William Shakespeare

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
William Shakespeare
Van het Chandos-portret, dat dateert uit de periode 1600-1610, wordt vermoed dat het William Shakespeare uitbeeldt. De National Portrait Gallery waar het te bezichtigen is, is daar zelfs van overtuigd. De maker van het schilderij is onbekend.
Van het Chandos-portret, dat dateert uit de periode 1600-1610, wordt vermoed dat het William Shakespeare uitbeeldt. De National Portrait Gallery waar het te bezichtigen is, is daar zelfs van overtuigd. De maker van het schilderij is onbekend.
Algemene informatie
Geboren gedoopt op 26 april 1564 (geboortedatum onbekend), Stratford-upon-Avon
Overleden 23 april 1616 (OS), Stratford-upon-Avon
Land Verenigd Koninkrijk
Beroep Dichter, toneelschrijver
Werk
Jaren actief ca. 1585–ca.1613
Genre Komedie, tragedie, koningsdrama, romance, poëzie
Stroming Engels renaissancetheater
Bekende werken o.a. Macbeth, Romeo and Juliet, Hamlet, Othello en King Lear
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Shakespeare
Shakespeares handtekening, van zijn testament

William Shakespeare (Stratford-upon-Avon, ± 23 april 1564, gedoopt 26 april 1564 - aldaar, 23 april OS 1616) was een Engels toneelschrijver, dichter en acteur.

Shakespeare wordt gezien als de grootste schrijver die Engeland ooit heeft voortgebracht, niet alleen vanwege de kwaliteit van zijn werken, maar ook vanwege zijn enorme invloed op de Engelse taal, waarin nog steeds honderden woorden, uitdrukkingen en citaten aan hem zijn toe te schrijven. Hij schreef 154 sonnetten en een aantal langere gedichten en kan beschouwd worden als de eerste moderne toneelschrijver. Zijn toneelwerk bestaat uit 38 tragedies, historische stukken en komedies over tijdloze, universele thema's die tot op de dag van vandaag gebruikt worden voor theaterbewerkingen, opera's, musicals en films. Een van de beroemdste adaptaties van het Romeo and Juliet-verhaal is bijvoorbeeld West Side Story uit 1957, de musical van Leonard Bernstein met de sloppenwijken van New York als decor.

Leven

Shakespeares geboortehuis in Stratford-upon-Avon

William Shakespeare (ook gespeld Shakspere, Shaksper, en Shake-speare, omdat de spelling in de Elizabethaanse periode niet absoluut was) werd geboren in Stratford-upon-Avon in Warwickshire, in april 1564. William was de zoon van John Shakespeare, een succesvolle handelaar en wethouder, en van Mary Arden, een dochter uit een adellijke familie. De Shakespeares woonden toen in Henley Street. Bekend is dat William op 26 april werd gedoopt. Omdat het destijds gebruikelijk was om een kind drie dagen na de geboorte te dopen, is Shakespeare waarschijnlijk op zondag 23 april geboren. Het huis in Stratford is bekend als 'de geboorteplaats van Shakespeare,' maar deze status is onzeker. Shakespeares vader was een welvarende handschoenenmaker en verkreeg vele titels tijdens zijn leven, met inbegrip van chamberlain,[1] wethouder, deurwaarder (equivalent van burgemeester), en eerste schepen. Later werd hij vervolgd voor deelname aan de zwarte markt in wol en verloor zijn positie als wethouder. Sommige gegevens wijzen op mogelijke roomse sympathieën aan beide kanten van het gezin - een gevaar onder de strenge anti-katholieke regels van koningin Elizabeth.

William Shakespeare studeerde waarschijnlijk aan de Stratford Grammar School in het centrum van Stratford, wat een intensief onderwijs in Latijnse grammatica en het vertalen van auteurs als Cicero en Vergilius inhield. Ook Ovidius, die later Williams meest geliefde auteur zou worden, ontbrak niet op het curriculum. Er wordt verondersteld dat de jonge Shakespeare op deze school zat omdat John Shakespeares positie als wethouder hem in staat stelde zijn kinderen daar gratis onderwijs te laten volgen. Helaas ontbreekt enig bewijs dat William na deze school een andere vorm van formeel onderwijs volgde.

De galerijen in het (gereconstrueerde) Globe Theatre, London, waaraan Shakespeare verbonden was

Op 28 november 1582 trouwde de 18-jarige William Shakespeare met de 26-jarige Anne Hathaway in Temple Grafton, nabij Stratford. Twee buren van Anne, Fulk Sandalls en John Richardson, stelden zich borg dat er geen belemmeringen voor het huwelijk waren. Er lijkt enige haast geweest te zijn bij het regelen van de ceremonie, want Anne was toen waarschijnlijk drie maanden zwanger. Na het huwelijk geraken we Williams spoor bijster tot hij in de Londense literaire scène opduikt. Op 26 mei 1583 werd Shakespeares eerste kind, Susanna, gedoopt in Stratford. Een zoon, Hamnet, en een dochter, Judith, werden kort daarna op 2 februari 1585 gedoopt. Hamnet overleed in 1596 op elfjarige leeftijd aan een onbekende oorzaak. Sommigen vermoeden dat zijn dood mogelijk de inspiratie vormde voor de tragische Geschiedenis van Hamlet, Prins van Denemarken (ca. 1601). Susanna en Judith zouden respectievelijk zesenzestig en eenenzestig jaar oud worden. Er is uit deze tijd verder weinig over William Shakespeare bekend. Dit verandert vanaf het moment dat hij opduikt in de theaters van Londen. Ongeveer in 1588 arriveerde hij in Londen en het duurde vier jaar voordat hij als acteur en als schrijver succes kreeg. Die late jaren 1580 staan ook bekend als Shakespeares 'lost years' omdat we gewoon niet weten waar hij ergens was en wat hij precies deed nadat hij Stratford voor Londen verliet. Een van de theorieën luidt dat Shakespeare met een van de toneelgezelschappen, dat van Leicester of van Queen's Men, op tour zou zijn meegetrokken. De 17e-eeuwse biograaf John Aubrey legde een getuigenis vast van William Beeston, een van de zonen van Shakespeares medespelers, waarin hij 'de plattelands-schoolmeester' werd genoemd.[2]. Het lijkt echter aannemelijker dat Shakespeare gedurende die zeven 'verloren jaren' (1582-1592) een jonge acteur was.[3]

Shakespeares grafmonument op de Holy Trinity Church te Stratford

Shakespeare kreeg naamsbekendheid als acteur, schrijver en uiteindelijk als mede-eigenaar van het toneelgezelschap van Richard Burbage dat bekendstond als The Lord Chamberlain's Men, genoemd naar de aristocraat die het sponsorde. Later werd het gezelschap geadopteerd door Jacobus I van Engeland en vanaf die tijd stond het bekend als The King's Men. Uit verschillende documenten uit die tijd blijkt dat Shakespeare een rijk man werd in de jaren dat hij in Londen woonde en werkte. Hij stopte met werken in 1613 en hij overleed op 23 april 1616. Hij ligt begraven in de Holy Trinity Church in Stratford-upon-Avon, waar jaarlijks miljoenen bezoekers het gedicht op zijn grafsteen lezen.

Over de religie van Shakespeare is altijd veel discussie en onzekerheid geweest. Sommige onderzoekers claimen dat leden uit Shakespeares familie katholieken waren in een tijd dat het praktiseren van het katholicisme bij wet verboden was. Wat wel vaststaat, is dat Shakespeares moeder, Mary Arden, werd opgevoed in een vroom katholiek gezin. Het sterkste argument pro komt misschien van een door zijn vader ondertekende katholieke geloofsbelijdenis, die in 1757 werd gevonden tussen de daksparren van zijn gewezen huis in Henley Street. Het document zelf is echter verloren gegaan en onderzoekers verschillen nu van mening over de authenticiteit.

Werken

Datering

Nuvola single chevron right.svg Zie Chronologie van Shakespeares toneelstukken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Het "Cobbe-portret", gemaakt rond 1610, dat Shakespeare zou tonen

Noch over de exacte data waarop de werken van Shakespeare zijn geschreven, noch over de chronologische volgorde bestaat zekerheid. Van de afzonderlijke toneelstukken is zelfs niet zeker of ze wel aan één bepaald tijdstip toegeschreven zouden kunnen worden: wellicht is eraan geschreven en herschreven, zodanig dat het ene fragment van een bepaald ogenblik is, terwijl het andere juist een latere toevoeging of verandering betreft. Daardoor is het gebruik van interne aanwijzingen ook maar beperkt mogelijk: een stuk kan een verwijzing bevatten naar een eigentijdse gebeurtenis, en zo kan die verwijzing ruwweg worden gedateerd; maar dat zegt weinig over de rest van hetzelfde toneelspel.

Dit heeft veel te maken met de productiewijze van Shakespeares toneelwerk; dit was bedoeld om te worden gespeeld, niet om te worden gelezen. Het waren teksten voor acteurs en via hen voor toeschouwers; niet voor lezers. Publicatie lag dan ook niet voor de hand, en vóór het jaar 1597 is maar een stuk in druk verschenen (Titus Andronicus).

Toch is ruwe datering in groepen wel mogelijk. In 1598 publiceerde ene Francis Meres uit Cambridge een soort citatenboek, waarin ook passages uit Shakespeares werk voorkomen: hij noemt daarbij een aantal titels (waaronder het verloren gegane Loves labours wonne). Zo komen we op het spoor van Shakespeares vroegere werk, en door kenmerken te vergelijken, valt vervolgens na te gaan wat er nu ongeveer tot dit vroegere werk behoort.

Toen Hemminge en Condell in 1623 hun First Folio van Shakespeares werk uitbrachten, was in die verzameling opgetekende stukken weliswaar een zekere groepering aangebracht, maar die kan ook niet werkelijk uitsluitsel brengen; de groepering vormt geen strikte chronologie.

Toneelgenres

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Komedies van Shakespeare, Tragedies van Shakespeare en Historiestukken van Shakespeare

In de First Folio van 1623 werden Shakespeares toneelstukken ingedeeld in blijspelen, treurspelen en historiespelen (in het Engels Comedies, Tragedies and History Plays. Dat is lange tijd traditioneel zo gebleven. In recente wetenschappelijke literatuur over Shakespeare, zoals in de Riverside Shakespeare 2nd edition uit 1997, wordt nog een 4de groep toneelstukken met gemeenschappelijke kenmerken beschreven: die van zijn late "romances". Het waren stukken die Shakespeare later in zijn leven schreef, na zijn grote tragedies.

Vier van deze tragedies worden als Shakespeares grootste werk beschouwd: Hamlet, Othello, King Lear en Macbeth. Er worden grote thema's in uitgewerkt, respectievelijk wraak die tot waanzin leidt; jaloezie; zelfbegoocheling en verzoening, en tomeloze ambitie. Verreweg het meest becommentarieerd is Hamlet, wellicht juist door de meerduidigheid die ontstaat door de visies en visioenen van de hoofdpersoon. Het stuk kan, ondanks de suggestie die kan worden gewekt door een zo omvangrijke secundaire literatuur, eenvoudig gezien en gelezen worden als een soort wraaktragedie.

De koningsdrama's (de historische stukken) vormen een soort politieke geschiedenis van Engeland, met uiteraard de nadruk op de val en ondergang van koningen. Daarbij worden in feite eigentijdse thema's uit de toenmalige politiek behandeld, die in een historische setting nu eenmaal veiliger te bespreken waren. Voorbeelden van dergelijke kwesties waren: hoever reikt het (goddelijk) recht van een koning, wat is zijn verhouding tot zijn onderdanen, in hoeverre is hij identiek met de staat, in hoeverre valt onrecht te billijken?

Taal en techniek

Dit houdt niet in dat Shakespeare partij kiest. Het is vaak zijn techniek om krachten tegenover elkaar te plaatsen, en zo blijft een oordeel uit. Veeleer zijn het de menselijke condities en zwakheden die voorop staan, de dilemma's en de druk der omstandigheden. Personages en plot grijpen daardoor ineen, en worden (ook als ze, zoals vaak het geval was, ontleend zijn aan werk van anderen) gedenkwaardig en uniek.

Shylock bijvoorbeeld, die geld uitleent, wordt niet afgeschilderd als een boosdoener en woekeraar; in essentie is hij nu juist een geldlener. Koning Lear is een verblind man, die niet voldoende contact had met de realiteit om in te zien dat hij zich niet aan zijn dochters moest uitleveren; maar naast deze tragiek laat hij, zeker in de sterfscène, een ongekende koninklijkheid zien, en zijn laatste monoloog is majesteitelijk. Hamlet is niet zozeer wraaklustig of gek; hij is een gekweld mens. De koningen in de koningsdrama's worden verscheurd door krachten die zij nauwelijks kunnen hanteren, hetzij buiten henzelf, hetzij in hun eigen zwak karakter (Richard II).

Vanaf het vroege werk is het taalgebruik bijzonder beeldend: woordspelingen en metaforen leiden tot een opvallend beeldend vers dat grote bedrevenheid in de taal laat zien. Ook de neiging met taal te experimenteren (vooral in het vroege werk), onderscheidt de auteur al dadelijk van zijn tijdgenoten.

In het Elizabethaanse toneel was de alleenspraak een veelvoorkomende conventie. Waar Shakespeare die toepast, valt, vooral in het grote werk, de dramatische kracht op die hij zijn monologen (soliloquies) meegeeft, en waardoor die alleenspraken vaak in de herinnering voortleven, en bijna of zelfs geheel tot clichés in de Engelse taal zijn geworden. Bekende citaten zijn "To be or not to be, that is the question" (Te zijn of niet te zijn, dat is de vraag, uit Hamlet); "Tomorrow and tomorrow and tomorrow" (Morgen en morgen en morgen, uit Macbeth), "Aye, but to die, and go we know not where" (Measure for Measure).
De verzoening tussen King Lear en zijn dochter Cordelia levert aangrijpende versregels op als het koninklijke "Pray, do not mock me; / I am a very foolish fond old man", dat na enige tijd overgaat in herkenning van zijn dochter, gevolgd door het berouw: "If you have poison for me, I will drink it."

Overzicht

Naast toneelwerk schreef Shakespeare ook lyriek: de lange gedichten Venus and Adonis, The Rape of Lucrece en A Lover's Complaint, het raadselachtige Let the Bird of Loudest Lay (beter bekend onder de apocriefe naam The Phoenix and the Turtle) en de langste en volgens velen mooiste sonnettencyclus van zijn tijd. Ook zou hij aan enkele toneelstukken op naam van andere auteurs enkele scènes hebben bijgedragen, zoals de herziene uitgave van het toneelstuk Sir Thomas More (1594/1595).

Folio- en quarto-uitgaven

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Bad quarto

In 1623, zeven jaar na Shakespeares dood, werden al zijn stukken (op twee na) uitgegeven in wat nu bekendstaat als de First Folio-uitgave. Deze bijzonder waardevolle uitgave wordt meestal als basistekst gebruikt. Van achttien stukken bestaan er oudere, zogenaamde quarto-uitgaven, die vaak zonder medewerking van Shakespeare tot stand waren gekomen en waarvan er acht heel corrupt zijn, wellicht omdat ze uit de mond van acteurs werden opgetekend. Toch zijn ook deze quarto's heel interessant voor vergelijkende studies.

Folio en quarto verwijst naar het boekformaat, dat ontstaat door een bedrukt vel papier eenmaal (folio) of tweemaal (quarto) in het midden te vouwen. De rug van het boek is ongeveer 38 cm hoog (folio) resp. 23 cm (quarto).

In 2006 werd een First Folio-uitgave van 1623 geveild. De waarde werd door het veilinghuis geschat op 4,3 miljoen euro.

Bronnen

Shakespeare verzon slechts zelden het verhaal. De enige stukken met een originele plot zijn A Midsummer Night's Dream en The Tempest. Meestal baseerde hij zich op bekende verhalen. Van Romeo and Juliet bijvoorbeeld circuleerden in zijn tijd verschillende toneelversies van andere auteurs, en het verhaal was ten minste honderd jaar oud. Voor zijn historische stukken haalde hij zijn inspiratie bij klassieke geschiedschrijvers en Britse kroniekschrijvers, of hij bewerkte oude, bestaande toneelstukken.

Shakespeare in Nederlandse vertaling/bewerking

Van Shakespeare zijn in de loop der geschiedenis goede vertalingen in het Nederlands verschenen.

  • De eerste complete vertaling was van Leendert Burgersdijk en werd uitgegeven bij Brill te Leiden in 1886. Die oude Burgersdijk-editie werd in de jaren zestig ‘hertaald’ door Cees Buddingh.
  • Willy Courteaux vertaalde als autodidact het volledige Verzameld Werk. Zijn vertalingen gelden voor velen nog steeds als ijkpunten in de Nederlandstalige Shakespeare-kunde. De eerste edities zijn in vier delen verschenen (1967-1971) en in één deel dundruk (1987). In maart 2007 zijn zijn Shakespeare-vertalingen in een volledige heruitgave verschenen bij uitgeverij Meulenhoff/Manteau.
  • Vertalingen van de hand van de regisseur van het Shakespearetheater Diever, Jack Nieborg, zijn verschenen bij Uitgeverij Passage.
  • Tom Lanoye liet zich voor zijn moderne, gewaagde trilogie Ten Oorlog inspireren door Shakespeares koningsdrama's:

Citaten ter vergelijking (uit Richard III):

  • "Catesby: Te hulp, Lord Norfolk, vlug, te hulp, te hulp!/ De koning doet meer wondren dan een mens/ En stort zich in het heetst van elk gevaar./ Zijn Paard is dood en hij vecht voort te voet/ En zoekt naar Richmond in de muil des doods./ Te hulp, mylord, of alles is verloren.// K.Richard: Een paard, een paard, mijn koninkrijk voor 'n paard." (Willy Courteaux, Richard III, 1966)
  • "Sweet Modder die mij in de wereld scheet:/ De lafheid van je liefde liet mij leven/ Waar echte liefde me gewurgd zou hebben./ Ik vraag je schoon, verlos mij, help mij please,/ Zoals ik jou verlost heb uit jouw lijden./ Ik rijd naar jou en cut je kut aan stukken/ Waarin ik rotten moest, voor ik mocht rijpen.../ A horse! Mijn fokking kroon voor maar één paard." (Tom Lanoye, Ten Oorlog, 1997)

Het zal duidelijk zijn dat Courteaux dichter bij het origineel blijft en ook gebruikmaakt van de jambische pentameter zoals Shakespeare deed. Tom Lanoye wijkt bewust sterker af, en Ten Oorlog kan daarom als een adaptatie beschouwd worden.

In 2007 is van de hand van Jan Jonk het eerste deel (De blijspelen) verschenen van de op de eerste folio-editie gebaseerde vertaling van De volledige werken van William Shakespeare. Deze vertaling respecteert het vroegmoderne Engels van Shakespeare en bovendien laat Jonk geen fragmenten weg, noch censureert hij. De serie gaat uit 4 delen bestaan.[5]

Anti-Stratfordians

Er bestaat een hele verzameling publicaties die beweren dat Shakespeare helemaal niet de schrijver van de werken is geweest. Als tegenkandidaten worden onder andere Francis Bacon, Christopher Marlowe, Henry Neville en Edward de Vere, genoemd. Al deze personen hebben hun aanhangers, en de literatuur waarin allerlei suggesties worden gedaan over deze en allerlei andere kandidaten, bedraagt zeker 5000 boeken, wellicht veel meer. Er bestaan daardoor in de Shakespeareliteratuur twee kampen: de Stratfordians, die geen reden zien om Shakespeares auteurschap af te wijzen, en de anti-Stratfordians, die met zeer vele kandidaten kwamen en komen. Het debat is zeer levendig, en beweegt zich over een scala van onderwerpen: het in de werken aantoonbare idiolect, de aangeroerde onderwerpen en expertises, de fysieke (on)mogelijkheid voor een auteur om naast het schrijven van zijn eigen werk en het vervullen van zijn (ons bekende) werkzaamheden ook nog de stukken van Shakespeare te hebben geschreven, en veel meer.

Waarom het juist Shakespeare is wiens auteurschap zo wordt betwist, is op zichzelf onderwerp van debat. Enerzijds kan het komen doordat er over hem weinig bekend is, maar dat geldt voor velen onder zijn bekende tijdgenoten evenzeer. Een aanvullende verklaring zal dan ook wel zijn dat hij juist door de eenzame hoogte waarop zijn werk volgens kritiek en literatuurminnaars staat, nu eenmaal veel aandacht trekt.
De zoektocht naar een auteur die "in werkelijkheid" de werken van Shakespeare zou hebben geschreven, begon rond 1852, toen de Amerikaanse Delia Bacon begon aan een uitgebreide poging om aan te tonen dat haar naamgenoot Francis Bacon de schrijver zou zijn geweest. Nadat in 1857 haar boek uitgekomen was, vond zij navolging en waren de theorieën en tegentheorieën niet langer van de lucht. (Een eerdere poging, uit 1785, van James Wilmot heeft nooit de invloed gekregen die Celia Bacons werk wel ten deel viel.) [6]

Hoewel het idee op veel publieke belangstelling kan rekenen, beschouwen de meeste huidige Shakespeare-onderzoekers en literaire historici het als een marginale opvatting, zodat ze er weinig of geen belangstelling voor tonen.[7]

Receptie en literaire kritiek

Reeds tijdens zijn leven genoot Shakespeare literair veel aanzien. In 1598 noemde Francis Meres hem de grootste Engelse schrijver van komedies en tragedies, en de dichter John Weever spak over de 'honey-tongued Shakespeare'. Zijn vriend en tijdgenoot Ben Jonson, zelf een succesrijk toneelschrijver, toonde zich kritischer. Hij gaf weliswaar toe dat Shakespeare zijn gelijke niet had als schrijver van komedies en tragedies en daarbij zelfs de klassieken naar de kroon stak, maar wees er ook op dat zijn kennis van de klassieke talen te wensen overliet. Ook vond hij dat Shakespeare in zijn drama de klassieke Aristotelische drie-eenheid van tijd, plaats en handeling zou moeten volgen. Shakespeares hebbelijkheid om clowns in ernstige koningsdrama's op te voeren vond in zijn ogen evenmin genade, omdat het vulgariteit met het verhevene vermengde.

John Dryden zou later eveneens Shakespeares gebrek aan navolging van klassieke regels bekritiseren in zijn essay Of Dramatick Poesie uit 1668. Volgens hem ontbrak het de bard aan 'decorum', en had hij te veel geschreven voor het ongeletterde, arme volk. Enerzijds roemde hij Shakespeares fantasie ("fancy"), anderzijds liepen zijn stukken volgens hem mank door onbezonnenheid en een 'onzuivere stijl.' Dryden ging zelfs zo ver om te stellen dat Shakespeares stukken allemaal herschreven zouden moeten worden, om ze te ontdoen van deze onzuiverheden en vulgariteiten. Tijdens de Engelse Restauratie werden effectief veel stukken herschreven om ze voor een opvoering geschikt te maken en te 'verfijnen'. Dryden bewijst hem wel eer, en beschrijft Shakespeare als een soort natuurlijk, ongeschoold genie:

"Those who accuse him to have wanted learning, give him the greater commendation: he was naturally learn'd; he needed not the spectacles of Books to read Nature; he look'd inwards, and found her there."
Of Dramatick Poesie van John Dryden (1668)

Deze kritische opstelling persisteerde in de 18e eeuw, met Alexander Pope die in 1725 Shakespeares werk begon uit te geven, en Samuel Johnson die hetzelfde deed in 1765. Pope vond het echter nodig om Shakespeares taal te 'zuiveren' en allerlei correcties aan te brengen. Johnson van zijn kant deed hem recht als universeel schrijver van klassieke allure die de tand des tijds zou doorstaan.

Pas in de 19e eeuw zouden romantische critici zoals de Engelse dichter Samuel Taylor Coleridge Shakespeare op zijn eigen waarde beoordelen en roemen als creatief genie. In Duitsland beschouwde Goethe hem als een mystieke ziener en bard. Verschillende lovende kritieken spraken nu over Shakespeares vermogen om boeiende, complexe personages neer te zetten. Zo verscheen er van Maurice Morgann Essay on the Dramatic Character of Sir John Falstaff (1777). Toen in 1769 de beroemde acteur David Garrick in Stratford-upon-Avon de Shakespeare Jubilee inrichtte om Shakespeares verjaardag te vieren, werd Shakespeare Engelands meest gevierde en bekendste dichter.

Een van de invloedrijkste 20e-eeuwse Shakespeare-onderzoekers was A.C. Bradley. In lezingen en essays als Shakespearean Tragedy: Lectures on Hamlet, Othello, King Lear, Macbeth (1904) concentreerde hij zich op het karakter van de personages uit Shakespeares tragedies. Hij benadrukte vooral de samenhang tussen actie en karakter van de protagonisten in Shakespeares treurspelen.[8] Bradley wordt wel eens gezien als late exponent van de 19e-eeuwse Shakespeare-onderzoekers die zich vooral met karakter bezighielden, zoals de romantische schrijvers Samuel Taylor Coleridge en August Wilhelm von Schlegel.

Andere 20e-eeuwse onderzoekers bogen zich over alles wat te maken had met het theaterbedrijf tijdens de Engelse renaissance, zoals de fysieke constructie van het theater, het publiek en het acteren zelf. Alfred Harbage publiceerde bijvoorbeeld in 1941 Shakespeares Audience waarin hij stelde dat het bezoekend publiek bestond uit mensen van zeer verschillende sociale afkomst. Elk van deze en voornoemde standpunten en perspectieven werd trouwens door andere onderzoekers hevig bekritiseerd.

Harley Granville Barker (zelf acteur en toneelschrijver) interesseerde zich evenals voorgaande onderzoekers voor het karakter van Shakespeares personages, maar legde meer de nadruk op het samenspel tussen schrijver en acteurs bij het ontstaan van het stuk. Hij besteedde ook veel aandacht aan het ontbreken van vrouwelijke rollen in de tijd van Shakespeare en de daarmee samenhangende problemen voor de toneelauteur. Van zijn hand is de zesdelige reeks Prefaces to Shakespeare (1927-1974).

Shakespeare-acteurs en -regisseurs

Shakespeare zelf nam in zijn tijd zelden de hoofdrol voor zijn rekening. Hij speelde vaak de rol van een minder belangrijk personage. Zo is bekend dat hij in Hamlet de rol van het spook speelde. Bijzonder populaire 19e-eeuwse vertolkers waren Ellen Terry en Henry Irving. Ook heel wat legendarische acteurs hebben zijn stukken op het witte doek gebracht. De bekendste hedendaagse Shakespeare-vertolkers zijn Laurence Olivier, John Gielgud, James McAvoy, Orson Welles, Kenneth Branagh, Emma Thompson, Mel Gibson, Leonardo DiCaprio, Claire Danes, Ian McKellen, Al Pacino, Gwyneth Paltrow, Judi Dench en Joseph Fiennes.

Verfilmingen

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van Shakespeare-verfilmingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Veel van Shakespeares werken zijn (herhaaldelijk) verfilmd. De bekendste hiervan zijn:

De romantische komedie 'Shakespeare in Love' van regisseur John Madden uit 1998, met teksten van Marc Norman en Tom Stoppard, bevat vele verwijzingen naar zijn werk.

In Looking for Richard (1996), een documentaire van Al Pacino, probeert hij het stuk Richard III van Shakespeare te ontrafelen. Dit wordt gedaan via een (gedeeltelijke) vertolking van het stuk, en interpretaties van de teksten.

Shakespeare en muziek

Vele componisten werden geïnspireerd door leven en werk van William Shakespeare. De Lijst van op Shakespeare geïnspireerde muziekstukken geeft hier een overzicht van.

Populaire cultuur

Shakespeare en zijn pennenvruchten zijn - behalve nog steeds vertoonde en uitgegeven werken - ook inspiratie voor makers van allerlei vormen media in het heden die een iets andere draai geven aan de persoon en zijn verhalen. Bijvoorbeeld:

Externe links

Nederlandstalig
Engelstalig

Bronnen

  • The Riverside Shakespeare 2d edition, 1997, Houghton Mifflin Company, ISBN 0-395-75490-9

Voetnoten

  1. Een chamberlain is een kamerheer in dienst van een lord, of een officier in het huishouden van een koning of edelman
  2. William Beeston was de zoon van Christopher Beeston, die (waarschijnlijk van 1596 tot 1602) deel uitmaakte van Shakespeares toneelgezelschap.
  3. Bevington, David (editor), The Complete Works of Shakespeare, Seventh Edition, The Seven "Dark" Years , p. LX General Introduction.
  4. a b c d Voor de datering van de werken is gebruikgemaakt van The Riverside Shakespeare. Andere bronnen geven soms afwijkende jaartallen.
  5. papierentijger.org
  6. Een overzicht van de anti-Stratfordian-ontwikkelingen biedt (onder vele anderen) Bill Bryson, Shakespeare. The World as Stage (London 2007), het hoofdstuk "Claimants". Een aantal kandidaten en de voor- en tegenargumenten worden uitgebreid besproken in John Michel, Who Wrote Shakespeare?, London 1996.
  7. Kathman, David (2003). "The Question of Authorship". In Wells, Stanley; Orlin, Lena Cowen. Shakespeare: an Oxford Guide. Oxford Guides. Oxford University Press. p. 620–32. ISBN 978-0-19-924522-2.
  8. Dit denkbeeld dateert al uit de klassieke oudheid (Aristoteles' theorie over tragedie), en is nu nog steeds een breed gedragen credo bij moderne scenaristen en fictieschrijvers: een persoon is wat hij doet, of anders gezegd: karakter staat in functie van actie.

Literatuur

  • Shakespeare, William The Oxford Shakespeare - The Complete Works, Clarendon Press Oxford, 1994, ISBN 0-19-818284-8
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan William Shakespeare.
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Auteur:William Shakespeare op Wikisource