le rovine ('Mensen tussen de ruïnes') en Cavalcare la Tigre ('Rijden op de tijger') worden als de belangrijkste trilogie van Evola's werken beschouwd. Evola's wereldbeeld is beschreven als 'een van de meest radicale en samenhangende anti-egalitaire, antiliberale, antidemocratische en antipopulaire systemen in de twintigste eeuw'.[21] Veel van zijn theorieën en geschriften zijn gebaseerd op zijn eigen idiosyncratische spiritualisme en mysticisme.

Invloed[bewerken]

Evola's werk was van invloed op fascisten.[bron?] De rassenleer die hij uiteenzette in zijn Sintesi di dottrina della razza (1941) werd door Mussolini aangenomen als officiële doctrine.[bron?] Na de oorlog bleef hij invloedrijk in kringen van neofascisten. Op een proces in 1951 verdedigde hij zich door te zeggen dat hij potentie had gezien in de beweging en haar fouten had willen hervormen. Hij bekwam vrijspraak. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben veel stromingen zoals Radicaal Traditionalisten, Nieuw Rechts, Conservatief Revolutionairen, fascisten en derdepositiegroepen inspiratie van hem opgedaan. Het uiterst-rechtse gebruik van de term boreaal gaat terug op Evola's geschriften.[22]

Publicaties (selectie)[bewerken]

  • Arte Astratta, posizione teorica, 1920
  • La parole obscure du paysage intérieur, 1921 (gedicht)
  • Saggi sull'idealismo magico, 1925
  • L'individuo e il divenire del mondo, 1926
  • L'uomo come potenza, 1927
  • Teoria dell'individuo assoluto, 1927
  • Imperialismo pagano, 1928
    • Heidnischer Imperialismus, 1933
  • Fenomenologia dell'individuo assoluto, 1930
  • La tradizione ermetica, 1931
  • Maschera e volto dello spiritualismo contemporaneo, 1932
  • Rivolta contro il mondo moderno, 1934
    • Erhebung wider die moderne Welt, 1935
  • Tre aspetti del problema ebraico, 1936
  • Il mistero del Graal, 1937
  • Il mito del sangue. Genesi del razzismo, 1937
  • Die arische Lehre von Kampf und Sieg, 1941 (voordracht gehouden in het Kaiser Wilhelm-Institut van Rome op 7 december 1940)
  • Indirizzi per una educazione razziale, 1941
  • Sintesi di dottrina della razza, 1941
    • Grundrisse der faschistischen Rassenlehre, 1943
  • Reich und Imperium als Elemente der neuen europäischen Ordnung[dode link], in: Europäische Revue, 1942, nr. 2, p. 69 e.v.
  • La dottrina del risveglio, 1943
  • Lo Yoga della potenza, 1949
  • Orientamenti, 1950
  • Gli uomini e le rovine, 1953
  • Metafisica del sesso, 1958
  • L'«Operaio» nel pensiero di Ernst Jünger, 1959
  • Cavalcare la tigre, 1961
  • Il cammino del cinabro, 1963
  • Il Fascismo. Saggio di una analisi critica dal punto di vista della destra, 1963
  • L'arco e la clava, 1968
  • Raâga Blanda, 1969
  • Il taoismo, 1972
  • Ricognizioni. Uomini e problemi, 1974

Bronvermelding[bewerken]